Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen percentage voor ontwikkelingsbudget

Datum nieuwsfeit: 18-08-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG
Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking (DGIS/SC)

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 18 augustus 1999
Kenmerk SC-143/99
Blad 1/1
Bijlage(n) 1
Betreft Beantwoording vragen van het lid Van Ardenne-van der Hoeven over het percentage voor ontwikkelingsbudget

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer d.d. 6 augustus 1999, kenmerk 2989916650, waarbij gevoegd waren de door het lid Van Ardenne-van der Hoeven overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U als bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

Eveline Herfkens


1.

Heeft u het voornemen uitgesproken op ontwikkelingsterrein voortaan met Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen samen te werken?

Antwoord

Nederland werkte met genoemde landen al samen. Mijn collega's en ik hebben afgesproken die samenwerking te intensiveren en te concretiseren.


2.

Wat houdt die samenwerking in? Waarvoor gaan betrokken bewindslieden zich in internationale fora sterk maken en hoe lang duurt deze samenwerking? Heeft u ook samenwerking met andere landen op het oog? Wat zijn de consequenties voor het onlangs vastgestelde landenbeleid?

Antwoord

Inhoudelijk gaat het bij die samenwerking om afstemming bij beleidsvorming en beleids-implementatie. Procedureel houdt die samenwerking in dat vóór belangrijke internationale bijeenkomsten zoveel mogelijk een gemeenschappelijk standpunt wordt ingenomen. Het gaat om een samenwerking van gelijkgezinden. Dat betekent niet dat de samenwerking een gesloten karakter heeft. Nederland was, is en blijft bereid in het belang van de verbetering van kwaliteit en efficiency van de ontwikkelings-samenwerking met alle donoren samen te werken.

Voor het landenbeleid zal met name bij de sectorale benadering zoveel mogelijk binnen sectoren tussen donoren worden afgestemd. Naar mate binnen sectoren meer donoren samenwerken zal de sectorale benadering kwalitatiever en effectiever zijn.

Voor uw informatie is de persverklaring uit Utstein bijgevoegd.


3.

Hechten betrokken bewindslieden uit genoemde landen niet aan het internationaal vastgestelde percentage voor ontwikkelingssamenwerking van tenminste 0,7 van het BNP? Wat is uw mening hierover?

Antwoord

Noorwegen en Nederland besteden al meer dan 0,7% van het BNP aan ontwikkelingssamen-werking. De regering van het Verenigd Koninkrijk heeft een daadwerkelijke stijging van het OS-budget bewerkstelligd. Duitsland ziet zich geconfronteerd met macro-economische problemen. Dat alles neemt niet weg dat het internationaal vastgestelde percentage voor ontwikkelings-samenwerking voor allen relevant blijft.


4.

Is uw uitspraak waar dat het uitsluitend "de intentie is die telt"? Bedoeld u hiermee dat het niet uitmaakt dat het Verenigd Koninkrijk en Duitsland slechts 0,3% van het BNP aan ontwikkelings-samenwerking besteden? Acht u een dergelijk laag percentage voor internationale armoedebestrijding aanvaardbaar en voldoende?

Antwoord

Ik bedoel hiermee dat ook al is niet iedereen in staat 0,7% van het BNP voor ontwikkelings-samenwerking te leveren, er in ieder geval naar gestreefd moet worden het wèl beschikbare geld zo goed mogelijk te besteden. Voorwaarde voor het verkrijgen en behouden van voldoende draagvlak voor het op peil brengen en houden van de ODA-inspanning is dat aangetoond kan worden dat "hulp helpt". Daartoe dient de effectiviteit gemaximaliseerd te worden. Onze intenties in dat opzicht lopen volstrekt parallel.



5.

Sinds wanneer en waarom pleit de Nederlandse regering niet meer voor het vasthouden aan het internationaal overeengekomen percentage van 0,7 met name bij regeringen die daaraan niet voldoen?

Antwoord

Gezien het bovenstaande, is deze stelling onjuist.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie