Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Voortgangsrapportage Interdepartementale Werkgroep Euro

Datum nieuwsfeit: 19-08-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Vijfde voortgangsrapportage Interdepartementale Werkgroep Euro (IWE)

DIRECTIE BINNENLANDS GELDWEZEN

Aan:

De Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR Den Haag

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

BGW 99-1764M

19 augustus 1999

Onderwerp

Vijfde voortgangsrapportage Interdepartementale Werkgroep Euro (IWE)


1. Inleiding

Over minder dan duizend dagen hebben we afscheid genomen van de gulden. Uiterlijk 28 januari 2002 verliest de gulden de hoedanigheid van wettig betaalmiddel. Vier weken eerder zal de overheid zelf zijn omgeschakeld naar de euro en dientengevolge nog uitsluitend in euro communiceren. De voorbereidingen op deze omschakeling van de overheid zijn goed op gang gekomen en verlopen grosso modo volgens het door de ministerraad vastgestelde tijdpad. Een belangrijke mijlpaal, de afronding van de planning- en analysefase is op 1 juli 1999 evenwel niet volledig gerealiseerd. Een aantal departementen zal op onderdelen deze fase naar verwachting pas dit najaar in zijn geheel kunnen afronden. De samenloop met het millenniumvraagstuk is hier meestal debet aan. De achterstand op het tijdschema zal naar verwachting door deze departementen de komende maanden kunnen worden weggewerkt.

Waar de omschakeling van de overheid zich concentreert rond 1 januari 2002, zijn de financiële markten begin dit jaar succesvol overgeschakeld. De gulden is daar in het onderlinge verkeer al verleden tijd. Ook op overige internationaal georiënteerde markten is de euro nu duidelijk aanwezig, maar van een sterke eurodynamiek is nog geen sprake. Veel bedrijven hebben, zeker wat de interne omschakeling betreft, hun voornemens voor een snel conversietraject niet doorgevoerd, onder meer vanwege de samenloop met het millenniumprobleem. Naar verwachting zullen veel bedrijven de interne omschakeling per 1 januari 2001 realiseren. Van een aansluitingsprobleem tussen de omschakelingsmomenten bij bedrijfsleven en overheid is geen sprake, temeer daar de meeste bedrijven in de overgangsperiode tot 2002 ook in gulden kunnen communiceren.

Ook bij het grote publiek is, net als in de andere eurolanden, nog geen sprake van een sterke eurodynamiek. De door het Nationaal Forum voor de introductie van de euro (NFE) uitgezette route om het massale toonbankverkeer tot begin 2002 nog zoveel mogelijk in guldens te laten plaatsvinden, blijkt daarmee nog steeds een juiste. Wel is het van belang dat ruim voor deze datum vormen van eurogewenning, waaronder het dubbel prijzen, hun intrede doen in de winkels. Het is verheugend dat een akkoord hierover tussen de betrokken partijen nabij is.

Naast de omschakeling van de overheid zelf, zal de verdere uitwerking en uitvoering van de introductie van de chartale euro de komende tijd veel aandacht blijven vergen. Op 9 februari j.l. heeft het NFE een unaniem advies uitgebracht om de wettelijke periode van dubbele circulatie, de omschakelingsperiode begin 2002, te beperken tot maximaal 4 weken. Dit advies is door mij in grote lijnen overgenomen1 en in het Algemeen Overleg van 8 april bleek ook uw Kamer zich hierin te kunnen vinden. De praktische voorbereidingen voor de omwisselingsoperatie konden daarmee hun aanvang nemen. Begin juni is hiertoe een uitvoeringsovereenkomst gesloten tussen De Nederlandsche Bank en het ministerie van Financiën. Een verder uitgewerkt scenario, inclusief activiteitenplan en projectbegroting zal eind oktober door de DNB aan mij ter goedkeuring worden voorgelegd. Zoals toegezegd in het Algemeen Overleg met de Vaste Kamercommissie Financiën op 8 april j.l. zal ik uw Kamer hierover aansluitend separaat informeren.


2. Eurodynamiek en overheid

Het NFE is na de introductie van de girale euro gestart met het monitoren van de eurodynamiek in Nederland en de ons omringende landen. Aan de hand van deze monitor kan worden bezien of bijsturing van eerder uitgezette paden nodig is. Uit de eerste kwartaalrapportage van het NFE blijkt dat de eurodynamiek in het bedrijfsleven en bij het publiek nog geen grote vaart heeft genomen.

Zowel uit enquêtes als uit het beschikbare "harde" feitenmateriaal (BTW-aangiften in euro, zakelijke betalingen in euro, eurohypotheken) blijkt dat het gebruik van de euro in het Nederlandse bedrijfsleven en bij het publiek in het dagelijkse economische verkeer nog geen grote vlucht heeft genomen. Zo geschiedde bijvoorbeeld slechts 0,35% van het totaal aantal BTW-aangiften in februari 1999 in euro. In het eerste kwartaal vond 0,16% van de zakelijke betalingen plaats in euro, terwijl nog geen 0,1% van het totaal aantal hypotheken in april in euro werd afgesloten. Deze cijfers staan in schril contrast met de ambitieuze voornemens van het bedrijfsleven die vorig jaar uit enquêtes naar voren kwamen. Dit beeld is in de overige euro-11 landen niet wezenlijk anders.

Het Nederlandse bedrijfsleven neemt een zeer flexibele houding in ten aanzien van het gebruik van de gulden en de euro in offertes en facturen. Voor bedrijven (kleinbedrijf) die niet zo voortvarend de aanpassingen aan de euro ter hand nemen is dit geruststellend. De overheid, die haar zakelijke relaties aangeeft tot 1 januari 2002 uitsluitend in guldens te willen communiceren, wordt slechts in beperkte mate geconfronteerd met eurofacturen of verzoeken om financiële informatie in euro aan te leveren. Er is geen aanleiding tot heroverweging van het voorgenomen moment (1 januari 2002) van omschakeling door de rijksoverheid met betrekking tot de onderlinge communicatie en/of de communicatie met derden.

Het merendeel van de departementen heeft in de planning- en analysefase een beslissing genomen over het al dan niet verstrekken van gewenningsinformatie in de periode tot 1 januari 2002. Daarbij is steeds een afweging gemaakt tussen de benodigde inspanning om gewenningsinformatie te geven en het belang van gewenningsinformatie voor de te bereiken doelgroep. In de meeste gevallen wordt met ingang van 2001 gewenningsinformatie verstrekt.

De gewenningsinformatie van de overheid kan vooral van belang zijn voor zogenoemde kwetsbare doelgroepen die in mindere mate met euro-informatie worden geconfronteerd. Een in het oog springend voorbeeld hiervan is het veld van de sociale zekerheid. Voor deze doelgroep is het van belang om gewenningsinformatie en aanvullende voorlichting over de invloed van de euro op uitkeringen te verstrekken. In de tweede helft van 1999 zal het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid afspraken maken met gemeenten, de Sociale Verzekeringsbank en uitvoeringsinstellingen. Het streven is om in elk geval met ingang van het jaar 2001 gewenningsinformatie te gaan verstrekken.


3. Omschakeling van de rijksoverheid


3.1 Algemene conclusies en samenvatting vorderingen rijksoverheid

In de vierde voortgangsrapportage werd een door de Ministerraad bekrachtigd tijdpad voor de omschakeling naar de euro door de rijksoverheid uiteengezet. Dit tijdpad omvat vijf mijlpalen die het einde van de verschillende fasen van het project markeren. De inventarisatiefase (mijlpaal 1 januari 1999) is in de afgelopen maanden door alle departementen afgerond. Daarbij is overigens ook de organisatie van het project bij een aantal departementen (verder) versterkt. De departementen hanteren vrijwel allemaal een combinatie van (in zwaarte variërende) centrale regie en decentrale uitvoering. Daarnaast zijn er in de eerste helft van 1999 bij het merendeel van de ministeries audits uitgevoerd om het functioneren van de projectorganisaties en de voortgang van het project te evalueren.

Deze vijfde voortgangsrapportage2 gaat met name in op de voortgang die de departementen in de eerste helft van 1999 hebben geboekt bij het doorlopen van de planning- en analysefase. In deze fase wordt de inventarisatie uitgewerkt tot meer gedetailleerde plannen van aanpak per deeltraject. De mijlpaal voor de afronding van deze fase is 1 juli 1999.

Figuur 1 Overzicht voortgang departementen (planning- en analysefase)

Het beeld bij de rijksoverheid per medio juni 19993 is dat, gemeten aan de mijlpaal van de planning- en analysefase, de voorbereidingen enige vertraging hebben opgelopen. Zoals in Figuur 1 aangegeven, wordt de mijlpaal voor de afronding van de planning- en analysefase (1 juli 1999) naar verwachting door enkele departementen (Buitenlandse Zaken en Volksgezondheid, Welzijn en Sport) gehaald. Deze best-practice departementen hebben voor vrijwel alle domeinen en organisatie-onderdelen een gedetailleerd plan van aanpak opgesteld en de inhoud daarvan op kwaliteit en volledigheid getoetst.

De overige departementen hebben de verwachting uitgesproken dat de plannen van aanpak tijdig zullen worden opgeleverd. Over de kwaliteit van deze plannen van aanpak was op het moment van de monitor nog geen oordeel te vormen. Deze plannen worden veelal pas na 1 juli aan een toetsing onderworpen, terwijl bij een aantal van deze departementen nog geen volledige inventarisatie van de risicos en ketenafhankelijkheden bestaat.

Daarnaast werden bij de departementen Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (automatisering, bedrijfsvoering, ZBOs) en Economische Zaken (automatisering, bedrijfsvoering, ZBOs) ten tijde van de monitor nog op meer deeltrajecten kwetsbaarheden geconstateerd. Deze kwetsbaarheden kunnen betrekking hebben op de tijdigheid waarmee de plannen van aanpak worden opgeleverd, dan wel op de volledigheid en/of kwaliteit ervan.

Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer heeft de inventarisatie van de aanpassingen voor het deeltraject wet- en regelgeving niet op het afgesproken tijdstip aangeleverd, hetgeen heeft bijgedragen aan enige vertraging op het interdepartementale traject voor de aanpassing van wet- en regelgeving.

Het ministerie van Justitie heeft meer tijd nodig voor de planning- en analysefase, met name voor het deeltraject automatisering. Justitie zal de plannen van aanpak die op 1 juni aangeleverd moesten worden door de onderdelen van het departement op kwaliteit en volledigheid toetsen. De periode tot 1 december 1999 is gereserveerd om de plannen van aanpak te completeren wat betreft de vele ketenafhankelijkheden tussen de Justitie-onderdelen.

De inspanningen voor het oplossen van het millenniumprobleem hebben in een aantal gevallen geleid tot een beslag op de voor het europroject benodigde analysecapaciteit. Het capaciteitsbeslag door het millenniumproject zal de komende maanden naar verwachting afnemen. Veel ministeries voorzien dat de uitvoering van de euro-aanpassingen pas in of na het eerste kwartaal van het jaar 2000 hun aanvang zullen krijgen. De komende maanden zullen worden gebruikt om afspraken over de vastlegging van capaciteit voor de komende jaren te maken met IT-leveranciers.

Voor alle departementen bestaat de verwachting dat de achterstand op het schema in de komende maanden kan worden goedgemaakt.


3.2 Regiefunctie Ministerie van Financiën

Nu de uitvoerende fase van het europroject definitief is gestart, verschuift de nadruk binnen de regiefunctie van Financiën van het stellen van kaders en het opstellen van uitgangspunten meer naar het faciliteren van het euro-implementatieproces en het monitoren van de voortgang.

In verband hiermee is onder meer besloten tot een herpositionering van de activiteiten van het Kenniscentrum AutomatiseringsConsequenties Euro (KACE) en de werkgroep Euro en Begrotingsadministraties (EURBA). Het KACE richt zich in het bijzonder op praktische en technische ondersteuning van het automatiseringstraject, onder meer van het (laten) ontwikkelen en ter beschikking stellen van IT-tools. Zo heeft het ministerie van Financiën recentelijk een overeenkomst gesloten met IT-leveranciers voor de levering tegen gereduceerde tarieven van eurocalculatoren en instrumenten om spreadsheets mee door te lichten. Vanuit Financiën is ook het initiatief genomen tot de instelling van een periodiek overleg met de IT-branche, overigens zonder voorbij te gaan aan de reguliere contacten tussen departementen en IT-leveranciers. Doel van het overleg is te komen tot de uitwisseling en bundeling van kennis en ervaring en het wederzijds signaleren van mogelijke knelpunten betreffende de invoering van de euro in geautomatiseerde systemen bij de (rijks)overheid.

In mei van dit jaar is de ontwikkeling van modellen voor de geleidelijke invoering van de euro in begrotingsstukken afgerond. Op de derde dinsdag van september 2001 wordt de Rijksbegroting 2002 volledig in euro aan uw Kamer gepresenteerd. Uw Kamer is in mei van dit jaar per brief geïnformeerd over dit onderwerp4. Na afronding van deze kaderstellende werkzaamheden is de invalshoek van de werkgroep EURBA verschoven naar de coördinatie van de aanpassing van de geautomatiseerde (financiële) systemen binnen de rijksoverheid.

De komende maanden zal in de Interdepartementale Werkgroep Euro (IWE) ruim aandacht worden besteed aan ketenafhankelijkheden. In de afgelopen maanden zijn de eerste stappen in dit proces reeds gezet. Het europroject kenmerkt zich - meer nog dan het millenniumprobleem - door ketenafhankelijkheden waarbij de output van een systeem of organisatie de input vormt voor een ander systeem of een andere organisatie. Dit aandachtsveld beperkt zich niet tot ketenafhankelijkheden op het vlak van automatisering.

Bij de aandacht voor ketenafhankelijkheden staan mogelijke knelpunten ofwel ketenproblemen centraal. Daar waar nodig dienen vervolgens tussen de betrokken organisaties afspraken te worden gemaakt, ketenverantwoordelijken te worden aangewezen en - afhankelijk van de problematiek - plannen van aanpak te worden opgesteld.

Uiteraard wordt voor de automatiseringsketens lering getrokken uit de ervaringen zoals die met het millenniumprobleem zijn opgedaan. Daarnaast werden en worden onder meer quick scans uitgevoerd in de belangrijke ketens inzake de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) en de salarissystemen van de overheid. Het proces om de ketenproblematiek in kaart te brengen en plannen op te stellen voor de aanpak ervan zal in de tweede helft van 1999 (moeten) worden afgerond.

Teneinde relevante informatie over het europroject bij de overheid op een makkelijk toegankelijke wijze beschikbaar te stellen aan alle geledingen van de overheid is op de Internetsite van het ministerie van Financiën een apart eurodomein gecreëerd. Speciaal voor de gemeenten wordt dezelfde informatie ook op het GemNet aangeboden.

Het tijdpad met de mijlpalen heeft een duidelijk gezamenlijk referentiekader geschapen dat aan alle betrokken partijen een belangrijk houvast voor de planning en voortgangsbewaking heeft verschaft. De mijlpalen blijken een structurerende werking te hebben, zowel rijksbreed als binnen de departementale projectorganisaties.


3.3 Kwaliteitsborging: organisatie van het europroject

In de Interdepartementale Werkgroep Euro op hoog niveau (IWE-hoog) is in december 1998 besloten dat de departementen periodiek audits zullen laten uitvoeren op de opzet en uitvoering van het europroject. Door een interdepartementale werkgroep is begin 1999 een globaal normenkader opgesteld dat kan worden gebruikt bij het uitvoeren van dergelijke (externe) audits. Het vermogen van de projectorganisatie om zich aan te passen aan de eisen die de verschillende fasen van het europroject stellen, blijft daarbij een belangrijk aandachtspunt. Dit geldt ook voor de (personele) continuïteit binnen de departementale projectorganisaties.

Vrijwel alle departementen hebben in de eerste helft van dit jaar interne of externe audits laten uitvoeren, hetzij om de organisatie van het project te evalueren, hetzij om de kwaliteit van de opgeleverde plannen van aanpak te toetsen. De overige departementen zullen in de tweede helft van het jaar een audit laten uitvoeren. Het algemene beeld dat uit deze reeks audits komt is dat de huidige opzet van de europrojecten voldoende waarborgen biedt voor een ordelijke en tijdige invoering van de euro bij de rijksoverheid.

Bij een aantal departementen zijn evenwel aanbevelingen geformuleerd voor de versterking van het europroject. Zo is de organisatie van het project de afgelopen maanden bij een aantal departementen (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Economische Zaken, Financiën, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) gewijzigd en/of (verder) versterkt. Vrijwel alle departementen hanteren een combinatie van centrale regie en decentrale uitvoering, waarbij de zwaarte van de eerste component sterk varieert. Bij Financiën, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en in mindere mate Economische Zaken is de centrale en decentrale projectorganisatie in kwantitatieve zin versterkt. De ministeries van Buitenlandse Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voorzien een verdere kwantitatieve versterking van de projectgroep in het komende jaar.


3.4 Geautomatiseerde systemen en te converteren (begrotings)administraties

De mijlpaal voor de afronding van de planning- en analysefase (1 juli 1999) is met name voor het cruciale automatiseringstraject scherp in de tijd geplaatst om snel een compleet beeld te krijgen van de benodigde automatiseringsinspanningen. Hierdoor wordt het mogelijk tijdig afspraken voor de vastlegging van capaciteit met IT-leveranciers te maken.

De mijlpaal van 1 juli 1999 is niet in alle gevallen gehaald, mede doordat de capaciteit die nodig was voor het uitvoeren van de analyse de afgelopen maanden door het millenniumprobleem in beslag werd genomen. Niettemin is de planning- en analysefase in de meeste gevallen afgerond voor de systemen die door de ministeries als cruciaal voor het primaire proces worden aangemerkt. De komende maanden zal de samenloop tussen euro en millennium minder van invloed zijn: in de meeste gevallen zijn de aanpassingen van de systemen aan de euro voorzien in het jaar 2000.

De afgelopen maanden heeft een deel van de departementen (onder meer Buitenlandse Zaken, Financiën, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) reeds capaciteit vastgelegd voor de komende jaren, met name binnen bestaande (onderhouds)contracten. Bij de overige departementen staat het maken van dergelijke afspraken voor de komende maanden op de agenda.

Het departement van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer signaleert als enige de afhankelijkheid van de capaciteit en deskundigheid IT-leveranciers voor de komende jaren (met name in 2001) expliciet als een risico, ondanks de raamovereenkomsten die het departement reeds heeft afgesloten. Aangezien nog niet alle departementen volledige duidelijkheid hebben over de behoefte aan externe capaciteit, is niet uit te sluiten dat andere ministeries in de toekomst hetzelfde aandachtspunt zullen signaleren.

Naar het zich laat aanzien halen de ministeries van Buitenlandse Zaken en Volksgezondheid, Welzijn en Sport de mijlpaal voor het automatiseringstraject. De overige departementen hebben vrijwel zonder uitzondering aangegeven dat de gedetailleerde plannen van aanpak voor 1 juli in elk geval gereed zullen zijn voor de systemen die door de ministeries als cruciaal voor de primaire bedrijfsprocessen worden aangemerkt. Voor de overige systemen is in sommige gevallen een uitloop van enige maanden voorzien. Het ministerie van Justitie heeft meer tijd nodig voor de afronding van de planning- en analysefase voor het deeltraject automatisering.

Een kanttekening bij de voortgang op het deeltraject automatisering is op zijn plaats. Verwacht wordt dat de realisatie van de euro-aanpassingen pas in of na het eerste kwartaal van het jaar 2000 haar aanvang zal krijgen. Derhalve kan en zal in de voorkomende gevallen de tweede helft van 1999 worden benut voor het opstellen van plannen voor de minder cruciale systemen en de toetsing van de kwaliteit van de plannen van aanpak.

De begroting voor het jaar 2002 zal conform de IWE-uitgangspunten op de derde dinsdag in september 2001 in euro worden gepresenteerd. Het traject van de begrotingsvoorbereiding zal echter nog in guldens worden uitgevoerd. Aan het eind van het voorbereidingstraject vindt ten behoeve van de presentatie van de begroting 2002 een omzetting naar euro plaats van de ontwerp-begroting en de Miljoenennota. In de EURBA wordt aandacht besteed aan het oplossen van mogelijke knelpunten bij deze omzettingsslag. De departementen kunnen op deze wijze vasthouden aan de voorgenomen omschakeling van de systemen per 1 januari 2002, veelal de meest eenvoudige en kosteneffectieve strategie.


3.5 Administratie en organisatie (bedrijfsvoering)

In deze vijfde voortgangsrapportage wordt voor de eerste maal expliciet aandacht besteed aan het deeltraject bedrijfsvoering. De bedrijfsvoering omvat in de eerste plaats de aanpassing van handmatige administraties. Daarnaast omvat dit traject de aanpassing van objecten (automaten, printers, formulieren) en de aanpassing van de administratieve organisatie en interne regelgeving. De samenstelling, aard (prioritair versus niet-prioritair) en zwaarte van dit deeltraject varieert tussen de departementen.

Ook het beeld ten aanzien van de aanpak en voortgang van de aanpassing van de bedrijfsvoering loopt uiteen. Een deel van de departementen, onder meer Buitenlandse Zaken en Sociale Zaken en Werkgelegenheid, heeft de aanpassing van de bedrijfsvoering ondervangen in een apart gedetailleerd plan van aanpak. In een aantal gevallen (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Buitenlandse Zaken, Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Volksgezondheid, Welzijn en Sport) wordt de invoering van de euro gecombineerd met de actualisering van het handboek Administratieve Organisatie. Bij andere departementen, waaronder Financiën, Justitie, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, wordt de bedrijfsvoering meegenomen in de integrale plannen van aanpak per directie of dienstonderdeel.

Het ministerie van Economische Zaken heeft nog geen plannen van aanpak voor de aanpassing van handmatige administraties, AO-procedures en objecten. Het departement volstaat in dit verband met een gedetailleerd draaiboek.

Het ministerie van Defensie heeft vanwege de grote aantallen aan te passen formulieren een afwijkende aanpak gekozen: de aanpassingen zullen worden uitgevoerd bij de reguliere vervanging van de formulieren.


3.6 Wet- en regelgeving

De afgelopen maanden hebben de departementen een grote inspanning geleverd op dit deeltraject. Alle departementen hebben min of meer tijdig (1 april 1999) de inventarisaties van aan te passen wet- en regelgeving aangeleverd, met uitzondering van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Dit heeft inmiddels mede geleid tot enige vertraging in het interdepartementale traject. Hiermee is in de praktijk bewaarheid geworden dat - zoals in de vorige voortgangsrapportage geconstateerd - dwarsverbanden en ketenafhankelijkheden de voortgang van het interdepartementale traject kwetsbaar maken voor vertragingen bij één of meer departementen. Ook de (technische) verwerking van de aangeleverde inventarisaties heeft meer tijd genomen dan verwacht. Aangetekend moet worden dat de planning scherp is opgesteld, zodat er nog voldoende marge is om het aanpassingstraject voor de wet- en regelgeving (inventarisatie - beleidmatige keuzes - wetgevingsproces) tijdig af te ronden.

In de Juridische Interdepartementale Werkgroep Euro (JIWE) is afgesproken dat bij de omzetting van bedragen in de wet- en regelgeving zoveel mogelijk technisch (volgens EU-Verordening 1103/97) zal worden omgerekend, met een afronding op eurocenten. Bij een dergelijke technische omzetting zijn er nauwelijks tot geen budgettaire effecten voor de overheid en de burger. Voorstellen tot afwijking van deze lijn dienen daarom stevig beargumenteerd te worden. Na de zomer zal uw Kamer worden geïnformeerd over de voornemens voor de euro-aanpassingen in de wet- en regelgeving.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid erkent dat er bij de uitvoeringsinstellingen (UVIs) en gemeentelijke sociale diensten risicos op het vlak van automatisering kunnen optreden als gevolg van de samenloop van de introductie van de euro met de introductie van andere nieuwe wet- en regelgeving. Dit zal de komende jaren een speciaal aandachtspunt voor dit departement zijn. De Ziekenfondsraad heeft een vergelijkbaar signaal afgegeven voor de zorgsector. Aangezien ook op andere beleidsterreinen dergelijke cumulatie-effecten zouden kunnen optreden is het zaak de nodige terughoudendheid te betrachten met de introductie van niet-eurogerelateerde wetgeving.


3.7 Voorlichting en communicatie

De intensiteit van de massamediale voorlichtingsinspanningen van het Nationaal Forum is na de introductie van de girale euro verlaagd. In de eerste plaats om te voorkomen dat een zekere euromoeheid optreedt bij de burger. In de tweede plaats om meer ruimte te geven aan de publieksvoorlichting over het millenniumprobleem. Voor een gedetailleerd overzicht van de voorlichtingsactiviteiten zij verwezen naar de separate voortgangsrapportages aan uw Kamer.

Alle departementen beschikken inmiddels over een uitgewerkt communicatieplan dat (meermaals) in de eurowerkgroep van de Voorlichtingsraad besproken is. De kwaliteit en diepgang van de communicatieplannen varieert evenwel. In de nieuwe vergaderronde van de eurowerkgroep zal het komende half jaar de aandacht worden gericht op de praktijk van de interne en externe eurovoorlichting door de departementen. Door concrete producten, variërend van mailings tot Intranetsites, te bespreken en ervaringen uit te wisselen treden leereffecten op en wordt afstemming van de voorlichtingsinspanningen bewerkstelligd.

Zowel de eurobewustwording binnen de departementen als de betrokkenheid van de ambtelijke top worden door de eurocoördinatoren getuige de monitor als voldoende ervaren. Dit is mede het gevolg van de aandacht voor de introductie van de girale euro en de ontplooide interne voorlichtingsactiviteiten. Deze interne voorlichtingsactiviteiten omvatten onder meer Intranetsites (o.a. Buitenlandse Zaken, Economische Zaken, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Volksgezondheid, Welzijn en Sport), eurovoorlichtingsbijeenkomsten (o.a. Financiën, Justitie, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en aandacht voor de euro in huisorganen (o.a. Defensie, Financiën, Justitie, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer).

Ondanks de relatief gunstige uitgangspositie van dit moment bestaat er enige zorg over het vermogen om de bewustwording en betrokkenheid binnen de departementen de komende maanden vast te houden. Er liggen immers geen natuurlijke aandachtsmomenten - zoals het afronden van een projectfase - in het verschiet. Bovendien zal het millenniumprobleem in de tweede helft van 1999 naar verwachting veel aandacht opeisen. Een aantal departementen heeft aangegeven dat ter voorkoming van euromoeheid de interne voorlichtingsactiviteiten voorlopig minder intensief zullen zijn. De interne voorlichting - die cruciaal is voor het creëren en onderhouden van draagvlak voor het uitvoeren van de euro-aanpassingen - zal daarom een aandachtspunt moeten zijn voor de komende periode.


3.8 Zelfstandige bestuursorganen

Het zicht dat de departementen hebben op de eurotrajecten bij de zelfstandige bestuursorganen (ZBOs) is bij de meeste departementen verder verbeterd. Belangrijke ZBOs zijn in een aantal gevallen (onder meer bij Buitenlandse Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) rechtstreeks vertegenwoordigd in de projectorganisatie van het departement. In andere gevallen worden de ZBOs anderszins betrokken in de monitoractiviteiten, bijvoorbeeld door het toetsen van de plannen van aanpak.

De voortgang bij de ZBOs, publiekrechtelijke organen (PBOs) en uitvoeringsinstellingen (UVIs) wordt op dit moment over het algemeen als voldoende omschreven door de departementen. Een aantal departementen heeft aangegeven dat een deel van de ZBOs niet voldoende activiteiten ontplooit. De risicovolle trajecten in het ZBO-veld zijn in het merendeel van de gevallen door de departementen als zodanig onderkend. Niettemin geeft een aantal departementen aan weinig mogelijkheden te hebben om het europroject bij ZBOs aan of bij te sturen.

Primair is het noodzakelijk voor departementen om een goed zicht te krijgen op de wijze waarop het europroject bij deze organisaties wordt opgezet en uitgevoerd. Departementen dienen tenminste zicht te hebben op die onderdelen van het euro-implementatieproces met een afbreukrisico voor de uitvoering van wet- en regelgeving. Hoewel de formele mogelijkheden tot beïnvloeding verschillen en de primaire verantwoordelijkheid bij de ZBOs zelf dient te blijven liggen, geldt in een aantal gevallen dat departementen kwetsbaar zijn in geval van eventuele tekortkomingen bij de onder hun verantwoordelijkheid vallende ZBOs. Waar mogelijk zullen de bestaande samenwerkingsverbanden worden benut om invulling te geven aan de beschreven verhoudingen.

Mede gezien het grote (politieke) belang van de continuïteit in de uitkeringen heeft het veld van de sociale zekerheid de bijzondere aandacht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De UVIs bereiden zich onder toezicht van het CTSV en regie van het LISV (zelf ook ZBOs van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) in onderling overleg voor op de invoering van de euro. Het CTSV gebruikt de IWE-mijlpalen als referentiekader voor de bewaking van de voortgang van de omschakeling van de UVIs.

Ten aanzien van de PBOs (bijvoorbeeld productschappen) geldt een gedeelde verantwoordelijkheid voor de betrokken ministeries van Economische Zaken, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Sociaal Economische Raad (SER). Economische Zaken en Landbouw, Natuurbeheer en Visserij richten zich bij de voortgangsbewaking ten aanzien van de euro vooral op de uitvoering van de medebewindstaken. De SER moet toezien op de omschakeling van de algemene bedrijfsvoering van de PBOs. Over deze taakverdeling worden naar verwachting op korte termijn afspraken gemaakt.


3.9 Kosten van de omschakeling

De departementen hebben in mei bij het ministerie van Financiën verzoeken ingediend voor een tegemoetkoming (tot een door de Ministerraad vastgesteld maximum van 50%) in de kosten van de invoering van de euro. Hiervoor waren in een aanvullende post middelen gereserveerd voor de jaren 1999-2002 (4 x 200 miljoen gulden). In de maand juni zijn de claims van de departementen beoordeeld door het ministerie van Financiën. Na toetsing van de claims is het merendeel van het gereserveerde bedrag toegedeeld aan de departementen. De toegevoegde middelen worden verantwoord in de departementale ontwerpbegrotingen 2000.


4. Omschakeling van de mede-overheden


4.1 Gemeenten

In de zesde voortgangsrapportage zal opnieuw uitgebreid en in kwantitatieve zin op de voortgang van het europroject bij gemeenten worden ingegaan, aangezien de Euromonitor gemeenten jaarlijks in het najaar wordt uitgevoerd. Deze vijfde voortgangsrapportage beperkt zich daarom tot een beschrijving van enkele van de activiteiten ter ondersteuning van het omschakelingsproces bij gemeenten.

In maart van dit jaar hebben de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Financiën een speciale eurocirculaire uitgestuurd naar de gemeenten en provincies. Daarnaast heeft het NFE in het voorjaar een vijftal regionale euroseminars georganiseerd voor eurocoördinatoren van gemeenten. Doelstelling van de bijeenkomsten was het onder de aandacht brengen van de euro in algemene zin en een aantal specifieke deeltrajecten van het europroject in het bijzonder. De relatief lage opkomst (30-40%) en het feit dat de voorbereidingen zich bij de deelnemende gemeenten nog in de inventarisatiefase bevinden, leiden tot de conclusie dat de eurobewustwording bij gemeenten nog altijd beperkt is. Het millenniumprobleem krijgt vooralsnog een hogere prioriteit bij gemeenten.

Reeds in november 1997 werd het overleg mede-overheden, zelfstandige bestuursorganen en euro gestart. In de fasen van bewustwording en inventarisatie voorzag dit overleg in een belangrijke behoefte aan het uitwisselen van kennis en ervaringen. Mede-overheden enerzijds en ZBOs anderzijds lopen wat betreft organisatie en daaruit voortvloeiende aandachtspunten in de volgende fasen van het europroject echter dermate uiteen dat naar een nieuwe structuur is gezocht. De ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Financiën hebben daarom in samenspraak met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) besloten tot het opzetten van een apart Landelijk Euro Gemeenten Overleg om de introductie van de euro bij gemeenten te ondersteunen en regionale samenwerking te stimuleren.

Doel van het overleg is het (wederzijds) signaleren en aanpakken van knelpunten en ketenafhankelijkheden bij de invoering van de euro bij gemeenten en rijksoverheid. Daarnaast zal het overleg bijdragen aan de uitwisseling, bundeling en verspreiding van kennis en ervaring. Centraal staat eveneens het opstellen van een gezamenlijk kader in de vorm van aanbevelingen en een normplanning voor de omschakeling van de gemeenten. In het overleg zijn 25 gemeenten uitgenodigd die reeds behoorlijk gevorderd zijn met het europroject: deze gemeenten lopen als eerste tegen knelpunten aan en kunnen het beste als klankbord fungeren.

De minister van SZW heeft met de VNG geen overeenstemming bereikt over een gezamenlijke aanpak en financiering van de maatregelen voor de gemeentelijke sociale diensten. Vanwege de complexiteit en de risico's wordt voor de sociale diensten een pakket centrale maatregelen vanuit het rijk en de sector zelf noodzakelijk geacht. Deze maatregelen zijn enerzijds gericht op centrale ondersteuning van de lokale euro-aanpak, anderzijds op centrale regie, voorlichting en toezicht. Door de minister van SZW is aan de VNG voorgesteld om net als bij de millenniumaanpak de krachten te bundelen en het pakket maatregelen samen uit te voeren. Omdat een belangrijk deel van de maatregelen een efficiëntere uitvoering van euro-activiteiten binnen het gemeentelijk domein beoogt (niet 538 keer het wiel uitvinden) is voorgesteld om de kosten van de aanpak te delen: de helft rijk, de andere helft gemeenten (via uitname uit het Gemeentefonds of anderszins).

De VNG is niet bereid om middelen vrij te maken voor het gezamenlijk pakket maatregelen. De minister van SZW is hierdoor genoopt tot een beperktere invulling van de aanpak richting de SZW-sector gemeenten.


4.2 Provincies

De jaarlijkse Euromonitor provincies zal opnieuw in het najaar worden uitgevoerd. In de volgende voortgangsrapportage zal derhalve meer uitgebreid op het euro-implementatieproces bij de provincies worden ingegaan.


4.3 Waterschappen

De Minister van Verkeer en Waterstaat is (politiek) verantwoordelijk voor de invoering van de euro bij de waterschappen. De Unie van Waterschappen en de Nederlandse Waterschapsbank ondersteunen het europroject bij de waterschappen, onder meer middels een handboek euro waterschappen en het overleg waterschappen en de euro. De Unie van Waterschappen heeft in februari 1999 ook voor de eerste maal een periodieke euromonitor uitgevoerd onder 68 waterschappen5.

Ongeveer 65% van de waterschappen is van start gegaan met het europroject en heeft uitgangspunten voor de invoering van de euro vastgesteld. Ongeveer 40% van de waterschappen heeft een startnotitie of draaiboek voor de invoering van de euro opgesteld, terwijl een kwart van de waterschappen in april 1999 reeds een budget voor de invoering had vastgesteld. Wat betreft de juridische en fiscale gevolgen van de euro geldt dat nog slechts 22 procent van de waterschappen een inventarisatie van verordeningen en andere regelgeving heeft afgerond. Ongeveer een derde van de waterschappen heeft de gevolgen van de euro voor administraties en rapportages in kaart gebracht. Bijna de helft heeft inmiddels een inventarisatie van de impact op de geautomatiseerde systemen afgerond. Een derde van de waterschappen geeft aan te weten dat de leveranciers van software de noodzakelijke aanpassingen tijdig zullen uitvoeren. Net als bij de gemeenten en provincies blijft het aspect communicatie nog relatief onderbelicht: slechts een kwart van de waterschappen heeft een beleid bepaald op dit vlak.

Mede gezien de beperkte impact en complexiteit van het europroject bij waterschappen is het beeld dat uit de eerste meting komt niet direct zorgwekkend te noemen. De voorbereidingen zijn evenwel in een minder ver gevorderd stadium dan bij gemeenten en provincies. Bovendien blijft de voortgang achter bij de planning die in het handboek euro waterschappen door de Unie van Waterschappen is voorgesteld. Dat dit (nog) geen aanleiding geeft tot zorg, is gelegen in het feit dat de euro niet raakt aan de primaire functies van de waterschappen. Het belangrijkste aandachtspunt voor de waterschappen vormen de aanpassingen aan de (uitvoering van) de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ). De Unie van Waterschappen is nauw betrokken bij het opstellen van een gedetailleerd plan van aanpak voor dit traject, dat zich kenmerkt door aanzienlijke ketenafhankelijkheden.

Niettemin lijkt het wenselijk dat er bij de waterschappen meer aandacht komt voor de euro, met name op bestuurlijk niveau. In aansluiting op de voorbereidingen bij de rijksoverheid en andere mede-overheden moeten de waterschappen zo snel mogelijk plannen van aanpak voor het euro-implementatieproces opstellen.


5. Tot slot

Blijkens deze voortgangsrapportage wordt de mijlpaal voor de afronding van de planning- en analysefase (1 juli 1999) niet volledig gehaald door de rijksoverheid. Er is evenwel geen aanleiding tot grote zorg aangezien de achterstand naar verwachting in de tweede helft van 1999 zal worden ingelopen. Een belangrijke oorzaak voor de vertraging op het deeltraject automatisering is gelegen in de samenloop met het millenniumprobleem. De mijlpaal is met opzet scherp gesteld om in een vroeg stadium afspraken te kunnen maken met de IT-leveranciers over het vastleggen van capaciteit voor de komende jaren. De ministeries hebben de laatste maanden een grote inspanning geleverd. Een belangrijke stap is gemaakt nu de planning- analysefase voor de belangrijkste systemen is afgerond en er deels al afspraken zijn gemaakt met IT-leveranciers.

In de tweede helft van 1999 wordt ruim aandacht besteed aan risicovolle ketenafhankelijkheden en worden zo nodig door de departementen nadere afspraken gemaakt over de aanpak van het europroject in deze ketens.

De planning- en analysefase heeft geleerd dat de mijlpalen een belangrijke rol hebben bij het op gang brengen en houden van het euro-implementatieproces. Daarom zal in de komende maanden ook een normplanning worden ontwikkeld die is toegesneden op gemeenten en provincies.

Meer en meer mensen zullen de komende periode bij de invoering van de euro betrokken raken. Teneinde draagvlak voor de werkzaamheden te creëren en vooral te behouden is goed afgestemde interne voorlichting van groot belang. Het is zaak om de spanningsboog vast te houden en de bestaande eurobewustwording en betrokkenheid verder uit te bouwen.

DE MINISTER VAN FINANCIËN,

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie