Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen over grazen op giftige grond

Datum nieuwsfeit: 23-08-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Overzicht van de correspondentie met het parlement Actueel

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
VVM. 992300
datum
23-08-1999

onderwerp
Gezondheidsproblemen runderen t.g.v. grazen op giftige grond (TRC 99/15249) doorkiesnummer

bijlagen

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u, mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en in vervolg op de brief van 7 juni jl. (TK '98 - '99, Aanhangsel van de Handelingen, no. 1514) de antwoorden toekomen op de vragen van het lid Poppe (SP) met kenmerk 2989912800, ingezonden op 11 mei 1999.


Ja, het artikel 'Hooglanders moeten grazen op giftige grond' is bij ondergetekende bekend.

De Inspectie Gezondheidsbescherming Waren en Veterinaire Zaken, waarin de Veterinaire Inspectie (verder: de VI) is geïntegreerd, heeft laten weten dat op 30 mei 1997 een brief is toegezonden aan de Milieudienst Rijnmond. In die brief concludeert de VI op basis van het RIVM-rapport van 23 december 1996 (zijnde een verslag van een onderzoek naar spoorelementgehalten in veevoedergewasssen inclusief gras, in grond, in slib en in water afkomstig uit de Broekpolder te Vlaardingen, inclusief een risico-evaluatie met betrekking tot het uitzetten van runderen) dat er geen effecten op de gezondheid van de Hooglanders verwacht worden. De VI raadt aan om de dieren gedurende tenminste enige jaren te volgen en cadmiumgehalten in levers en nieren van enkele dieren te bepalen. Daarnaast heeft de VI aangegeven dat de dieren niet voor de humane consumptie bestemd mogen worden.

up

datum
23-08-1999

kenmerk
VVM. 992300

bijlage

2
De VI komt, op basis van het genoemde RIVM-rapport van 23 december 1996, tot de conclusie dat verwacht mag worden dat begrazing van het betreffende terrein geen nadelige effecten op de dieren zal hebben. Echter: het RIVM-onderzoek betreft deels andere delen van de Broekpolder dan de delen waar de runderen op uitgezet zullen worden. Volgens mededeling van het RIVM zijn door het RIVM monsters genomen van grond, water, slib en gewassen op die plaatsen in de Broekpolder waar de ernstigste verontreinigingen te verwachten zijn. Deze plaatsen zijn bepaald op basis van een rapportage van Chemielenco, informatie van de Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond en rekening houdend met verschillen in hoogte van de verschillende gebieden in de Broekpolder. De gevonden waarden vertegenwoordigen naar het oordeel van het RIVM daarom een 'ernstigste geval scenario' voor het gehele terrein.

De runderen zullen derhalve uitgezet worden op een gebied dat grotendeels bestaat uit andere, naar verwachting minder vervuilde locaties dan de locaties die door het RIVM onderzocht zijn.

Dit alles overziende ben ik, ondanks de op zich geruststellende adviezen, van mening dat in dit begrazingsproject ongewenste en onnodige risico's worden gelopen. Ik acht monitoring van mogelijk optredende ongewenste effecten daartoe niet het juiste instrument en ben van mening dat het uitzetten van de dieren op genoemd terrein beter achterwege kan blijven.

3
Ja, het is bekend dat de afwatering van een deel van de Broekpolder gezuiverd dient te worden vanwege de aanwezigheid van drins. De gemeente Vlaardingen heeft laten weten dat op het betreffende gedeelte van de Broekpolder geen begrazingsbeheer plaats zal vinden.

4
De VI heeft zich gebaseerd op de gegevens in het eerder genoemde rapport van het RIVM van 23 december 1996.

5
Nee, zoals blijkt uit antwoord 2 ben ik van mening dat er in het geval van de Broekpolder mogelijk sprake is van gevaar voor de gezondheid of het welzijn van de betreffende dieren. Gelet hierop, acht ik het uitzetten van de dieren op genoemd terrein in strijd met artikel 36 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Er is door ambtenaren van mijn ministerie inmiddels contact gezocht met de gemeente Vlaardingen. De gemeente beraadt zich op het begrazingsproject.

De minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

mr. L.J. Brinkhorst

up

datum

kenmerk

bijlage

Vragen van kamerlid Poppe (SP)

1. Kent de minister het bericht "Hooglanders moeten grazen op giftige grond" en klopt het weergegeven standpunt van de Veterinaire Inspectie van de Volksgezondheid?

2. Is het voorstel van de Veterinaire Inspectie om begrazing met hooglanders van een ernstig verontreinigde polder toe te staan, mits het vlees niet gebruikt wordt voor menselijke consumptie en de effecten gemonitord worden, in overeenstemming met de wetgeving en overige doelstellingen inzake het dierwelzijn?

3. Is het de minister bekend dat de afwatering van het onderhavige gebied gezuiverd moet gaan worden voordat het op omliggend boezemwater geloosd mag worden? Zo ja: kan in een dergelijke situatie het drenken van de dieren met ditzelfde water dan wél verantwoord zijn?

4. Heeft de Veterinaire Inspectie zich vóór het bepalen van haar standpunt op de hoogte gesteld van de exacte samenstelling van de bodem- en grondwaterverontreiniging van de Broekpolder?

Zo nee: waarom niet?

5. Acht de minister, alles overwegende, het uitzetten van Schotse Hooglanders in deze met verontreinigd havenslib opgespoten polder verantwoord?


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie