Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord op vragen Tweede Kamer over Veiligheidsraad

Datum nieuwsfeit: 23-08-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG

Directoraat-Generaal Politieke Zaken

DGPZ/VR

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 20 augustus 1999
Kenmerk DGPZ/VR-009/99
Blad /1
Bijlage(n) 1
Betreft Beantwoording vragen van leden Van Middelkoop en Hoekema over een debat over de balans tussen het respect voor nationale integriteit en het respect van mensenrechten

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier uwer Kamer d.d. 18 juni 1999, kenmerk 2989914750, waarbij gevoegd waren de door de leden Van Middelkoop en Hoekema overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij u ingediende vragen, heb ik de eer u als bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken op vragen van de leden Van Middelkoop en Hoekema.

Vraag 1

Op welke wijze wilt u de door ambassadeur Van Walsum op 10 juni in de Veiligheidsraad geuite wens een debat te voeren over de balans tussen het respect voor de nationale soevereiniteit en territoriale integriteit en het respect van mensenrechten en fundamentele vrijheden anderzijds ten uitvoer brengen?

Antwoord

Ambassadeur Van Walsum heeft in de VR uitdrukking gegeven aan een gedachte die al eerder door mij was uitgedragen in mijn toespraak bij de herdenking van de eerste Haagse Vredesconferentie. Het gaat in beide gevallen over het dilemma dat de internationale gemeenschap enerzijds niet langer accepteert dat de mensenrechtensituatie in een land het exclusieve domein van de eigen regering is, terwijl anderzijds het soevereiniteitsbeginsel nog steeds het uitgangspunt is van de internationale rechtsorde.

Het ligt voor de hand dat Nederland, gezien zijn internationaal-rechtelijke traditie, een actieve bijdrage levert aan dit debat. Ik heb het voornemen deze discussie op korte termijn een verdere impuls te geven. Hiertoe zal op korte termijn een seminar worden gehouden met een aantal gelijkgezinde partners vanuit zowel politiek als juridisch perspectief. Doel van dit seminar zal zijn:

a) te komen tot een heldere definiëring van het probleem;

b) te bespreken hoe het volkenrecht verder ontwikkeld zou kunnen worden om meer helderheid te verschaffen over de voorwaarden waaronder humanitaire interventie gerechtvaardigd kan zijn en hoe misbruik van deze mogelijkheid kan worden voorkomen;

c) te bespreken op welke wijze brede aanvaarding van het beginsel van humanitaire interventie bevorderd kan worden.

Vraag 2

Is het uw voornemen daarbij al dan niet rekening te houden met de uitkomst van de bodemprocedure in de zaak die de Federale Republiek Joegoslavië bij het Internationaal Gerechtshof mogelijkerwijs verder wil voortzetten?

Antwoord

Een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof in de bodemprocedure van de zaak van de Federale Republiek Joegoslavië tegen o.a. Nederland laat nog geruime tijd op zich wachten, waarbij het overigens geenszins duidelijk is, of het Hof tot een inhoudelijk oordeel zal kunnen komen. Aangezien het mijn bedoeling is, de discussie, bedoeld onder vraag 1, op korte termijn een aanvang te laten nemen, is het niet raadzaam op de uitspraak van het Hof te wachten. Mocht het Hof t.z.t. tot een inhoudelijk oordeel komen, dan zal dat oordeel uiteraard wel in de verdere discussie worden betrokken.

Vraag 3

Wilt u dit debat nog entameren gedurende het lidmaatschap van Nederland van de Veiligheidsraad?

Antwoord

Zoals onder vraag 1 gesteld ben ik voornemens een debat over de toelaatbaarheid van humanitaire interventie de komende maanden te entameren, dus nog tijdens het lidmaatschap van de Veiligheidsraad. Overigens is de Veiligheidsraad niet noodzakelijk het enige, en vooralsnog in elk geval niet het meest voor de hand liggende forum om deze discussie te voeren. Een openbaar debat in de Raad zou op dit moment vermoedelijk vooral verschillen van mening blootleggen. Wat de Veiligheidsraad betreft zal deze discussie dus middels informele sonderingen moeten gaan plaatsvinden.

Vraag 4

Wat zal de inzet van Nederland zijn in dit debat? Wilt u bij de voorbereiding juridische adviezen inwinnen bij daarvoor in aanmerking komende adviesraden en/of deskundigen?

Antwoord

Het volkenrecht heeft geen goed antwoord op de vraag, wat dient te gebeuren indien er sprake is van onaanvaardbaar menselijk lijden in een land, waaraan de regering van het desbetreffende land schuldig is, en de Veiligheidsraad het niet eens wordt over een mandaat voor militair ingrijpen. Het feit dat de Veiligheidsraad in sommige situaties niet in staat is zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen, mag de internationale gemeenschap niet verplichten tot werkeloos toezien. Soevereiniteit blijft daarbij een belangrijk element: een internationale rechtsorde zonder soevereiniteit is niet goed denkbaar. Soevereiniteit brengt echter niet alleen rechten, maar ook plichten met zich mee.

De inzet van de regering in het te voeren debat zal zijn te bezien of het mogelijk is te komen tot duidelijke en algemeen aanvaardbare criteria, waaraan humanitaire interventies zullen moeten voldoen. Na eerste oriënterende gesprekken in kleine kring, zal bezien worden welke nadere adviezen terzake nog ingewonnen dienen te worden.

Vraag 5

Wilt u vooraf de Kamer inlichten over uw voorstellen en de wijze waarop u deze in het debat wilt inbrengen?

Antwoord

Ik zal de Kamer gaarne op de hoogte houden van de ontwikkelingen.

Vraag 6

Deelt u overigens de met terugwerkende kracht geuite veroordeling door de ambassadeur, van het beleid dat destijds ook door Nederland werd gevolgd om Cambodja i.c. de Khmer Rouge de Cambodjaanse VN-zetel te laten bekleden? Zo ja, welke conclusies trekt u uit deze veroordeling?

Antwoord

Na de Vietnamese invasie die de Khmer Rouge ten val bracht, werd de internationale gemeenschap geconfronteerd met een wezenlijk politiek probleem: het al dan niet innemen van de Cambodjaanse zetel in de VN door een regime dat door een buitenlandse mogendheid met geweld aan de macht was geholpen.Nederland was op dat moment vooral beducht voor een precedentswerking ten tijde van de Koude Oorlog. Een vergelijkbare afweging zou mogelijk nu tot een ander resultaat leiden.

Sinds het einde van de Koude Oorlog zijn immers de ontwikkelingen en het denken op het gebied van humanitaire interventie snel gegaan. Zo was het tot 1990 vrijwel ondenkbaar dat mensen-rechtenkwesties in een orgaan als de Veiligheidsraad op de agenda stonden. Resolutie 688 uit 1991 inzake bescherming van de Koerden bevat echter een rechtstreekse verwijzing naar de mensenrechten van alle Iraakse burgers. Het menselijk drama dat zich vervolgens in Bosnië en Ruanda afspeelde, leidde tot daadwerkelijke internationaal-strafrechtelijke stappen die tot die tijd onmogelijk waren, met als voorlopig hoogtepunt de aanvaarding van het Statuut van het Internationaal Strafhof.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie