Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CBS Conjunctuurbericht augustus 1999

Datum nieuwsfeit: 26-08-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
expostbus51


CBS


CBS:Conjunctuurbericht augustus 1999

Algemeen: aanhoudend goed nieuws
De Nederlandse conjunctuur blijft zich goed ontwikkelen. De economische groei in het tweede kwartaal van dit jaar bedroeg 3,2%. Het is voor het dertiende opeenvolgende kwartaal dat het stijgingspercentage boven de drie procent ligt. Het volume van het BBP was in de eerste helft van dit jaar 3,1% groter dan in het eerste halfjaar van 1998. Dit cijfer blijft weinig achter bij de relatief hoge groei die over 1998 als geheel werd gemeten. De gezinsconsumptie is opnieuw de motor van de economische groei. Het volume van de binnenlandse gezinsconsumptie in de eerste helft van dit jaar was 4,0% groter dan in het overeenkomstige tijdvak een jaar eerder. Het vertrouwen van de consumenten in de conjuncturele ontwikkelingen blijft ook in augustus groot. De inflatie is in Nederland relatief hoog. De stijging van de consumentenprijsindex was in juni de hoogste binnen de EU. Ook de producentenprijzen kennen een stijgende tendens. De geregistreerde werkloosheid blijft dalen. Het aantal uitgesproken faillissementen in de eerste helft van dit jaar ligt onder dat van het eerste halfjaar van 1998. De lange rente stijgt snel.

Bruto binnenlands product: economische groei zet door Het volume van het bruto binnenlands product (BBP) in het tweede kwartaal van dit jaar is 3,2% groter dan in dezelfde periode van 1998. Dit blijkt uit de eerste ramingen die in het kader van de Kwartaalrekeningen zijn gemaakt. Voor het dertiende opeenvolgende kwartaal komt de groei boven de drie procent uit. Niet alleen de lengte van de periode is opvallend, ook de geringe spreiding in de groeicijfers is opmerkelijk. Het verschil tussen het hoogste stijgingspercentage en het laagste in dit tijdvak bedraagt nog geen twee procentpunt. De vorige periode van hoogconjunctuur, de jaren 1989 en 1990, telde acht kwartalen met een groei van boven de drie procent.
De consumptie door gezinnen was ook in het tweede kwartaal van dit jaar de grootste stimulans voor de groei. De totale consumptie door gezinnen was in volume 4,1% groter dan in hetzelfde kwartaal van vorig jaar. De ontwikkeling van de investeringen in vaste activa, met name die door bedrijven, blijft mede door incidentele factoren achter bij de economische groei.

Consumentenprijsindex: hoogst in EU
De consumentenprijzen lagen in juli vergeleken met de voorgaande maand gemiddeld nagenoeg op hetzelfde niveau. De jaarlijkse aanpassing van de huren per 1 juli veroorzaakte een prijsstijging voor huisvesting van 3,1%. Overigens wordt de trend van voortdurend verminderende huurstijgingen ook dit jaar voortgezet. Tegenover deze stijging stonden enkele forse prijsdalingen van onder andere kleding en schoeisel en van verse groente en fruit. De inflatie, de prijsontwikkeling ten opzichte van twaalf maanden eerder, is in juli iets gedaald en bedraagt nu 2,1%. Voor vergelijkingen met de landen binnen de Europese Unie (EU) wordt de geharmoniseerde consumentenprijsindex samengesteld. In juni, het meest recente EU-cijfer, bedroeg de gemiddelde inflatie voor de EU-landen 1,0% en in de elf landen binnen de Eurozone 0,9%. In die maand kwam de geharmoniseerde index voor Nederland uit op 2,1%. Het is voor het eerst sinds de start van de geharmoniseerde index dat Nederland de hoogst gemeten inflatie heeft. In juli is dit cijfer teruggegaan naar 1,8%.

Consumptie gezinnen: groei houdt aan
Het volume van de binnenlandse consumptie door gezinshuishoudingen in juni was 5,0% groter dan in dezelfde maand van vorig jaar. Een gunstiger koopdagenpatroon was er mede de oorzaak van dat ook de consumptie van voedings- en genotmiddelen op een hoger niveau lag dan in juni 1998. Over het eerste halfjaar gemeten deed zich bij deze categorie een krimp voor. De volumegroei van de bestedingen aan duurzame goederen was in juni, met een stijgingspercentage van boven de tien, opnieuw zeer krachtig. Ook de consumptie van diensten nam bovengemiddeld toe.

Productie industrie: forse stijging chemie
Het productievolume in de industrie is in juni, na uitschakeling van invloeden van het seizoen, 1,5% kleiner dan in mei van dit jaar. Het niveau van de maand mei was echter relatief hoog. In het tweede kwartaal van 1999 nam het productievolume toe met 1,1% vergeleken met het voorgaande kwartaal. Opvallend was de vrij forse stijging van de productie in de chemische industrie. Deze steeg van het eerste op het tweede kwartaal in volume met 4,8%. In de eerste drie maanden van 1998 lag het niveau van de industriële productie op een relatief hoog niveau. De daaropvolgende drie kwartalen liep de productie licht terug. Het niveau van de productie ligt in het eerste halfjaar van 1999 nog net onder dat van de eerste zes maanden van vorig jaar. Vergeleken met de tweede helft van 1998 is het productievolume in de industrie echter met 0,8% toegenomen.

Producentenprijzen: in juni verder gestegen
De afzetprijzen van Nederlandse industriële producten zijn tussen mei en juni van dit jaar met 0,5% gestegen. De binnenlandse afzetprijzen stegen met 0,3%. De exportprijzen gingen met 0,5% omhoog. Kleine dalingen van de afzetprijzen zijn onder andere waargenomen in de chemische industrie en de rubber- en kunststofverwerkende industrie. Het niveau van de afzetprijzen van de Nederlandse industrie wordt sinds begin 1998 voornamelijk bepaald door forse prijsfluctuaties in de aardolie-industrie. Deze schommelingen in de prijzen hangen op zich weer nauw samen met de prijsontwikkeling van de ruwe aardolie. De prijs van ruwe aardolie is van mei op juni met ongeveer 3% gestegen. Door prijsdalingen in 1998 ligt het prijsniveau van industriële producten in juni van dit jaar nog steeds 1,3% lager dan in dezelfde maand vorig jaar. De prijs van de in de industrie verbruikte grondstoffen en halffabrikaten zijn in juni vergeleken met mei met 1,2% omhoog gegaan. De in Nederland ingekochte grondstoffen en halffabrikaten zijn tweemaal zoveel in prijs gestegen als die afkomstig uit import. Ten opzichte van juni vorig jaar liggen de verbruiksprijzen in de industrie 0,1% lager. Het prijsniveau van de in Nederland ingekochte grondstoffen en halffabrikaten lag in deze periode 1,2% lager, terwijl de ingevoerde grondstoffen 0,8% in prijs stegen.

Producentenvertrouwen: iets lager
Het vertrouwen van de ondernemers in de industrie is in juli vergeleken met vorige maand licht gedaald. Deze daling komt doordat het aantal ondernemers dat voor de komende drie maanden een stijging van de bedrijvigheid verwacht iets lager is dan in juni. De meeste ondernemers blijven echter bij hun verwachting dat de bedrijvigheid zal toenemen. Méér tevreden zijn de industriële ondernemers over de orderontvangst. Vooral de binnenlandse orders zijn toegenomen. Het oordeel over de orderpositie en de voorraden gereed product is in juli vergeleken met vorige maand ongewijzigd gebleven. Daarnaast verwachten de ondernemers in de komende maanden een stijging van de verkoopprijzen.

Consumentenvertrouwen: nagenoeg stabiel
Het vertrouwen van de consument in de ontwikkeling van de economie in ons land is in augustus ongeveer even groot als in de voorgaande maand. Per saldo werden er 16% meer positieve dan negatieve antwoorden gegeven op de vijf vragen die aan het onderzoek ten grondslag liggen. De mening over het economisch klimaat bleef nagenoeg onveranderd op 6 staan. De index van de koopbereidheid steeg met een punt naar 22.

Werkloosheid: verder gedaald
Het aantal geregistreerde werklozen kwam over de maanden mei-juli gemiddeld uit op 209 duizend. Dit is een afname met zevenduizend vergeleken met april-juni. Gebruikelijk voor deze periode van het jaar is een toename van de werkloosheid met vijfduizend. Vergeleken met dezelfde periode van vorig jaar is het aantal mensen zonder werk 60 duizend minder. De werkloosheid daalde dus met gemiddeld vijfduizend per maand. Vooral jongeren hebben de afgelopen jaren profijt gehad van de gunstige arbeidsmarkt. De jeugdwerkloosheid is echter nog bovengemiddeld. Ongewoon is dat echter niet omdat jongeren bij hun entree op de arbeidsmarkt enige tijd nodig hebben om een geschikte baan te vinden.

Faillissementen: in het eerste halfjaar afgenomen Het aantal faillissementen dat in het eerste halfjaar over bedrijven en instellingen (exclusief eenmanszaken) werd uitgesproken bedroeg 1213. Dit is 4% minder dan in dezelfde periode van vorig jaar. Particuliere personen, al of niet met een eigen bedrijf, kunnen sinds 1 december 1998 gebruik maken van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Hierdoor kan een dreigend faillissement worden afgewend. Deze categorie blijft in de in het Conjunctuurbericht opgenomen cijfers buiten beschouwing. Het aantal faillissementen is niet in alle bedrijfstakken afgenomen. In de bouwnijverheid, de handel en reparatiebedrijven en de financiële instellingen is het aantal uitgesproken faillissementen juist fors gestegen. Niet alleen per bedrijfstak, maar ook per provincie is het beeld zeer divers. In Drenthe, Utrecht en Flevoland nam het aantal faillissementen relatief sterk toe. De procentuele afname is het grootst in Zeeland, Friesland en Zuid-Holland. Weliswaar nam in laatstgenoemde provincie het aantal faillietverklaringen met 14% af, in absolute aantallen blijft Zuid-Holland aan kop met 260 uitgesproken faillissementen.

Rente: lange rente stijgt snel
De indicator voor de rente op lange termijn, het rendement op staatsobligaties, loopt snel op. In januari werd het laagste niveau van gemiddeld 3,71% bereikt. Daarna is de rente voortdurend opgelopen. Het gemiddelde over juli lag op 4,58%. Op 23 augustus steeg het niveau tot 4,92 %. De indicator voor de korte rente, de daggeldrente, laat een ander beeld zien. In de loop van 1999 kende deze juist een dalende tendens. Het gemiddelde niveau in juli was 2,52%; zo'n 0,6 procentpunt onder het gemiddelde niveau van januari.

FOCUS

De eerste helft van 1999

Economische groei
Het volume van het bruto binnenlands product (BBP) is in het tweede kwartaal van 1999 met 3,2% toegenomen ten opzichte van dezelfde periode van het jaar daarvoor. Het groeicijfer voor de eerste helft van dit jaar komt daarmee uit op 3,1%. Dit is slechts 0,2 procentpunt lager dan de groei voor het laatste halfjaar van 1998. Het BBP is gelijk aan de som van de toegevoegde waarden van de in Nederland geproduceerde goederen en diensten. De commerciële dienstverlening levert de belangrijkste bijdrage aan de groei van het BBP. Het volume van de toegevoegde waarde van deze categorie neemt met 4,0%. Vooral de productie van de bedrijfsklasse post en telecommunicatie stijgt fors. De productietoename in de niet-commerciële dienstverlening (1,7%) en de goederenproductie (1,6%) blijft achter bij die van de commerciële dienstverlening. Voor de niet-commerciële dienstverlening is zij echter in historisch perspectief gezien relatief hoog. Het groeitempo bij de goederenproducenten is behoorlijk gedaald sinds het midden van 1998, vooral door het achterblijven van de industriële productie.

Consumptie gezinnen
De consumptieve bestedingen van huishoudens in Nederland liggen in de eerste helft van dit jaar 4,0% hoger dan in dezelfde periode van 1998. In 1999 blijven de groeicijfers op een relatief hoog peil, hoewel zij iets lager liggen dan in de laatste twee kwartalen van vorig jaar. Duurzame consumptiegoederen zijn nog steeds in trek (+8,9%), terwijl de bestedingen aan overige goederen en diensten een stabiele groei vertonen. Hierbij blijven de uitgaven aan voedings- en genotmiddelen duidelijk achter. Al sinds het tweede kwartaal van 1996 zijn de groeicijfers lager dan die van de overige twee categorieën. Ook op de lange termijn bezien loopt het aandeel van de voedings- en genotmiddelen terug. In 1960 was het aandeel van deze categorie in de consumptieve bestedingen nog 37 procent, terwijl het in 1998 was gedaald tot minder dan 14 procent. Ook het aandeel van duurzame goederen is overigens gedaald, van 28% naar minder dan 19%. Een belangrijk deel van dit veranderde consumptiepatroon is toe te schrijven aan de inkomensstijging van de afgelopen decennia. Het hogere inkomen is door huishoudens, voor zover het werd aangewend voor particuliere consumptie, vooral besteed aan diensten en overige goederen.

Inflatie
De inflatie, gemeten als de procentuele verandering van het consumentenprijsindexcijfer, komt voor de eerste helft van 1999 uit op 2,2%. Dit is gelijk aan de geldontwaarding van dezelfde periode vorig jaar, maar het betekent een stijging van 0,4 procentpunt ten opzichte van de tweede helft van 1998. De ontwikkeling van het totale prijsindexcijfer verhult de verschillen tussen artikelgroepen. Zowel de hoogte als de fluctuatie van de prijsstijging verschilt. In de categorie voeding en bij recreatie en cultuur is de prijsontwikkeling vrij gelijkmatig, terwijl deze in andere groepen behoorlijk schommelt. De categorieën huisvesting, water, elektriciteit en gas kenden over de eerste helft van 1999, vergeleken met het overeenkomstige tijdvak een jaar eerder, de grootste prijsstijging. Ook in 1998 nam het prijsniveau in deze groep flink toe. Stoffering en huishoudelijke apparaten werden in de eerste helft van dit jaar 2,6% duurder. Deze stijging is meer dan twee keer zo groot als in de eerste helft van 1998. Kleding en schoeisel stegen daarentegen in de eerste helft van 1999 veel minder in prijs dan in 1998. De categorie vervoer is in de eerste helft van 1999 in prijs gestegen nadat de kosten hiervan in de laatste helft van vorig jaar waren gedaald.

Werkloosheid
De geregistreerde werkloosheid is in het eerste halfjaar van 1999 verder gedaald en komt in het tweede kwartaal gemiddeld uit op 216 duizend, het laagste niveau sinds juli 1980. Sinds 1995 neemt de werkloosheid af, waarbij de daling in 1997 en de eerste helft van 1998 het grootst was. Vergeleken met deze twee periodes is de afname dit jaar minder fors. Gemiddeld daalt de werkloosheid nu met ongeveer vijfduizend per maand. Ongeveer evenveel mannen als vrouwen staan als werkloos geregistreerd. Van de 216 duizend werklozen waren er in het tweede kwartaal 112 duizend man en 104 duizend vrouw. Dit betekent dat 2,7% van de mannelijke en 3,8% van de vrouwelijke beroepsbevolking behoort tot de geregistreerde werklozen. Het verschil tussen de percentages ligt in de jaren 90 tussen de 1,1 en 1,9 procentpunt.

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie