Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen over bijleenhypotheken

Datum nieuwsfeit: 30-08-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
expostbus51


MINISTERIE FIN

www.minfin.nl

MIN FIN: BIJLEENHYPOTHEKEN

PERSBERICHTNR. 99/178 Den Haag 30 augustus 1999

ANTWOORDEN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN OP VRAGEN VAN HET LID

VAN DE TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL MARIJNISSEN OVER

BIJLEENHYPOTHEKEN

VRAGEN:


1.

Kent u het artikel 'Hypotheekaftrek (II)'?


2.

Stelt de huidige fiscale wetgeving beperkingen aan de in het artikel beschreven hypotheekconstructie, die niet alleen aflossingsvrij is maar waarbij ook nog de verschuldigde bedragen voor rentebetaling worden toegevoegd aan de hoofdsom?


3.

Verandert er iets aan de behandeling van aflossingsvrije en bijleenhypotheken bij de uitvoering van het Belastingplan voor de 21e Eeuw?


4.

Welk marktaandeel hadden de aflossingsvrije en bijleenhypotheken in het belastingjaar 1998? Is dit aandeel groeiende? Zo ja, wat vindt u van deze ontwikkeling?


5.

Wat is de fiscale opbrengst indien de hypotheekaftrek beperkt zou worden tot constructies waarbij normaal wordt afgelost, dus de extra aftrekposten ten gevolge van aflossingsvrije en bijleenhypotheken worden geschrapt?


6.

Welk volkshuisvestingbelang dienen de aflossingsvrije en bijleenhypotheken? Ziet u enig ander maatschappelijk nut in het stimuleren van dergelijk constructies?


7.

Wordt de stabiliteit van de woningmarkt niet bedreigd door de snelle groei van hypotheekschulden, zonder dat de waarde van de gebouwen waarop de hypotheken verstrekt worden evenredig mee groeit?


8.

Bent u met ons van mening dat de bijleenhypotheek getypeerd kan worden als een constructie om de wettelijke beperkingen aan de fiscale aftrek van consumptief krediet te omzeilen? Zo ja, hoe denkt u dit gat in de wet te dichten?

ANTWOORDEN:


1.

Ja.

2 en 8.
Betaalde hypotheekrente die betrekking heeft op de verwerving, het onderhoud of de verbetering van een eigen woning is in beginsel onbeperkt aftrekbaar. De wijze waarop een belastingplichtige een dergelijke rentebetaling bekostigt speelt daarbij in beginsel geen rol. Hetzelfde geldt in beginsel voor het tijdstip, het tempo en de manier waarop de lening wordt afgelost. Met vreemd vermogen gefinancierde rente - bijvoorbeeld aan de hoofdsom toegevoegde rente - wordt tot heden ook in aftrek toegelaten, ook al heeft een belastingplichtige de financiële ruimte om deze rente uit eigen middelen te betalen of krijgt hij hierdoor de gelegenheid om een consumptieve uitgave die anders met vreemd vermogen gefinancierd zou moeten worden, uit eigen middelen te bekostigen.

Omdat het bijgeleende bedrag indirect samenhangt met de verwerving, het onderhoud of de verbetering van de eigen woning, wordt de rente die in latere jaren direct aan het bijgeleende bedrag kan worden toegerekend in de uitvoering als aftrekbare eigenwoningrente aangemerkt. Deze band wordt echter steeds losser. In het besluit van 18 mei 1998 is dan ook aangegeven dat ingeval ook deze rente weer wordt toegevoegd aan de hoofdsom, de rente die aan deze tweede toevoeging kan worden toegerekend niet meer als eigenwoningrente maar als beperkt aftrekbare persoonlijke verplichtingenrente wordt aangemerkt.


3.

De fiscale gevolgen van de bijleenhypotheek zijn betrokken bij de voorbereiding en uitwerking van het wetsvoorstel inzake de Wet inkomstenbelasting 2001. Aangezien dit wetsvoorstel nog niet bij de Tweede Kamer is ingediend kan ik daar thans niet op vooruitlopen.

4, 5 en 6.
Uit nog niet gepubliceerde gegevens uit het Woningbehoeftenonderzoek 1998 (WBO 1998), dat onder verantwoordelijkheid van het Centraal Bureau van de Statistiek en het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer wordt uitgevoerd, blijkt dat het aandeel van de aflossingsvrije hypotheken is gestegen van 3,4% in 1994 tot 17,5% in 1998. Het WBO 1998 bevat geen informatie over bijleenhypotheken.

Het volkhuisvestingsbeleid is gericht op het stimuleren van keuzevrijheid voor huishoudens wat betreft hun woonwensen. Hierin past dat het aan huishoudens is om te kiezen welke hypotheekvorm het beste is afgestemd op hun individuele behoeften. De ontwikkeling dat relatief nieuwe hypotheekvormen terrein winnen ten opzichte van meer traditionele hypotheekvormen kan passen bij gewijzigde voorkeuren van huishoudens. Ik acht het niet de taak van de overheid om bepaalde hypotheekvormen te stimuleren.


7.

Uit gegevens van het Centraal Bureau van de Statistiek blijkt dat de hypotheekschuld in de eerste helft van 1999 met 15% is toegenomen ten opzichte van 1998. In het eerste halfjaar van 1999 is de prijsstijging op basis van NVM-gegevens 14,1% geweest ten opzichte van het jaar daarvoor. De gemiddelde hypotheekschuld per woning die met een hypothecaire lening is gefinancierd, bedraagt thans f 187.000. De gemiddelde koopprijs van bestaande woningen bedraagt in het eerste halfjaar van 1999 f 295.000. Uit deze gegevens leid ik af dat de sterke groei van de hypothecaire schuld en de forse prijsstijging op de koopwoningenmarkt elkaar voor een belangrijk deel in evenwicht houden. Daarnaast is er gemiddeld gesproken een aanzienlijke overwaarde in de koopwoning aanwezig. Ik verwacht dan ook niet dat de koopsector wordt bedreigd door de groeiende schuldenlast.

Woordvoerder: mw. E.A. Hijink
Tel.nr.: 070 - 342 8229

30 aug 99 17:14

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie