Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

SCP cahier: Naar draagkracht

Datum nieuwsfeit: 01-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Sociaal Cultureel Planbureau

Persbericht van Cahier 158, verschenen op woensdag


1 september 1999


- Op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg is een proces van vermaatschappelijking in gang gezet ter verbetering van de integratie van de psychiatrische patiënt in de samenleving. Belangrijke elementen van dit proces zijn het streven naar extramuralisatie - het buiten de inrichting verlenen van zorg aan psychiatrische patiënten - en de daartoe noodzakelijke overdracht van taken van de geestelijke gezondheidszorg (RIAGG, APZ, PAAZ) naar instellingen op de terreinen van wonen, zorg en welzijn.


- Het draagvlak voor de vermaatschappelijking is niet bij alle betrokken instellingen en organisaties even sterk. Hoewel het uitgangspunt - verbetering van de integratie van de psychiatrische patiënt in de samenleving - op brede steun kan rekenen, stuiten de hiervoor noodzakelijke veranderingen op weerstanden bij een deel van de betrokkenen.


- Het zijn vooral de instellingen voor de geestelijke gezondheidszorg die de meeste aarzelingen hebben. Weliswaar zijn zij alle voorstander van extramuralisatie van de geestelijke gezondheidszorg, maar zij tonen zich nog weinig bereid om delen van hun taken over te dragen aan andere instellingen zoals het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW), de GGD, de woningcorporaties, e.d. Deze terughoudendheid lijkt vooral ingegeven door de vrees dat deze laatste instellingen onvoldoende deskundig zijn om psychiatrische patiënten op adequate wijze te begeleiden.


- Dat neemt overigens niet weg dat op lokaal en regionaal niveau steeds meer samengewerkt wordt door de instellingen en organisaties die bij de zorg voor psychiatrische patiënten zijn betrokken. Bij de totstandkoming van deze samenwerkingsrelaties spelen de lokale overheden vaak een stimulerende rol. De rol van de AWBZ-zorgkantoren daarentegen lijkt nog beperkt te zijn tot het toezicht op het nakomen van gemaakte afspraken en de fiattering van projecten voor zorgvernieuwing.


- In de regio's waar de instellingen voor geestelijke gezondheidszorg inmiddels zijn gefuseerd tot één organisatie is de samenwerking met andere partijen niet intensiever dan in de andere regio's. De gefuseerde instellingen lijken zelfs eerder geneigd zelf nieuwe voorzieningen te ontwikkelen dan de samenwerking te zoeken met al bestaand aanbod.


- De cliëntenorganisaties vinden dat zij onvoldoende invloed hebben op het beleid van aanbieders en financiers van de zorg. De cliëntenvertegenwoordigers klagen ook dat zij door de overige partijen in het regionale samenwerkingscircuit onvoldoende serieus worden genomen. Bovendien blijken de cliëntenorganisaties onderling verdeeld, wat hun toch al zwakke positie nog verder ondermijnt.

Dit zijn enkele van de bevindingen uit 'Naar draagkracht', een verkennend onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau naar het draagvlak en de draagkracht voor de vermaatschappelijking in de geestelijke gezondheidszorg.

Voor deze verkenning zijn in zes regio's in Nederland vraaggesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van diverse partijen die bij deze vermaatschappelijking betrokken zijn. Het onderzoek is uitgevoerd in de regio's Groningen, Stedendriehoek (Gelderland/ Overijssel), Den Haag, Dordrecht, Zeeland en Heuvelland en Maasvallei (Zuid-Limburg). Naast de instellingen voor geestelijke gezondheidszorg in deze regio's zijn ook die voor maatschappelijke opvang en thuiszorg (gespecialiseerde gezinszorg), de woningcorporaties en de GGD's in het onderzoek betrokken. Verder zijn gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de financiers van de zorg- en dienstverlening in de betreffende regio: het zorgkantoor en de lokale overheid, en met vertegenwoordigers van de gebruikers: de regionale cliëntenorganisaties.

Uit de gesprekken kwam naar voren dat vrijwel alle partijen voorstander zijn van de extramuralisering in de geestelijke gezondheidszorg. Het uitgangspunt dat psychiatrische patiënten zelfstandig moeten kunnen blijven wonen en deelnemen aan de samenleving kan dan ook op brede steun rekenen. De belangrijkste bedenking tegen dit beleid is de angst voor overlast voor buurtbewoners en het risico van sociaal isolement voor de psychiatrisch patiënt zelf.

Vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg houdt ook in dat de instellingen voor geestelijke gezondheidszorg een deel van hun huidige taken overdragen aan algemene instellingen op de terreinen van wonen, zorg en welzijn. Deze instellingen dienen dan samen met die voor de geestelijke gezondheidszorg zorg te dragen voor een keten van voorzieningen, die het de psychiatrische patiënt daadwerkelijk mogelijk maken in de samenleving te integreren. Het wordt daarbij de taak van de zorgkantoren en lokale overheden om er op toe te zien dat het gehele voorzieningenaanbod samenhangend en doeltreffend is.

Uit het SCP-onderzoek blijkt dat het enthousiasme voor dit onderdeel van het vermaatschappelijkingsbeleid aanzienlijk minder groot is. Zo zijn de instellingen voor geestelijke gezondheidszorg van mening dat de algemene instellingen niet over voldoende deskundigheid beschikken om psychiatrische patiënten de juiste zorg en begeleiding te bieden. Ook de lokale overheden zouden volgens de vertegenwoordigers van de geestelijke gezondheidszorg niet deskundig genoeg zijn om deze regisserende rol te vervullen. De meerderheid van de andere in het onderzoek betrokken partijen twijfelen eveneens aan de deskundigheid van de lokale overheden. Aan de andere kant achten met name de instellingen voor maatschappelijke opvang en thuiszorg (gespecialiseerde gezinszorg) zich wel degelijk in staat om zorg en begeleiding te bieden aan psychiatrische patiënten. In de praktijk doen zij dat immers al. Ook de meeste corporaties en de GGD'en menen dat zij een bijdrage kunnen leveren aan de huisvesting en opvang van mensen met psychiatrische problemen.

De onderzochte instellingen blijken in de praktijk regelmatig met elkaar samen te werken in de opvang en begeleiding van zelfstandig wonende psychiatrische patiënten. In enkele gevallen gaat het hier om structurele samenwerkingsrelaties, die zijn vastgelegd in een convenant. In andere gevallen is de samenwerking projectmatig en geconcentreerd rond een specifieke doelgroep (bv. drugsverslaafden met psychiatrische problemen of psychotische zwervers). De lokale overheden spelen een actieve rol in het stimuleren en initiëren van brede samenwerkingscircuits. Daaraan nemen zowel de regionale instelling(en) voor geestelijke gezondheidszorg deel als de, door de gemeenten gefinancierde, voorzieningen voor maatschappelijke opvang, Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW) en GGD. Ook de plaatselijke woningcorporaties zijn vaak in deze circuits vertegenwoordigd. De deelname aan de samenwerkingscircuits vanuit de geestelijke gezondheidszorg komt vooral voor rekening van de instellingen voor ambulante zorg.

In die regio's waar door fusie conglomeraten voor integrale geestelijke gezondheidszorg zijn ontstaan lijkt de bereidheid tot samenwerking met andere, algemene instellingen minder groot dan in de regio's met (nog) afzonderlijk werkende instellingen.

De contacten van de onderzochte zorgkantoren beperken zich nog tot de instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. Met de andere partijen in de regionale samenwerkingscircuits worden in de meeste gevallen nog geen structurele relaties onderhouden. In enkele regio's wordt door de zorgkantoren financieel bijgedragen aan de oprichting en instandhouding van het regionale cliëntenplatform.

De samenwerking met de thuiszorg (gespecialiseerde gezinsverzorging) is in alle onderzochte regio's beperkt tot het niveau van individuele hulpverleningssituaties.

Ook de cliëntenorganisaties zijn in geen van de regio's betrokken bij opzet en uitwerking van de samenwerkingcircuits. Hun invloed beperkt zich tot het, in enkele regio's, samen met aanbieders en financiers opstellen van de regionale zorgvisie voor de geestelijke gezondheidszorg. Uit het onderzoek komt verder naar voren dat de cliëntenorganisaties in de geestelijke gezondheidszorg zich voor overleg nog nauwelijks richten op de andere aanbieders van opvang, begeleiding of huisvesting. Ook lijken zij nog niet geneigd om aansluiting te zoeken tot andere cliënten- of patiëntenorganisaties om te komen tot een gezamenlijke belangenbehartiging op regionaal niveau.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie