Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Perspectief voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Datum nieuwsfeit: 02-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, directie Voorlichting
Datum: 02-09-1999 Home
Zoeken
Reageren

Persbericht
Nummer: 110

Hermans presenteert perspectief voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Versterken van kwaliteit en toegankelijkheid en regionale samenwerking en het bevorderen van autonomie en deregulering, zijn de uitgangspunten voor de toekomst van het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (bve). Dit schetst minister drs. L.M.L.H.A. Hermans in de Agenda bve. De Agenda bve vormt het uitgangspunt voor een discussie over de toekomst van deze sector. In deze discussie betrekt Hermans alle partijen en belanghebbenden. De dialoog richt zich op hoe zoveel mogelijk mensen de kans kunnen krijgen hun talenten te ontwikkelen, hen zo goed mogelijk uit te rusten voor de arbeidsmarkt en hen in staat te stellen een leven lang te leren.

Kwaliteit en toegankelijkheid
Mensen moeten in educatie en beroepsonderwijs die dingen kunnen leren die relevant zijn voor een goede deelname aan de arbeidsmarkt, voor maatschappelijke participatie en voor persoonlijke ontwikkeling. Het onderwijs moet bovendien zo goed mogelijk inspelen op de verschillen tussen deelnemers (maatwerk). Daar gaat het in essentie om bij versterking van de kwaliteit. Toegankelijkheid houdt in dat educatie en beroepsonderwijs een zeer breed en heterogeen samengestelde groep deelnemers kansen bieden om te leren, en die deelnemers in staat stelt hun leerproces met succes af te ronden.

Regionale samenwerking
Minister Hermans is van mening dat de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs valt of staat met regionale samenwerking. De regio is de plaats waar regionale opleidingscentra zich tot brede centra voor leren kunnen ontwikkelen. Instellingen moeten zorgen voor een sterk onderwijsklimaat en meer samenwerken met gemeenten, bedrijfsleven, andere onderwijsaanbieders en de arbeidsvoorziening.

Autonomie en deregulering
Autonomie en deregulering betekenen voor de bve-sector dat instellingen in samenhang met het bedrijfsleven meer ruimte krijgen eigen beleid te voeren. Twee zaken zijn daarbij van belang. Ten eerste het afschaffen van onnodige regelgeving. Een voorbeeld hiervan is de vereenvoudiging van de procedure voor het centraal register beroepsopleidingen (Crebo). Instellingen krijgen meer vrijheid om de opleidingen aan te bieden waar in hun regio vraag naar is. Omdat deregulering tot een andere rolverdeling kan leiden is het ten tweede van belang dat de verantwoordelijkheden van regionale opleidingscentra, landelijke organen voor het beroepsonderwijs, leerbedrijven, gemeenten en andere actoren nader worden gedefinieerd. Hierover moeten zij met elkaar in overleg.

Aan de hand van de bovengenoemde uitgangspunten wordt de aanpak van een aantal thema's beschreven. Vier thema's zijn: Leven lang leren, kwalificatiestructuren, versterking van het primaire proces en kwaliteit en publieke verantwoording.

Leven lang leren
Leven lang leren moet meer en meer een integraal onderdeel worden van het onderwijs- en scholingsbeleid. Mensen moeten zich beter bewust worden van het belang van een leven lang leren voor hun `employability'. Volgens minister Hermans moeten ze hierbij kunnen kiezen uit een ruim en overzichtelijk aanbod van voorzieningen geleverd door regionale opleidingscentra en andere scholingsinstellingen. Werkgevers en overheid moeten hieraan een stimulerende bijdrage leveren.

Kwalificatiestructuren
De interactie tussen onderwijs, samenleving en arbeidsmarkt is duidelijk zichtbaar in de wijze waarop de onderwijsdoelen voor beroepsonderwijs en educatie bereikt worden. De competenties die mensen nodig hebben om persoonlijk, beroepsmatig en maatschappelijk te functioneren staan centraal in de kwalificatiestructuur. De komende jaren ligt de nadruk op de verdere uitwerking hiervan. De SER, de Onderwijsraad en de Adviescommissie Onderwijs-Arbeidsmarkt (ACOA) spelen hierbij een belangrijke rol.

Versterking van het primaire proces
Diversiteit en maatwerk zijn de kernwoorden gezien de opleidingen, deelnemers en leerprocessen in de bve-sector. Nieuwe ontwikkelingen en innovatie moeten doordacht doorgevoerd worden. Hierbij moet rekening gehouden worden met de onderlinge samenhang tussen de verschillende beleidstrajecten. Voorbeelden hiervan zijn: informatie- en communicatietechnologie, werkend leren en de kwaliteit van ervaring opdoen in de beroepspraktijk, technocentra en kennisoverdracht onderwijs-bedrijfsleven, 1000-uren norm, examinering en externe legitimering en innovatie- en vernieuwingsbeleid. Hermans wil meer samenhang creëren in het vernieuwingsbeleid. Hij vindt dat vernieuwing een integraal onderdeel van het beleid van instellingen moet zijn. Daarom voegt hij het geld dat voorheen beschikbaar was voor afzonderlijke vernieuwingsprojecten toe aan de lumpsum. Instellingen kunnen dan zelf bepalen hoe ze het geld gebruiken om vernieuwingen door te voeren.

Kwaliteit en publieke verantwoording
Instellingen leggen met hun kwaliteitszorgverslag publieke verantwoording af. De Inspectie voor het Onderwijs is dit jaar gestart met het Integraal Instellingstoezicht (IIT). Dit is er op gericht een instelling door te lichten op een aantal kwaliteitskenmerken zoals toegankelijkheid en doelmatigheid van het primaire proces. Eind 1999 vindt een eerste evaluatie plaats van de ervaringen met het IIT.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie