Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak Defensie ter gelegenheid van project BBT-totaal

Datum nieuwsfeit: 02-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Defensie

Toespraak ter gelegenheid van het project BBT-totaal

02-09-1999

Dames en heren,

Hoewel ik hier niet voor de eerste keer ben, moet ik bekennen dat toen ik hier vanmorgen aankwam, ik opnieuw onder de indruk was van dit schitterende Gouvernement in deze bourgondische provincie. Ik kan me dan ook levendig voorstellen dat het een bijzonder groot genoegen is om hier gouverneur te zijn. Je kunt je afvragen, nu we vandaag toch over werk praten: wat nu mooier is, staatssecretaris van Defensie of gouverneur van Limburg? Ik stel voor, meneer Van Voorst, dat we het daar straks nog maar eens over hebben, maar dan wel onder vier ogen.

Nu wil ik u graag danken voor uw gastvrijheid en vooral voor uw stimulerende rol bij de totstandkoming van het project dat hier vanochtend wordt gepresenteerd. Een project dat gaat over werk, over voorbereiden op en bemiddelen naar werk. Dit onderwerp is so wie so van groot belang, maar voor Defensie bevat het een aantal heel bijzondere elementen. Het is een onderwerp dat mij na aan het hart ligt, dat ik ken vanuit de wereld van de vakorganisaties, vanuit de Tweede Kamer als VVD-woordvoerder Sociale Zaken en nu weer vanuit de personeelsportefeuille die ik bij Defensie beheer. U heeft zojuist aangegeven hoe het project past binnen de context van het Limburgse Maasmodel. Als lid van het kabinet zal ik maar niet ingaan of en zo ja wat het verschil is tussen het Hollandse Poldermodel en het Limburgse Maasmodel. Wel wil ik, in aanvulling daarop, het project binnen de defensie-context plaatsen.

Dames en heren

Door de gewijzigde veiligheidssituatie is er in de afgelopen jaren veel veranderd bij Defensie en zal er nog veel meer veranderen. Eind van dit jaar hopen we met een nieuwe Defensienota die veranderingen voor langere tijd vast te pinnen. Hoe dan ook, de tijd van het verdedigen van het vaderland, en dan voornamelijk in de achtertuin van onze buren, het beeld dat veel heren in ons gezelschap uit hun dienstplichttijd hebben overgehouden, strookt anno 1999 niet meer met de werkelijkheid. De taken, de werkwijze en de cultuur van de krijgsmacht zijn ingrijpend veranderd. De krijgsmacht is een beroepskrijgsmacht, met vrijwilligdienend personeel. Ons personeel verricht op vele plaatsen ter wereld moeilijke opdrachten onder zware omstandigheden en in wisselende structuren. Ons personeel maakt aan de ene kant gebruik van high-tech apparatuur en zware wapens, terwijl het aan de andere kant als diplomaat en hulpverlener wordt ingezet. Dat vraagt nogal wat. Flexibiliteit en professionaliteit zijn dan ook in meerdere opzichten sleutelwoorden.

Zowel voor de algemene verdedigingstaak als voor crisisbeheersingsoperaties zijn parate, snel inzetbare eenheden van groot belang. De opbouw van het personeelsbestand van de Nederlandse krijgsmacht moet aansluiten op de eisen die aan een moderne, flexibele, snel inzetbare en professionele krijgsmacht in de 21e eeuw worden gesteld. Hoe Defensie op die weg voort wil gaan en welk personeelsbeleid daarvoor in de toekomst nodig is, zal worden verwoord in de Defensienota die zoals ik zojuist zei eind dit jaar zal worden uitgebracht. Toch wil ik u hierop al een voorschot nemen omdat het project van vandaag daarin naadloos past. Zij het dat de titel BBT-totaal mijns inziens dan achterhaald zal zijn, maar daarover straks meer.

Zo'n veertig procent van het militair defensiepersoneel bestaat op dit moment uit militairen met een tijdelijke aanstelling. Deze militairen vormen de basis van het personeelsbestand van de krijgsmacht en vervullen vooral operationele functies. Zestig procent van het personeel is voor onbepaalde tijd aangesteld en vervult voornamelijk functies in de organisatie waarvoor onder meer een langdurige militaire ervaring vereist is.

De operationele component van de krijgsmacht zal in de toekomst worden versterkt door een verkleining van de bovenbouw een forse uitbreiding van de basis van de defensie-organisatie. Daarmee zal de inzetbaarheid van de krijgsmacht verhoogd worden, waardoor Defensie nog flexibeler kan inspelen op veranderende omstandigheden. De professionaliteit van de operationele component zal worden verhoogd door voor militairen in de diepte te investeren in zowel kennis- als ervaringsopbouw. Dat is niet alleen goed voor militairen die in het nieuwe systeem ervoor kiezen voor langere tijd bij Defensie te blijven, maar ook voor hen die slechts kort bij ons blijven. Het maakt het werk bij Defensie aantrekkelijker, het vertserkt de positie van militairen op de civiele arbeidsmarkt en uiteindelijk leidt het tot een situatie van werkzekerheid.

Deze omschakeling kan niet zonder gevolgen blijven voor ons personeelsbeleid. De personeelsvoorziening van de krijgsmacht is, net als bij andere bedrijven, afhankelijk van de arbeidsmarkt. In de huidige krappe arbeidsmarkt is het al een aardige heksentoer om voldoende personeel te kunnen werven. Velen van u kunnen daarvan waarschijnlijk meespreken.

Voor Defensie is de instroom, de doorstroom en de uitstroom van personeel een integraal proces. Zo moeten we aan de ene kant ons beste beentje voorzetten om voldoende personeel binnen te halen, maar we zullen ook veel energie moeten steken in het terugbrengen van tijdelijk personeel op de arbeidsmarkt.

Dat laatste is ongeacht de conjuncturele situatie een belangrijke voorwaarde voor de personeelsvoorziening als geheel. Willen wij voldoende personeel kunnen aantrekken voor een tijdelijke aanstelling dan zullen wij dat personeel ook buiten Defensie werkzekerheid moeten bieden na afloop van de aanstelling. Dat betekent investeren in opleidingen voor militairen die tijdelijk bij defensie werken. Dat betekent dat werkgevers moeten weten dat als zij een ex-militair in dienst nemen, dat zij een jonge man of vrouw in hun gelederen krijgen die uit het goede hout is gesneden en daar bedoel ik mee, iemand die gemotiveerd is, die ruime werkervaring heeft, die kan werken onder wisselende en stressvolle omstandigheden, die leiding kan geven, die zelfstandig is en vooral goed is opgeleid. Werkzekerheid, externe employability voor tijdelijk dienend personeel is dan ook een cruciaal element in het personeelsbeleid van Defensie.

Natuurlijk investeert Defensie nu al in de externe employability van tijdelijk personeel. Waar mogelijk wordt na afloop van de aanstelling het personeel met op zijn minst een startkwalificatie teruggeleid naar de arbeidsmarkt. Daartoe streeft Defensie naar erkenning van tijdens de aanstellingsperiode verworven kwalificaties en competenties, naar civiele erkenning van defensieopleidingen en worden er mogelijkheden geboden tot het volgen van civiele scholing. Dit employabilitybeleid zal worden geïntensiveerd. Dat is een voorwaarde voor de ombouw van het personeelsbestand in de toekomst. Ook andere overwegingen spelen daarbij nadrukkelijk een rol. In de huidige kennismaatschappij veroudert kennis snel en daarom wordt wordt door werkgevers voortdurend in werknemers geïnvesteerd. Op alle opleidingsniveaus en in elke branche bestaat de noodzaak van continue bijscholing: een leven lang leren'. Dat betekent dat meer dan ooit - voorzover dat niet al uit de kennis en werkervaring in de krijgsmacht voortvloeit - de externe employability van tijdelijk militair personeel op peil moet worden gebracht en gehouden om succesvol over te kunnen stappen naar de civiele arbeidsmarkt. U weet wel, die mensen die uit het goede hout zijn gesneden. Ook dienen de employability-inspanningen een maatschappelijk doel. De investering in de meerwaarde van de duizenden militairen die jaarlijks de krijgsmacht verlaten draagt bij aan het werkgelegenheidsbeleid van de regering en aan de concurrentiekracht van het Nederlandse arbeidspotentieel. Het employabilitybeleid van Defensie sluit, zoals gezegd, aan op regeringsprogramma's als "een leven lang leren" en "een sluitende aanpak". Het maakt bovendien deel uit van het Nationaal Actieplan Werkgelegenheid.

Defensie kan het niet alleen. In splendid isolation' komen wij nergens. Defensie werkt aan meer openheid en meer maatschappelijke betrokkenheid. Ook in dit geval. Wij zoeken samenwerking met andere actoren op de arbeids- en scholingsmarkt; onder meer dus met u: werkgevers- en werknemersorganisaties, lokale en provincale overheden, arbeidsbemiddelaars en scholingsinstellingen. Zoals u hier in Limburg met uw Maasmodel en uw Vertrouwenspact Werkgelegenheid heeft ingezien dat u alleen gezamenlijk verder komt, heeft ook Defensie dat inzicht opgedaan.

De haalbaarheid van een grote component tijdelijk personeel staat of valt met een betere aansluiting op de arbeidsmarkt. Indien we mensen niet in het vooruitzicht kunnen stellen dat ze vrijwel zeker goed terecht kunnen op de arbeidsmarkt, halen we ze ook niet in voldoende mate binnen. Dus verjonging, flexibilisering en professionalisering, gaan hand in hand met een goede aansluiting op de arbeidsmarkt.

De krijgsmachtdelen: marine, landmacht, luchtmacht en marechaussee zullen elk invulling moeten geven aan het nieuwe defensie-employabilitybeleid. Gelet op de grote verschillen tussen deze organisaties zullen zij daarin elk hun eigen accenten leggen. Maar ook hier geldt dat samenwerking troef is. Het kan en mag niet zo zijn dat door onderlinge concurrentie of door onvoldoende coördinatie het resultaat te wensen over laat. Ook moet voor onze partners op de arbeidsmarkt duidelijk zijn wie zij bij Defensie kunnen aanspreken. Daarom is onlangs een Coördinatiegroep Employability Defensie in het leven geroepen. Onder voorzitterschap van commodore Hans Willems zijn alle krijgsmachtedelen hierin vertegenwoordigd door hun plaatsvervangend directeur personeel. Deze coördinatiegroep - die hier overigens aanwezig is - zal het employabilitybeleid van de krijgsmachtdelen onderling afstemmen en waar mogelijk gezamenlijk optreden stimuleren. Bovendien treedt de coördinatiegroep op als aanspreekpunt voor alle actoren op de arbeidsmarkt die samenwerken of samenwerking zoeken met Defensie.

Terug naar vandaag. Het zal u duidelijk zijn dat dit (proef-) project een belangrijke stap is in het nieuwe personeelsvoorzienings- en employabilitybeleid van Defensie. Het past binnen de kaders die ik u heb geschetst. De landmacht zal namens Defensie de regie voeren maar ook hier geldt dat zoveel mogelijk de samenwerking met andere krijgsmachtdelen zal worden gezocht. Om dat te onderstrepen treft u zo dadelijk bij de stands in de pauze niet alleen personeelsmensen van de landmacht aan maar ook van de marine, luchtmacht en marechaussee.

Voordat de generaal-majoor Strik het woord van mij overneemt en het project BBT-totaal zal toelichten, wil ik graag het belang voor Defensie als geheel nogmaals onderstrepen. Echter wat is een BBT-er? Degene hier in de zaal die niet bij Defensie werken zullen daar terecht vraagtekens bij zetten. Het betekent Beroeps Bepaalde Tijd en is een term die voortkomt uit de verschrikkelijke afkortingencultuur die bij Defensie heerst. Het is echter ook een term die de lading niet dekt. De BBT-er en de BOT-er, de beroeps voor onbepaalde tijd, hebben beide dezelfde professie: ze zijn allebei militair. Ze worden allebei ingezet voor moeilijke en zware klussen. Ze opereren zij aan zij en ze hebben hetzelfde pak aan. Als er al onderscheid is, dan zal die in de nieuwe personeelsstructuur nog verder vervagen. Dit betekent dat we in de toekomst de termen BBT-er of BOT-er niet meer zullen gebruiken en gewoon te spreken over militairen.

Tot slot wil ik al degenen die zich voor dit project hebben ingezet hartelijk danken. Ik spreek de hoop uit wij met z'n allen na verloop van tijd zullen kunnen concluderen dat het Maasmodel ook voor en met Defensie werkt.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie