Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

SER-advies: Extra inkomenssteun langdurige minima

Datum nieuwsfeit: 03-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
SER

3 september 1999

Ontwerpadvies SER:
EXTRA INKOMENSSTEUN LANGDURIGE MINIMA EN MINIMA MET KINDEREN

Een bijzondere verhoging van het minimumloon en de daaraan gerelateerde minimumuitkeringen is niet wenselijk gelet op de negatieve effecten op de werkgelegenheid. Wel is er aanleiding voor een extra inkomenssteun van 1 procent voor huishoudens met kinderen die op een minimumuitkering zijn aangewezen en huishoudens die langdurig van een minimumuitkering moeten rondkomen.

Dat staat in het ontwerpadvies(1) Bijzondere aanpassing minimumloon, dat is voorbereid door de Commissie Minimumloon van de SER, onder voorzitterschap van prof.dr. A.H.J. Kolnaar. Het gaat om een reactie op een adviesaanvraag van minister De Vries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 februari 1999. De minister vroeg of er omstandigheden zijn die een bijzondere aanpassing van het minimumloon (en de daaraan via de netto-netto-koppeling gerelateerde minimumuitkeringen) wenselijk maken. Op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is de minister verplicht eens in de vier jaar na te gaan of een bijzondere aanpassing gewenst is. Zelf vindt het kabinet een bijzondere verhoging van het minimumloon ongewenst vanwege de nadelige effecten op de werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Bovendien zijn sociale minima beter geholpen met gerichte maatregelen dan met een algemene verhoging van het minimumloon, aldus de minister.

Bijzondere aanpassing minimumloon
De commissie constateert dat het aanpassingsmechanisme van de WML de afgelopen vier jaar steeds tot een koppeling heeft geleid tussen enerzijds de contractlonen in de marktsector en de collectieve sector en anderzijds de minimumlonen en de sociale uitkeringen. Mede daardoor is ook het verschil tussen de ontwikkeling van het minimumloon en de verdiende lonen beperkt gebleven.
Op zich zou dit verschil in ontwikkeling gecorrigeerd kunnen worden door een bijzondere verhoging van het minimumloon, maar de commissie vindt dat dit niet opweegt tegen de te verwachten negatieve effecten daarvan op de werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

De commissie signaleert evenwel dat het verschil in welvaartsontwikkeling tussen huishoudens van actieven en die van inactieven is toegenomen. Dit hangt met name samen met het feit dat de dynamiek in de inkomensontwikkeling van de huishoudens van werkenden groter is dan die van niet-werkenden. Een belangrijke factor daarbij is de toename van het aantal huishoudens met tweeverdieners. Het verschil in welvaartsontwikkeling tussen huishoudens van actieven en die van inactieven wringt vooral bij huishoudens met kinderen die op een minimumuitkering zijn aangewezen en huishoudens die langdurig zijn aangewezen op een uitkering op minimumniveau. Daarom acht de commissie een extra koopkrachtondersteuning van 1 procent voor deze minima gewenst.

Deze extra koopkrachtondersteuning kan naar de mening van de commissie het beste vorm worden gegeven door in het bruto-netto-traject lastenverlichtende fiscale maatregelen te nemen en andere maatregelen te treffen die vooral een gunstige uitwerking hebben op de inkomenspositie van de bovengenoemde minima.
Voor de financiering van deze maatregelen denkt de commissie aan het benutten van de budgettaire ruimte die in deze kabinetsperiode beschikbaar is en nog beschikbaar zal komen.

i/a-ratio
De adviesaanvraag geeft de commissie aanleiding de aanpassing van het minimumloon in een breder perspectief te zien. De commissie gaat daarom ook nader in op de gronden waarop de minister kan besluiten de lonen en de sociale uitkeringen te ontkoppelen. Volgens de wet kan in een tweetal situaties worden ontkoppeld: als de loonontwikkeling de werkgelegenheid bedreigt en als de volumeontwikkeling van de uitkeringen de premie- of belastingdruk vergroot. Om dit vast te stellen, koerst het kabinet uitsluitend op de verhouding tussen inactieven en actieven (i/a-ratio). De commissie heeft hier bezwaren tegen. Zo is het verschil tussen de huidige norm voor de i/a-ratio en het feitelijke niveau zelfs dermate groot, dat de in de wet genoemde afwijkingsgronden buiten spel worden gezet. Daarom doet de commissie een aantal suggesties om de in de wet genoemde afwijkingsgronden beter tot hun recht te laten komen.

Afstand minimumloon-laagste loonschalen
Ook wijst de commissie - evenals in vorige adviezen - op het belang van een verkleining van de afstand tussen minimumloon en de laagste loonschalen. De sociale partners moeten hieraan blijven werken, aldus de commissie.

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie