Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Reactie BUZA op notitie VVD massavernietigingswapens Iran

Datum nieuwsfeit: 03-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie

van Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

Directie Veiligheidsbeleid

Afdeling Nucleaire Aangelegenheden en

Non-Proliferatie

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 3 september 1999
Kenmerk DVB/NN-406/99
Blad /7
Bijlage(n)
Betreft Reactie op de notitie VVD Tweede Kamerfractie,

d.d. 30 juli jl.
. Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier van de vaste kamercommissie voor Buitenlandse Zaken uwer Kamer, d.d. 5 augustus 1999, kenmerk 52/99 BuZa, waarbij gevoegd een notitie van de VVD Tweede Kamerfractie getiteld 'Massavernietigingswapens in Iran' heb ik de eer u, mede namens de Minister van Defensie, hierbij een reactie te doen toekomen. De in de notitie vermelde feiten kunnen door de regering niet in het openbaar worden getoetst. De Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten laat een dergelijke openbare beoordeling niet toe. Vanzelfsprekend ben ik bereid om met uw kamer in besloten overleg nader te spreken.

I. Inleidende samenvatting

Naar aanleiding van de notitie van de Tweede Kamerfractie van de VVD over 'Massavernietigingswapens in Iran' wordt in deze brief uiteengezet met welk beleids-instrumentarium proliferatie van massavernietigingswapens (MVW) zowel wereldwijd wordt aangepakt, als ten aanzien van Zuid-Azië en het Midden-Oosten, inclusief Iran. Vorig jaar werd uitgebreid op deze materie ingegaan met een notitie (vergaderjaar 1997-1998, 26 051, nr. 1) over de proliferatie van nucleaire, biologische en chemische wapens en de consequenties daarvan voor de krijgsmacht. Ook in de Hoofdlijnennotitie (vergaderjaar 1998-1999, 26 382, nr. 1) wordt ingegaan op het veiligheidsrisico dat uitgaat van de verspreiding van MVW. De notitie van de Tweede Kamerfractie van de VVD over 'Massavernietigingswapens in Iran' onderstreept de aanhoudende zorg die leeft in de Kamer en is een welkome bijdrage aan het debat over dit onderwerp.

Het beleids-instrumentarium om proliferatie te voorkomen en tegen te gaan bestaat uit de beïnvloeding van de politieke motieven van landen die prolifereren, versterking van het Non-Proliferatieverdrag, het Chemische Wapensverdrag en Biologische Wapensverdrag, strikte handhaving van exportcontroleregimes zoals deNuclear Suppliers Group, de Australia Group en het Missile Technology Control Regime en ( politieke) beïnvloeding van (potentiële) leverancier-landen, zoals Rusland en Noord-Korea. De regering zet deze instrumenten zowel bilateraal als in EU-verband actief in.

De proliferatie van massavernietigingswapens valt ondanks het bestaande wereldwijde non-proliferatieregime niet volledig uit te bannen. In het geval van Iran houdt de regering ernstig rekening met de mogelijkheid dat het land thans - of in de nabije toekomst - over MVW en overbrengingsmiddelen beschikt. Dit leidt mogelijk tot destabilisatie. Een eventueel gewapend conflict in de regio zal zeer ernstige humanitaire gevolgen hebben. De verspreiding van MVW in de toch al gecompliceerde regionale situatie waarin Iran zich bevindt dient te worden tegengegaan. Maar ook vanuit een Europees veiligheidsbelang zal de regering, ook in EU-verband, het huidige beleid t.a.v. van non-proliferatie onverminderd voortzetten en hoog op de politieke agenda te houden. De vraag of er militaire mogelijkheden zijn om de aanwezigheid en ontwikkeling van MVW en hun overbrengingsmiddelen tegen te gaan wordt in het specifieke geval van Iran ontkennend beantwoord. De suggestie in de VVD-notitie om de toeleverende landen een perspectief te bieden teneinde de export van kennis en materieel naar Iran tegen te gaan, acht ik waardevol en verdient nadere uitwerking. Tot slot deelt de regering de opvatting van de overige EU-landen dat bij de huidige stand van zaken positieve ontwikkelingen in het Iraanse beleid beter kunnen worden bereikt door middel van dialoog dan door een beleid van isolering.

II. Aanpak van de proliferatie van MVW

De regering hanteert verschillende beleidsinstrumenten om de proliferatie van MVW en de effecten daarvan te bestrijden (zie II a tot en met II e). De aanwezigheid van MVW en hun overbrengingsmiddelen dragen aanzienlijk bij tot het voortduren van de instabiliteit in het Midden-Oosten en Zuid-Azië. Beïnvloeding van de politieke motieven die landen aanzetten tot proliferatie is moeilijk.

Het onderlinge wantrouwen tussen de landen in de regio blijkt onder meer uit het gegeven dat de defensie-uitgaven als percentage van het BNP tot de hoogste ter wereld behoren. Daarentegen waren volgens het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) in 1996 de Iraanse defensie-uitgaven met 2.5 % van het BNP beduidend lager dan die van een aantal andere landen in de regio.

II.a. Beïnvloeding van de politieke motieven van landen die prolifereren

Zowel bilateraal als in EU-verband wordt tegenover de Iraanse autoriteiten de bezorgdheid uitgesproken over aanhoudende berichten dat Iran MVW en overbrengingsmiddelen tracht te ontwikkelen of te verwerven. Zoals ook aan de Kamer werd gemeld, is in bilateraal overleg (DGPZ-missie aan Teheran van oktober 1998) de ernstige Nederlandse verontrusting uitgesproken over de ontwikkeling vaneen Iraanse raket voor de middellange afstand, alsmede over Iran's inspanningen op het gebied van non-conventionele wapens (Vergaderjaar
1997-98, 23432, Nr. 22).

Tijdens de drie zittingen van de EU-Iran dialoog is de Europese zorg omtrent deze ontwikkelingen opgebracht bij de Iraanse autoriteiten.

Alle processen en initiatieven die kunnen bijdragen aan de stabiliteit in de regio worden waar mogelijk ondersteund, zoals het Midden-Oosten Vredes-proces. Ook wordt getracht in EU-kader bij te dragen aan vergroting van de stabiliteit in Zuid-Azië. Contacten tussen de EU en India en Pakistan hebben inmiddels plaatsgehad.

In het geval van Iran is sprake van een land dat door zijn omvang, ligging grenzend aan vijftien landen, bevolkingsomvang en natuurlijke rijkdommen van oudsher een vooraanstaande rol in de regio heeft gespeeld. Iran ambieert derhalve een strategische rol in de regio. Aanhoudende spanningen in de regio dragen bij tot een Iraans gevoel van onveiligheid. Israël is geen partij bij de belangrijkste non-proliferatie- en ontwapeningsverdragen, en neemt niet deel aan regionale wapenbeheersingsinitiatieven, zoals voorstellen voor kernwapenvrije zones. In de Iran-Irak-oorlog heeft Irak gifgas ingezet tegen Iraanse troepen. Toekomst en oogmerken van het huidige Iraakse regime zijn onzeker. Voorts kan gewezen worden op de gespannen relatie met het Taliban-bewind in Afghanistan. Tot slot heeft Iran in zijn directe nabijheid drie niet bij het Non-Proliferatieverdrag (NPV) aangesloten landen, waarvan aangenomen wordt, dan wel vaststaat, dat zij over kernwapens beschikken (India, Israël en Pakistan).

II.b. Verdere uitbouw en bestendiging van de non-proliferatie- en ontwapeningsverdragen

Het tweede beleidsinstrument betreft de ontwikkeling van een internationaal juridisch kader waarmee ontwikkeling en bezit van MVW wordt voorkomen of teruggedrongen. De drie belangrijkste internationale verdragen op dit gebied, het NPV, het Chemische Wapensverdrag (CWV) en Biologische Wapensverdrag (BWV) stellen een duidelijke internationale norm, waarmee het gedrag van prolifererende landen kan worden beïnvloed. Daarnaast zijn bij twee van deze verdragen (NPV en CWV) verificatieregimes ingesteld die de verwerving van MVW bemoeilijken. Onderhandelingen zijn gaande om voor het BWV eveneens een verificatieregime te ontwikkelen.

Niet-kernwapenstaten die partij zijn bij het NPV zijn verplicht een volledige waarborgovereenkomst met het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) af te sluiten. Iran heeft aan deze verplichting voldaan, en het IAEA heeft bij inspecties geen onregelmatigheden aangetroffen. Voor zover bekend, heeft geen enkel land in

de regio, m.u.v. van Jordanië, onderhandelingen geopend met het IAEA over een aanvullende waarborgovereenkomst, waardoor het IAEA extra inspectiebevoegd-heden zou krijgen. Nederland heeft, evenals de overige EU-landen, wél een derge-lijke overeenkomst afgesloten. De wenselijkheid van afsluiting van een aanvullende waarborgovereenkomst is zowel bilateraal als in EU-verband naar voren gebracht bij de Iraanse autoriteiten. Iran heeft niet afwijzend, maar onverbindend gereageerd.

Het CWV is nog in de eerste stadia van tenuitvoerlegging. Belangrijke landen als de VS hebben nog geen industriële declaraties ingediend hetgeen uitoefening van druk op andere landen, die ook hun declaraties nog niet (volledig) hebben ingediend, bemoeilijkt. Het CWV kent stringente exportregels en even stringente verificatie-procedures. Onder leiding van Iran bepleit een aantal landen het exportcontrole-regime voor voorlopers van chemische en biologische wapens, de Australia Group (AG), op te heffen. Teheran stelt dat een, in Iraanse ogen, parallel regime als de AG niet spoort met de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de CWV. De AG-leden delen die mening van Iran niet en blijven de rol en het belang van de AG benadrukken, evenals de volledige en effectieve uitvoering van het CWV.

Het BWV kent nog geen verificatieregime. Daarover wordt momenteel onderhandeld in een Ad Hoc Groep. Het streven is erop gericht medio
2000 een aanvullend protocol ter versterking van het BWV voor ondertekening gereed te hebben. Nederland behoort tot de landen die een zo effectief mogelijk verificatieregime bepleiten. Nederland heeft zich kandidaat gesteld om de organisatie te huisvesten die nodig zal zijn om het aanvullende protocol uit te voeren. Iran is actief en constructief bij de onderhandelingen betrokken.

Een aantal landen in de regio is het een doorn in het oog dat Israël zich bij geen van deze verdragen heeft aangesloten (het CWV en het Alomvattend Kernstopverdrag zijn door Israël wel ondertekend, maar niet geratificeerd).

II.c. Strikte handhaving exportcontroleregimes

Het meest op voorkoming van proliferatie gerichte beleidsinstrument is de nauwgezette uitvoering van de afspraken uit de exportcontroleregimes en het daarbinnen regelmatig uitwisselen van informatie. Deze regimes hebben een politiek bindend karakter. De gemaakte afspraken worden in nationale wetgeving omgezet.

Er zijn drie exportcontroleregimes gericht op de voorkoming van de export van proliferatiegevoelige goederen en technologieën voor niet-vreedzaam gebruik:


1. De Nuclear Suppliers Group (NSG), en het weinig actieve Zangger-Comité op nucleair gebied. Relevante landen die ontbreken zijn o.m. China, India, Irak, Iran, Israël, Noord-Korea, Pakistan. China is wel lid van het Zangger-Comité.


2. Op chemisch gebied en voor biologische goederen en technologieën is er de Australia Group (AG). Relevante landen die ontbreken zijn o.m. Bulgarije, China, Irak, Iran, Israël, India, Libië, Pakistan, Rusland, Sudan, Syrië.


3. Het Missile Technology Control Regime (MTCR) is werkzaam op het gebied van overbrengingsmiddelen (raketten en kruisvluchtwapens). Relevante landen die ontbreken zijn o.m. China, India, Iran, Noord-Korea, Pakistan.

Nederland speelt in al deze regimes een actieve rol. Nederland is vanaf oktober a.s. voorzitter van het MTCR. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten (in Nederland m.n. de BVD) spelen een belangrijke rol bij het tegengaan van verwervingspo-gingen van proliferatiegevaarlijke technologieën en goederen, indien aanwijzingen bestaan dat zij niet voor vreedzame doeleinden zullen worden gebruikt. Hiertoe heeft de BVD een bewustmakingsprogramma voor het Nederlands bedrijfsleven.

II.d. (Politieke) beïnvloeding van leverancier-landen

Niet alle relevante landen hebben zich aangesloten bij de exportcontroleregimes. Ook interpreteren de aangesloten landen de regimes op uiteenlopende wijze.

Rusland is met Iran overeengekomen een lichtwaterreactor te Busher te zullen afbouwen, ondanks interventies van andere NSG-landen. Overigens is deze centrale om technische redenen weinig proliferatiegevaarlijk en zullen er volledige IAEA-waarborgen op rusten. Niettemin wordt gevreesd voor vergroting van de Iraanse kennis van nucleaire technologie die tevens voor andere doeleinden bruikbaar is. Tevens zijn berichten over een exodus van Russische experts op het gebied van chemische en biologische wapens zorgwekkend. De VS heeft sancties uitgevaardigd tegen een aantal Russische bedrijven. Er zijn tekenen dat de Russische overheid in toenemende mate inziet dat proliferatie van MVW een directe bedreiging vormt voor het eigen land. Echter, zelfs met een Russische overheid die zich optimaal inspant op dit gebied, zijn de risico's van proliferatie vanuit Rusland aanzienlijk.

De zorg over proliferatie in de regio is eind 1998 aan de orde gesteld in een ontmoeting met de Russische Minister van Buitenlandse Zaken Ivanov. De Nederlandse regering blijft zich inspannen om dit onderwerp hoog op de politieke agenda te houden.

Noord-Korea ziet met name de export van rakettechnologie als een politiek instrument en als een belangrijke bron van inkomsten, en is leverancier van een aantal landen in de regio. Met deelname aan de Korean Energy Development Organisation draagt de EU bij aan de uitvoering van het zgn. 'Agreed Framework', waarmee enige controle bestaat op de nucleaire activiteiten van dat land.

De VS en de EU zijn met India en Pakistan in dialoog over de verbetering van de nationale exportcontroleregels van beide landen. Gestreefd zal worden naar deelname van beide landen in de relevante regimes (NSG en MTCR). Echter, de (recente) politieke spanningen tussen beide landen bemoeilijken de voortgang van dit proces. Er zijn nog geen aanwijzingen dat Noord-Korea, India of Pakistan nucleaire banden met Iran hebben.

China heeft een werkend exportcontroleregime, dat overeenkomsten vertoont met die van de onder II.c. genoemde exportcontroleregimes. Formeel is China alleen aangesloten bij het Zangger Comité. Het blijft dan ook onduidelijk in hoeverre China nog steeds betrokken is bij het Iraanse nucleaire programma. Wel heeft China, daartoe vooral aangespoord door de VS, afgezien van een aantal leveringenvan nucleair en ander proliferatiegevaarlijk materiaal, ondermeer aan Iran.

II.e. NAVO

De NAVO geeft sinds 1994 hernieuwde aandacht aan proliferatiekwesties. De Top van Washington heeft de samenwerking op dit gebied een verdere impuls gegeven. Binnen het Internationaal Secretariaat van de NAVO wordt een 'WMD Centre' opgericht. Ook zal de uitwisseling van inlichtingen worden uitgebreid.

Daarnaast wordt binnen de NAVO in toenemende mate aandacht besteed aan de wijze waarop door verdere politieke en diplomatieke samenwerking de proliferatie van MVW kan worden afgeremd.

III. Nadere reactie op de notitie 'Massavernietigingswapens in Iran'

In algemene zin kan worden gesteld, dat Iran de verwerving nastreeft van over-brengingsmiddelen die bij uitstek geschikt zijn voor de inzet van MVW. Tevens bestaan er aanwijzingen dat Iran over programma's beschikt die verwerving van MVW beogen. De regering houdt derhalve ernstig rekening met de mogelijkheid dat Iran thans - of in de nabije toekomst - over een dergelijke capaciteit beschikt. De regering acht dit zorgelijk.

De proliferatie van MVW kan een op zichzelf staande bron voor het uitbreken van een gewapend conflict vormen. Immers, het is niet uitgesloten dat een preventieve aanval wordt uitgelokt teneinde in een vroeg stadium proliferatie een halt toe te roepen. Derhalve gaat van de proliferatie van MVW een destabiliserend effect uit. Bovendien doet de proliferatie van MVW (of het vermoeden daarvan) het wantrouwen tussen landen toenemen, en daarmee de kans op verstoring van de stabiliteit. Naast deze repercussies op de regionale stabiliteit worden door de proliferatie van MVW de potentiële gevolgen van een eventueel gewapend conflict, met name in humanitair opzicht, aanzienlijk vergroot. Ten slotte neemt het risico toe dat landen die in het bezit zijn van dergelijke wapens, op hun beurt optreden als bron van proliferatiegevaarlijke technologieën.

Afgezien van de directe dreiging voor Nederland en het NAVO-grondgebied die van de voortschrijdende proliferatie van MVW en hun voortbrengingsmiddelen uitgaat, is dus sprake van een mogelijk destabiliserende werking binnen de regio.

De regering meent derhalve dat het huidige beleid t.a.v. van non-proliferatie, zoals geschetst in paragraaf II van deze brief, onverminderd moet worden voortgezet en zal zich inspannen dit onderwerp hoog op de politieke agenda te houden.

Hoewel binnen de EU soms verschillende opvattingen leven over de benadering van landen als Iran en Irak, blijft de regering in de EU relevante activiteiten ontplooien. De vraag in de notitie 'Massavernietigingswapens in Iran' of er militaire mogelijk-heden zijn om de aanwezigheid en ontwikkeling van MVW en hun overbrengings-middelen tegen te gaan wordt in het specifieke geval van Iran ontkennend beantwoord.

Tot slot deelt de regering de opvatting van de overige EU-landen dat bij de huidige stand van zaken positieve ontwikkelingen in het Iraanse beleid beter kunnen worden bevorderd door middel van dialoog dan door een beleid van isolering. Nederland zal vanzelfsprekend de vinger aan de pols houden.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie