Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Speech: Een tweede kans voor europa's universiteiten?

Datum nieuwsfeit: 06-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Universiteit Maastricht

_________________________________________________________________

Persbericht 6 september 1999 _________________________________________________________________

EEN TWEEDE KANS VOOR EUROPA'S UNIVERSITEITEN?

Toespraak ter gelegenheid van de opening van het

academiejaar 1999-2000 van de Universiteit Maastricht

Otto von der Gablentz, rector Europacollege Brugge

I.

Het is een voorrecht voor mij om de studenten van een jonge en zo innovatieve universiteit toe te spreken bij het begin van een academiejaar dat de weg wijst naar een nieuwe eeuw, een nieuw millenium. Maar er is ook een dilemma want de wegwijzers naar de toekomst zijn allesbehalve duidelijk. In het Europacollege waarschuwen wij onze studenten: geloof niet dat jullie in dat Europa zullen werken en leven dat wij jullie vandaag kunnen helpen om te begrijpen. Eén ding is echter duidelijk: de eeuwwisseling valt samen met een ingrijpende maatschappelijke omwenteling: wij beleven de overgang naar een wereldwijde kennismaatschappij die onze traditionele wereld grondig zal veranderen. Terecht wordt dit proces -- gedreven door nieuwe informatie- en biotechnologieën en de globalisering van ons leven -- vergeleken met de industriële revolutie van honderdvijftig jaar geleden.

Er bestaan enorme kansen voor de jonge generatie maar er is ook veel onzekerheid en angst. De opgave voor onze universiteiten is jonge mensen voor te bereiden op een beroepsleven dat wij nog niet kennen. Zij moeten in staat zijn hun kennis voortdurend te vernieuwen
--"lifelong learning from cradle to grave". Zij moeten voortdurend het hoofd bieden aan nieuwe situaties. Zij hebben niet veel behoefte aan profeten en experts die, volgens een definitie van de "Economist", "Know tomorrow why what they predicted yesterday didn't happen today". Opleiden betekent meer dan ooit niet enkel kennis overdragen maar mensen vormen die met de moderne "kennis-explosie" kunnen omgaan en op een verantwoorde manier kunnen handelen in omstandigheden die wij niet kunnen voorspellen. Karl Popper, de filosoof van de "open society" heeft gelijk wanneer hij zegt:

Was die Zukunft betrifft, so sollen wir also nicht versuchen zu prophezeien, sondern nur, moralisch richtig und verantwortlich zu handeln".

De jonge Universiteit Maastricht heeft de kansen van een nieuw begin weten te benutten. Uw onderwijssysteem mikt op zelfstandig denken en handelen. Uw pluridisciplinaire aanpak komt de beperkingen van traditionele faculteiten te boven. Teamwork en internationalisering staan hoog in uw vaandel geschreven. Uw meest recent initiatief, het "European Public Affairs" programma boeit mij als rector van het Europacollege in het bijzonder. Want wij trachten al vijftig jaar afgestudeerden uit heel Europa tot bekwame en verantwoordelijke Europeanen op te leiden. Ik ben bijzonder blij dat u dit programma opbouwt in samenwerking met EIPA, het "European Institute of Public Administration". Want EIPA is -- samen met het Europees Universitair Instituut in Firenze en ons Europacollege in Brugge en Warschau -- één van de helaas nog zeldzame onafhankelijke Europese instellingen op dit gebied. Deze samenwerking biedt de garantie van een praktijkgericht onderwijs en de toegang tot de ervaringen op het gebied van Europese opleiding en vorming in een authentieke Europese omgeving.

Uw initiatief is ook een praktische bijdrage tot het belangrijk debat over "a European higher education area" of "un espace européen d'enseignement supérieur", die langzamerhand van de grond komt -- met een vertraging helaas van vijftig jaar! Volgens hun verklaringen in de Sorbonne op 25 mei 1998 en in Bologna op 19 juni 1999 willen de Europese Ministers van Onderwijs samenwerken voor een "Europe of knowledge" om Europa's positie in een wereldwijde kennismaatschappij te handhaven -- "equal to our extraordinary cultural and scientific traditions". De opbouw van een kennismaatschappij van Europese dimensie is inderdaad de vitale vraag voor onze gemeenschappelijke toekomst. Het gaat om Europa's positie in de wereld van morgen, om het concurrentievermogen van onze economie. Het gaat erom te voltooien wat de Europese integratie ondanks alle pessimistische visies omtrent de ondergang van Europa in vijftig jaar heeft bereikt: dat Europa op de politieke landkaart van de naoorlogse wereld zijn plaats heeft kunnen handhaven. Maar het gaat vooral om de mens en zijn plaats in een veranderde arbeidswereld, de waardigheid van de persoon in onze samenleving. Het gaat dus om Europa's bijdrage tot de wereldcultuur van de 21ste eeuw. Het gaat ook om de toekomst van onze universiteiten. Want deze keer vindt de wereldwijde beslissingswedstrijd niet plaats op militair of economisch gebied maar op het eigen terrein van de universiteit: kennis en opleiding. Wij kunnen de zorg voor al deze vragen niet aan de markt overlaten. "Business schools" en "corporate universities" mikken op beperkte doelen. Maar wij kunnen onze maatschappelijke toekomst ook niet overlaten aan de Ministers van Onderwijs -- in Duitsland en België alleen zijn er twintig -- en ook niet aan autonome beslissingen van honderden universiteiten. Toen oorlog nog het centrale vraagstuk voor een staat was schreef Clausewitz: "de oorlog is te serieus om aan de generaals over te laten". Ietwat beschaafder en akademischer uitgedrukt: een "peer review" van professoren en pedagogen is niet voldoende om een "knowledge driven society", een kennissamenleving, op te bouwen.

De weg naar praktische antwoorden op deze enorme uitdaging moet worden voorbereid door een breed Europees debat -- gevoerd door de hele maatschappij -- die de nodige "sense of urgency" creëert en politieke oplossingen mogelijk maakt die vandaag nog niet mogelijk zijn. Ter herinnering: wij kennen "debatten die de wereld veranderen". Het debat over milieu bijvoorbeeld, aangewakkerd door de Club van Rome, heeft de laatste dertig jaar het bewustzijn en de politiek grondig veranderd.

De eeuwwisseling wordt zo voor Europa's universiteiten het uur van de waarheid. Zullen zij in staat zijn op hun eigen terrein de noodzakelijke impulsen te geven voor Europa's toekomst? Of blijven zij buitenspel staan bij de beslissende maatschappelijke vernieuwingsprocessen zoals vijftig jaar geleden bij de Europese eenwording? Ik denk dat onze universiteiten vandaag een tweede kans krijgen hun rol te spelen bij de waarschijnlijk belangrijkste maatschappelijke vernieuwing -- de opbouw van een kennismaatschappij van Europese dimensie.

Ik zal proberen enkele opmerkingen voor zo'n breed maatschappelijk debat te geven -- in het Duits en het Engels. Want talen blijven het Europees dilemma bij uitstek. God's vloek van Babel blijft Europa's kans en Europa's last. Wij moeten continu een compromis tot stand brengen tussen de noodzakelijke efficiëntie en de culturele diversiteit die de rijkdom en het kenmerk blijft van Europa's unieke bijdrage aan de wereldcultuur. Er bestaat op dit gebied geen kant en klare oplossing. Al onze universiteiten worstelen met het dilemma, dat Engels -- het onmisbare esperanto van de moderne wereld -- de moedertaal op universitair niveau niet mag verdringen.

II.

Zunächst einen Blick zurück -- nicht "im Zorn", aber doch getrieben von der Sorge, die grossen Fehler der letzten 50 Jahre zu vermeiden. Denn beim wichtigsten Erneuerungsprozess unseres zu Ende gehenden Jahrhunderts -- der europäischen Integration -- standen unsere Universitäten im Abseits. Ich kann in der Hinsicht dem Urteil eines der kreativsten Pädagogen in Deutschland, Hartmut von Hentig's, über Europas Universitäten nur zustimmen:

"Aus dem, was ein Quickborn einer `Wissensgesellschaft" sein sollte, ist kein einziger der grossen Gedanken und Anregungen der Nachkriegszeit hervorgegangen"...

In fast 1000 Jahren haben unsere Universitäten den vielleicht originellsten europäischen Beitrag zur Weltkultur geliefert. Wie keine andere Institution spiegelten sie Europas kulturellen Reichtum wider, sein Menschenbild und seine Kreativität. Aber sie wurden in den letzten Jahrhunderten zu Abteilungen national geschlossener Bildungssysteme. Universitätsreformen nach dem Kriege blieben rein national. Die Gründung europäischer Universitäten scheiterte am Widerstand nationaler Verwaltungen und Universitäten. Das neue Europa entstand so weitgehend aus wirtschaftlicher und politischer Notwendigkeit -- ohne den Beitrag der "europäischsten" alle Institutionen, wie man zurecht die Universität genannt hat. Aus der Europäischen Union, die heute weite Lebensbereiche der Menschen prägt, wurde so "ein Europa ohne Europäer". Und unsere Universitäten kämpfen mit einer wachsenden Kluft zwischen Universitätsbildung und den Anforderungen der modernen Wirtschaft und Gesellschaft.

Wir müssen -- ohne zu grosse Übertreibung -- feststellen: Europa hat in den letzten 50 Jahren seine erste grosse Chance verspielt, die Grundlage für ein europäisches Bildungssystem zu legen. Unsere Universitäten und unsere nationalen Bildungsverwaltungen haben sich ihrer europäischen Verantwortung nicht gestellt.

Jetzt ein Blick auf Gegenwart und Zukunft. Zur Jahrtausendwende hat Europa glücklicherweise eine zweite Chance. Wir dürfen sie diesmal nicht verspielen. Die zweite Chance besteht darin, dass heute der gemeinsame Aufbau einer Wissensgesellschaft von europäischem Zuschnitt dieselbe Dringlichkeit hat wie Friedenssicherung und wirtschaftliche Integration in der ersten Phase europäischer Einigung. Wenn Wissen und Umgang mit Wissen die Zukunftsfähigkeit unserer Gesellschaft und Wirtschaft ebenso bestimmen wie die Lebenschancen des Einzelnen, dann wird Bildung zur Schicksalsfrage, zur politischen Priorität europäischer Politik. Denn Wissensgesellschaft ist Bildungsgesellschaft.

Unsere Universitäten mühen sich, ihre Programme stärker auf die Erfordernisse der Praxis einzustellen. Mit Recht. Denn auf vielen Gebieten haben ihnen Fachhochschulen, business schools, "corporate universities" und andere private Bildungseinrichtungen den Rang abgelaufen. Aber die Vorbereitung auf eine Gesellschaft, die wir noch nicht kennen, verlangt mehr als Wissen und Fertigkeiten -- "Ausbildung" wie wir im Deutschen sagen. Sie verlangt Zuverlässigkeit, Selbständigkeit und Urteilsvermögen von Menschen, die wachsende Eigenverantwortung in Leben und Beruf übernehmen müssen. Dazu kommt eine hohe Sensibilität für andere Menschen und für die Werte, die Zusammenhalt und Charakter heterogener Gesellschaften bestimmen. Managementexperten definieren heute schon so die Anforderungen in modernen "flachen" Organisationen -- und suchen sich logischerweise zunehmend ihren Nachwuchs selber aus, anstatt sich auf den Qualifikationsnachweis von Universitätsexamina zu verlassen.

Frühere Jahrhunderte kannten Bildungsideale für Menschen, die sich in bestimmten Gesellschaften zurecht fanden und ihre Wertvorstellungen verkörperten: den "Ritter" des ausgehenden Mittelalters, den "Cortegiano" der Renaissance, den "gentleman" und den "honnête homme" des 18. , den "Bildungsbürger" des 19. Jahrhunderts. Wir wissen nicht, wie der "uomo universale" der Zukunft aussehen wird. Aber eines ist sicher: die Anforderungen an eine umfassende Bildung der Persönlichkeit steigen. Es gibt immer weniger feste Berufsbilder und lebenslange Karrieren. Fachmann ist man nur noch "auf Zeit". Lernfähigkeit und Verständnis für kulturelle Verschiedenheit werden immer wichtiger.

Eigenständigkeit und Würde des Individuums sowie kulturelle Diversität
-- das alles kennzeichnet das spezifisch europäische Menschenbild und die Umwelt, in der sich die europäische Zivilisation entwickelte. In einer weltweiten Wissensgesellschaft, in der Kultur und Bildung die bestimmenden Faktoren sind, hat Europa die beste Ausgangsposition. Im Weltvergleich bleibt unser Kontinent das Gebiet mit dem dichtesten und vielfältigsten Netz von Bildungseinrichtungen. Sie können überdies auf Bildungstraditionen und Wertvorstellungen aufbauen, die in die moderne Welt passen, -- eben weil sie den Menschen und seine Eigenverantwortung in den Mittelpunkt stellen.

Hier liegt die grosse Verantwortung und die grosse Chance unserer Universitäten an der Wende des Jahrhunderts: aus dem Wirrwar und Wildwuchs heutiger Bildungseinrichtungen Leitlinien für die Zukunft zu entwickeln, die sowohl den gemeinsamen europäischen Traditionen als den Anforderungen einer weltweiten Wissensgesellschaft entsprechen; sich diesmal an die Spitze innovativer europäischer Entwicklungen zu stellen und der alten Idee der "universitas" einen zeitgemässen Ausdruck zu verleihen. Ich kann Hubert Markl, dem Präsidenten der Max-Planck-Gesellschaft nur zustimmen: ... "ohne ein leistungsfähiges Bildungssystem würde das Europa von morgen bald eher wie das Europa von vorgestern aussehen".

Zur Verwirklichung solcher Ideen werden wir in Europa sicher den Nachdruck legen auf die Zusammenarbeit nationaler Bildungseinrichtungen, so wie es die Erziehungsminister für den "Europäischen Raum höherer Bildung" ("espace européen de l'éducation supérieure") vorschlagen und wie es von den Programmen der EU gefördert wird. Für die Breitenwirkung ist diese langsame Europäisierung der nationalen Universitäten unerlässlich. Aber wir sollten diesmal daneben auch die ebenso unerlässliche Rolle unabhängiger europäischer Einrichtungen klarer erkennen als bisher. In einer wirklich europäischen Bildungsgemeinschaft von Lehrenden und Lernenden -- wie wir sie z B. jedes Jahr von neuem im Europa-Kolleg schaffen -- bildet sich eine neue Qualität europäischer Bildung, die über die Anregungen und Erfahrungen auch der besten bilateralen Austauschprogramme hinausgeht. Von wirklich europäischen Bildungseinrichtungen können Impulse ausgehen, die dann wieder der Europäisierung nationaler Institutionen zugute kommen.

Die alte Idee einer von nationalen Bildungssystemen unabhängigen "Europäischen Universität" steht damit erneut auf der Tagesordnung einer Debatte über eine Wissensgesellschaft europäischer Dimension. Vielleicht diesmal im neuen Gewand spezialisierter Bildungseinrichtungen mit europäischen Pionierfunktionen. Sie können den Universitäten Europas helfen, nach den Versäumnissen der letzten Jahrzehnte diesmal ihrer europäischen Verantwortung gerecht zu werden und ihre zweite Chance zu nutzen.

III.

The debate about a knowledge society of European dimensions could also provide a new stimulus for the integration process. It could refocus the political debate on the common future of all European nations and help educate responsible European citizens. We have to put the future on Europe's political agenda -- which, at the moment is overburdened with tidying up the past.

Let us face it, the European construction is in danger of running out of steam at the very moment of some of its toughest tests and greatest opportunities. Monetary union and enlargement by ten candidate countries tend to absorb all the time and energy of our politicians and civil servants. The war in Kosovo and the ensuing burden to win the peace remind us, moreover, of the EU's wider responsibility for peace and stability of the whole continent.

Clearly, the EU will not be able to live up to its historical mission with its present institutions and policies. We witness a lively and very critical debate and a whole series of Intergovernmental Conferences on the reform of the European Union. We have to realise, at the same time, that the Achilles heel of the European construction remains the serious lack of public backing, constantly put in evidence by opinion polls and European elections.

Without European citizens with a lively sense of responsibility for and allegiance to the Union they live in, Intergovernmental Conferences alone will not succeed to make Europe fit for its future. The habitual appeal for more European "leadership" will not produce European leaders. As long as the political leaders of Europe who owe their mandate to national elections, cannot appeal to a European sense of belonging and allegiance of their voters, European politics will be cumbersome, highly technical, minimalistic in its achievements and very uninspiring to the European public. European solutions, under these circumstances, tend to be the reluctant answer to dire necessity and not the result of political vision. The real battle for Europe's future will therefore have to be for the heart and soul of its citizens. And Europe's universities, this time, will have to live up to their responsibilities.

The broad debate about a knowledge society of European dimensions should therefore focus on three historical opportunities Europeans cannot afford to miss:

* Europe's unique chances to position itself in the evolving world-wide knowledge society;

* the chance to bridge the credibility gap between the EU, the EU candidates and other European nations;

* the opportunity of educating responsible European citizens.

1. Without any doubt, the continent with the most dense and most diversified network of educational institutions should stand an excellent chance in a world where the human factor, i.e. knowledge, knowledge management, education and training determines the competitive edge of economic performance. But our nations will have to modernise and pool their potential to fully realise their chances in a world-wide knowledge society.
There is more in it than just preparing our young generation for a world of global competition. Globalisation also challenges traditional values. The debate about an "Asian" concept of human rights or the concept of a "shareholder value"-society give a foretaste of confrontations to come. Europe will have to prove that its traditions and values, its concept of the dignity and autonomy of the individual have a future in the modern world. We shall have to find new answers to the old question of Europe's identity and calling in a rapidly changing global environment. 2. Ten years after the fall of the Berlin Wall we know that the EU will have to live up to its responsibility for peace and stability in Europe as a whole. We know that the result will be a different Union and not just the accession of new members to an old club. We also know that the enlargement negotiations with countries which take a justified pride in having preserved their national identities during decades of dictatorship contain political -- psychological dynamite. Necessarily, the extremely complex negotiation process deals mainly with past achievements of the EU
-- the "acquis communautaire". There will be little or no time for visions of a joint European future and certainly a heavy fallout of hurt feelings and national resentment on both sides. Media and national politicians will have ample opportunities to prove that the enlargement process cannot succeed -- while knowing that it cannot fail either.
It is high time to put the future on the common agenda of European nations, which will, sooner or later, form that "wider and stronger Union" of 26 members "Agenda 2000" speaks of. A Europe-wide debate about a knowledge society of European dimension could help us to bridge the credibility gap between present and future members of the EU which the enlargement negotiations will not be able to narrow. There is no "acquis communautaire" in this field -- but equally serious challenges to all national education systems and to society as a whole. By focussing on our common destiny as European nations sharing a common civilisation in a challenging global environment, such a debate could help revive the waning sense of purpose of the enlargement process. 3. Finally, such a debate with the active participation of all forces of society might provide governments and universities with a healthy push to reform our educational systems according to our own European agenda -- and not only reacting to the countless pressures of economic, financial and regional interests. It will certainly encourage students to make full use of mobility and exchange programmes to prepare themselves for a demanding transnational labour market. Maybe, in the course of such a debate we also learn more about the profile of a well-rounded European citizen of the early 21st century, some kind of modern European "Bildungsideal".
European integration, this is the message, needs to expand its horizon to include a practical vision of a knowledge society of European dimensions.

There will of course be opposition and reluctance to get such a Europe-wide debate off the ground. True, the rhetoric of university reform betrays an increasingly European accent. But the instruments remain in the hands of national governments and universities. This will not change. We cannot expect -- as in the field of economic legislation -- a transfer of powers to European institutions. But what we can expect is that, under the mounting pressure of a broad debate, political leaders will become aware of the urgency of the issue. We can expect for instance the 26 Heads of Government of the EU and candidate countries to take an initiative not for another meeting of Ministers of Culture but for a small group of wise men and women from all walks of life to prepare the outline for a structured European debate. If Heads of Government don't engage their authority, there will have to be another "Club of Rome" to get the great debate off the ground.

The aim cannot be a blueprint for a European reform of our national educational systems. But the time is now ripe for a set of guidelines, a European compass, helping our societies to march in the direction of a world-wide knowledge society. Business leaders have long been calling for a world-class educational system comparable, for our modern times, to our traditional university system which provided Europe with its leading position for more than a century. Universities are under heavy pressure to see to it that, on their home ground of education and research, it will not be the market alone which calls the tune -- at the expense of Europe's very identity in the modern world.

Such a European compass for a knowledge society could fill an important gap. It would encourage decision makers on the level of governments and universities to pursue their reform efforts in a more concerted way. It would suggest answers which carry the conviction of "best solutions" -- so convincing that decision makers in governments and universities cannot afford to ignore them.

Tenslotte

Eenenvijftig jaar geleden, op het befaamde Congres van Europa in Den Haag in 1948 stelde Hendrik Brugmans, later de eerste rector van het Europacollege, dat de Europese eenheid de "question préalable" was voor onze toekomst. Het ziet ernaar uit, dat een halve eeuw later de opbouw van een kennismaatschappij van Europese dimensie deze plaats za l innemen. Europa heeft een tweede kans na de verzuimingen van vijftig jaar geleden, om de grondslag te leggen voor een Europese Gemeenschap van verantwoordelijke burgers. Onze universiteiten hebben de kans -- de tweede kans -- het voortouw te nemen om een antwoord te vinden op de "question préalable" voor Europa's toekomst in de 21ste eeuw, de opbouw van een Europese kennismaatschappij.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie