Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Besluit inkomstenbelasting: Fiscale behandeling quota

Datum nieuwsfeit: 06-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Inkomstenbelasting. Fiscale behandeling quota

Inkomstenbelasting. Fiscale behandeling quota.

Besluit van 6 september 1999, nr. DB99/128M.

De plaatsvervangend Directeur-Generaal der Belastingen heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.


1.Inleiding.

In de uitvoeringssfeer is een aantal besluiten van kracht die betrekking hebben op de fiscale behandeling van quota. Ik heb aanleiding gevonden de bedoelde besluiten in te trekken en te vervangen door één besluit.

Met dit besluit hebben de besluiten van 29 april 1987, nr.287-6370; 1 juli 1987, nr. 287-8649; 30 maart 1988, nr. DB88/2028; 1 juli 1988, nr. DB88/3421; 12 september 1988, nr. DB88/5401; 8 april 1994, nr. DB 93/5002M; 8 april 1997, nr. DB97/1466M; 27 oktober 1998, nr. DB98/2669 en de mededelingen van 1 augustus 1989 (Infobulletin 1989/500) en 14 februari 1995, nr. 148DGM5 (V-N1995, blz. 940) hun belang verloren; zij worden hierbij ingetrokken.

In dit besluit worden onder quotum verstaan: melkquotum, mestquotum, visquotum, suikerquotum, varkensrecht , fokzeugenrecht en ammoniakrecht.


2. Overdracht quotum

In de arresten van 11 juni 1997, nr. 31 891, BNB 1997/303 en van 15 juli 1998, nr. 33 468, BNB 1998/313, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor de toepassing van artikel 8, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet) in de voorgelegde situaties de vervreemding van het melkquotum staking van een zelfstandig onderdeel van de onderneming betekent.

Ik ben van mening dat deze uitleg van de Hoge Raad relevant is voor de toepassing van artikel 15, derde lid, artikel 17, artikel 45a, vijfde lid, en artikel 57 van de Wet.

Gelet op deze uitleg van de Hoge Raad ontmoet het geen bezwaar indien een geheel quotum wordt overgedragen de overdracht aan te merken als staking van een zelfstandig deel van de onderneming. De overdracht van een geheel quotum kan daarmee rechtstreeks onder de werking van genoemde artikelen worden gebracht.

Goedkeuringen

a) Ik keur goed dat indien een geheel quotum wordt overgedragen aan twee of meer verkrijgers, het voor de toepassing van artikel 15, derde lid, en artikel 17 van de Wet niet nodig is dat hetgeen overgedragen wordt voor de verkrijgers van het quotum een (gedeelte van een) onderneming vormt. Voor de verkrijger is het in dat geval slechts van belang dat het overgedragen (gedeelte) van het quotum tot diens ondernemingsvermogen behoort en duurzaam in de onderneming wordt aangewend.

b) Ik keur voorts goed dat indien een belastingplichtige een voor zijn rekening gedreven gedeelte van een onderneming in de zin van artikel 17 van de Wet overdraagt zonder gebruik te maken van dit artikel, artikel 17 van de Wet uitsluitend toepassing vindt op het gedeelte van het quotum voorzover dat onderdeel uitmaakt van deze overdracht.

Voorbeeld 1.

A oefent een landbouwbedrijf uit op 20 ha. grond. Het melkquotum bedraagt 200.000 kg.

A draagt zijn gehele melkquotum over aan zoon B die het quotum in zijn onderneming gaat aanwenden.

uitwerking:

Aangezien de overdracht van een geheel quotum mag worden aangemerkt als de overdracht van een zelfstandig onderdeel van de onderneming, kan met toepassing van artikel 17 van de Wet het melkquotum geruisloos worden overgedragen.

Voorbeeld 2.

Als voorbeeld 1 maar nu draagt vader A 150.000 kg quotum over aan zoon B en 50.000 kg aan zoon C.

uitwerking:

Aangezien het gehele quotum wordt overgedragen hoeft niet te worden beoordeeld of het overgedragen gedeelte voor de overnemer een zelfstandig onderdeel van een onderneming vormt. Indien zoon B en zoon C het quotum tot hun ondernemingsvermogen rekenen kan de overdracht op verzoek geruisloos geschieden.

Voorbeeld 3.

Als voorbeeld 1 maar nu draagt vader A 10 ha. grond, 100.000 kg quotum alsmede de helft van de overige bedrijfsmiddelen over aan zoon B.

uitwerking:

Zowel het overgedragen gedeelte als het niet overgedragen gedeelte kunnen een zelfstandige onderneming in de zin van artikel 6 van de Wet vormen. Het gedeeltelijk overgedragen quotum maakt derhalve onderdeel uit van de overdracht van een zelfstandig deel van de onderneming. Indien geen beroep wordt gedaan op artikel 17 van de Wet, kan op grond van de hiervoor gegeven goedkeuring onder b het quotum geruisloos worden doorschoven.

Voorbeeld 4.

Als voorbeeld 1 maar nu draagt A uitsluitend de helft van het quotum over aan zoon B.

uitwerking:

De overdracht van uitsluitend een gedeelte van een quotum is niet te beschouwen als de overdracht van zelfstandig deel van de onderneming. Geruisloze doorschuiving is niet mogelijk.


3. Het bijzondere tarief

In artikel 57, eerste lid, onderdeel b, van de Wet is bepaald dat winst behaald met het staken van een onderneming of een gedeelte van een onderneming kan worden belast naar het bijzondere tarief.

Omdat een geheel quotum mag worden aangemerkt als een zelfstandig onderdeel van een onderneming kan in gevallen waarin een ondernemer zijn gehele quotum vervreemdt, het bijzondere tarief van artikel 57, tweede lid, van de Wet rechtstreeks worden toegepast.

Als uitsluitend een gedeelte van een quotum wordt overgedragen is het bijzondere tarief niet van toepassing, tenzij de overdracht onderdeel uitmaakt van de staking van een zelfstandig onderdeel van de onderneming, in welk geval artikel 57, tweede lid, Wet IB rechtstreeks van toepassing is.

Het komt regelmatig voor dat ondernemers, op basis van (inter)nationale regelgeving, al dan niet verplicht, een bedrijfsonderdeel of activiteit inkrimpen of (gedeeltelijk) afstoten. Indien daarbij een gedeelte van een quotum uit de markt wordt genomen is geen sprake van een staking van (een gedeelte van) een onderneming. De terzake ontvangen vergoeding is een schadeloosstelling in de winstsfeer die behoort tot de normale jaarwinst en die in beginsel belast dient te worden naar het progressieve tarief.

Goedkeuring

Ik keur echter goed dat in afwijking van de Wet het bijzondere tarief van artikel 57, tweede lid, van de Wet kan worden toegepast op een van overheidswege ontvangen schadeloosstelling die wordt genoten in verband met de inkrimping of afstoting van een bedrijfsactiviteit, indien deze inkrimping of afstoting voortkomt uit de noodzaak om (inter)nationaal te komen tot productiebeperkende maatregelen dan wel verband houden met maatregelen die een herverdeling van de productie beogen.


4. Afschrijving quota.

De verschillende quota worden beschouwd als zelfstandige bedrijfsmiddelen. Op een quotum kan in beginsel niet worden afgeschreven. Blijkens de jurisprudentie lijdt dit uitzondering indien het quotum is gebaseerd op een regeling die moet worden gezien als een tijdelijke regeling. In dat geval laat goed koopmansgebruik toe dat op een quotum kan worden afgeschreven.

De melk- mest-, en suikerquota, varkensrechten, fokzeugenrechten en ammoniakrechten zijn gebaseerd op tijdelijke regelingen, zodat hierop afschrijving is toegestaan. In het Platform landbouwnormen worden afspraken gemaakt over de afschrijvingstermijn van genoemde quota. Hetzelfde standpunt geldt voor visquota; over de afschrijvingstermijn van deze quota zijn afspraken gemaakt met het visserijbedrijfsleven.

Willekeurige afschrijving

Ingevolge artikel 2, derde lid, van de Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving juncto artikel 11, vijfde lid, onderdeel g van de Wet, kan op een quotum niet willekeurig worden afgeschreven. Nu een quotum wordt beschouwd als een zelfstandig bedrijfsmiddel kan ook niet anderszins, bijvoorbeeld door toerekening van de rechten aan een ander bedrijfsmiddel, willekeurig worden afgeschreven.


5. Investeringsaftrek

Gelet op voornoemde uitsluitingsbepaling van artikel 11, vijfde lid, onderdeel g, van de Wet bestaat voor een quotum geen recht op investeringsaftrek.

Met betrekking tot toepassing van het besluit van 13 juni 1994, nr. DB94/1388M (investeringsaftrek bij gerechtigden tot een nalatenschap) wordt bij toepassing van de pro-rata-toerekening, ter bepaling van al hetgeen is verkregen naar de waarde in het economische verkeer (de letter V in de formule), een quotum voor de waarde in het economische verkeer in aanmerking genomen.


6. Waardering vermogensbelasting.

Voorts keur ik goed dat voor de heffing van vermogensbelasting een quotum wordt gewaardeerd op de boekwaarde welke daaraan voor de inkomstenbelasting wordt toegekend.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie