Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Hoogervorst: Arbodiensten belangrijk voor reïntegratie

Datum nieuwsfeit: 08-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
expostbus51


MINISTERIE SZW

www.minszw.nl

SZW: Toespraak staatssecretaris Hoogervorst bij Stigas

Nr. 99/148
8 september 1999

Embargo:
8 september 1999 tot
11.00 uur

Staatssecretaris Hoogervorst: Arbodiensten belangrijk voor snelle reïntegratie.

Arbodiensten kunnen een belangrijke rol vervullen bij spoedige werkhervatting en daarmee bij het terugdringen van ziekte en arbeidsongeschiktheid. Door alert te reageren, door snel alles in het werk te stellen om te bevorderen dat een werknemer zo kort mogelijk verzuimt, kan de arbodienst haar klanten duidelijk maken dat ze haar geld waard is.
Dat zei staatssecretaris drs. J.H. Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 8 september in Utrecht bij de viering van het 12,5-jarig bestaan van Stigas arbo. Hoogervorst sprak de hoop uit dat de agrarische sector er spoedig in zal slagen te komen tot een convenant arbeidsomstandigheden, waarin het terugdringen van de fysieke belasting in de agrarische sector een belangrijke plaats krijgt.

Toespraak door staatssecretaris drs. J.F. Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij de viering van het 12,5-jarig bestaan van Stigas arbodienst op 8 september 1999 in Utrecht.

Om te beginnen wil ik u gelukwensen met het twaalfeneenhalfjarig bestaan van uw arbodienst. Die relatief lange geschiedenis van arbozorg is te danken aan de inzet van de sociale partners in de agrarische sector, vooral sinds begin jaren tachtig, om te komen tot een systeem van preventie van ziekte en ongevallen. In zo.n veelvormige sector, met heel kleine bedrijven was dat geen eenvoudige opgave.

Hoe lastig dat was en nog steeds is, blijkt ook uit wat de heer Creemers daarover zojuist heeft verteld. Ik realiseer me dat wij als overheid het u ook niet altijd even gemakkelijk hebben gemaakt. Met nieuwe wetten op het gebied van ziekte- en arbeidsongeschiktheid en met nieuwe verplichtingen op het terrein van de arbeidsomstandigheden, hebben we veel gevergd van uw aanpassingsvermogen. En we zijn er nog niet. U weet dat er vooral bij de organisatie van de uitvoering van de sociale verzekeringen en van de arbeidsbemiddeling in de komende periode nog het nodige staat te gebeuren.

Maar al die veranderingen van de afgelopen jaren en ook de veranderingen die de komende jaren hun beslag moeten krijgen, dienen wel een doel dat de moeite waard is: het terugdringen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Of, positiever geformuleerd: het bevorderen van een klimaat waarin mensen zo prettig en zo gezond mogelijk kunnen werken. Wat dat betreft staat u en mij precies hetzelfde doel voor ogen. Daarom ben ik ook optimistisch over de bereidheid van u en anderen in de uitvoeringswereld om mee te werken aan die vernieuwing van de uitvoering.

We moeten samen proberen de meest doelmatige weg te vinden naar een activerend stelsel van sociale zekerheid. Daarbij moeten we niet aarzelen bestaande regels of gebruiken kritisch onder de loep te nemen als blijkt dat ze minder effectief zijn dan we hadden gedacht. Tegen die achtergrond moet u ook de ideeën zien die ik in het voorjaar heb geopperd om de reïntegratie van zieke werknemers te versnellen. Er blijken nu nog te veel bureaucratische belemmeringen te zijn die een voortvarende aanpak van reïntegratie in de weg staan. Als we het aantal mensen dat arbeidsongeschikt raakt willen verminderen, zullen we die slag vooral moeten slaan in het eerste ziektejaar. Dat houdt dus in dat daarbij voor de arbodiensten een belangrijke rol is weggelegd.

Bij de huidige werkwijze gaat er vanaf het moment van ziekmelding nog te vaak veel tijd verloren voordat de reïntegratie van zieke werknemers ter hand wordt genomen. Naarmate mensen langer thuis zitten, wordt het moeilijker ze weer terug te leiden naar het werk. Dat moeten we kunnen verbeteren door te bevorderen dat er eenduidige adviezen komen over het reïntegratietraject dat moet worden gevolgd. En, als terugkeer naar de eigen werkgever niet meer mogelijk lijkt, niet wachten tot de WAO-keuring voordat er actie wordt ondernomen, maar zo snel mogelijk de route naar een andere baan uitzetten.

Om tijd te winnen heb ik voorgesteld de melding aan de uitvoeringsinstelling te vervroegen. En daarom wil ik ook af van de verplichting reïntegratieplannen op te stellen. Want die blijken niet te beantwoorden aan de verwachtingen die we daarvan hadden. We kunnen de tijd en energie die nu worden gestoken in formele reïntegratieplannen beter besteden aan vroegtijdige bevordering van de terugkeer naar werk.

Als het gaat om de terugkeer naar werk, ligt er niet alleen een belangrijke opdracht voor de arbodiensten, maar ook voor de werkgevers. Werkgevers zullen meer dan tot nu toe moeten beseffen dat ze baat hebben, ook in financiële zin, bij spoedig herstel van hun zieke werknemer. Om dat inzicht bij ondernemers te bevorderen, heb ik voorgesteld dat de uitvoeringsinstellingen de werkgevers tijdig wijzen op de kosten waarmee zij te maken krijgen bij langdurig ziekteverzuim: de doorbetaling van het loon in het eerste ziektejaar en het risico van een hogere WAO-premie. De uitvoeringsinstelling wijst de werkgever in die brief ook op het risico dat hij loopt een boete te krijgen als hij onvoldoende werk maakt van reïntegratie van de zieke werknemer.

De werkgever die zich in wil spannen voor de reïntegratie van een zieke werknemer, kan als dat nodig is een beroep doen op subsidies. De Wet op de reïntegratie maakt het mogelijk dat werkgevers zonder een overmaat aan bureaucratische rompslomp subsidie krijgen voor aanpassingen die nodig zijn om een werknemer aan het werk te houden of aan het werk te helpen.

Snel actie ondernemen zodra duidelijk is dat een werknemer dreigt langdurig uit te vallen. Dat moet wat mij betreft een speerpunt van beleid zijn. Ik denk dat Stigas daarvoor een goede basis heeft gelegd met zijn interventiecentrum, waar de arbo-artsen hun verzoeken kunnen deponeren voor de snelst mogelijke verdere behandeling van werknemers die dreigen langdurig uit te vallen.

Zo weinig mogelijk bureaucratie. Zo veel mogelijk goed overleg tussen alle betrokken partijen: werkgever, werknemer, arbodienst en uitvoeringsinstelling. Dat biedt het meest heldere uitzicht op het slagen van de reïntegratie. Door alert te reageren, door snel alles in het werk te stellen om te bevorderen dat een werknemer zo kort mogelijk verzuimt, kan een arbodienst haar klanten duidelijk maken dat ze haar geld waard is. Dat het geld dat een ondernemer uitgeeft aan de arbodienst zichzelf terugverdient door minder en korter verzuim en minder werknemers die arbeidsongeschikt raken.

Minstens zo belangrijk als de snelle reïntegratie is het voorkomen dat mensen niet meer kunnen werken. De agrarische sector scoort heel goed met het ziekteverzuim. Met 3,8 procent verzuim bleef de agrarische sector vorig jaar een flink stuk onder het landelijke gemiddelde. Maar als we kijken naar het aantal ongevallen in de sector, is het beeld aanzienlijk minder rooskleurig. Met elk jaar bijna twee ongevallen per honderd werknemers en jaarlijks vijftien tot twintig dodelijke ongelukken in de agrarische sector, is er reden tot zorg.

Het werken met trekkers, heftrucks, oogstmachines, kettingzagen en dergelijke en het gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen in de agrarische sector gaat gepaard met vrij hoge risico.s. Toch heeft nog maar een klein aantal bedrijven in de sector voldaan aan de verplichting een risico-inventarisatie en -evaluatie op te stellen. Dat moet beter kunnen. Hier ligt nog een belangrijke taak voor Stigas arbodienst om de werkgevers te overtuigen van het nut van een risico-inventarisatie.

In de afgelopen vijf jaar is er, dank zij het Arboconvenant Agrarische sectoren, al het nodige gedaan aan verbetering van de arbeidsomstandigheden en aan verbetering van gezondheid en welzijn op de werkplek. Maar ik realiseer me dat het natuurlijk moeilijk blijft om in een sector met zo veel kleine bedrijven, bedrijven bovendien die veelvuldig gebruik maken van tijdelijke krachten, vakantiewerkers en gezinsleden, een goed en sectorbreed systeem van arbozorg op te zetten.
Toch is dat nodig. We moeten het aantal ongelukken zien te verminderen. Bovendien, ook in financiële zin eisen de ongelukken in de agrarische sector een zware tol. Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid in de agrarische sector kosten tweehonderd miljoen gulden per jaar. En dan heb ik het alleen nog maar over uitkeringskosten en niet over de kosten van behandeling of vervangende arbeid. De grote boosdoener is de uitval door te zware fysieke belasting. Die is twee keer zo hoog als in de meeste andere sectoren. Fysieke belasting is ook de oorzaak van bijna de helft van het aantal ziektegevallen en is verreweg de belangrijkste veroorzaker van arbeidsongeschiktheid.

Klachten aan rug en ledematen - vaak het gevolg van zwaar of verkeerd tillen - waren vorig jaar goed voor ruim zeshonderdvijftigduizend verzuimdagen. Bemoedigend is dat bij de jongeren in de agrarische sector het aantal ziekmeldingen met dit soort klachten een dalende lijn laat zien. Daar staat echter tegenover dat bij werknemers boven de 45 het aantal klachten juist een stijgende tendens laat zien. En dat is, bij een vergrijzende beroepsbevolking, toch wel zorgwekkend.

Het verheugt mij daarom dat de agrarische sector bezig is met het voorbereiden van een arboconvenant nieuwe stijl, waarin het terugdringen van fysieke belasting een belangrijke plaats inneemt. Het kabinet hecht veel belang aan deze convenanten nieuwe stijl. We hebben er niet voor niets in deze kabinetsperiode 160 miljoen gulden voor uitgetrokken.

Kenmerkend voor dit type convenanten is dat ze heldere afspraken bevatten die gemakkelijk kunnen worden getoetst. Deze nieuwe convenanten zijn niet vrijblijvend. Partijen moeten zich vastleggen op een concrete vermindering van het aantal werknemers dat wordt blootgesteld aan een bepaald soort risico.s. Het spreek vanzelf dat de arbodienst zowel bij het adviseren over de inhoud als bij het uitvoeren van het convenant een belangrijke taak heeft. Ik verwacht van goede convenanten dat ze een beduidende bijdrage zullen leveren aan het voorkomen van arbeidsongeschiktheid.

Arbeidsongeschiktheid voorkomen en bestrijden is niet gemakkelijk. We worstelen met een weerbarstige materie. Er is ook niet één wondermiddel waarmee we het hoge aantal arbeidsongeschikten terug kunnen dringen. De trend die in ruim twintig jaar is gegroeid, laat zich niet in een handomdraai ombuigen. Maar we zijn wel bezig wetgeving, werkprocessen en organisaties zodanig vorm te geven dat de omslag van prioriteit voor uitkeringen naar prioriteit voor werk met succes kan worden gemaakt. Die veranderingen vergen tijd. Die veranderingen vergen zorgvuldigheid. Maar die veranderingen komen er wel. En daar worden we dan allemaal beter van.

Ik wens u, als Relan Arbo, een lange en gezond werkende toekomst toe.


- LET OP EMBARGO -

08 sep 99 11:00

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie