Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen over hoogte verstrekte hypotheken

Datum nieuwsfeit: 09-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
expostbus51


MINISTERIE FIN

www.minfin.nl

MIN FIN: VRAGEN OVER DE HOOGTE VAN VERSTREKTE HYPOTHEKEN

PERSBERICHTNR. 99/189 Den Haag 9 september 1999

ANTWOORDEN VAN DE MINISTER VAN FINANCIEN EN DE STAATSSECRETARIS VAN

VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER OP VRAGEN VAN

HET LID VAN DE TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL HOFSTRA OVER DE HOOGTE

VAN VERSTREKTE HYPOTHEKEN

VRAGEN:


1.

Bent u bekend met het artikel 'Kabinet zint op aanpak tophypotheek' , waarin de staatssecretaris aangeeft sommige hypotheken te hoog te vinden in verhouding tot het bruto jaarsalaris van de leningaanvrager?


2.

Is er sinds eind 1996 een ongunstige wijziging opgetreden in de hoogte van verstrekte hypotheken ten opzichte van de onderpandwaarde en/of jaarlijks bruto-inkomen van de leningaanvrager?


3.

Deelt u de mening dat, ook bij stijgende renten en dalende woningwaarden, een solide financiering een basisvoorwaarde is en moet blijven voor duurzaam eigenwoningbezit?


4.

Welke consequenties dreigen er voor de overheid (dus voor de belastingbetaler), wanneer er grootschalig te ruim wordt gefinancierd, ondanks een te handhaven onbeperkte hypotheekrenteaftrek?


5.

Bent u bereid om in overleg te treden met de Nederlandse Vereniging van Banken over hun zelfregulering, zowel inhoudelijk als wat betreft de naleving? Zo neen, waarom niet?


6.

Zo ja, bent u bereid om de Kamer schriftelijk te informeren over het resultaat van dit overleg?


7.

Bent u bereid om, zodra de Nederlandse Mededingingsautoriteit een oordeel over de nieuwe Gedragscode Hypothecaire Financieringen heeft uitgesproken, de Kamer hierover schriftelijk te informeren?


8.

Kan de gevraagde informatie voor 1 oktober aanstaande worden verstrekt aan de Kamer?

ANTWOORDEN:


1.

Ja.


2.

De ontwikkelingen op de hypotheekmarkt hebben, in de jaren negentig, gelijke tred gehouden met die op de huizenmarkt. Er hebben zich derhalve geen majeure wijzigingen voorgedaan in de hoogte van de verstrekte hypotheken ten opzichte de gemiddelde onderpandwaarde. Het gemiddelde hypotheekbedrag per afgesloten woninghypotheek ligt stabiel op ongeveer 70% van de marktwaarde.

Een studie van het Centraal Plan Bureau (CPB) geeft aan dat de totaal uitstaande hypotheekschuld als percentage van het beschikbaar gezinsinkomen wel aanzienlijk is gestegen. De solvabiliteit van huishoudens is evenwel niet veranderd doordat de groei van de uitstaande hypotheekschuld gelijke tred heeft gehouden met de toename van de marktwaarde van het eigen woning bezit. Wel is de liquiditeit van huishoudens iets verslechterd doordat een goed deel van het vermogen in de eigen woning zit die niet snel, althans niet zonder al te veel waardeverlies, te verkopen is.
Eén en ander is nu afhankelijk van de stabiliteit van de huizenprijzen. Mocht zich onverhoopt een prijsdaling voordoen dan hoeft dit volgens het CPB geen al te grote macro-economische effecten tot gevolg te hebben , maar kunnen sommige huishoudens in de problemen geraken; met name zij die het huis, op de top van de markt, met geleend geld gekocht hebben, en vervolgens moeten of willen verhuizen als gevolg van gewijzigde persoonlijke omstandigheden. De Staatssecretaris van VROM heeft met name op die persoonlijke risico.s gewezen. Voor zover een omslag op de woningmarkt samenhangt met een stijging van de rente zullen de macro-economische effecten groter zijn, via de dempende werking die dit heeft op de consumptie en de investeringen. DNB besteedt hier ook aandacht aan in het binnenkort te verschijnen kwartaalbericht van september 1999.

Tot slot kan opgemerkt worden dat de historisch lage hypotheekrente de leencapaciteit van huishoudens sterk vergroot. Een stijging van de rente heeft een tegengesteld effect. Het effect van renteveranderingen op de woonlasten hangt overigens af van de looptijd van de rentevaste periode en de gekozen hypotheekvorm.


3.

Ja.


4.

Momenteel zijn er geen tekenen die erop wijzen dat grootschalig te ruim wordt gefinancierd (zie antwoord op vraag 2). Mocht deze situatie zich toch voordoen dan zullen de budgettaire gevolgen, gegeven het huidige prijsniveau op de huizenmarkt, afhankelijk zijn van de mate van overfinanciering, maar verder overeenkomstig zijn aan de budgettaire gevolgen van de huidige toename in hypothecaire leningen. Er zal sprake zijn van een toenemende hypotheekaftrek in de inkomstenbelasting.


5. en 6.
Afgelopen maand heeft het ministerie van VROM op ambtelijk niveau met het Contactorgaan Hypothecaire Financiers een eerste oriënterend gesprek gevoerd. Voor een eventueel vervolgoverleg en overleg met de Nederlandse Vereniging van Banken is het van belang de context van dergelijk overleg te bepalen. Relevant daarbij is ondermeer in hoeverre de groei van hypotheekverlening uit macro-economische factoren verklaard kan worden en of de ontwikkeling van de hypothecaire uitzettingen belangrijke risico.s inhouden voor de kredietverstrekkende instellingen, de kredietnemers en een evenwichtige macro-economische
ontwikkeling. De groei van de hypotheekverlening hangt voor een belangrijk deel samen met de ontwikkeling van de huizenprijzen. Met betrekking tot de macro-economische factoren achter de ontwikkeling van de huizenprijzen, alsmede de daarmee samenhangende risico.s verwijs ik naar mijn antwoorden op de vragen van het lid Vendrik (ingezonden 14 juli 1999, nr. 2989916150) en in het bijzonder naar de daarin genoemde analyse van het IMF naar de prijsontwikkeling op de koopwoningmarkt. De conclusie van deze analyse is dat de ontwikkeling van de huizenprijzen grotendeels verklaard kan worden uit macro-economische factoren. Daarnaast geldt dat de Nederlandsche Bank thans een onderzoek verricht naar de ontwikkeling van de hypothecaire kredietverlening en de daarmee samenhangende risico.s. Dit micro-economisch geörienteerde onderzoek dient onder meer informatie op te leveren over de ontwikkeling en de kwaliteit van de hypotheekverstrekking en de interne normen en standaarden die daarbij door de kredietverstrekkende instellingen worden gehanteerd. Aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek zal beoordeeld worden of aanleiding bestaat voor nader overleg met de Nederlandse Vereniging van Banken.

Zoals aangegeven in antwoord op eerdere vragen van het lid Witteveen-Hevinga (ingezonden 22 oktober 1996, nr. 2969701640) is het mijns inziens niet aan de overheid om te bevorderen dat de keuzevrijheid van de consument en de geldverstrekker beperkt wordt. Wel is het van belang dat de consument kan rekenen op een goede en objectieve verschaffing van informatie bij het verstrekken van hypothecaire leningen. De nieuwe versie van de Gedragscode Hypothecaire Financieringen voorziet in een aantal relevante passages terzake. Daarnaast wil ik verwijzen naar de Nota informatieverstrekking aan de consument van financiële diensten, die ik op 8 juli jl. aan de Tweede Kamer heb gezonden. De nota voorziet in een analyse waarin ook de Gedragscode Hypothecaire Financieringen is betrokken. De in de nota aangeduide beleidsinitiatieven hebben dan ook onder andere betrekking op die gedragscode. Gedacht moet worden aan voorschriften over het inzichtelijk maken van risico.s, het gedurende de looptijd actief verstrekken van informatie over de waardeontwikkeling van het product en het verplicht stellen van een kernpuntendocument. Zoals in de nota is aangeduid zal ook aandacht worden besteed aan de naleving van regels. Bij de voorbereiding van deze nota is overleg gevoerd met onder andere de Nederlandse Vereniging van Banken. Ook in de implementatiefase zal dat het geval zijn, met betrekking tot zowel inhoud als naleving. Overigens zullen de financiële toezichthouders - in het kader van de Raad van Financiële Toezichthouders - in de implementatiefase een coördinerende rol hebben, vanwege het noodzakelijke sectoroverstijgende perspectief, en meer algemeen vanwege de relatie met hun toezichtspraktijk.

Over de resultaten van de aangeduide trajecten zal de Tweede Kamer vanzelfsprekend worden geïnformeerd.


7.

Zodra de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit een besluit heeft genomen op het ontheffingsverzoek betreffende de nieuwe Gedragscode Hypothecaire Financieringen, zal de Tweede Kamer door de Minister van Economische Zaken schriftelijk worden geïnformeerd over de inhoud van dit besluit.


8.

In het kader van de behandeling van het ontheffingsverzoek betreffende de nieuwe Gedragscode Hypothecaire Financieringen heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit aanvullende vragen gesteld aan de indiener van het ontheffingsverzoek. Als gevolg daarvan is de termijn van behandeling opgeschort. Een besluit wordt niet voor 1 oktober verwacht. Zodra het besluit is genomen zal de Tweede Kamer hierover door de Minister van Economische Zaken worden geïnformeerd.

Woordvoerder: drs. F.F.M. Kemperman
Telefoonnummer: 070 - 342 8236

09 sep 99 16:44

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie