Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Geannoteerde agenda Ecofin Raad

Datum nieuwsfeit: 10-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: GEANNOTEERDE AGENDA ECOFIN 10-12 SEPTEMBER

Persberichtnr.

99/186

Den Haag

3 september 1999

Geannoteerde agenda ecofin 10-12 september

Minister Zalm van Financiën heeft vandaag, mede namens de Staatssecretaris, de geannoteerde agenda van de Informele Ecofin Raad van 10-12 september 1999 naar de Kamer gezonden.

Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot in de volgende vergadering.

Hieronder volgt de tekst van de agenda.

Economische en budgettaire situatie

aard bespreking: oriënterend debat

Naar verwachting zullen over dit punt weinig nieuwe inzichten bestaan ten opzichte van de laatste keer dat hierover gesproken is (juli 1999). Het ziet er naar uit dat de economische teruggang in 1999 tijdelijk en gematigd is en dat de groei zal aantrekken in de tweede helft van 1999. De Europese Commissie gaat uit van een groei van 2,2% BBP in 1999 voor het Euro-gebied. Ook voor het jaar 2000 zijn de groeivooruitzichten gunstig (Commissie: 2,7% BBP voor het Eurogebied). De tekenen voor economisch herstel worden nu in alle lidstaten duidelijker.

Met uitzondering van Italië hebben alle Lidstaten bovendien aangegeven dat zij hun tekortdoelstelling voor 1999 zoals opgenomen in hun stabiliteits- en convergentieprogrammas zullen halen of mogelijk zelfs beter dan dat. Gezien de gunstige groeivooruitzichten voor 2000, die niet sterk afwijken van wat Lidstaten in hun programmas aangaven, zal eenzelfde commitment ten aanzien van het vorderingentekort moeten gelden voor 2000.

Voorbereiding G7-bijeenkomst

aard bespreking: voorbereidend debat

In het kader van de komende G7-bijeenkomst zullen de ministers zich concentreren op de voorbereiding van de bespreking van de macro-economische situatie en de wisselkoersontwikkeling. Bij de bespreking van deze onderwerpen in de G7 zullen de voorzitter van de euro-11 en de ECB-President aanwezig zijn. Over de dollar-euro koers stelde voorzitter Niinistö na afloop van de euro-11 bijeenkomst van 12 juli jl. met instemming van de collegas dat de dollar-eurowisselkoers voornamelijk verschillen in economische ontwikkelingen weerspiegelt en tijdelijke factoren zoals Kosovo. De euro heeft potentieel voor appreciatie, gezien de interne prijsstabiliteit. De opleving van de Europese economie zal op termijn worden gereflecteerd in de wisselkoers. Sinds midden juli is dit herstel ook opgetreden. De laatste dagen beweegt de euro zich in een marge tussen $1,04 en $1,07 , terwijl midden juli de koers nog $1,01 per euro bedroeg.

Geannoteerde agenda uitgebreide Euro-11 d.d. 11-09-1999 (alle 15 lidstaten aanwezig)

Tijdens de uitgebreide Euro-11 zal een oriënterend debat gevoerd worden over de voortgang op een aantal fiscale dossiers.

Gedragscode ter voorkoming van schadelijke belastingconcurrentie

Met het afspreken van de gedragscode trachten de lidstaten de schadelijke belastingconcurrentie in de Europese Unie uit te bannen. Voor de Ecofin van november 1999 moet de Primarolo-groep een eindrapport hebben afgerond waarin conclusies worden getrokken. Nederland is van mening dat schadelijke belastingconcurrentie moet worden voorkomen. Belangrijk daarbij is dat op elkaar lijkende maatregelen een gelijke behandeling krijgen. Nederland is bereid fiscale maatregelen aan te passen indien vaststaat dat zij schadelijke belastingconcurrentie opleveren, mits verzekerd is dat vergelijkbare maatregelen in andere lidstaten hetzelfde lot zijn beschoren. Tenslotte is Nederland de mening toegedaan dat ervoor moet worden gewaakt dat de gedragscode niet slechts leidt tot een kapitaalvlucht uit de EU naar niet EU-landen.

Spaartegoeden

De richtlijn spaartegoeden beoogt een eenduidige fiscale behandeling van rente uit spaartegoeden, ontvangen uit een andere lidstaat dan de woonstaat, tot stand te brengen in Europa. Die behandeling dient ervoor te zorgen dat een minimale belastingheffing over rente uit spaartegoeden wordt verzekerd. In het huidige richtlijnvoorstel wordt de lidstaten de keuzemogelijkheid geboden tussen het invoeren van een bronheffing van 20% of het uitwisselen van inlichtingen (het coëxistentie-model). Afgelopen Ecofin heeft de Raad geconcludeerd dat er grotendeels overeenstemming is bereikt over doel en reikwijdte van de richtlijn, maar dat er nog problemen bestaan, onder andere bij de behandeling van betaalde rente over internationale obligaties. De Raad heeft de Groep Financiële Vraagstukken verzocht de besprekingen voort te zetten en al het nodige te doen opdat de richtlijn in 1999 zou worden aangenomen. Nederland is een voorstander van de totstandkoming van een richtlijn en kan leven met het coëxistentie-model.

Interest en royalties

Op grensoverschrijdende interest en royalty-betalingen tussen verbonden ondernemingen wordt door de meeste landen een bronheffing ingehouden. Doelstelling van het richtlijnvoorstel van de Commissie is de afschaffing van bronheffingen op betalingen van interest en royalty-betalingen tussen verbonden ondernemingen gevestigd in verschillende lidstaten. In het voorstel is er sprake van verbondenheid als een onderneming direct of indirect een belang van 25% of meer heeft in een andere onderneming. De Raad heeft tijdens de afgelopen Ecofin de Groep Financiële Vraagstukken verzocht de besprekingen intensief voort te zetten en af te ronden. Nederland streeft naar een richtlijn met een een zo ruim mogelijke reikwijdte. Dat wil zeggen dat zo veel mogelijk ondernemingen dienen te kwalificeren als zijnde verbonden.

BTW op arbeidsintensieve diensten

Het doel van het Commissie-voorstel is het bevorderen van de werkgelegenheid op het gebied van ongeschoolde of laaggeschoolde arbeid en tevens het tegengaan van werken in het zwarte/grijze circuit. N.a.v. het recente verzoek van de Ecofin wordt op dit moment de laatste hand gelegd aan een limitatieve lijst van sectoren waaruit lidstaten een aantal categorieën mogen kiezen. Het streven is dat het voorstel wordt aangenomen tijdens de Ecofin van oktober 1999. Nederland is voorstander van een verlaagd BTW-tarief voor arbeidsintensieve diensten en staat derhalve positief tegenover het richtlijnvoorstel over experimenten van de Commissie. Met betrekking tot de hierboven beschreven lijst, heeft Nederland ingezet op een zo ruim mogelijke lijst van sectoren met zoveel mogelijk keuzes.

Energiebelasting

Tijdens de meest recente Ecofin werd duidelijk dat 13 lidstaten konden instemmen met de hoofdlijnen van het compromisvoorstel van het voorzitterschap, maar dat het voorstel voor twee lidstaten onaanvaardbaar was als grondslag voor verdere werkzaamheden. Als voorloper op het terrein van de milieubelastingen is Nederland voorstander van een richtlijn over een minimumbelasting van energieproducten. Dit kan ervoor zorgen dat de op dit moment bestaande concurrentieverstoring wordt opgeheven.

Geannoteerde agenda Informele Ecofin d.d. 11-09-1999

EU-speech Jaarvergadering IMF/WB

aard bespreking: afrondend debat

De Ecofin zal de door het Finse Voorzitterschap uit te dragen speech tijdens de gezamenlijke Jaarvergadering van Wereldbank en IMF vanaf 26 september aanstaande beoordelen. Mede gezien de korte tijd die sindsdien is verstreken bouwt deze speech voort op de aanbevelingen in het recente Ecofinrapport over het Internationale Monetaire Stelsel, dat door de Europese Raad van Keulen van 3 en 4 juni jongstleden werd aangenomen.

Economische beleidscoördinatie

aard bespreking: oriënterend debat

Besproken worden de hoofdlijnen van een nog op te stellen rapport van de Ecofin over economische beleidscoördinatie aan de Europese Raad van Helsinki van 10/11 december 1999. Met ingang van de derde fase is het noodzakelijk om de economische beleidscoördinatie te verdiepen en versterken teneinde bij te dragen aan het succes van de EMU en het bevorderen van een houdbare, werkgelegenheidsbevorderende groei. Inmiddels is sprake van een coördinatie-raamwerk dat in principe alle facetten van het economisch beleid dekt (begrotingsbeleid, structureel beleid, werkgelegenheidsbeleid, macro-economische dialoog). Bezien zal worden welke verbeteringen in het raamwerk van de Europese economische beleidscoördinatie kunnen worden aangebracht. Het begrip coördinatie is daarbij de vlag die verschillende vormen van afstemming op de verschillende beleidsonderdelen dekt (lopend van pure uitwisseling van informatie, discussies over best practices, beleidsdialoog, peer review, tot formele overeenkomsten en gezamenlijk vastgestelde actie).

Nederland zal tijdens de informele Ecofin onder andere aandacht vragen voor de noodzaak tot stroomlijning en het voorkomen van overlap in het huidige coördinatieraamwerk dat qua bestreken terreinen en intensiteit van de procedures voldoet. Daarnaast is meer aandacht nodig voor de basisprincipes van beleidscoördinatie in de Europese Unie, die aangeven wanneer er Europees gecoördineerd moet worden. Op de specifieke bestreken terreinen is continu maatwerk en evaluatie vereist, waarbij een afweging gemaakt moet worden tussen kosten en baten, rekening houdend met de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit.

Stabiliteit financiële markten en toezicht

aard bespreking: oriënterend debat

De Commissie wil, mede naar aanleiding van het Actie Plan Financiële Diensten (COM 99 232) dat werd verwelkomd door de ER van Keulen (3/4 juni 1999), een discussie opstarten over financiële stabiliteit en toezicht in de derde fase EMU. De Commissie gaat in op de vraag of het huidige toezichtraamwerk in het eurogebied voldoende is. In dit stadium komt zij nog niet met concrete aanbevelingen, maar geeft een aantal discussiepunten voor de ministers.

De Commissie stelt onder meer dat een goede coördinatie tussen de ECB en de nationale toezichthouders, alsmede de nationale toezichthouders onderling (o.a. cross-sector) essentieel is. Overigens vindt ook nu al internationale samenwerking plaats op bilaterale basis en in multilaterale fora (Comité Bankentoezicht van de ECB, Federatie Europese Effectentoezichthouders en Conferentie van Verzekeringstoezichthouders). Nederland ziet evenals de Commissie, conform het Verdrag, een zekere coördinerende rol voor de ECB weggelegd op het terrein van bankentoezicht, maar is tevens van mening dat de vormgeving van het toezicht moet aansluiten bij ontwikkelingen in de financiële markten.

Een belangrijke trend in financiële markten - naast de toenemende internationalisering - is de steeds verdergaande vervlechting tussen sectoren. In de vormgeving van het (internationale) toezicht moet met beide trends rekening worden gehouden, wil het toezicht efficiënt en slagvaardig kunnen blijven.

In het Verdrag van Maastricht is bepaald dat de lidstaten bij unanimiteit kunnen besluiten om toezichtstaken aan de ECB op te dragen, maar tevens dat deze taken geen betrekking zullen mogen hebben op verzekeringsondernemingen. Het is derhalve niet zo dat de rol van de ECB al vast staat;

evenzeer denkbaar is een ontwikkeling waarbij een cross-sector organisatie van het toezicht internationaal de trend wordt (denk aan het Australische of het Engelse toezichtsmodel).

Introductie eurobankbiljetten en munten

aard bespreking: oriënterend debat

De Commissie brengt verslag uit aan de informele Ecofin over ontwikkelingen ten aanzien van de introductie van eurobankbiljetten en munten. De Commissie heeft de informele Ecofin daarbij een aantal discussiepunten voorgelegd zoals het intensiveren van voorlichtingsactiviteiten en een goede informatie-uitwisseling tussen overheden, communicatie over het nationaal besluit over de periode van dubbele circulatie, noodzaak om zo spoedig mogelijk na 1 januari 2002 een kritieke massa van munten en biljetten te introduceren, speciale aandacht voor kwetsbare groepen bij de eurovoorlichting. Ten aanzien van bevoorrading van het publiek met euromunten voor 1 januari 2002 streeft de Commissie er naar om voor het einde van dit jaar tot een gemeenschappelijke uitspraak van de Ecofin te komen. Het nut van een gemeenschappelijke uitspraak wordt door Nederland onderschreven, waarbij Nederland sympathie heeft voor het vooraf bevoorraden van het publiek met euromunten met het oog op de gewenning. De andere lidstaten lijken zich evenwel voor het overgrote merendeel tegen iedere vorm van bevoorrading van het publiek met euromunten vóór 1 januari 2002 te keren.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie