Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Zorg monumentale kerken drukt zwaar op kerkgenootschappen

Datum nieuwsfeit: 13-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Rijksuniversiteit Groningen

Nummer 114 13 september 1999

overheid let te veel op economisch aspect

Zorg voor monumentale kerken drukt zwaar op kerkgenootschappen

Zorg voor monumentale kerken drukt zwaar op kerkgenootschappen

De onderhoud- en restauratiekosten van monumentale kerken dreigt voor kerkgenootschappen een groot knelpunt te worden. In een onderzoek van de Wetenschapswinkel voor Economie van de Rijksuniversiteit Groningen is becijferd dat de kerken daar in 2003 jaarlijks bijna vijftig miljoen gulden meer aan kwijt zullen zijn dan in 1996. Oorzaak hiervan is de regelgeving van de overheid die op alle fronten verscherpt wordt. Door de ontkerkelijking is de zorg voor de monumentale kerken bovendien een steeds zwaardere last voor steeds minder mensen.

De overheid is bereid om veel subsidie te verstrekken voor het onderhoud en de restauratie van monumenten. Ze let daarbij echter te veel op de economische aspecten, terwijl de monumentale waarde voorop zou moeten staan. Volgens het rapport hecht monumentenzorg de laatste jaren te veel waarde aan de 'multiplier', de vermenigvuldigsfactor die aangeeft hoeveel geld de eigenaar zelf boven op de subsidie legt.

Welbesteed

Aandacht voor de multiplier zorgt ervoor dat de subsidies steeds meer stromen naar monumenten met eigenaren die zelf veel bijdragen. Subsidie wordt zo 'welbesteed' geld voor de overheid, zeker ook omdat een deel van het geld weer terugvloeit in de staatskas de vorm van belastingen. Het rapport zet vraagtekens bij deze aanpak. Het is mogelijk, zeggen de opstellers, dat het welbestede geld in feite weggegooid geld is. Projecten met een hoge multiplier komen misschien ook zonder subsidie wel van de grond. Het kan daarom ook logisch zijn om juist projecten met een lage multiplier, zoals kerken, extra te subsidiëren.

Beschotting

In 1997 is het nieuwe subsidiebeleid voor monumentenzorg in werking getreden. Een opvallende wijziging was het invoeren van de 'beschotting'. Het budget werd opgedeeld in drie delen: vijftig procent gaat naar woonhuizen en boerderijen (hoge multiplier), dertig procent naar kerkgebouwen en twintig procent naar overige monumenten. Voor de kerken betekent dit een forse aderlating: het aandeel in de restauratiesubsidies zakte met deze wijziging van zestig naar dertig procent. Het aandeel van woonhuizen steeg van veertien naar vijftig procent.

Een bijkomende factor is de groei van het aantal monumenten, waardoor de spoeling dunner wordt. In de komende jaren zullen ongeveer 18.000 jonge monumenten worden toegevoegd aan de monumentenlijst, die nu circa 48.000 monumenten telt.

Eén functie

Dat kerken in vergelijking met ander categorieën monumenten een aparte positie innemen, was al duidelijk uit het boek 'Herbestemming van kerken' dat onder auspiciën van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in 1995 is uitbracht. In tegenstelling tot woonhuizen en boerderijen zijn kerken nauwelijks voor andere doeleinden te gebruiken. Herbestemming brengt vaak hoge verbouwkosten met zich mee, die de levensvatbaarheid van alternatieve bestemmingen verminderen. Kerken zijn eigenlijk maar goed voor één functie: het houden van kerkdiensten.

Overige regelgeving

In het rapport van de Wetenschapswinkel worden alle kostenaspecten van restauratie en onderhoud van kerken overzichtelijk gerangschikt en kritisch bekeken. Het blijkt dat het instandhouden van het kerkgebouw voor de eigenaar steeds duurder uitpakt. Dat ligt niet alleen aan de aanscherping van de monumentenwet van de laatste jaren, ook andere regelgeving draagt steentjes bij aan de lastenverzwaring. Zo kan de 'ecotaks' op energie flink oplopen in de grote, tochtige gebouwen. Aan de zwaardere eisen die tegenwoordig aan brandveiligheid gesteld valt soms nauwelijks meer te voldoen. De aanleg van een nooduitgang is een dure zaak als het moet zonder aantasting van het monumentale karakter. Vooral de financiële gevolgen van de arbo-wetgeving blijken groot. Door de verhoogde veiligheidseisen kan klein onderhoud vaak niet meer door vrijwilligers worden uitgevoerd.

Totaal

Alles bij elkaar geteld blijkt dat het budget van monumentenzorg voor het bestaande bestand aan monumentale kerken in zes jaar tijd meer dan gehalveerd wordt. Van 52 miljoen gulden per jaar in 1996 loopt het terug naar 24 miljoen in 2003 (een verschil van 28 miljoen). De eigenaren van de monumentale kerken zijn door de verscherping van de regelgeving, op andere terreinen dan de monumentenzorg, over dezelfde periode jaarlijks ongeveer 21 miljoen gulden duurder uit. De totale kostenstijging voor de kerkelijke gemeenschappen in Nederland bedraagt dus 49 miljoen per jaar.

Noot voor de pers

Meer informatie:

* drs. Frans J. Sijtsma, Wetenschapswinkel voor Economie RUG, tel. (050) 363 37 54 , e-mail (wewi@eco.rug.nl) (werk).
* Het rapport 'Financiering monumentale kerken' door R.J.Suhlmann en drs F.J. Sijtsma is verkrijgbaar bij De Wetenschapswinkel voor Economie, RUG, tel. (050) 363 3754 / 3733

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie