Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Europese Raad Algemene zaken 13-09-1999

Datum nieuwsfeit: 13-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

2201. Raad - ALGEMENE ZAKEN

Brussels (13-09-1999) -Nr. 10621/99 (Presse 263)


10621/99 (Presse 263)

(OR. en)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2201e zitting van de Raad


- ALGEMENE ZAKEN -

Brussel, 13 september 1999

Voorzitter :

mevrouw Tarja HALONEN

Minister van Buitenlandse Zalen van de Republiek Finland

AARDBEVING IN GRIEKENLAND

De Raad gaf uiting aan zijn ontsteltenis over de aardbeving die zich vorige week in Griekenland heeft voorgedaan en sprak zijn diepe medeleven uit met de Griekse Regering en het Griekse volk naar aanleiding van de zware verliezen die deze natuurramp heeft veroorzaakt.

In een geest van solidariteit nam de Raad er met voldoening nota van dat de Commissie met de Griekse autoriteiten reeds gesprekken op gang heeft gebracht om te bezien op welke wijze de gevolgen van de aardbeving kunnen worden verlicht.

VOORBEREIDING VAN DE EUROPESE RAAD (Tampere, 15/16 oktober 1999)

De Raad luisterde naar een mondeling verslag van het voorzitterschap over de stand van de voorbereidingen en de te behandelen punten voor de Europese Raad van Tampere, die aan justitie en binnenlandse zaken zal zijn gewijd.

Het voorzitterschap onderstreepte dat de Europese Raad van Tampere concrete, ambitieuze beleidslijnen en initiatieven dient te onderschrijven die richting moeten geven aan de verdere werkzaamheden op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, in het bijzonder aan de diverse wetgevingsplannen die in het actieplan van Wenen worden opgesomd. In Tampere zullen de volgende drie basisonderwerpen aan de orde worden gesteld (deze worden ook genoemd in de uitnodiging voor de informele bijeenkomst van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken in Turku op 16/17 september 1999):


- een gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid van de EU: een geïntegreerd, pijleroverschrijdend beleid ten opzichte van landen van oorsprong, een eenvormig Europees asielstelsel, subsidiaire bescherming, tijdelijke bescherming, status en integratie van onderdanen van derde landen, bestrijding van illegale immigratie, overname en doeltreffende grenscontrole;

- grensoverschrijdende criminaliteit
: misdaadpreventie, bestrijding van georganiseerde criminaliteit, versterkte grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (inclusief de ontwikkeling van Europol), onderlinge aanpassing van het strafrecht, gecoördineerde vervolging en het elimineren van opbrengsten uit misdrijven;
- een Europese juridische ruimte:
de rechtspositie van een individu, juridische bescherming (inclusief toegang tot de rechter en goed beheer), wederzijdse erkenning van beslissingen en vonnissen, onderlinge aanpassing van bepaalde aspecten van het burgerlijk recht, verbetering van de rechten van het slachtoffer, vereenvoudiging en versterking van de justitiële samenwerking.

Voorts voerde de Raad aan de hand van een door het voorzitterschap voorbereide discussienota een eerste debat over de noodzaak van een krachtiger en coherenter extern optreden van de Unie op het gebied van justitie en binnenlandse zaken.

In deze nota wordt onderstreept dat voor de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid een krachtiger en coherenter extern optreden van de Europese Unie op het gebied van justitie en binnenlandse zaken is vereist en dat de met justitie en binnenlandse zaken verband houdende aspecten beter moeten worden geïntegreerd in het bepalen en uitvoeren van andere beleidsmaatregelen en activiteiten van de Unie.

In het licht van deze doelstellingen had het debat ten doel, fundamentele prioriteiten vast te stellen voor de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken ten aanzien van externe betrekkingen (bijv. landen/groepen van landen, thema's), alsmede de bestaande structuren te analyseren (interactie tussen de AZ- en JBZ-ministers, rol van de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger en de eenheid voor beleidsplanning en vroegtijdige waarschuwing, mogelijke bijdrage van de diplomatieke en consulaire missies van de lidstaten) evenals de beschikbare instrumenten (gemeenschappelijke strategieën, overeenkomsten van de Raad en de Gemeenschap, gecoördineerd gebruik van instrumenten van de onderscheiden pijlers).

Na de informele bijeenkomst van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken in Turku op 16/17 september 1999 zal de Raad in zijn volgende zitting op 11 oktober 1999 de laatste hand leggen aan de voorbereidingen van de Europese Raad van Tampere.

EU-HANDVEST VAN DE GRONDRECHTEN

De Raad nam nota van de stand van de werkzaamheden die zijn verricht om voor het forum dat een ontwerp-EU-handvest van de grondrechten dient op te stellen, de samenstelling en de werkmethode alsmede praktische regelingen vast te stellen.

Op basis van de conclusies van de Europese Raad van Keulen dient "een forum bestaande uit vertegenwoordigers van de staathoofden en regeringsleiders en de voorzitter van de Commissie alsmede leden van het Europees Parlement en de nationale parlementen" een handvest op te stellen dat "de vrijheids- en gelijkheidsrechten alsmede het grondrecht van de eerlijke rechtsgang dient te omvatten, zoals die worden gewaarborgd door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en zoals zij in de gemeenschappelijke constitutionele tradities van de lidstaten tot algemene beginselen van het Gemeenschapsrecht zijn gesanctioneerd". Het forum zou nog vóór het eind van het jaar 2000 een ontwerp-handvest moeten voorleggen.

Inzake samenstelling van het forum, dient nog overeenstemming te worden bereikt over het definitieve aantal vertegenwoordigers van de lidstaten, het Europees Parlement en de nationale parlementen. Andere kwesties die nog openstaan, hebben betrekking op de keuze van de voorzitter en de werkmethode van het forum, in het bijzonder de wijze waarop het handvest moet worden opgesteld en aangenomen.

Het voorzitterschap verklaarde dat het voor deze kwesties een definitief voorstel zal uitwerken teneinde tijdens de volgende zitting van de Raad Algemene Zaken op 11 oktober algehele overeenstemming te bereiken met het oog op de bijzondere Europese Raad van Tampere.

BANANEN - Conclusies

1. De Raad nam nota van een verslag van vice-voorzitter Sir Leon BRITTAN van de Commissie over haar contacten met de betrokken partijen in het bananengeschil, alsmede van een evaluatie daarvan. De Raad nam eveneens kennis van de verklaringen van de leden van de Raad.

2. De Raad memoreerde zijn conclusies van juli 1999 en drong er bij de Commissie op aan, zo spoedig mogelijk een formeel voorstel tot wijziging van de bananenregeling in te dienen.

OOST-TIMOR - Conclusies

De Raad is zeer ingenomen met het resultaat van de volksraadpleging onder de Oost-Timorese bevolking van 30 augustus 1999. De Raad acht het absoluut noodzakelijk dat Indonesië voldoet aan de verbintenis om de overeenkomst van 5 mei 1999 tussen Portugal en Indonesië volledig na te komen. De EU acht het van het grootste belang dat de bevolking van Oost-Timor de onafhankelijkheid krijgt waarvoor zij vrij heeft gekozen. De Raad brengt hulde aan de Verenigde Naties voor het organiseren van de volksraadpleging en voor de moed en de uitzonderlijke inzet die het personeel van de missie van de Verenigde Naties in Oost-Timor (UNAMET) onder de moeilijkste omstandigheden getoond heeft.

De Raad veroordeelt met kracht de afschuwelijke terreurdaden die in Oost-Timor hebben plaatsgevonden na de bekendmaking van het resultaat van de volksraadpleging en die zijn gepleegd met de medeplichtigheid van de Indonesische strijdkrachten en politie. De regering van Indonesië blijft verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde in het gebied.

De Raad neemt er nota van dat president Habibie gisteren heeft aangekondigd dat Indonesië bereid zou zijn een internationale troepenmacht te accepteren teneinde te helpen bij het herstel van de vrede in Oost-Timor, de bevolking van het gebied te beschermen en het resultaat van de volksraadpleging uit te voeren. Hij benadrukt de noodzaak de internationale troepenmacht ten spoedigste te ontplooien. De orde, de veiligheid en de rechtsstaat moeten onmiddellijk hersteld worden. De EU steunt een spoedige bijeenkomst van de Veiligheidsraad om een besluit te nemen over het mandaat voor een internationale aanwezigheid. De houding van de EU jegens Indonesië zal worden bepaald door het onmiddellijk en onvoorwaardelijk nakomen van de toezeggingen die de Indonesische president heeft gedaan.

De Raad heeft voor een periode van vier maanden overeenstemming bereikt over een embargo op de uitvoer van wapens, munitie en militaire uitrusting, een verbod op de levering van uitrusting die voor interne repressie of terrorisme gebruikt zou kunnen worden en de opschorting van de bilaterale militaire samenwerking. Later zal de Raad in het licht van de situatie op dat moment beslissen of en zo ja hoe lang deze opschorting moet worden verlengd. De Raad heeft zijn bevoegde instanties en de Commissie verzocht met spoed de nodige juridische besluiten af te ronden.

De Raad benadrukt dat het een spoedeisende prioriteit is de ernstige humanitaire situatie te verlichten. Hij spreekt zijn grote verontwaardiging uit over de aanvallen op humanitair personeel, kerkelijke functionarissen en verdedigers van de mensenrechten. Hij dringt er bij de Indonesische regering op aan zonder uitstel de veilige terugkeer van de internationale humanitaire organisaties en instellingen naar Oost-Timor mogelijk te maken. Zij moeten een veilige toegang hebben tot de ontheemden, zodat deze veilig naar huis kunnen. De Raad is ingenomen met het voornemen van de Commissie de uitvoering van de humanitaire hulp met spoed voort te zetten en in coördinatie met de internationale organisaties, met name het UNDP, verdere humanitaire bijstand te verlenen aan hen die dat nodig hebben. De Raad steunt tevens de oproep van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten om een speciale zitting van de Commissie voor de Rechten van de Mens (CHR) bijeen te roepen. De Raad roept ertoe op een onderzoeksmissie van de CHR te organiseren teneinde het nodige bewijsmateriaal te verzamelen en vast te stellen wie verantwoordelijk zijn voor de terreurcampagne die op het referendum volgde.

Na de duidelijke uitslag van de volksraadpleging moet de onafhankelijkheid van Oost-Timor met spoed tot stand komen zoals bepaald in de overeenkomst van 5 mei. De lidstaten van de Europese Unie zullen Oost-Timor erkennen zodra het onafhankelijkheidsproces is afgerond.

De Raad wenst een krachtig, democratisch en eendrachtig Indonesië.

WESTELIJKE BALKAN - Conclusies

Servië/FRJ

De Raad heeft zijn beleid ten aanzien van de FRJ besproken. De Europese Unie zal democratische veranderingen in de FRJ blijven steunen. De Raad bevestigde opnieuw het Servische volk en de democratische krachten in het land te willen bijstaan in hun pogingen om de democratisering en de civiele samenleving te bevorderen. De Raad zal een onderscheid blijven maken tussen het regime van Belgrado en de bevolking van de FRJ, om te waarborgen dat het regime geen profijt trekt van maatregelen van de EU ten behoeve van de bevolking.

De Raad heeft ook besproken hoe de democratische krachten en organisaties in Servië het best gesteund kunnen worden. Er zullen contacten en een dialoog met de democratisch gekozen plaatselijke leiders en leiders van civiele organisaties worden ontwikkeld. De Raad was van mening dat het tijd is om formele contacten te leggen met de vertegenwoordigers van de democratische krachten in Servië en Montenegro. De EU zal vertegenwoordigers van de democratische oppositiepartijen en de civiele samenleving in Servië en van de regering van Montenegro voor besprekingen naar Brussel uitnodigen. In dit verband verwelkomde de Raad het gezamenlijk initiatief van de ministers Cook en Petersen om in overleg een proces op gang te brengen dat als forum kan dienen voor een echte discussie over politieke en technische kwesties. De Raad is ook overeengekomen de huidige steunmaatregelen opnieuw te bezien en concrete projecten van de Unie in Servië op relevante gebieden, zoals steun voor democratische media, te intensiveren. De Raad bevestigde opnieuw humanitaire steun te willen blijven verlenen aan het Servische volk en verheugde zich erover dat ECHO 40 miljoen euro voor dat doel heeft toegewezen. De Raad verzocht de bevoegde Raadsinstanties en de Commissie de mogelijkheden te bestuderen om energie voor humanitaire doeleinden te leveren aan instellingen die ten dienste staan van kwetsbare bevolkingsgroepen en kwam overeen dat spoed moet worden gezet achter de werkzaamheden inzake de levering van energie aan democratisch bestuurde gemeenten ("Energie voor democratie").

De Raad kwam overeen dat ieder besluit tot levering van energie vergezeld moet gaan van de boodschap dat de Unie uitsluitend de democratische krachten en het Servische volk steunt.

De Raad besprak de rol van sancties in haar beleid ten aanzien van de FRJ. Als uitdrukking van sympathie voor het Servische volk kwam hij overeen zijn besluit betreffende de ontmoediging van betrekkingen op sportgebied in te trekken. Over de overige sanctiemaatregelen zullen besluiten worden genomen in het licht van de ontwikkelingen in het land.

De Raad nam er nota van dat de Commissie, ingevolge het gemeenschappelijk standpunt van de Raad waarbij Montenegro en Kosovo zijn vrijgesteld van het olie-embargo en het vliegverbod, voorstellen voor de nodige wijzigingen in de desbetreffende verordeningen indient en hij verzoekt de bevoegde instanties die voorstellen snel af te handelen zodat zij voor eind september kunnen worden aangenomen.

Kosovo

De Raad legde de nadruk op het belang van de voltooiing van de installatie van de UNMIK in Kosovo. Hij juichte het voorts toe dat de installatie van KFOR spoedig voltooid zal zijn. De Raad veroordeelde de aanhoudende gewelddaden en intimidaties in Kosovo. De Raad legde de nadruk op het belang van de voltooiing van de demilitarisering van het UçK en van de ontmanteling van de militaire structuren daarvan, en deed een beroep op het UçK om de tijdslimiet van 19 september te eerbiedigen.

De Raad verheugde zich voorts over het streven van de UNMIK om verzoening en samenwerking tussen de verschillende etnische en andere groeperingen in Kosovo in de hand te werken. Hij memoreerde zijn gehechtheid aan een democratisch en multi-etnisch Kosovo en herhaalde dat hij verwacht dat resolutie 1244 van de VN-Veiligheidsraad door alle partijen volledig wordt uitgevoerd.

De Raad gaf voorts uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over het feit dat de Servische en andere niet-Albanese bevolkingsgroepen Kosovo voor een groot deel hebben verlaten, en herinnerde eraan dat in resolutie 1244 van de VN-Veiligheidsraad is bepaald dat alle vluchtelingen en ontheemden het recht hebben terug te keren. Er moet alles in het werk worden gesteld om hun terugkeer te vergemakkelijken. De Raad uitte er tevens zijn diepe bezorgdheid over dat op de vraag naar de verdwijning van duizenden mensen, overwegend Albanese Kosovaren, geen antwoord is gekomen.

De Raad wees erop dat de wederopbouw in Kosovo geïntensiveerd moet worden, mede gezien de noodzaak Kosovo voor te bereiden op de winter. De Raad verzocht de Commissie en de bevoegde instanties om voor een tijdige en efficiënte bijdrage van de EG aan de wederopbouw te zorgen.

Montenegro

De Raad besprak voorts de mogelijkheden om verdere financiële steun te verlenen aan Montenegro onder zijn democratisch verkozen regering. Hij verheugde zich over de maatregelen die daartoe reeds zijn genomen. Hij benadrukte de noodzaak van een constructieve dialoog tussen het regime van Belgrado en Montenegro over de voorstellen van Montenegro inzake de toekomst van de FRJ. De EU zal die dialoog op de voet blijven volgen.

Kroatië

Onder verwijzing naar zijn conclusies van 21 juni en 19 juli heeft de Raad het denkbeeld besproken van de oprichting van een Raadgevende Task Force EU/Kroatië voor de technische voorbereiding van de contractuele betrekkingen met de EG wanneer aan de voorwaarden daarvoor is voldaan.

De Raad was van mening dat zo'n Task Force een nuttige bijdrage zou kunnen leveren aan de betrekkingen EU-Kroatië en verzocht de Commissie om met de politieke krachten in Kroatië overleg te plegen over de taken van zo'n Task Force en de noodzakelijke voorwaarden voor de oprichting ervan, waaronder naleving door Kroatië van zijn internationale verplichtingen.

Stabiliteitspact

De Raad heeft nota genomen van het werkprogramma van de Speciale Coördinator van het Stabiliteitspact, Bodo Hombach. De Raad was ingenomen met de voorbereidende werkzaamheden die zijn verricht om de activiteiten van het Stabiliteitspact uit te voeren. De Raad zegde de volledige en actieve medewerking van de EU daarbij toe. Met betrekking tot de in het kader van dit pact te nemen maatregelen moeten de bevoegdheden en de procedures van de EU en haar autonome besluitvorming worden geëerbiedigd. De standpunten van de EU in vergaderingen van het Stabiliteitspact zullen worden voorbereid door de bevoegde Raadsinstanties en worden verwoord door het voorzitterschap. De Raad legde de nadruk op het belang van een spoedige convocatie van de werkgroepen van het Stabiliteitspact. Ook wees hij op de noodzaak initiatieven te blijven ontwikkelen om het Stabiliteitspact concreet in te vullen. De Raad verklaarde voorts dat doublures van lopende werkzaamheden vermeden moeten worden en dat er een samenhangende en alomvattende aanpak met regionale activiteiten tot stand gebracht moet worden. De Raad nam richtsnoeren aan voor de deelneming van de EU aan de werkzaamheden in verband met het Stabiliteitspact en de organen ervan.

Brief van de aftredende voorzitter van de Commissie

De Raad heeft nota genomen van de brief van 16 juli 1999 van de aftredende voorzitter van de Commissie, Jacques Santer, en was het in het algemeen eens met de waardevolle aanbevelingen die daarin vervat zijn. Hij verzocht de bevoegde Raadsinstanties deze aanbevelingen te bestuderen opdat het Comité van Permanente Vertegenwoordigers op korte termijn verslag terzake kan uitbrengen aan de Raad.

Handel

In overeenstemming met de verklaringen van de Staatshoofden en Regeringsleiders tijdens de Top over het Stabiliteitspact in Sarajevo en voortbouwend op zijn conclusies van 21-22 juni bevestigde de Raad opnieuw dat verruimde handelsmogelijkheden een beduidende bijdrage tot de stabiliteit en welvaart van de Westelijke Balkan zouden leveren. Hij verheugde zich over het voornemen van de Commissie om in november met een voorstel tot verlenging van de bestaande autonome handelsmaatregelen te komen en verzocht de Commissie de mogelijkheden te onderzoeken om verbeteringen in de huidige maatregelen aan te brengen naast die welke reeds in de mededeling van de Commissie over het stabiliteits- en associatieproces voorgesteld worden. Hij merkte op dat de aanbeveling van de Commissie voor
onderhandelingsrichtsnoeren voor een stabilisatie- en associatieovereenkomst met de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië belangrijke voorstellen op handelsgebied omvat, met uitzicht op een vrijhandelszone EU-FYROM en bevordering van de intraregionale handel. De Raad verzocht de Commissie voorts na te gaan hoe de communautaire bijstand verder zou kunnen bijdragen tot het ontstaan van expertise en instellingen op handelsgebied in de regio, mede met het oog op de versterking van de intraregionale handel.

VREDESPROCES IN HET MIDDEN-OOSTEN - Conclusies

De Raad juichte de ondertekening van het memorandum van Sharm-el-Sheikh op 5 september toe als een beslissende stap naar een duurzame en omvattende vrede in de regio en bracht hulde aan premier Barak en president Arafat voor de moed en de vastberadenheid waarmee ze dit doel hebben nagestreefd.

De Raad sprak zijn waardering uit voor de bijdrage die koning Abdullah, president Mubarak en de minister van Buitenlandse Zaken van de VS, mevrouw Albright, in de slotfase van de onderhandelingen hebben geleverd en wees erop dat het succes grotendeels het resultaat is van rechtstreekse onderhandelingen tussen de partijen, hetgeen een goed teken is voor het verdere verloop van het proces. De Raad nam nota van de aanwezigheid van het voorzitterschap en van speciaal gezant Moratinos in Sharm-el-Sheikh en herhaalde dat de Unie bereid is om betrokken te worden bij de uitvoering van het memorandum en, indien de partijen zulks wensen, een bijdrage te leveren aan de bespreking van vraagstukken die tijdens de hervatte onderhandelingen over de definitieve status een oplossing moeten vinden. Er is een brief gestuurd naar president Arafat met de boodschap dat de Unie het memorandum steunt en zich ertoe verbindt aan de uitvoering ervan mee te werken. De Raad verzocht het voorzitterschap, speciaal gezant Moratinos en de Commissie om samen met de partijen in en buiten de regio te onderzoeken op welke wijze, in het licht van de vooruitgang die op het Palestijnse spoor is geboekt, ook op het multilaterale, het Syrische en het Libanese spoor snel voortgang kan worden gemaakt.

De Raad verheugde zich over de opening van de onderhandelingen over de definitieve status in Erez en stelde met tevredenheid vast dat de Unie en de speciale gezant uitgenodigd zijn om de plechtigheid bij te wonen.

De Raad veroordeelde in de scherpste bewoordingen de terreurdaden die na de ondertekening van het memorandum van Sharm-el-Sheikh zijn gepleegd. Hij zegde zijn volledige steun toe aan de partijen die vastbesloten zijn om niet te zwichten voor diegenen die door middel van provocaties het vredesproces trachten te verstoren.

SCHULDENLAST VAN DE ARMSTE LANDEN

De Raad nam nota van een verklaring van de Duitse minister met het verzoek aan de Commissie om zo spoedig mogelijk - nog vóór de bijeenkomst van het IMF op 28/29 september - met een voorstel te komen voor de uitvoering van punt 28 van de conclusies van de Europese Raad van Keulen betreffende een gemeenschappelijke Europese houding inzake schuldverlichting voor de armste landen (mogelijk gebruik van niet bestede middelen ten belope van 1 miljard euro uit het zesde en het zevende Europese Ontwikkelingsfonds).

INFORMELE MINISTERIËLE BIJEENKOMSTEN - Talenregeling

De Raad wisselde kort van gedachten over de talenregeling op informele ministeriële bijeenkomsten. Hij droeg het Comité van Permanente Vertegenwoordigers op, deze kwestie nader te bestuderen.

ZONDER DEBAT AANGENOMEN PUNTEN

BENOEMINGEN

Secretariaat-generaal van de Raad

De Raad nam twee besluiten aan tot benoeming van
* de heer Javier SOLANA MADARIAGA, tot secretaris-generaal van de Raad, hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en

* de heer Pierre DE BOISSIEU, tot plaatsvervangend secretaris-generaal van de Raad,

voor een periode van vijf jaar vanaf 18 oktober 1999.

Comité van de Regio's

De Raad nam een besluit aan tot benoeming van

de heer J.H.J. VERBURG ter vervanging van de heer J.P.J. LAGRAND,

de heer H.J.M. KEMPERMAN ter vervanging van mevrouw M. LOUPPEN-LAURANT,

de heer H. DIJKSMA ter vervanging van de heer P. LOOS,

de heer G. VAN KLAVEREN ter vervanging van de heer A.B. SAKKERS,

tot lid van het Comité van de Regio's, en

mevrouw C.W. JACOBS ter vervanging van de heer N. GERZEE,

de heer A.B. SAKKERS ter vervanging van de heer J. WALSMA,

de heer D.C. DEKKER ter vervanging van de heer H. VAN DER GOOT,

de heer N. KALLEN-MORREN ter vervanging van de heer D.H. KOK,

tot plaatsvervangend lid van het Comité van de Regio's,

voor de verdere duur van hun ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2002.

EXTERNE BETREKKINGEN

Turkije - Conclusies inzake steun voor de wederopbouw

De Raad is diep getroffen en bedroefd vanwege het verlies aan levens en de schade die veroorzaakt zijn door de verwoestende aardbeving. Hij betuigt zijn medeleven aan de slachtoffers en zegt de steun en samenwerking van de EU toe teneinde het lijden van de bevolking van Turkije te verlichten.

De Raad verwelkomt de maatregelen die de Commissie tot nu toe heeft getroffen en haar voornemens betreffende verdere bijstand aan Turkije. Hij verzoekt de Commissie zo snel mogelijk te handelen.

Hij ziet uit naar spoedig beraad over nieuwe en substantiële bijstand voor herstel en wederopbouw afkomstig uit leningen van de EIB alsook over macrofinanciële bijstand en MEDA II, waarvan Turkije aanmerkelijk zou moeten profiteren. De Raad onderstreept dat het van belang is de bijstand zo spoedig mogelijk te mobiliseren.

De Raad komt overeen dat de twee verordeningen waarmee de Europese strategie van Turkije financieel wordt onderbouwd zo spoedig mogelijk moeten worden aangenomen teneinde ook de bredere economische gevolgen van de aardbeving te verzachten. Hij hecht belang aan een zo spoedig mogelijke aanneming en uitvoering ervan en verzoekt het Europees Parlement om hiermee bij zijn beraadslagingen rekening te houden.

De Raad verzoekt het Coreper om nauw toe te zien op de uitvoering van deze conclusies.

De Raad is ingenomen met de aanvaarding door minister van Buitenlandse Zaken Cem van de uitnodiging van het voorzitterschap om de EU-ministers vandaag te ontmoeten om de steun van de EU voor de wederopbouw en de betrekkingen tussen de EU en Turkije te bespreken.

Togo - Conclusies inzake de opdracht van de Europese bemiddelaars in Togo

De Europese Unie hecht er veel belang aan dat na de ondertekening van de "Lomé Kaderovereenkomst" op 29 juli in Lomé, verder voortgang wordt gemaakt.

De Raad heeft het werk van de drie Europese bemiddelaars , dat gericht was op de ontwikkeling van de intra-Togolese dialoog, op de voet gevolgd en is ingenomen met hun bijdrage aan het doorbreken van de politieke impasse in Togo, hetgeen voor de Unie een belangrijk politiek doel is. De Raad prijst zich dan ook gelukkig met het voornemen van de Commissie om, ter ondersteuning van het werk van de bemiddelaars, maatregelen te overwegen die werkelijk van nut zijn.

De Raad zal de ontwikkelingen in verband met de opdracht van de bemiddelaars nauwlettend in het oog houden.

Betrekkingen met Libië

De Raad nam de volgende conclusies aan:
"1. De Raad heeft vandaag een gemeenschappelijk standpunt tot wijziging van Gemeenschappelijk Standpunt 1999/261/GBVB van 16 april 1999 vastgesteld.


2. In het licht van de recente verklaringen van de Veiligheidsraad van de VN, die zijn voldoening uitsprak over de positieve ontwikkelingen die genoemd worden in het rapport van de secretaris-generaal van de VN van 30 juni 1999, alsook over het feit dat Libië aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt bij het opvolgen van de betrokken resoluties van de VN, is de Raad overeengekomen aan de andere partners in het Proces van Barcelona voor te stellen Libië aan te bieden als volwaardig partner aan dit proces deel te nemen zodra het land het volledige acquis van Barcelona heeft aanvaard.".

Het gemeenschappelijk standpunt dat tijdens deze zitting door de Raad werd aangenomen, wijzigt het Gemeenschappelijk Standpunt van de Raad van 16 april 1999 betreffende Libië (dat de sancties opschortte die in 1992-1993 naar aanleiding van de Lockerbie-bomaanslag waren opgelegd) in die zin dat de sancties waartoe in 1986 was besloten in reactie op de steun van Libië aan het terrorisme, namelijk de beperking van de bewegingsvrijheid van diplomatiek en consulair personeel, de vermindering van de personeelssterkte van diplomatieke en consulaire missies en striktere visumvoorschriften en -procedures, eveneens worden opgeschort. Het wapenembargo wordt echter gehandhaafd. Dit besluit werd genomen in het licht van het op 30 juni door de secretaris-generaal van de VN gepresenteerde rapport, waarin een aantal elementen wordt genoemd die het vermoeden lijken te wettigen dat recente stappen van de Libische autoriteiten erop wijzen dat de regering van Libië afstand neemt van het terrorisme.

FRJ - sancties

De Raad wijzigde zijn Besluit van 10 mei 1999 betreffende het visumverbod dat de Federale Republiek Joegoslavië is opgelegd, door een aantal personen toe te voegen aan de lijst van personen aan wie geen visum voor binnenkomst in de EU-lidstaten mag worden afgegeven, namelijk 13 nieuwe leden van de regering van de FRJ en 8 personen die nauw met het regime verbonden zijn en met hun activiteiten president Milosevic steunen . Voorts is een aantal personen van de lijst geschrapt .

Oezbekistan - eerste Samenwerkingsraad

De Raad bepaalde het standpunt van de EU voor de eerste Samenwerkingsraad met Oezbekistan, die onmiddellijk na de zitting van de Raad bijeenkwam (zie persmededeling nr. 10848/99 Presse 264).

Moldavië - tweede Samenwerkingscomité

De Raad bepaalde het standpunt van de EU voor het tweede Samenwerkingscomité met Moldavië, dat op 27 september 1999 in Chisinau bijeenkomt.

Het Comité zal de volgende punten bespreken:

* recente economische ontwikkelingen en hervormingen in Moldavië alsmede macrofinanciële bijstand;

* recente ontwikkelingen binnen de EU (b.v. EMU);
* samenwerking in het kader van de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst (b.v. vorderingen met de uitvoering van het PSO-werkprogramma 1998-1999);

* handel en investeringen (markttoegang, investeringsklimaat, concurrentie);

* humanitaire hulp.

Roemenië - oprichting van een Gemengd Raadgevend Comité

De Raad hechtte namens de EU zijn goedkeuring aan het ontwerp-besluit van de Associatieraad EU/Roemenië tot oprichting van een Gemengd Raadgevend Comité, bestaande uit leden van het Economisch en Sociaal Comité van de EU en vertegenwoordigers van de Economische en Sociale Raad van Roemenië.

LMOE - deelname aan EU-programma's

De Raad hechtte namens de EU zijn goedkeuring aan het ontwerp-besluit van de Associatieraad EU/Slovenië betreffende de modaliteiten voor deelname van Slovenië aan EU-programma's op het gebied van volksgezondheid en sociaal beleid.

Onderhandelingen met MERCOSUR

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan de onderhandelingsrichtsnoeren voor een interregionale associatie-overeenkomst met MERCOSUR, ter vervanging van de Kaderovereenkomst voor Samenwerking van 1995.

Met deze goedkeuring wordt de politieke consensus geformaliseerd die op 21 juni in de Raad was bereikt, meer bepaald wat de reikwijdte en het tijdpad van de onderhandelingen betreft.

Onderhandelingen met Chili

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan de onderhandelingsrichtsnoeren voor een associatie-overeenkomst van politieke en economische aard met Chili, ter vervanging van de Kaderovereenkomst voor Samenwerking van 1996.

Met deze goedkeuring wordt de politieke consensus geformaliseerd die op 21 juni in de Raad was bereikt, meer bepaald wat de reikwijdte en het tijdpad van de onderhandelingen betreft.

EU-Memorandum voor de 54e algemene vergadering van de VN

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het ontwerp-memorandum van de EU voor de 54e Algemene Vergadering van de VN, met dien verstande dat de tekst naderhand kan worden bijgewerkt in het licht van eventuele ontwikkelingen.

HANDELSVRAAGSTUKKEN

Antidumping - ferrochroom uit Kazachstan, Rusland en Oekraïne

De Raad nam een verordening aan tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2717/93 tot instelling van een definitief antidumpingrecht van 0,31 euro/kg op de invoer van ferrochroom van oorsprong uit Kazachstan, Rusland en Oekraïne. De nieuwe verordening heeft ten doel, de invoer van ferrochroom met een chroomgehalte van minder dan 30% van het antidumpingrecht uit te sluiten.

De oorspronkelijke verordening van 1993 had betrekking op ferrochroom met laag koolstofgehalte (d.i. ferrochroom met een koolstofgehalte van ten hoogste 0,5 gewichtspercent), zonder dat daarbij het minimumchroomgehalte van het product werd gespecifieerd. Bij het tussentijdse onderzoek van deze maatregelen, waarbij werd beoogd te verduidelijken op welke producten de maatregelen van toepassing zijn, stelde de Commissie vast dat ferrochroom met laag koolstofgehalte, dat wordt verkregen uit schroot van gelegeerd staal met een chroomgehalte van ten hoogste 30%, in een aantal opzichten belangrijke verschillen vertoont van het onderzochte product en derhalve dient te worden uitgesloten van de werkingssfeer van de antidumpingmaatregelen.

Nepal - textielhandel

De Raad nam een besluit aan inzake de voorlopige toepassing van de overeenkomst met Nepal betreffende de textielhandel, in afwachting van de voltooiing van de procedures voor het sluiten van deze overeenkomst en onverminderd de voorlopige toepassing door Nepal.

Deze overeenkomst, die op 26 maart 1999 werd geparafeerd, heeft ten doel, een doeltreffende en werkbare administratieve samenwerking op te zetten om te voorkomen dat de textielhandel van quotalanden via Nepal wordt verlegd, en te garanderen dat de Nepalese textielhandel met de EU zich onbelemmerd kan ontwikkelen.

LANDBOUW

Suiker

De Raad nam een verordening aan houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker - gecodificeerde versie van Verordening (EEG) nr. 1785/81 - die de officiële codificatie in de zin van het Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 is.

BEGROTING

Ontwerp van gewijzigde en aanvullende begroting nr. 4/99

De Raad kon instemmen met alle voorstellen die in het voorontwerp van de Commissie waren opgenomen en zo de vierde gewijzigde en aanvullende begroting voor het begrotingsjaar 1999 opstellen. Het ligt in de lijn der verwachting dat het Europees Parlement tijdens zijn zitting op 16 september 1999 over deze begroting stemt.

De gewijzigde en aanvullende begroting van de Raad omvat uitgaven in verband met Kosovo (extra middelen die nog nodig zijn voor de wederopbouw), de FYROM (betaling van een eerste tranche van macrofinanciële bijstand), Turkije (spoedhulp ingevolge de aardbeving) en het OLAF (extra middelen opdat het per 1 november 1999 operationeel kan worden), Phare, Tacis en Obnova (verhoging van de middelen) en de ontmanteling van kerninstallaties. Deze verhoogde uitgaven zullen worden gefinancierd door herschikking van de middelen van het EOGFL-Garantie.

Wat de vastleggingskredieten betreft, blijkt uit de gewijzigde en aanvullende begroting dat 137 miljoen euro uit het EOGFL-Garantie zal worden aangewend voor de financiering van met name het Bureau voor de wederopbouw van Kosovo (92 miljoen), de macrofinanciële bijstand aan de FYROM (15 miljoen) en de humanitaire hulp voor Turkije (30 miljoen). Wat de betalingskredieten betreft, zal in totaal 200 miljoen euro uit het EOGFL-Garantie worden herschikt om de middelen met name ten gunste van de programma's Phare en Tacis te verhogen.

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Nieuwe synthetische drug 4-MTA

De Raad nam op basis van het gemeenschappelijk optreden inzake nieuwe synthetische drugs van 16 juni 1997 een besluit aan houdende omschrijving van 4-MTA (P-methylthioamfetamine of 4-methylthioamfetamine) als een nieuwe synthetische drug die aan controlemaatregelen en strafrechtelijke sancties moet worden onderworpen.

Dit besluit is genomen in het licht van de resultaten van een risicobeoordeling, uitgevoerd door het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving in het kader van bovengenoemd gemeenschappelijk optreden, die aantoont dat 4-MTA een krachtige psychoactieve stof is die een gevaar vormt voor de volksgezondheid en in verband werd gebracht met een aantal sterfgevallen in de Europese Unie.

Uit hoofde van dit besluit dienen de lidstaten overeenkomstig hun nationale wetgeving binnen drie maanden de noodzakelijke maatregelen te treffen om 4-MTA te onderwerpen aan de controlemaatregelen en strafrechtelijke sancties waarin zij hebben voorzien om te voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van het VN-Verdrag van 1971 inzake psychotrope stoffen.

INTERNE MARKT

Douane 2000-programma

Ten vervolge op de politieke overeenstemming in de Raad van 21 juni 1999, nam de Raad een gemeenschappelijk standpunt aan over het voorstel voor een beschikking tot wijziging van het huidige actieprogramma voor de douane in de Gemeenschap (Douane 2000).

Het belangrijkste doel van het Commissievoorstel is de verlenging tot en met 31 december 2002 van de beschikking van 1996, die voorziet in een actieprogramma voor de douane dat loopt tot aan het eind van het jaar 2000. Dit voorstel gaat bovendien verder, omdat er tevens mee beoogd wordt verschillende acties, met name op het gebied van de automatisering, de beroepsopleiding en de technische bijstand aan bepaalde derde landen te integreren binnen één enkel juridisch instrument, dat wordt gefinancierd uit één enkel begrotingsonderdeel.

Zie ook persmededeling nr. 9404/99 van 21 juni 1999 voor nadere informatie.

SOCIALE ZAKEN

Bescherming van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen

De Raad kon niet akkoord gaan met alle amendementen die het Europees Parlement in tweede lezing had aangenomen en besloot het bemiddelingscomité bijeen te roepen teneinde met het Parlement overeenstemming te bereiken over het richtlijnvoorstel betreffende minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en de veiligheid van de werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen.

JONGEREN

DAPHNE-programma

De Raad nam het gemeenschappelijk standpunt aan tot vaststelling van een communautair actieprogramma (het Daphne-programma) (2000-2003) betreffende preventieve maatregelen ter bestrijding van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen.

Zie persmededeling nr. 8655/99 (Presse 169) van 27 mei 1999 voor de inhoud van dit programma.

_______________


/newsroom/press/c/10621.NL9.htm

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie