Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Invoeringswet wet inkomstenbelasting 2001

Datum nieuwsfeit: 14-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
expostbus51


MINISTERIE FIN

www.minfin.nl

MIN FIN: INVOERINGSWET WET INKOMSTENBELASTING 2001

PERSBERICHTNR. 99/195 Den Haag 14-9-99

INVOERINGSWET WET INKOMSTENBELASTING 2001

Belastingherziening 2001

Vandaag is het wetsvoorstel Invoeringswet Wet Inkomstenbelasting 2001 (Belastingherziening 2001) aangeboden aan de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel van minister Zalm en staatssecretaris Vermeend van Financiën bevat de bepalingen die noodzakelijk zijn om de Belastingherziening 2001 op 1 januari 2001 in werking te laten treden. Via de Invoeringswet wordt de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 geregeld en in samenhang daarmee de aanpassing van andere relevante fiscale wetten, alsmede het benodigde overgangsrecht.

De Belastingherziening 2001 is gebaseerd op het regeerakkoord en sluit aan bij de nota 'Belastingen in de 21e Eeuw; een verkenning'. De herziening is gericht op het creëren van een robuust belastingstelsel met een bredere grondslag en lagere tarieven. Een stelsel dat adequaat inspeelt op toekomstige ontwikkelingen.

Het wetsvoorstel voorziet in overgangsrecht om de aansluiting tot stand te brengen tussen de huidige belastingwetgeving en de belastingwetgeving die zal gelden met ingang van 2001. Dit overgangsrecht maakt een soepele overgang van het oude naar het nieuwe belastingstelsel mogelijk. Om te voorkomen dat bestaande faciliteiten en tegemoetkomingen, waar in het nieuwe stelsel bewust geen plaats voor is ingeruimd, ook na 2001 onbeperkt van toepassing blijven, is gekozen voor een beperkt overgangsrecht.

In het regeerakkoord is aangegeven, dat voor de maatregelen waarvoor dit passend is een redelijk overgangsrecht zal worden gecreëerd. Hierbij moet worden gedacht aan gevallen waarin als gevolg van de belastingherziening op onredelijke wijze voor- of nadeel zou kunnen ontstaan. Onredelijk hoge of dubbele heffingen en de teloorgang van belastingclaims of onredelijk lage heffingen wordt voorkomen.

Het wetsvoorstel bevat voorts bepalingen tot wijziging van niet-fiscale wetgeving die noodzakelijk zijn om de belastingherziening in werking te kunnen laten treden, zoals de aanpassing van de Wet financiering volksverzekeringen en de Coördinatiewet sociale verzekering. De loonbelasting wordt evenals vele andere wetten technisch aangepast aan de nieuwe Wet inkomstenbelasting 2001. In verband met het niet meer aftrekbaar zijn van werkelijke arbeidskosten van een werknemer, en om soepeler op maatschappelijke ontwikkelingen in te spelen, is het vergoedingenbegrip van de loonbelasting opnieuw geformuleerd.

In het kader van de Belastingherziening 2001 worden via de Invoeringswet ook de volgende voorstellen gedaan: . De verhoging van het algemene BTW-tarief van 17,5% tot 19% in het kader van de verschuiving van directe naar indirecte belastingen. . De .35%-regeling., de onbelaste vergoeding van bijzonder gekwalificeerde buitenlanders die tijdelijk Nederland werkzaam zijn, wordt beperkt tot 30%.
. Uitbreiding en intensivering van de informatievoorziening door de banken in verband met de vermogensrendementsheffing.

De verschillende overgangsmaatregelen behelzen onder meer: . In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt het systeem van gesloten boxen geïntroduceerd, waarbij een negatief belastbaar inkomen uit de ene box niet kan worden verrekend met een positief belastbaar inkomen uit een andere box. Het gevolg hiervan is dat verliezen ontstaan onder de Wet op de inkomstenbelasting 1964 die op 1 januari 2000 nog niet zijn verrekend niet meer voorwaarts zouden kunnen worden verrekend. Evenzo zouden verliezen ontstaan in 2001, 2002 en 2003 niet achterwaarts kunnen worden verrekend. Dit wordt voorkomen in een overgangsregeling.
. Door de introductie van de vermogensrendementheffing vervalt de inkomstenbelastingclaim op door vennootschappen ingehouden winsten. In verband daarmee wordt een regeling voorgesteld in de vorm van een additionele heffing van vennootschapsbelasting bij excessieve winstuitdeling in de eerste vijf jaren na inwerkingtreding van het nieuwe belastingstelsel.
. Het voorstel voorziet in het tegengaan van dividendstripping, zoals dat wordt gehanteerd in de verdragen ter voorkoming van dubbele belasting.
. Door de aanpassing van het ondernemersbegrip in het voorstel Wet inkomstenbelasting 2001 zullen medegerechtigden tot het vermogen van een onderneming, zoals commanditaire vennoten, de status van ondernemer verliezen. Een gevolg hiervan is dat zij over de stille en fiscale reserves die in het kader van de vroegere onderneming zijn gevormd, moeten afrekenen.
In het overgangsrecht zijn maatregelen getroffen waardoor deze reserves in het jaar 2001 in de belastingheffing worden betrokken. Bij de invordering kan een betalingsregeling worden getroffen. . Bij de vermogensrendementsheffing bestaan voor maatschappelijke beleggingen een aantal vrijstellingen in de invoeringswet. Zo zijn er
- binnen bepaalde grenzen - vrijstellingen voor bos- en natuurterreinen, landgoederen, spaarloontegoeden, groene beleggingen, Agaath-beleggingen en voorwerpen van kunst en wetenschap. . In de Invoeringswet wordt aangekondigd dat in de nog volgende wetsvoorstellen rond het 'ondernemerspakket 21e eeuw' , een kaderregeling voor groene en maatschappelijke beleggingen zal worden geïntroduceerd. Daarbij gaan de gedachten uit naar een overkoepelende regeling, waarin de fiscale faciliteiten van venture capital (inclusief de financiering van zeescheepvaart en film) wordt uitgewerkt. Ook de nu voorgestelde regelingen voor groen beleggen en tante-Agaathleningen zullen daarin worden ondergebracht. . Bij sparen geldt de volgende regeling: de belastingheffing over het tot 31 december 2000 aangegroeide rendement valt in het progressieve tarief van box 1 en wordt uitgesteld tot het moment dat het feitelijke rendement wordt uitgekeerd. Het opschuiven van een rentebetaling heeft derhalve geen zin want de tot en met 31 december 2000 .gerijpte. rente-inkomsten die in 2001 worden uitgekeerd, worden in 2001 progressief belast. Voor zover het daarbij gaat om rente-inkomsten geldt in het jaar 2001 nog een rentevrijstelling. . Met betrekking tot kapitaalverzekeringen gaan verschillende regimes gelden:
. De systematiek van de Wet inkomstenbelasting 2001 brengt met zich mee dat alle op 31 december 2000 lopende kapitaalverzekeringen met ingang van 1 januari 2001 onder reikwijdte van de vermogensrendementsheffing komen te vallen. Over de aangegroeide rente zou moeten worden afgerekend.
. Kapitaalverzekeringen die de belastingplichtige heeft afgesloten met een vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang heeft komen echter onder reikwijdte van het aanmerkelijkbelangregime te vallen. . Via een overgangsregeling wordt er in voorzien dat voor het merendeel van de lopende kapitaalverzekeringen tot en met 31 december 2002 het huidige systeem van de Wet inkomstenbelasting 1964 van toepassing blijft. Gedurende deze overgangsperiode van twee jaar kunnen de kapitaalverzekeringen door belastingplichtigen worden aangepast (onder de voorwaarden van het overgangsrecht) aan de criteria die in de wet Inkomstenbelasting 2001 gelden voor de kapitaalverzekering eigen woning.
. Kapitaalverzekeringen met de eigen BV die gedurende de overgangsperiode worden ondergebracht bij een professionele verzekeraar worden met ingang van 2003 behandeld als reguliere kapitaalverzekeringen en vallen dan onder de
vermogensrendementsheffing.
. Voorzover lopende kapitaalverzekeringen gedurende de overgangsperiode niet (kunnen) worden aangepast, zullen deze met ingang van 31 december 2002 alsnog overgaan naar de vermogensrendementheffing. In de overgangswetgeving is ook de bepaling opgenomen dat een belastingplichtige gedurende zijn leven eenmalig aanspraak kan maken op de maximale vrijstelling ter zake van een kapitaalsuitkering uit levensverzekering.
. Voor kapitaalverzekeringen die verbonden zijn aan een eerste eigen woning en voor 2003 worden aangepast aan de nieuwe vrijstellingsvoorwaarden, blijft bij reguliere afwikkeling vrijstelling tot een maximum van +/- f. 270.000 per persoon bestaan.
. Kapitaalverzekeringen die niet zijn verbonden aan een eerste eigen woning gaan met ingang van 1 januari 2003 onder de vermogensrendementheffing vallen. Voor deze kapitaalverzekeringen blijft een vrijstelling gelden voor het tot en met 31 december 2002 aangegroeide rendement als deze kapitaalverzekeringen regulier worden afgewikkeld. Bij niet-reguliere afwikkeling (afkoop en dergelijke) wordt het tot 31 december 2002 aangegroeide rendement (alsnog) in box I belast.
. Inzake lijfrenten zijn de volgende zaken geregeld in de Invoeringswet:
. De Wet inkomstenbelasting 2001 bevat onder meer een aanscherping van de criteria voor aftrek van lijfrentepremies. In het nieuwe stelsel is nog slechts aftrek mogelijk voorzover er sprake is van een pensioentekort. De meerjarige contracten (ook die van voor de Brede Herwaardering) die tot na 1 januari 2001 kunnen doorlopen zullen daaraan getoetst worden en voor premieaftrek vanaf 2001 aan de nieuwe eisen moeten voldoen. In de overgangswetgeving is voor wat betreft de belastbaarheid van de uitkeringen voor dergelijke lijfrentepolissen, een voortzetting van het huidige heffingssysteem op onder dat systeem opgebouwde polisrechten opgenomen.
. Saldolijfrenten die vóór 1 januari 2001 zijn overeengekomen, kunnen door de belastingplichtigen onder de vermogensrendementheffing worden gebracht. In dat geval wordt de tot en met 31 december 2000 opgebouwde rentecomponent afgerekend tegen een tarief van 45%. Indien niet voor afrekening wordt gekozen, geldt voor op 14 september bestaande saldolijfrenten eerbiedigende werking (voor zover daarop na deze datum geen premies meer worden betaald). Dit houdt in dat belastingheffing plaats zal vinden op het moment waarop dit volgens de huidige wet het geval zou zijn geweest. Belastingheffing vindt dan plaats naar het tarief van box I. Saldolijfrenten die op 31 december 2020 nog niet (geheel) zijn afgewikkeld, gaan op dat moment over naar het forfaitair rendement. Daarbij zal in box I moeten worden afgerekend over de waarde van de dan nog resterende rentecomponent. . In de Wet Inkomstenbelasting 2001 wordt de aftrek van de lijfrentekoopsompolis afgeschaft. De afkoop van eerder afgesloten koopsommen zal ook na 2001 belast worden via het progressieve tarief van box 1 en zullen dus niet meegerekend worden bij de bepaling van forfaitair rendement. Verder zal de na 31 december 2000 gekochte koopsompolis niet meer aftrekbaar zijn over de aangifte 2000.

Woordvoerder: mw. E.A. Hijink
Tel.nr.: 070 - 342 8229

14 sep 99 17:01

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie