Universiteit Leiden
Meer informatie: dienst Interne en Externe Communicatie, tel. 071-5273282
Zedendelicten met of door verstandelijk gehandicapten leiden zelden
tot veroordeling
Persbericht 85 (14-sept-99)
Van de honderden gevallen van seksueel misbruik waarbij een
verstandelijk gehandicapte betrokken is - het zij als dader, hetzij
als pleger - leiden er slechts enkele tot een veroordeling. De
communicatie over deze zaken tussen politie en justitie is
onvoldoende. Bovendien kampen zij met een ernstig tekort aan kennis
over verstandelijk gehandicapten.
Op 15 september verschijnt Zedenzaken en verstandelijk gehandicapten.
Een empirisch onderzoek naar de afhandeling door politie en openbaar
ministerie van zedenzaken bij mensen met een verstandelijke handicap.
De auteurs P.M. van den Bergh, J. Douma en J. Hoekman, verbonden aan
de Universiteit Leiden, gaan in dit boek na hoe politie en justitie
omgaan met zedenzaken waarbij verstandelijk gehandicapten betrokken
zijn. Het blijkt dat slechts enkele van de honderden gevallen van
seksueel misbruik van of door verstandelijk gehandicapten leidt tot
een veroordeling. Veel van deze gevallen worden niet bij de politie
gemeld. Met 25% van de meldingen wordt vervolgens niets gedaan. Van de
overige 75% komt uiteindelijk slechts de helft voor de rechter. In
slechts 15% wordt een dader veroordeeld.
De onderzoekers hielden interviews met jeugd- en zedenfunctionarissen
en met officieren van justitie. Ook analyseerden ze de dossiers bij
politie en openbaar ministerie. Uit hun onderzoek komt naar voren dat
zowel bij politie als bij justitie kennis over verstandelijke
handicaps ontbreekt. Dat wreekt zich met name in de communicatie met
slachtoffers en plegers. Het is bij het verhoren van verstandelijk
gehandicapten lastig uit te maken hoe betrouwbaar de informatie is die
door hem of haar verstrekt wordt.
Het is opmerkelijk dat men vooral bij justitie niet altijd op de
hoogte is van de mogelijkheid om verhoren te laten plaatsvinden in
zogenoemde verhoorstudio's. Verhoorstudio's zijn in eerste instantie
ontwikkeld voor het verhoren van kinderen, maar zij kunnen ook
gebruikt worden voor het verhoren van verstandelijk gehandicapten. In
een verhoorstudio wordt het verhoor opgenomen op een videoband, zodat
degene die verhoord wordt zijn of haar verhaal niet steeds opnieuw
hoeft te vertellen. Wanneer kinderen of verstandelijk gehandicapten
hun verhaal vaker moeten vertellen, kan bij hen de indruk ontstaan dat
het oorspronkelijke verhaal niet 'goed' was, hetgeen er soms toe leidt
dat ze dan maar een ander verslag van het gebeurde geven.
Uit de dossiers van 135 verstandelijk gehandicapte slachtoffers blijkt
dat het merendeel daarvan licht verstandelijk gehandicapt is (51%).
Degenen die een zedendelict plegen met een verstandelijk gehandicapte
zijn in 75% van de gevallen niet verstandelijk gehandicapt. 54% van de
plegers is afkomstig uit de familie-, vrienden- of kennissenkring van
het verstandelijk gehandicapte slachtoffer. 35% van de plegers is
werkzaam in de zorgsector of mede-bewoner. De meeste aangiftes hebben
betrekking op artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht (ontuchtige
handelingen plegen of dulden met iemand die niet in staat is zijn wil
daaromtrent te bepalen).
Het onderzoek mondt uit in een aantal aanbevelingen voor politie en
justitie. Een daarvan is om de communicatie tussen politie en justitie
te verbeteren. De politie kan leren van de afloop van een zedenzaak
bij justitie. Justitie zou baat hebben bij een betere kennis van
verstandelijke handicaps. De Leidse onderzoekers pleiten voorts voor
het aanstellen van officieren van justitie met een specifieke
deskundigheid op het gebied van zedenzaken. Ook wordt aanbevolen om
meer uitwisseling tussen politie en zorginstellingen tot stand te
brengen. Dat verlaagt de drempel bij het melden van zedendelicten.
Meer informatie: dr. P.M. van den Bergh
Afdeling Orthopedagogiek telefoon 071 527 4090;
secretariaat: 071 527 4060
Meer informatie: mw.dr. B.T. Hogenelst, dienst Interne en Externe
Communicatie ;
Tel. 071-5273282 / Email B.T.Hogenelst@bvdu.leidenuniv.nl / 15
september 1999, 16:51 uur