Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Van der Ploeg bij Opening Postdoctorale journalistiek

Datum nieuwsfeit: 15-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, directie Voorlichting
Datum: 15-09-1999

Toespraak

Opening van de Postdoctorale Opleiding Radio- en Televisiejournalistiek

Toespraak van dr. F. van der Ploeg, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, bij de opening van de Postdoctorale Opleiding Radio- en Televisiejournalistiek.

(Uitgesproken door mr. H.Y. Kramer, hoofd directie Media, Letteren en Bibliotheken)

15 september 1999 te Groningen, Rijksuniversiteit

Dames en Heren,

Ik vermoed dat u - net als ik - geboeid hebt geluisterd naar het welsprekende en welhaast hartstochtelijke pleidooi van mr. Whittle voor een kwalitatief hoogwaardige publieke omroep.

Mr. Whittle, I want to congratulate you with your eloquent and passionate pleading in favour of public broadcasting. Youve focused on the debate about the future of public broadcasting, that is currently taking place in your country.
A debate that is taking place in most European countries, I might add. And as it is immanent in Holland, I would say. Thank you for your memorable and inspiring words!

I shall continue the rest of my speech in Dutch.

Dames en heren, na beluistering van het betoog van de heer Whittle lijkt het mij goed om even kort in te gaan op de omroepsystemen van het Verenigd Koninkrijk en ons eigen land. Bij debatten over het omroepbestel in Nederland wordt steevast oog geslagen op de situatie in Engeland. Dus dat mag ook dit keer niet achterwege blijven.

Ik ga gemakshalve - en ook vanwege de tijd- voorbij aan de manier waarop in beide landen de publieke omroep gestalte heeft gekregen. Daar de BBC, hier de publieke omroep met omroepverenigingen en NOS. De inrichting van ons publieke omroepbestel is verbonden met de maatschappelijke en staatkundige opbouw van ons land in deze eeuw, derhalve onvergelijkbaar met systemen in andere landen, en even uniek in de wereld als de BBC.

Eigenlijk vind ik interessanter hoe verschillend in beide landen wordt omgegaan met commerciële omroep.
In Nederland is sedert de introductie van commerciële omroep in 1989 een uitgesproken duaal omroepbestel ontstaan. Daarbij is gekozen voor een duidelijke scheiding tussen publieke en commerciële omroep, zowel in de regelgeving als in de praktijk. Vervulling van de publieke functie is bij ons exclusief opgedragen aan de publieke omroep. Voor de commerciële omroep gelden enkel de Europese minimumregels die vooral betrekking hebben op reclame, sponsoring, de hoeveelheid europees product en de bepalingen ter bescherming van jeugd en minderjarigen. Echte programma-inhoudelijke eisen voor commerciële omroep kennen wij niet.

In het Verenigd Koninkrijk is reeds in het midden van de jaren vijftig commerciële omroep ingevoerd, waaraan bij wet of via vergunningsvoorwaarden publieke verplichtingen worden opgelegd. In het Engelse systeem is vanaf het begin gekozen voor een kwaliteitsimpuls, zowel bij de publieke BBC als bij de commerciële ITV. Veel van het Engelse kwaliteitsdrama is dan ook afkomstig van ITV-maatschappijen. Bijzonder is ook Channel 4. Opgebouwd uit geld van commerciële omroepen, nu aangewezen op reclame-inkomsten en toch een zender met een publieke taakopdracht. Met als resultaat bijzondere en mooie programmas, dikwijls voor kleine doelgroepen.

Uiteraard zijn, zoals ik al zei, deze verschillen tussen het Engelse en Nederlandse omroepsysteem te verklaren uit de politieke ontwikkeling in beide landen. Maar een grote rol spelen ook de verschillen in schaalgrootte. Zowel wat betreft omvang van de bevolking maar in het bijzonder wat het taalgebied betreft. Ook speelt een rol dat commerciële omroep in Engeland gebruik maakt van (schaarse) etherfrequenties, terwijl onze commerciële televisie is gestart en groot geworden met verspreiding via satelliet en kabel.

Tegenwoordig convergeert alles in het land van media en telecommunicatie. Of dat waar is en welke betekenis daaraan moet worden gehecht, lijkt mij een boeiend onderwerp voor de nieuwe post-doctorale opleiding. Want je moet wel al veel geleerd hebben alvorens je te kunnen buigen over zulke vraagstukken waarin hype, fictie en werkelijkheid van alkaar moeten worden onderscheiden. Daarover wil ik het nu dus niet met u over hebben. Ik wil hier nog wat zeggen over het zwaarwegende punt van overeenkomst tussen Nederland en Engeland, dat is het belang dat gehecht wordt aan een sterke en herkenbare publieke omroep, nu en in de komende jaren.

In welhaast alle Europese landen zien overheden en publieke omroepen zich geplaatst voor dezelfde fundamentele vraag: hoe geven we op de grens van het nieuwe millennium invulling aan de publieke omroeptaak, rekening houdend met ingrijpende maatschappelijke, culturele, technologische, economische en juridische ontwikkelingen op het terrein van informatie en communicatie?

Het Nederlandse kabinet heeft op die vraag een antwoord geformuleerd in de Concessiewet, de Wijziging van de Mediawet in verband met de invoering van een vernieuwd concessiestelsel voor de landelijke publieke omroep, die zeer binnenkort in het Parlement zal worden behandeld.
Leit-motiv van de Concessiewet is samenwerking tussen de diverse onderdelen die gezamenlijk de Nederlandse publieke omroep gestalte geven. Dit sluit naadloos aan bij de fraaie formulering van de heer Whittle: Can the strength of diversity become the power of unity ? Wat mij betreft zou dat een retorische vraag moeten zijn, waarop een bevestigend antwoord zowel noodzakelijk als onvermijdelijk is. Maar er moet nog wel gewerkt worden voor het zover is.

A.s. vrijdag is in dit kader opnieuw een belangrijke dag voor de landelijke publieke omroep. Dan spreken de raad van bestuur en de raad van toezicht met elkaar over de toekomstige netprofilering en aanverwante zaken op de drie publieke televisiezenders. Het spreekt vanzelf dat de staatssecretaris zeer benieuwd is naar de definitieve plannen. Hij heeft op het omroepcongres van vorige week aangegeven langs welke lijnen hij de plannen zal toetsen. Kort samengevat komt dat erop neer dat die plannen erop gericht moeten zijn om de publieke omroepfunctie op landelijk niveau gestalte te geven op een wijze die recht doet zowel aan de profielen van de omroepverenigingen als aan de behoeften van het publiek. Overeenstemming over de planning acht hij van cruciale betekenis voor de verdere ontwikkeling van de publieke omroep in Nederland in de komende jaren.

Nu ik hier in Groningen ben, wil ik graag ook even stilstaan bij de niet-landelijke publieke omroep. De publieke omroepfunctie krijgt immers niet alleen op landelijk, maar ook op niet-landelijk, regionaal en lokaal niveau gestalte. De al decennia bestaande regionale radio heeft de afgelopen jaren in bijna alle provincies gezelschap gekregen van regionale televisie. De programmas van de regionale omroepen blijken het goed te doen bij de kijkers en luisteraars. Dat geldt zeker voor de noordelijke provincies, waar de regionale omroep zich een geheel eigen plaats heeft verworven juist door zijn programmering consequent af te stemmen op het eigen verzorgingsgebied.

Daarnaast hebben we de afgelopen jaren nauwe samenwerking tot stand zien komen tussen landelijke en regionale publieke omroep, zowel op terrein van radio als dat van televisie. Op het departementale verlanglijstje staat dan ook nog de samenwerking tussen regionale en lokale omroep.
Ik ben blij met initiatieven tot samenwerking, omdat ze bijdragen aan een kwalitatief hoogstaande publieke omroep, zowel op landelijk als op niet-landelijk niveau. Zulke samenwerking is in het belang van de publieke omroep zelf, maar evenzeer in het belang van de kijkers en luisteraars.

MdV, dames en heren. Na deze lange aanloop ben ik eindelijk aangekomen bij het onderwerp waarvoor wij deze middag hier bijeen gekomen zijn: de nieuwe opleiding radio en televisiejournalistiek.

In ieder geval kunnen we hier zien waar vruchtbare samenwerking toe kan leiden. De postdoctorale opleiding radio- en televisiejournalistiek is immers mogelijk geworden dankzij nauwe samenwerking tussen de Rijksuniversiteit Groningen, de omroepen van Nederland 1 en de publieke regionale omroep Radio/TV Noord. Daarnaast dragen ook de provincie Groningen en de gemeente Groningen aan de nieuwe opleiding bij, evenals OCenW.

Vanuit mijn directie Media, Letteren en Bibliotheken is een bijdrage verleend, op grond van de opvatting dat dit project bij kan dragen aan een kwaliteitsimpuls voor de Nederlandse journalistiek in het algemeen en de omroepjournalistiek in het bijzonder.

De afgelopen tijd is - naar aanleiding van berichtgeving over de Kroonprins - opnieuw de discussie losgebarsten over journalistieke gedragingen. De media staan onder toenemende druk: ze strijden met elkaar om aandacht van de kijkers/luisteraars/lezers en dat leidt zo nu en dan tot uitglijders. Dan gaat het trouwens niet alleen over de berichtgeving over het Koninklijk Huis of andere vooraanstaande leden van de samenleving, maar ook over de wijze waarop verslag wordt gedaan van oorlog en natuurgeweld. Denk aan de commotie over gruwelijke televisiebeelden van de Balkan-oorlog of van de recente aardbeving in Turkije.

Telkens opnieuw komen redacties en journalisten voor de afweging te staan: brengen we deze beelden, brengen we deze berichten? Ik ben er voorstander van om die discussie niet alleen binnen de beroepsgeroep te voeren, maar ook daarbuiten. Dat is een vorm van journalistieke verantwoording afleggen. Dat geldt niet enkel voor de publieke omroep, maar ook voor de commerciële omroep en voor de pers in al haar geledingen.

Daarom ben ik verheugd met deze nieuwe postdoctorale opleiding radio- en televisiejournalistiek. Zij zal een bijdrage leveren voor de verdere professionalisering van het journalistieke ambacht. Bij een professionele houding past grondige reflectie over het journalistieke doen en laten, over de dos en donts. Dat kan dan hier aan de Universiteit van Groningen gebeuren.

Ik wens daarom alle betrokkenen geluk met de start van deze nieuwe opleiding.
Met name geldt mijn gelukwens prof. Harry Lockefeer die - zou je kunnen zeggen - als bouwpastoor heeft gefungeerd. Zo zie je maar dat een katholieke Volkskrant-achtergrond ook in het protestante noorden zijn uitwerking niet mist.

Ik dank u voor uw aandacht.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie