Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Promotie: Opsporen hartafwijkingen bij kinderen kan beter

Datum nieuwsfeit: 15-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Erasmus Universiteit Rotterdam

15 september 1999

Opsporen hartafwijkingen bij kinderen is waardevol, maar kan veel beter

Het opsporen van aangeboren hartafwijkingen op consultatiebureaus voor zuigelingen heeft zin, maar kan veel beter. Indien consultatiebureau-artsen - na een goede basistraining - volgens een vast protocol te werk zouden gaan, en alle ouders het consultatiebureau tijdig zouden bezoeken, zouden patientjes met zulke afwijkingen vaker op tijd bij kindercardiologische centra terechtkomen, dan nu het geval is.

Dit concludeert de jeugdarts Rikard Juttmann in het proefschrift Bevolkingsonderzoek naar aangeboren hartafwijkingen op consultatiebureaus waarop hij 15 september 1999 promoveert aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en dat tot stand gekomen is dankzij de financiële steun van de Nederlandse Hartstichting.

In Nederland komen jaarlijks 1600 kinderen met een aangeboren hartafwijking ter wereld. Ongeveer 800 van deze kinderen hebben een afwijking die - als zij niet tijdig worden behandeld - tot hartfalen en zelfs de dood kan leiden. Bij ongeveer 400 van deze kinderen wordt de afwijking kort na de geboorte ontdekt; de overige 400 blijven aanvankelijk onopgemerkt. Het is de taak van het consultatiebureau deze kinderen op te sporen voordat er klachten optreden, zodat ernstige ziekteverschijnselen kunnen worden voorkomen.

Zelf is de promovendus gedurende vele jaren als consultatiebureau-arts werkzaam geweest. In die functie voerde hij het onderzoek naar het hart bij honderden kinderen uit. Dit bracht hem op de vraag of hierdoor problemen met aangeboren hartafwijkingen bij deze kinderen werkelijk voorkomen kunnen worden.

Het antwoord op deze vraag is "Ja".

Uit het onderzoek komt naar voren dat het percentage van deze kinderen met een aangeboren hartafwijking, dat te laat wordt ontdekt, kan afnemen van de huidige 48% naar 17%. Dan dienen echter wel alle kinderen op de juiste leeftijd en volgens een vast protocol op het consultatiebureau te worden onderzocht en bij afwijkende bevindingen direct te worden verwezen naar de kindercardioloog. Het huidige te hoge percentage is in de eerste plaats te wijten is aan onvolledig onderzoek en het nalaten van een onmiddellijke verwijzing door consultatiebureau-artsen en in mindere mate aan onvolledig bureaubezoek door de ouders.

Bovendien bleek dat bij ruim een kwart van de te laat ontdekte patiënten meer dan een maand was verstreken tussen de ontdekking van de eerste symptomen en de diagnose van de kindercardioloog. Deze vertraging was grotendeels te wijten aan niet tijdig reageren van huisartsen en algemene kinderartsen.

Rest de vraag of deze situatie te verbeteren is. Juttmann is ervan overtuigd dat dit zeker kan. Hij pleit voor een betere opleiding en meer gerichte periodieke training van consultatiebureau-artsen. De huidige cursus van twee weken, die basisartsen moeten volgen voordat zij het consultatiebureauwerk mogen doen is volgens hem onvoldoende en steekt schril af tegen de opleiding van twee en een half jaar die schoolartsen moeten volgen. Voorts pleit hij er voor dat, als consultatiebureau artsen patiënten met afwijkingen opsporen volgens een standaard protocol, zij die kinderen zonder tussenkomst van de huisarts naar centra voor gespecialiseerde diagnostiek zouden moeten kunnen verwijzen.

Juttmann wijst erop dat verbetering van de opsporingspraktijk ook de verhouding tussen kosten en opbrengst van deze preventie-activiteiten aanzienlijk zou verbeteren. De kosten van het totale opsporingswerk (bij alle Nederlandse kinderen) zijn zodanig dat voor het opsporen van één patiënt die werkelijk profijt heeft van deze inspanningen nu 121 duizend gulden wordt uitgegeven. Als door kwaliteitsverbetering het aantal patiënten dat profijt heeft stijgt, dalen de kosten per patiënt. Deze zouden kunnen worden terug gebracht tot 25 duizend gulden.

Promotores: prof.dr. P.J. van der Maas en prof.dr. J. Hess

Noot voor de pers
promotie woensdag 15 september 1999, 11.45 uur
Hoboken, collegezaal 7
Info: bij de promovendus, tel. 010 - 408 8095; e.mail (juttman@mgz.fgg.eur.nl)
of bij de afdeling Interne & Externe Betrekkingen, tel. 010 - 408 1777

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie