Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inbreng PvdA conflictenrecht onrechtmatige daad

Datum nieuwsfeit: 16-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 15 september 1999

INBRENG PVDA-FRACTIE T.B.V. HET VERSLAG BIJ HET WETSVOORSTEL CONFLICTENRECHT ONRECHTMATIGE DAAD (26 608) Woordvoerder: Usman Santi

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel. Wel wenst de PvdA-fractie op de hierna volgende punten een toelichting van de regering.

In de memorie van toelichting (paragraaf 'algemeen') wordt verwezen naar het advies van de Staatscommissie voor het internationaal recht. De Staatscommissie heeft in haar rapport veelvuldig verwezen naar buitenlands recht. In de memorie van toelichting is daarvan veel minder terug te vinden. Naar de mening van de PvdA-fractie dient een nieuwe regeling aan te sluiten bij ontwikkelingen die gaande zijn in het buitenland met het oog op rechtszekerheid, rechtseenheid en het voorkomen van gaten in de verschillende nationale regelingen. In de memorie van toelichting wordt geen melding gemaakt van twee meer recente ontwikkelingen op dit gebied waarin van het wetsvoorstel afwijkende keuzes worden gemaakt.

In de eerste plaats is in EG-verband regelgeving in voorbereiding. Daaruit zal een verdrag moeten voortvloeien dat vergelijkbaar is met de regelingen in het EEG Overeenkomstenverdrag uit 1980 (EVO) voor het contractenrecht. Het voorstel van de European Group for private international law (gepubliceerd in Netherlands International Law Review 1998, pag. 465-471) lijkt uit te gaan van een fundamenteel andere opzet waarin als hoofdregel geldt dat het recht van toepassing is van het land waarmee de handeling het nauwst is verbonden.

In de tweede plaats heeft Duitsland per 1 juli 1999 een nieuwe wettelijke regeling voor deze materie ingevoerd. Volgens deze regeling geldt het recht van het land waar de schadeplichtige heeft gehandeld tenzij het slachtoffer het recht prefereert van het land waarin het gevolg (de schade) is ingetreden, in welk geval het recht van het Erfolgsort van toepassing is.

De vraag aan de regering is hoe het Nederlands voorstel zich verhoudt met deze ontwikkelingen elders en in hoeverre Nederland eigenlijk gebaat is met een eigen regeling op dit moment. Op welke termijn zijn resultaten te verwachten van de in EG-verband ingestelde werkgroep, die EG-regelgeving voorbereidt en is er al enig zicht op de inhoudt van deze resultaten?

De PvdA-fractie heeft met instemming kennis genomen van artikel 3 lid 2 en de toelichting op genoemd artikel. Dit is een belangrijke correctie op de hoofdregel van de Lex Loci Delicti in lid 1. Dit lid 2 bevat echter weer een belangrijke uitzondering aan het slot ("tenzij de dader de inwerking aldaar redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien"). Veel schade is het gevolg van een vrij geringe fout en een heleboel toeval of pech; voorzienbaarheid past eigenlijk helemaal niet bij de doorsnee onrechtmatige daad, het gaat zelden om opzet en veel vaker om veel lichtere schuldvormen als nalatigheid. Wat betekent 'voorzienbaar' voor iemand die nalatig is. De vraag is derhalve of deze uitzondering bezien vanuit de positie van het slachtoffer niet geschrapt dient te worden. In dit verband kan worden verwezen naar de Duitse regeling, waarin een dergelijke 'onvoorzienbaarheidsexceptie' niet voorkomt.

In artikel 6 lid 2 wordt gesproken over de rechtskeuze: ".. of anderszins voldoende duidelijk te blijken". Volgens de memorie van toelichting is dit met name toegevoegd om het mogelijk te maken in de gedingstukken van een gerechtelijke procedure stilzwijgend het toepasselijke recht te kiezen. De PvdA-fractie vraagt zich af of hiermee een rechtskeuze mogelijk is. Daarbij komt, dat procespartijen die zich er geen rekenschap van geven dat zij van de toepasselijkheid van het verkeerde recht uitgaan, opeens geacht kunnen worden een (stilzwijgende) rechtskeuze te hebben gedaan in de gedingstukken. Als de regering eveneens van mening is dat een rechtskeuze niet stilzwijgend mogelijk is - ook niet in de gedingstukken - dan zou deze toevoeging kunnen worden geschrapt.

In artikel 7 wordt een rijtje onderwerpen genoemd, dat wordt beheerst door het volgens het wetsvoorstel toepasselijke recht. Het voorstel van de European Group kent een bijna identieke opsomming, met één toevoeging over bewijskwesties. (artikel 5 onder 10). Vragen van bewijslastverdeling moeten in Nederland kennelijk niet door het volgens het wetsvoorstel toepasselijke recht worden beantwoord. Is dit inderdaad de bedoeling? Gewezen kan worden op het feit dat de bewijslastverdeling en bewijsvermoedens, juist in ingewikkelde internationale onrechtmatige daadsacties, vaak doorslaggevend kunnen zijn voor de uitkomst van de procedure; vaak hangen deze procedurele vragen ook sterk samen met het materiele recht.

Het Amerikaanse onrechtmatige daadsrecht kent de mogelijkheid van het toekennen van 'punitive damages' waardoor vergoedingen kunnen worden toegekend die de geleden schade overschrijden. De PvdA-fractie wenst te vernemen of de Nederlandse rechter dergelijke aan ons recht wezensvreemde vergoedingen moet toekennen indien hij op grond van de nu voorgestelde wet Amerikaans recht moet toepassen of zou aan het wetsontwerp een uitzonderingsbepaling moeten worden toegevoegd. Zijn er in aansluiting hierop wellicht andere gevallen waarin het toe te passen recht tot naar Nederlands inzicht onaanvaardbare schadevergoedingen kan leiden? Moet de wet hiervoor een bepaling bevatten? Zijn er aan de andere kant geen minimale waarborgen, met name uit het oogpunt van slachtofferbescherming waaraan het toe te passen recht moet voldoen?

De PvdA-fractie wenst nadere toelichting op het schrappen van de bepaling over een eventuele 'action directe'. Leidt het niet opnemen van een bepaling niet juist tot grote onduidelijkheid in geval de Nederlandse rechter het recht moet toepassen van een land waarin een dergelijke 'action directe' wel mogelijk is?

De memorie van toelichting rept niet over aansprakelijkheden in verband met het gebruik van Internet. Het wetsvoorstel bevat daarover geen bepaling. De PvdA-fractie wenst de visie van de regering te vernemen ten aanzien van het op dergelijke gevallen toepasselijke recht. Daarbij is bijvoorbeeld aan de volgende handelingen te denken: 'hacking', inbreken in e-mailverkeer, verspreiden van virussen, verspreiden van lasterlijke of discriminerende berichten via een homepage.

De PvdA-fractie begrijpt niet waarom de regering geen regeling voor andere niet-contractuele aansprakelijkheid heeft opgenomen. Wanneer de onrechtmatige daad nu toch geregeld wordt, is het meenemen van deze onderwerpen toch een kleine moeite. Het oorspronkelijke voorontwerp bevatte wel een regeling. Voorts kan worden verwezen naar de hierboven genoemde wettelijke regeling in Duitsland en het voorstel van de European Group. Tenslotte kan worden gewezen op een recent attest van de Hoge Raad over het op zaakwaarneming toepasselijke recht (HR 23 februari 1996, NJ 1997, 276). Dat geschillen hierover minder frequent zijn neemt toch niet weg dat een goede wettelijke regeling van deze onderwerpen van belang is.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie