Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen over kerncentrales in Oost-Europa

Datum nieuwsfeit: 20-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG

Directie Economische Samenwerking

Afdeling Energie, Onderzoek en Technologie

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 20 september 1999
Kenmerk DES/ET-686/99
Blad /1
Bijlage(n)
Betreft beantwoording kamervragen Blok (VVD)

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer d.d. 9 juli, kenmerk 2989915880, waarbij gevoegd waren de door het lid Blok (VVD) overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U hierbij mede namens de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Economische Zaken, als bijlage dezes het antwoord op gestelde vragen te doen toekomen.

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Antwoord van de heer Benschop, Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, mede namens de heer De Vries, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en mevrouw Jorritsma, Minister van Economische Zaken, op vragen van het lid Blok.

Vraag 1:

Is het de minister bekend dat een groot aantal kerncentrales in Oost-Europa niet voldoen aan internationale veiligheidsnormen en daarmee een potentieel gevaar vormen voor de volksgezondheid en milieu in Nederland?

Antwoord

Uit diverse bronnen zijn wij geinformeerd over het veiligheidsniveau van kerncentrales in Midden- en Oost-Europa. Het recent verschenen WENRA-rapport van de westeuropese nucleaire toezichthouders komt over de kerncentrales in de kandidaat EU-landen globaal tot de volgende bevindingen:

Er zijn kerncentrales die op hetzelfde niveau zijn gebracht als in Westerse landen.

Er zijn kerncentrales waar nog verbeterprogramma's lopen. Deze programma's van de EU (Phare) en de Nuclear Safety Account van de EBRD waar Nederland actief aan deelneemt, geven het vertrouwen dat op termijn een voldoende veiligheidsniveau zal bestaan.

Er zijn tenslotte kerncentrales die niet of niet voldoende of slechts tegen onacceptabel hoge kosten op een aanvaarbaar peil kunnen worden gebracht. Deze centrales zullen zo snel mogelijk gesloten moeten worden; dit zal echter alleen kunnen gebeuren in het kader van vervangende energieplannen, waarvoor aanzienlijke investeringen noodzakelijk zullen zijn.

Over de Russische Federatie en de Oekraïne is op te merken dat daar eveneens diverse kerncentralesin bedrijf zijn die in voornoemde laatste categorie geplaatst moeten worden.

Vraag 2:

Is het de minister bekend dat binnen de EU-programma's voor verbetering van nucleaire installaties in Oost-Europa, Phare en Tacis, sprake is van forse onderbesteding?1) Zo ja, wat is de verklaring voor deze onderuitputting?

Antwoord

Ja. Zoals tijdens het algemeen overleg van 24 juni jl. gesteld is, zijn gedurende de afgelopen jaren via Phare en Tacis zo'n 2 miljard gulden besteed aan nucleaire veiligheid in de landen van Midden en Oost-Europa. Het probleem van onderuitputting van deze programma's is ons bekend. De problemen bij de uitvoering van de programma's zijn in een rapport van de Europese Rekenkamer aan de orde gesteld. Intussen heeft de Commissie naar aanleiding van dat rapport een aantal verbeteringen doorgevoerd. Er is een aantal oorzaken voor de onderbesteding van het nucleaire veiligheids-programma onder Phare en Tacis.

Ten eerste zorgden de strikte, tijdrovende procedures inzake onder andere aanbesteding en contractering voor vertraging in de implementatie van projecten. Bovendien waren de algemene voorschriften van de programma's niet toegerust op de complexiteit van de nucleaire veiligheidssector. Zo moesten uitzonderingen worden geformuleerd op de regels met betrekking tot openbare aanbesteding aangezien in de nucleaire sector de keuze-mogelijkheden vaak beperkt zijn. Om deze problemen het hoofd te bieden zal de Tacis verordening binnenkort worden aangepast.

Ten tweede kostte het aanvankelijk veel tijd om projecten te identificeren als gevolg van een informatie-achterstand over de problematiek van nucleaire veiligheid in betrokken landen. Naar verwachting zal in de huidige fase van de programma's op dit punt tijdwinst worden geboekt nu de EU een beter inzicht heeft verworven in deze problematiek.

Ten derde ging in het verleden veel tijd verloren met onderhandelingen over de "terms of reference" van een project met het ontvangende land. In de toekomst zal de Commissie strenger optreden als het ontvangende land gebrek aan "commitment" vertoont.

Ten vierde ontstond vertraging met betrekking tot de levering van materiaal. In de toekomst zal het budget voor materiaal alleen worden vastgesteld als er een redelijke verwachting is dat de elementen voor een succesvolle en spoedige aanbesteding aanwezig zijn. Deze aanpak zal er aan bijdragen dat gecommitteerd geld ook daadwerkelijk besteed zal worden.

Ten vijfde was het ontbreken in de desbetreffende landen van adequate regelingen m.b.t. nucleaire aansprakelijkheid een vertragende factor. De meeste landen hebben nu echter regelingen getroffen op dit gebied.

Overigens willen wij opmerken dat de onderuitputting voornamelijk een probleem is bij de technische hulpverlening aan kerncentrales; bij de hulpprojecten gericht op verbetering van het nucleaire toezicht door de overheid doet dit probleem zich niet voor.

Vraag 3:

Onderschrijft de minister het standpunt dat er sprake is van zodanige risico's met betrekking tot de kerncentrales in Oost-Europa dat een snelle en volledige uitvoering van Phare en Tacis van het grootste belang is?

Antwoord

Gezien de problematiek van de veiligheid van kerncentrales in Midden en Oost Europa is een snelle en volledige uitvoering van de Phare en Tacis programma's van het grootste belang. Hierbij willen wij opmerken dat de Internationale Conferentie inzake de Verbetering van de Nucleaire Veiligheid in Oost-Europa, die van 14 tot 18 juni j.l. in Wenen bijeenkwam, concludeerde dat in de afgelopen jaren met Westerse hulp aanmerkelijke verbetering geboekt is bij de nucleaire veiligheid in Midden- en Oost-Europa.

Vraag 4:

Is de minister bereid actie richting de Europese Unie te ondernemen om te bereiken dat de Phare en Tacis programma's voortvarend worden uitgevoerd en een einde komt aan de onderuitputting? Zo ja, waaruit zal die actie bestaan, zo neen, waarom niet?

Antwoord

Zoals hierboven blijkt heeft de Commissie al een groot aantal verbeteringen in gang gezet. Nederland zal in EU-verband de Commissie aansporen om de ingezette lijn voortvarend uit te voeren, opdat het probleem van onderuitputting snel tot het verleden zal behoren.


1) The European Commission and Nuclear Safety in Central en the New Independent States, pagina 22 en 27.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie