Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage De Hoop Scheffer Algemene Politieke Beschouwingen

Datum nieuwsfeit: 22-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Nieuws : Bijdrage De Hoop Scheffer aan de Algemene Politieke Beschouwingen

Den Haag, 22 september 1999

INLEIDING

Vorig jaar stond de bijdrage van het CDA in het teken van de vraag naar de kwaliteit van onze samenleving. (Tijd voor kwaliteit). Dit jaar stellen wij het thema verantwoordelijkheid centraal. Het gaat daarbij om de verantwoordelijkheidsverdeling binnen onze samenleving; tussen mensen en de verbanden waarin ze leven en werken; tussen de burgers en hun overheid, tussen markt, middenveld en overheid. Het gaat daarbij om de verantwoordelijkheid die politici dragen bij het vervullen van het mandaat dat hun door kiezers is gegeven. En het gaat daarbij niet in de laatste plaats om de verantwoordelijkheid die de regering draagt voor het bestuur van ons land en de principiële verankering die aan het uitoefenen van die verantwoordelijkheid ten grondslag ligt. Visie, missie, ambitie; er zijn in de afgelopen maanden veel woorden in dit verband gebruikt. Volgens het CDA is nauw verbonden aan het dragen van regeringsverantwoordelijkheid de noodzaak van het maken van heldere, toetsbare politieke keuzes. En met het gebruik van het woord toetsbaar geef ik al aan dat naar onze opvatting daar dus ook een gedeelde, gemotiveerde, geïnspireerde ideologische verankering van het kabinetsbeleid aan ten grondslag zou moeten liggen. Verantwoordelijkheid omvat immers ook het begrip verantwoording. Ik zou het dè grote winst van deze APB vinden indien het kabinet bij monde van de Premier in deze Kamer een duidelijk antwoord weet te geven op de vraag naar het gemeenschappelijk gedragen, het ideologische denkkader, eenvoudiger gezegd de missie, waarop de bewindslieden van Kok II hun besluitvorming baseren. Daaraan heeft het tot nu toe in onze ogen ontbroken. In de loop van mijn betoog zal ik een aantal terreinen noemen waar ik die duidelijkheid van het Kabinet mis. En vanzelfsprekend zal ik daarbij aangeven vanuit welke motivering het CDA zelf tot keuzes komt.

Het was een merkwaardig jaar, het eerste jaar van Kok II. De economische zon ging uitbundiger schijnen. Er dreigde even een eclipsje in het voorjaar, er waren wat potloodontwerpjes voor een bijbehorend brilletje. Maar zie, alles viel uiteindelijk reuze mee en wat het kabinet ook voor problemen heeft, het zijn zeker geen financiële. Hoogstens om de verdeling van het meer, we zullen daar ongetwijfeld over horen en uiteraard zelf wat over zeggen. Een merkwaardig jaar: Het lid Wiegel bromde een keer tegen aan de overkant en boem daar lag de club.

Kiezers houden van meevallers en ondanks dat de 20e eeuw in een zee van economisch optimisme kan worden afgesloten heeft die kiezer recht op meer.
Er is toch meer dan de economie. Het klikt lang niet overal meer, en van het kabinet komen te weinig antwoorden. Neem de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Minister Peper schijnt er een belangwekkend stuk over te hebben geschreven, maar dat mogen wij officieel niet hebben van de minister-president. Het staat op internet. Het staat in de kranten. Maar wij krijgen het niet toegestuurd. Typisch geval van Haagse werkelijkheid. Natuurlijk wint het stuk aan gewicht door de mening van de minister-president er over. Ik neem aan dat U die morgen gaat geven. Ik nodig u uit morgen daarover een mening te geven. Ik vond het een uitermate boeiend en eerlijk geschreven stuk, waar ik namens het CDA nog wel het een en ander aan heb toe te voegen.

BESTUURLIJKE VERANTWOORDELIJKHEID

Want op het ogenblik neemt bij veel mensen de twijfel toe. Bijvoorbeeld over de vraag wat de handtekening waard is van een Commissaris van de Koningin. In Zuid Holland zet de Commissaris handtekeningen onder stukken, maar die tellen niet als er later kritiek op komt. Veel mensen zouden dat voor zichzelf ook wel handig vinden. Maar ze vinden dus dat zo iets niet klopt. Een betrokken ambtenaar is geschorst, en ik zag hem in enkele publicaties al aangeduid met alleen de eerste letter van zijn achternaam, alsof het om een verdachte gaat. Verdient hij dit, terwijl steeds meer er op wijst dat ongeveer iedereen heeft geweten dat er gebankierd werd door de provincie? Wie van zijn politieke bazen durft er voor hem verantwoordelijkheid te nemen? Hoe vaak hebben ze s morgens bij de ochtendkoffie tegen hem gezegd: Zo Karel, heb je al geld verdiend voor mijn stukje weg, of mijn verpleegtehuis, wat ze nu helemaal vergeten zijn? De commissaris, mevrouw L., zet nog steeds handtekeningen. Misschien op dit moment wel. Tellen die?
Iemand die verantwoordelijkheid neemt in het openbaar bestuur, staat niet in dienst van zichzelf, of in dienst van een organisatie, maar staat in dienst van de mensen. Dat betekent én hun belangen zo goed mogelijk dienen én voortdurend bereid zijn tot het zich verantwoorden naar de mensen. Aan dat laatste bewustzijn schort het steeds meer. Terwijl het een wezenlijk onderdeel is van het democratisch bestel. En dan bedoel ik niet alleen Zuid Holland, of de politieke malheur in een kabinet en bewindspersonen die hoe dan ook op hun stoel blijven zitten.
Misschien voelen heel veel mensen in onze welvarende Nederlandse samenleving juist dat gebrek aan emotionele betrokkenheid van het bestuur met hun wel en wee. Steeds minder beleidsambtenaren wonen in de stad waar ze werken. Waar vroeger de burgemeester door de straten van zijn gemeente kuierde, zien de burgers nu externe bureaus van weet-ik-waar-vandaan op wier advies de halve stad overhoop wordt gehaald, veel dierbaars verdwijnt en waartegen geen verzet mogelijk lijkt.
Natuurlijk staat de tijd niet stil en is verandering nodig. Maar de mensen willen er bij betrokken zijn. Als mensen zelf verantwoordelijkheid willen nemen voor het opknappen van de straat, zoals bijvoorbeeld in de Amsterdamse Dapperstraat, dan lopen ze regelmatig tegen de muur van de deelraad op. De overheid laat naar mijn mening los waar ze vast moet houden en houdt teveel vast waar ze zou moeten loslaten. Wat dat laatste betreft willen wij als CDA graag verenigingen van wijkeigenaren stimuleren.
Hoeveel ambtelijke tijd gaat er ook niet verloren aan eindeloos vergaderen en stukken schrijven over grootschalige bestuurlijke herindelingen, waar alleen bestuurders op zitten te wachten? Minister Peper heeft zelf die kloof kunnen voelen toen het ging om de stadsprovincie Rotterdam, en op alle lantaarnpalen in Rotterdam de sticker hing Peper wil Rotterdam opheffen. Dat was misschien niet helemaal eerlijk, maar het leverde de tegenstanders een verpletterende meerderheid op van tegen de 100 procent. Minister Peper weet ook dat juist met Rotterdammers goed valt te overleggen in die prachtige ondernemende stad. Dan is zon uitslag indicatief, en misschien heeft de heer Peper toen wel de eerste regels van zijn opstel geformuleerd.

Overigens miste ik in het stuk van de heer Peper de notie dat er hier en daar de tendens bestaat beslismomenten te vervangen door procedures en koppelingen. Bijvoorbeeld om, zoals dacht ik de heer Melkert nu wil, uitgaven voor de volksgezondheid te koppelen aan de groei van het nationaal inkomen. Het bestuur vervangt zijn aanspreekbare verantwoordelijkheid dan door die van de automatische piloot. Zowel voor het ja als voor het nee zeggen kan de politicus zich dan verschuilen achter de nu eenmaal aangenomen procedure. Ook dat leidt tot een machteloos gevoel bij de burger en tot vervreemding van bestuur en verantwoordelijkheid. Ik hoor het een minister al zeggen: Ik zou wel meer politie willen tegen supportersgeweld, maar ja, volgens het CPB is de groei helaas nog een kwart puntje te laag! Dat soort teksten. En de burger dan begripvol kijken. Maar niet heus. Het CDA is tegen meer koppelingen.
Het CDA wil dat de politiek het lef heeft te kiezen en daarvoor ook gaat staan. Anders kan Minister Zalm worden vervangen door een computer, die naargelang zijn voorprogrammering geld inslikt of uitspuugt. Wij geven de voorkeur aan de zorgelijke frons, óf de heldere lach van deze minister.

TEGEMOETKOMING WTS/ARMOEDEVAL

Al te zeer koersen op de automatische piloot zorgt er ook voor dat er scheefheden ontstaan die eigenlijk nergens meer worden gesignaleerd, laat staan verholpen. Het afgelopen begrotingsjaar hebben wij bijvoorbeeld gezien dat minister Hermans van Onderwijs het schoolgeld voor de niet-leerplichtigen verhoogde met 250 gulden en ook anderszins zagen ouders met schoolgaande kinderen hun lasten fors stijgen. Het kabinet heeft dan als compensatie 60 piek kinderbijslag. Leuk voor de ouders die eerst minstens vijf keer zoveel extra moeten betalen. Volgens de regelingen nu is er een tegemoetkoming voor de laagste inkomens. Maar vanaf zeg 52.000 gulden inkomen per jaar staat men voor de volle lasten. En die zijn niet gering, en veroorzaken een zogenaamde armoedeval van heb-ik-jou-daar. Een armoedeval is als je een paar gulden méér verdient, je er feitelijk op achteruit gaat. Iemand die 1 kind heeft van 17 in 5 HAVO, zon 4000 gulden bruto per maand verdient, en 2 gulden salarisverhoging krijgt gaat er, werkelijk waar, 2600 gulden op achteruit. Dat is 1700 gulden lesgeld die hij nu ineens volledig moet betalen en 900 gulden tegemoetkoming studiekosten die hij niet meer krijgt. Dat is meer dan 200 gulden per maand netto. Die mensen krijgen deze maand de rekening en weten niet waar ze het moeten zoeken. Die armoedeval is niet te zien in koopkrachtplaatjes, omdat het steeds om individuele gevallen gaat. Maar die armoedevallen kunnen dus keihard aankomen. Een gezin met kinderen in de laatste jaren van de middelbare school en een huishoudinkomen van een halve ton leidt stille armoede. In onze tijd van geweldige luxe is daar geen ruimte voor vakantie of plezierige hebbedingen. Minister Hermans erkent het probleem en heeft toegezegd over twee jaar met een halve oplossing te komen. Dat is te laat. Dat is te weinig.

Maar daar zit niet de enige armoedeval. Het CDA heeft bij de laatste verkiezingen voor de Tweede Kamer het plan De Moeite Waard gelanceerd om echt iets aan die armoedevallen te doen. Om onze steun en solidariteit te tonen met al die heel hard werkende mensen die door een stapeling van overheidslasten tussen de wal en het schip raken. Die in Den Haag maar geen stem lijken te hebben, juist omdat elk individueel geval steeds anders is. Binnen de Haagse modellen paste ons plan dan ook niet. Wij trokken er twee en een half miljard gulden voor uit. Dat is veel geld, zeg maar de helft van wat het kabinet per saldo overheeft voor die enorme belastingoperatie, en dat geeft nog eens aan hoe omvangrijk dat probleem is. Bij ons profiteerden de mensen die het echt nodig hebben. Niet zij die door de welvaart toch al genoeg krijgen.
Sindsdien zijn wij er alleen maar sterker van overtuigd dat we gelijk hadden en ook moeten krijgen. Door het beleid van het kabinet, ik wees al op de studiefinanciering, worden de armoedevallen alleen maar groter. In het land begint enige waardering te ontstaan. FNV en CNV beginnen de gedachte te omarmen. In Leeuwarden is een armoedeplan opgesteld volgens onze voorstellen. In een armoedeplan voor Rotterdam wordt er uitdrukkelijk naar verwezen. Het CDA zal doorgaan zich in te zetten voor de realisatie ervan en nodigt regering en regeringspartijen uit om met ons daarover mee te willen denken.

ZORGPLAN

Verantwoordelijkheidsverdeling en een betere verdeling van lasten heeft ons ook aangezet tot het publiceren van een discussienota over de gezondheidszorg en de financiering er van. Dat stuk is vrijdag gepresenteerd. En hoewel ook wij nog lang niet op alle vragen antwoorden hebben, hopen wij een inhoudelijke bijdrage te hebben geleverd aan pogingen om de problemen in de gezondsheidszorg werkelijk op te kunnen lossen. En ook hier vanuit de gedachte dat de patiënt, de cliënt of hoe je hem ook wilt noemen in staat is een persoonlijke keuze te maken die is afgestemd op de eigen situatie. De vraag naar zorg centraal, niet het aanbod, zorg op maat.

VERANTWOORDELIJKHEIDSVERDELING

Betrokkenheid van mensen klinkt mooi en belangrijk. Maar ik besef zeer wel dat in een heel vol land met zoveel-hoofden-zoveel-zinnen het bestuur zichzelf dan natuurlijk snel tegenkomt. En dan kom ik op een element dat ik in Pepers stuk onvoldoende ben tegengekomen. Dat is het hebben en uitoefenen van verantwoordelijkheid op het laagst mogelijke niveau. Nederland is een prachtig tolerant land met een heel grote individuele vrijheid. Maar tegelijk constateert het CDA dat het toenemen van die individuele vrijheid niet gepaard is gegaan met het dan ook nemen van verantwoordelijkheid. Het heeft er alle schijn van dat in onze samenleving een dubbel proces heeft plaatsgevonden. De vrijheid werd geïndividualiseerd, maar tegelijkertijd werd de verantwoordelijkheid gecollectiviseerd. Het bestuur heeft de mensen teveel uit handen willen nemen, heeft teveel voor hen willen oplossen.

Ten eerste omdat de mensen het vroegen. Ten tweede omdat veel dilemmas ook niet tot in den treure konden worden uitonderhandeld. En ten derde omdat veel bestuurders zichzelf geweldig hebben overschat en de mogelijkheden van mensen tegelijk hebben onderschat. Verantwoordelijkheid teruggeven aan de mensen. Voor het CDA is dat een van de belangrijkste punten op de agenda van politiek en bestuurlijk Nederland.

Terugkijkend op een eeuw die bijna is afgelopen is een van de meest opvallende kenmerken geweest de emancipatie. De emancipatie van de burger. Aan het begin van deze eeuw bestond het algemeen kiesrecht nog niet. De politieke partijvorming was een belangrijke stap in de democratisering van het bestuur. Het begon bij de Antirevolutionaire Partij en vele volgden snel daarna. Algemeen kiesrecht, vrouwenkiesrecht. In het laatste kwart van deze eeuw ook kiesrecht, passief en actief voor steeds jongere mensen en lokaal kiesrecht voor niet-Nederlandse ingezetenen. Het onderwijs emancipeerde, met name via het bijzonder onderwijs dat ouders rechtstreeks het bevoegd gezag gaf over de school van hun kinderen. En ze dus ook betrok bij de verantwoordelijkheid. De werknemers emancipeerden, georganiseerd in verantwoordelijke vakorganisaties, en verkregen invloed en positie niet alleen in de bedrijven maar ook georganiseerd op nationaal niveau binnen de SER en de Stichting van de Arbeid. Vrouwen emancipeerden en nemen vandaag steeds meer hun plek in het maatschappelijk leven. Aan het begin van deze eeuw was Nederland een regentenmaatschappij. Aan het eind is ons land een open en geëmancipeerde samenleving. Die verandering is spectaculair en positief. Het heeft de mensen heel veel mogelijkheden gegeven op ontplooiing. Maar bij die vrijheid hoort, ik zei het al eerder, verantwoordelijkheid. De christen-democratie heeft daar steeds de formules voor aangereikt: subsidiariteit en soevereiniteit in eigen kring noemden wij dat. Waar het om ging en gaat is dat de verantwoordelijkheid voor de gehele gemeenschap, voor de gehele samenleving, wordt opgebouwd vanuit de maximale verantwoordelijkheid op het laagst mogelijke niveau. Dat is het individu, meteen gevolgd door het gezin en daarna door de kleinere en grotere verbanden waarbinnen mensen zich kunnen organiseren.

Neemt het CDA daarmee afscheid van al die zo waardevolle organisaties die een betrokken samenleving moeten schragen? Laat ik de critici die dat oordeel snel gereed hadden krachtig weerspreken. Maar ik zeg hen wel dit: verantwoordelijkheid leggen op het laagste niveau betekent dat ook die verbanden van mensen meer naar de ouder, de cliënt, de consument moet kijken en minder naar boven naar de overheid. Want: het is geen vrijblijvend recept.

Eigenlijk is de eerste impuls ook niet het zoeken naar de vrijheid, maar het nemen van verantwoordelijkheid. Want daarin zit de werkelijke emancipatie van iedere mens: dat hij of zij serieus genoeg wordt genomen om verantwoordelijkheid te dragen. Wij gaan uit van een mensvisie waarin de mens het meest tot zijn recht komt in relatie tot de ander. Daarom is respect voor elk individu, respect voor elke vorm van leven, respect ook voor andermans bezit, en natuurlijk allemaal op basis van wederkerigheid, de meest gezonde grondslag van een verantwoordelijke samenleving.

Onder invloed van de hier en daar zelfs onthutsende welvaart is het begrip vrijheid teveel los komen te staan van de belangen van de ander. Emancipatie en individualisering wordt te zeer vereenzelvigd met de behoeften van het eigen ik, ook bij ethische vragen. Op dat punt heb ik de laatste jaren van het kabinet ook nauwelijks tegenvuur gehoord.
Verantwoordelijkheid op een zo laag mogelijk niveau zal het vertrekpunt zijn van het CDA in elke discussie. Veel te veel is de mensen de verantwoordelijkheid van de schouders genomen. Veel te veel zijn zelfstandige wezens door allerlei organisaties en instellingen gedegradeerd tot cliënt of consument. Ook door de overheid. Op de aanslag bijvoorbeeld van het zuiveringschap is de mens gedefinieerd als vervuilingseenheid. Iedere mens, jong of oud, ziek of gezond, man of vrouw, Nederlander of buitenlander, behoort met respect te worden behandeld. Met name en juist als men afhankelijk is geworden van anderen. Daarom ook zijn wachtlijsten in de gezondheidszorg zo vreselijk. Niet alleen duurt de kwaal voort, maar tast het de waardigheid van het individu aan. Moeten vragen en beleefd moeten wachten tot het uitkomt dat men geholpen wordt. Begrijp me goed, ik twijfel niet aan de oprechte inzet van al die werkers in de gezondheidszorg. Maar de mensen zien de andere kant. Die staan buiten en wachten.

VEILIGHEID

De openbare veiligheid bevorder je niet alleen met meer agenten en strenger optreden. Dat is wel nodig, maar daarnaast juist mensen aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Tussen haakjes, strengheid moet ook z n maat hebben. Al jaren wordt bijvoorbeeld om begrotingsredenen meer bonnen uitgedeeld. Let wel, niet om redenen van rechtshandhaving maar omdat de overheid geld wil hebben. En dus wordt strenger opgetreden te.gen wetsovertreders. Die budgettaire koppeling kan er wel toe leiden dat wordt gekozen voor de gemakkelijke bekeuringen. Er staan in Nederland langzamerhand meer flitspalen dan Paul Huf ooit fototoestellen in zijn hand heeft gehad. Als de 100 km van mevrouw Netelenbos doorgaat wordt het helemaal vuurwerk langs de snelwegen in de randstad. Maar in Amsterdam haalt de gemiddelde agent anderhalve bekeuring per jaar. Heel veel kleine criminaliteit blijft onopgelost en onbestraft. De administratief tot in details vastgenagelde burger krijgt bij de minste afwijking een tik op de vingers terwijl de brutale vrije vogels zichzelf alles permitteren, vaak onbedoeld geholpen door een voor hen veel te scrupuleuze rechtshandhaving.

De vraag wie waar verantwoordelijk voor is raakt ook de veiligheid. De overheid is verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en dient er zorg voor te dragen dat het openbare domein niet een soort niemandsland wordt waar het recht van de sterkste en de slechtste gaat gelden. Maar orde en veiligheid handhaaf je niet alleen met repressieve maatregelen en met meer agenten en strenger optreden. Dat is ook nodig, maar mensen kunnen en moeten evenzeer worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid en hun eigen bijdrage aan een veiliger samenleving.
Veiligheidontwikkeling heeft alles te maken met een overheid en een samenleving die grenzen durft te trekken en handhaven. Maar het heeft ook alles te maken met maatregelen in de preventieve sfeer. Bijvoorbeeld door mensen van jongs af aan bij te brengen wat kan en niet kan, wat mag en niet mag, wat regels zijn, wat rekening houden met anderen, wat respect voor een ander betekent. In het gezin, op de school, op het sportveld. En hoezeer ook het overgrote deel van de jongeren geen enkel probleem vormt, stijgt de jeugdcriminaliteit onrustbarend. Vernielingen en geweldmisdrijven worden in toenemende mate begaan door jongeren. In veel gevallen ligt de bron mede in de gezinssituatie. Ouders zijn als eerste verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op het gedrag van hun kinderen. Zij zouden meer betrokken moeten worden bij het voorkomen van ontsporingen van hun kinderen. Het CDA houdt een pleidooi voor de invoering van een systeem, in navolging van maatregelen die inmiddels in het VK ingang hebben gevonden. Aan de ouders van jongeren die overtredingen of strafbare feiten plegen kan een verplichte opvoedingscursus worden opgelegd. Daarnaast kan met ouders de afspraak worden gemaakt erop toe te zien dat hun kind niet meer spijbelt (zoals dat ook in de huidige leerplichtwet staat) of niet meer s avonds na een bepaalde tijd op straat is. Bij het niet nakomen van die afspraken moeten desnoods sancties kunnen volgen, de leerplichtwet kent bijvoorbeeld de vorm van een boete. Aan cursussen opvoedingsondersteuning kunnen ouders ook op vrijwillige basis deelnemen, om te voorkomen dat hun kinderen verder in de problemen raken. Vrijwillig of verplicht, in beide gevallen kunnen ouders in de bestrijding van jeugdcriminaliteit een deel van de oplossing worden en hoeven zij niet een deel van het probleem te blijven. De jeugdcoördinator in de wijk, de docent en de wijkagent moeten ervoor zorgdragen dat de schaal waarop dergelijke problemen worden aangevat de betrokkenen niet boven het hoofd groeit, met andere woorden, alleen een wijkgerichte en dus kleinschalige aanpak zal hier effect sorteren.

Een ander aspect van veiligheid dat ik namens mijn fractie aan de orde zou willen stellen is de belangenafweging tussen individu en samenleving, meer specifiek tussen dader en -mogelijk- slachtoffer. In de ogen van de CDA-fractie moet worden gewaakt dat in die belangenafweging niet een onevenwichtigheid sluipt waarvan de samenleving uiteindelijk de dupe is. Ik doel daarbij op de bescherming van de privacy van daders. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer is op zichzelf een groot goed. Maar als het beroep op privacy van een individu de veiligheid in de samenleving bedreigt is er reden het recht te nuanceren. Ik heb het dan over meer mogelijkheden voor politie-instanties om daders op te sporen, (bijvoorbeeld via een DNA-test). Ik heb het over het volgen van gestrafte pedoseksuelen wanneer zij in de samenleving terugkeren, over het niet doen terugkeren van recidiverende pedoseksuelen in de samenleving. Het zijn uiteenlopende voorbeelden, maar met één overeenkomst. In alle gevallen heeft een dader de privacy van een slachtoffer geschonden. Is blijvende lichamelijke en/of emotionele schade aangericht.

Openbare veiligheid, het publieke domein. Als we dat opnieuw willen markeren en ik denk dat zoiets dringend noodzakelijk is dan moet de overheid binnen dat domein wel gezag terugwinnen en terug durven winnen. Daarvoor heb je dan wel een kader nodig van wat hoort en wat niet hoort, wat mag en niet mag, wat beleefd is, wat onbeleefd is, kortom legitimatie op basis van een waarden- patroon. Tijdens de Statencampagne deed de premier de uitspraak dat hij zijn politiek lot verbond aan de verhoging van de veiligheid aan het eind van deze kabinetsperiode. Ik ben benieuwd hoe hij over onze voorstellen denkt en hoe hij de belangenafweging dader-slachtoffer beoordeelt.

Het opnieuw markeren van het publieke domein, terecht ook door Peper aangesneden, vraagt nog om een andere observatie en dat is het nader bepalen van de verantwoordelijkheden van de overheid. En dat in een tijd van meer Brussel en minder Den Haag. Van meer regio en minder Den Haag; in een tijd dus van steeds minder Den Haag; ook al in het licht van de eerder door mij geschetste verantwoordelijkheidsverdeling zoals het CDA die in de samenleving voorstaat. Waar dan moet de overheid het hoofd goed bijhouden en mogelijk een stap(je) naar voren zetten? Laat ik eens, niet limitatief, enkele punten noemen.

Ik meen allereerst op het punt van de veiligheid, fysieke veiligheid, geen privatisering van het geweld, het geweldsmonopolie hoort exclusief bij de overheid; de morele veiligheid, de grensverlegging met betrekking tot de euthanasie bijvoorbeeld (ik kom daar later op terug).

NUTSVOORZIENING

Vervolgens bij de wat ik zou willen noemen publieke voorzieningen water, electriciteit, openbaar vervoer, gezondheidszorg, publieke omroep. Daar kan zeer goed sprake zijn van marktwerking, prima, maar dan wel in een omgeving waar verschillende partijen concurreren en vanuit de noodzaak dat de overheid, die toch als taak heeft voor iedere burger de toegankelijkheid, kwaliteit en prijs te bewaken van die publieke voorzieningen, een vinger in de pap houdt, zeggenschap houdt over de infrastructuur, het spoor, het hoogspanningsnet; een overheid die toch zijn zegje moet kunnen zeggen als een buitenlands kabelbedrijf bepaalt dat de Friezen met een wat ouder toestel maar een nieuwe tv moeten kopen om Omrop Fryslân te kunnen blijven zien; een overheid die met de monopolist NS bindende afspraken moet kunnen maken, ook over gehandicaptenvervoer en loketten. Ook hier weer, geen probleem met marktwerking, al ligt er in ons land natuurlijk wel veel te weinig rails om een serieuze concurrentie mogelijk te maken. Concurrentie is in vele gevallen heilzaam, maar overheid blijf wel bij de les. Ook waar het goede nieuwe controle-instrumenten betreft, mededingingsautoriteit, OPTA, Commissariaat voor de media. Ik nodig de Premier uit aan te geven welke principiële uitgangspunten het kabinet hanteert bij de beoordeling van dit soort vraagstukken. Ik heb daar tot nu toe te weinig over vernomen van regeringszijde. Of het moest zijn een tot verwarring leidend interview met Mevrouw Jorritsma en de heer Pronk in de NRC op 14 juli jl. waar ze elkaar op dit punt krachtig tegenspreken.

ICT

Ten derde op het terrein van ICT. Hier liggen geweldige kansen maar dan heb je wel, samen met sociale partners en wetenschap als de wiedeweerga een gemeenschappelijke aanpak nodig. Even een paar cijfers: in 2002 wordt in de EU landen en Zwitserland en Noorwegen een tekort aan gekwalificeerde IT krachten voorzien van 600.000. Voor Nederland is het tekort 60.000. Doen we niets dan laten we 60.000 gekwalificeerde arbeidsplaatsen schieten in een voor het milieu schone industrie. Die gaan dan dus naar andere delen van de wereld. Hier liggen geweldige kansen maar dan moet het roer wel om. Pijlers van een geïntegreerd beleid moeten zijn: goed professioneel onderwijs, een aantrekkelijk vestigingsbeleid, fiscale faciliteiten en een structurele groei van arbeidsplaatsen. Overheid en vakbeweging mogen van het bedrijfsleven vragen dat ook allochtone jongeren geworven worden om IT opleidingen te volgen.
Daarvoor is veel coördinatie nodig. De rol van de minister van Economische Zaken is hier wat ons betreft veel te weinig zichtbaar. Zij moet haar taken hier nadrukkelijk ter hand nemen.

De goede ingrediënten van ons Poldermodel moeten borg kunnen staan voor deze even noodzakelijke als urgente aanpak. In 2006 zal de helft van de Amerikaanse beroepsbevolking werken bij producenten of afnemers van IT .....
Over IT gesproken: wordt het niet eens tijd om, bijvoorbeeld op Europees niveau eens met Internet providers een gesprek aan te gaan over hun verantwoordelijkheid rond onderwerpen als extreem geweld, sadisme, kinderporno etc? Ik ben van mening dat verboden alleen al technisch geen zin hebben maar zou wel willen pleiten voor het leggen van contact op dit punt om genoemde verantwoordelijkheid in beeld te brengen. Graag uw reactie.

SCHAALVERGROTING

Ten vierde: waar we echt terug moeten is op het punt van de ongebreidelde schaalvergroting: megagemeenten, megascholen, megagezondheidsinstellingen. Wellicht attractief voor bestuurders en ambtenaren, funest voor de mensen voor wie het allemaal bedoeld is. En als men dan het CDA voorhoudt, ook de hand in eigen boezem, dan heeft men een punt. Maar dat neemt niet weg dat de menselijke maat is zoekgeraakt. Het terugleggen van verantwoordelijkheid op het laagste niveau heeft ook hier alles mee te maken.

De punten die ik heb genoemd kan de overheid niet allemaal zelf uitvoeren, ik realiseer me dat. Maar zij zal wel op grond van een duidelijke overtuiging en met lef een richting moeten durven aangeven. Dan herstelt ze haar gezag en dat zal afstralen op de mensen die de overheid dienen, van wijkagent tot officier van Justitie.

Mevrouw de Voorzitter.
Ik realiseer me dat ik nog nauwelijks iets heb gezegd over de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Ik heb de vertrekpunten van het CDA aangegeven. Kernwoorden: verantwoordelijkheid, respect voor de medemens en een zeer gerichte armoede-aanpak. Het zal in al onze beschouwingen en plannen terugkeren.

Bij het kabinet ontwaar ik te weinig visie. Het is welhaast een a-politiek kabinet. Misschien is dat een bewuste keuze alhoewel het zoeken naar en motto en een missie weer in een andere richting wijst.

BELASTINGEN

Te weinig visie met één uitzondering met een hoofdletter U. En dat is het belastingplan 21e eeuw. Het heeft fors wat jaren gekost, zeg maar rustig twee kabinetten-Kok, maar daar is het dan. Ik wil beginnen de indieners er van oprecht te complimenteren met dit indrukwekkende en omvangrijke werkstuk. De draden van de fiscaliteit lopen als een dicht web door onze samenleving, en elke aanpassing kan overal tot gevolgen leiden. Laat staan zon ingewikkeld en ambitieus plan als van de heren Zalm en Vermeend. Ik wil nu niet teveel op de inhoudelijke behandeling vooruitlopen. Een belastingherziening van deze omvang behoort zo enigszins mogelijk parlementair breed te worden gedragen, en onze inzet zal daarop zijn gericht. In ruil daarvoor vragen wij van kabinet en coalitiepartners een serieuze meeweging van de CDA-inbreng, dus geen afhandeling binnen de voorspelbare kaders van enerzijds coalitie en anderzijds oppositie en ten tweede voldoende tijd om de veelomvattende inhoudelijkheid van deze voorstellen zorgvuldig af te kunnen wegen.

Een opmerking nog bij dit onderwerp. Hoe verrast was de ervaren oud-minister van Financiën Kok nu echt toen het CDA en vele andere partijen meer aandacht vroegen voor de positie van de midden-inkomens. Was dat nu echt niet te voorzien na de jarenlange voorbereiding? Het is natuurlijk niet iets dat je even als een koopkrachtplaatje repareert. Jammer, dat het werkstuk op deze wijze al plaatschade oploopt.

LASTENVERLICHTING/KINDERPLAN

Ook voor het komend jaar heeft het kabinet een plan ingediend om hier en daar de lasten te verlagen.

Daarmee is een bedrag van 1 miljard gemoeid. Het grootste deel daarvan, 800 miljoen, wordt gebruikt voor een verhoging van het arbeidskostenforfait. In de modellen van het CPB levert dat weer prachtige werkgelegenheidscijfers op, maar de vraag dringt zich meer en meer op of dat nog wel de werkelijkheid weerspiegelt. Natuurlijk, er staan in Nederland nog voldoende mensen aan de kant die aan werk geholpen moeten worden, maar de vraag is of de afstand tussen uitkering en loon hier het grootste probleem is. Anders gezegd: of voor hen de prikkel-theorie wel opgaat. We hebben het dan met name over arbeidsongeschikten en allochtonen. Groepen waarvoor ook geen wettelijke maatregelen als de WAGW en de Wet REA hebben geholpen. Wat nodig is, is draagvlak. Een gezamenlijke inzet van sociale partners, een strenger sanctiebeleid. Maar het vergroten van de afstand uitkering - loon? Ik betwijfel het.
Een ander argument dat gebruikt wordt voor de verhoging van het arbeidskostenforfait is die van het beteugelen van de loonkostenstijging. Ook daar past anno 1999 een vraagteken. De loonkosten stijgen, jazeker, maar niet als gevolg van de CAO-lonen. Veeleer ligt de oorzaak bij de werkgever, die op een krappe arbeidsmarkt personeel probeert te trekken. Voor de gewilde IT-er maakt fl. 390,- arbeidskostenforfait niet veel uit. Ook dat argument verliest dus aan waarde.
Een nieuw argument vormt het voorkomen van armoedevallen. Een besef dat ook in het kabinet in volle hevigheid is doorgedrongen, zo blijkt uit de begroting Sociale Zaken. Een vergroting van het arbeidskostenforfait om dat tegen te gaan is echter een even gerichte maatregel als voetbal verbieden om voetbalvandalisme tegen te gaan. Het CDA kiest ook dit jaar - het zal u niet verbazen voor een echte gerichte invulling van de lastenverlichting. In de eerste plaats is dat een verhoging van de kinderbijslag, omdat de kosten voor kinderen een belangrijk effect hebben op het besteedbaar inkomen van mensen. Zowel voor lagere als voor middeninkomens. Het kabinet erkent dat gelukkig ook, maar komt niet verder dan een verhoging met fl. 50,-. Net als andere partijen, die zich daarover in de media hebben uitgelaten, vindt het CDA dat dit fors omhoog moet. Wij trekken daar fl. 400 miljoen voor uit en komen daarmee op een verhoging van fl. 250,- (voor de oudste leeftijdscategorie).
Een tweede maatregel is het afvlakken van de armoedeval in de WTS ik gaf al een voorbeeld. Ook minister Hermans heeft dat voorgesteld, maar het CDA wil dat al in laten gaan in het komende schooljaar. Verder gaan wij niet uit van een bijdragepercentage van 25%, maar van 10% , conform ons plan De Moeite Waard. Met dit voorstel is 125 miljoen gemoeid. Een andere belangrijke kostenpost met bijbehorende armoedevallen is die van de woonkosten. Het CDA heeft voorgesteld deze kosten te maximeren op 15%. Om dit in de IHS door te voeren trekken wij fl. 200 miljoen uit. Resteert een bedrag van 75 miljoen dat wij in relatie tot de woonkosten graag zouden willen aanwenden voor het verhogen van de kwijtscheldingsgrens voor lokale lasten tot 130% van de bijstand. Een antwoord op de noodkreet die ons op dit punt vanuit de gemeente Leeuwarden bereikte.
Mevrouw de Voorzitter, op elk van deze voorstellen zal de CDA-fractie een motie indienen. Naast de voorstellen kinderbijslag en studiekosten heeft het CDA in haar kinderplan ook andere voorstellen gedaan voor een kindvriendelijk beleid. Bij de diverse begrotingsbehandelingen zullen wij hierop terugkomen.

Het begrotingstekort gaat geleidelijk naar nul. Als we het Centraal Planbureau tenminste mogen geloven. De minister van Financiën is, en zo hoort het ook, voorzichtiger. Hoewel als ik www.minfin.nl aanklik, de eigen website van Financiën onder begrotingsbeleid, dan zie ik daar cijfers over het voortschrijdend gemiddelde van het financieringstekort die een ander beeld opleveren. Een tekort nu van 0,1% en via begrotingsevenwicht naar de +. Zou kunnen worden aangegeven waar wij ons nu aan te houden hebben. Over begrotingsevenwicht gesproken: het CDA is helder over de in zon situatie te volgen lijn. Die begint bij verdere sanering van de overheidsfinanciën, reductie staatsschuld ten behoeve van het creëren van financiële ruimte voor AOW, etc. Ten tweede uitgaven die de kwaliteit van de samenleving betreffen, zoals onderwijs, zorg en veiligheid, waarbij het niet alleen gaat om overheidsinvesteringen maar ook om de verantwoordelijkheid van mensen zelf en hun verbanden en ten derde lastenverlichting (vanuit onze lijn dat die eerst terecht komt bij mensen die het echt nodig hebben en daarna bij iedereen).

Hoe de verwachtingen ook luiden, het CDA vindt dat een kabinet met zoveel economische rugwind als de twee kabinetten-Kok het zich tot een verplichting zou moeten rekenen om te eindigen met een begroting in evenwicht. Aan de andere kant zijn er tal van problemen in de samenleving die dringend vragen om meer geld. Het land is rijk, de economie draait op volle toeren, maar er zijn mensen en delen van het overheidsbeleid die in relatieve armoede zitten. En als die trend zich doorzet dan zien we een zeer welvarende private sector met dito beloning en een publieke sector die op dit punt steeds verder achterblijft en verschraalt. Het aanzien van en dus het respect voor een arbeidskeuze in de publieke of semi-publieke sector wordt niet alleen, maar wel mede, bepaalt door wat je daar verdient. Ik realiseer me dat een overheid geen middelen heeft om een ontwikkeling af te dwingen waarin de loonontwikkeling in private en publieke sector niet al te scheef groeit, een punt van grote zorg is het ondertussen wel. Graag hoor ik de MP hierover.

MEDISCH-ETHISCHE ZAKEN

Mevrouw de Voorzitter,
Eindelijk krijgt Nederland een volwaardige euthanasiewet zo stelde een journalist afgelopen zomer. Hoezo? Waarom alweer een nieuwe wet, zo luidt mijn eerste vraag, vanwaar de behoefte om op een terrein waar lijden, menselijke waardigheid, diep persoonlijke emotie en angst zon grote rol spelen het fundamenteel anders te willen. Is er in de samenleving of bij meer dicht betrokkenen als artsen en verplegers nu echt zon geweldige druk voor een nieuwe, fundamenteel andere wettelijke benadering? Ik heb niet kunnen constateren dat dit kabinet ooit serieus werk heeft gemaakt van een strategie, een lijn ten aanzien van de handhaving van de huidige wet. Waarom, met andere woorden, wetgeving en praktijk niet eerst zorgvuldig en langer getoetst, wijsheid en geduld zijn op dit kwetsbare terrein toch veel betere raadgevers dan regelzucht. Waarom zo terughoudend om niet te zeggen afhoudend over maatregelen om de stervensbegeleiding en de hospices die daarvoor worden opgericht te verbeteren als antwoord op angst en eenzaamheid. Wij hebben in Nederland op democratische wijze geprobeerd wetgeving en een praktijk te ontwikkelen die zo zorgvuldig mogelijk was geformuleerd, recht doet aan verschillende stromingen in ons land. Wat is er nu in de laatste 4 à 5 jaar zo wezenlijk veranderd dat het nu weer anders moet, dat het nog vrijzinniger moet. Zelfbeschikking lijkt het sleutelwoord in de voorstellen. Mevrouw Borst constateert in een interview dat de mensen meer en meer dat willen, tot aan kinderen van 12 jaar toe. Hoezo zelfbeschikking. Het klinkt zo geëmancipeerd en volwassen. Maar hoeveel eenzaamheid, hoeveel morele en ethische dilemma s rond ongeboren, beginnend en eindigend leven gaan schuil achter dat snel uitgesproken woord zelfbeschikking? Het CDA heeft niet de wijsheid in pacht op dit zo precaire terrein noch claimen wij het moreel gelijk maar ik zeg wel dit: bij dit soort afwegingen mag de wetgever nooit en te nimmer aanvaarden dat de praktijk de norm gaat bepalen. Kiezen voor het zelfbeschikkingsrecht ontslaat dan de overheid van de plicht om zelf een rechtens toetsbare norm te stellen.

Er geldt dan een individuele ethiek, een privatisering van de overtuiging. Hoe a-moreel mag de staat zijn, zo vraag ik de Minister-President, welk moreel-ethisch kader hanteert U wanneer U zich met deze vragen geconfronteerd ziet. Op welke waarden baseert u zich bij het zoeken naar de antwoorden op deze vragen, hoe moeilijk ze vaak ook zijn? Vindt u dat de overheid een grens mag stellen of moet zij zich slechts aanpassen aan maatschappelijke ontwikkelingen? Elke formele grensverlegging vraagt weer om het zoeken van nieuwe grenzen. Dat moet ons gemeenschappelijk een zorg zijn, aan de vooravond van een eeuw die zeker ook gekenmerkt zal worden door de stormachtige ontwikkeling van de genetica. Dat vraagt om politieke stellingnames; om kansen te grijpen maar ook om gevaren onder ogen te zien en grenzen te stellen. Dat kan niet zonder normatief kader, dat kan ook niet als de overheid -zoals bij de voorliggende voorstellen- zegt: ik doe wel een stap terug, laat de deskundigen maar bepalen of de overheid moet doen wat des overheids is en altijd moet zijn: het bewaken en bewaren van de rechtsorde. Ik roep het kabinet en ook de regeringsfracties op dit soort vragen niet te omzeilen maar het debat erover aan te gaan, zodat, ik herhaal het, ervaring, wijsheid en geduld en compassie het winnen van regelzucht.

AFSLUITING

Tot slot het volgende: aan het begin van het tweede parlementaire jaar van het wederopgestane kabinet Kok II is de vraag aan de orde met wat voor soort coalitie we van doen hebben. Een poging tot een antwoord: een coalitie die zoals het zich nu laat aanzien (je weet het met het CPB maar nooit) met mooi weer mag blijven zeilen. Een coalitie ook die ervoor moet waken, dat de aandacht voor een aantal belangrijke vraagstukken voor korte en langere termijn niet door de economische voorspoed verslapt. Ik noem enkele terreinen zoals de toekomst van de gezondheidszorg, de sociale zekerheid, het vreemdelingenbeleid, vragen rond de verdere privatisering van nutsvoorzieningen, het buitenland- en defensiebeleid, vraagstukken rond arbeid en zorg, mobiliteit. Onderwerpen die om meer vragen dan de conclusie dat PvdA en VVD elkaar in de houdgreep houden omdat ze te ver van elkaar verwijderde stellingen betrekken. De beide achterbannen worden goed bediend want die horen vertrouwde geluiden van de eigen mensen maar daar blijft het dan vaak ook bij. Gevolg: een vlucht in de procedure en dus uitstel van de politieke keuze. Tel daarbij op de dwingende noodzaak voor D66 om het eigen profiel zo scherp mogelijk te doen zijn en het beeld is compleet: het economische hoogtij zal de noodzaak van dwingende besluitvorming niet altijd versterken omdat er zo vele besluiten mogelijk zijn die de voor iedereen spreekwoordelijke plus opleveren.

Wat ik hiermee zeggen wil is dit: Kabinet, zorg dat het in je tweede jaar in de politiek ergens over gaat, dwing jezelf ook op moeilijke terreinen het debat aan te gaan en beslissingen te nemen. Het CDA zal zich waar we vinden dat U tekort schiet niet beperken tot nee zeggen maar scherp aangeven hoe het anders zou kunnen of moeten, zoals wij dat op vele terreinen hebben gedaan en zullen doen (WAO-plan, lastenmaximering, zorg, veiligheid, kinderen).
Wij doen dat vanuit een verantwoordelijkheidsverdeling die centraal staat in mijn betoog terug naar het laagste niveau, een herstel van teloor gegane verantwoordelijkheid. Wij willen dat op een schaal die de menselijke maat als richtsnoer heeft, wij willen dat in een betrokken samenleving waarin respect, naastenliefde en verantwoordelijkheid centraal staan. Dat is onze missie. Graag hoor ik straks over de uwe.

Kamerlid: Jaap de Hoop Scheffer

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie