Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Thom de Graaf (D66) in Algemene Politiek Beschouwingen

Datum nieuwsfeit: 22-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
D66

22 september 1999

Bijdrage aan het debat over de Algemene Politiek Beschouwingen

Thom de Graaf

EMBARGO TOT MOMENT VAN UITSPREKEN


-- Gesproken tekst geldt --

Hoe goed gaat het met Nederland? Deze vraag staat vandaag centraal. Nederland profiteert sterk van de groei van de mondiale economie en heeft daar zelf ook belangrijke voorwaarden voor geschapen. Door het regeerakkoord van PvdA, VVD en D66 is een evenwichtige koers uitgezet. Goed financieel beheer gaat samen met investeringen in de samenleving. Maar gaat het daarmee ook echt goed met onze samenleving? D66 vindt dat er reden is voor optimisme, maar absoluut niet voor tevredenheid. Er is nog veel te wensen over. Want het gaat nog niet goed genoeg en het gaat niet overal even goed.

De coalitie heeft zich na een rommelig eerste jaar hernomen. Heilzaam is ongetwijfeld geweest dat het kabinet half juli eens een dag heeft uitgetrokken om niet over de agenda van de dag te spreken maar over de opdracht die het zichzelf stelt. Waarom gebeurt dat eigenlijk niet vaker? Hebben wij het in Nederland zo georganiseerd dat na een regeerakkoord ieder voor zichzelf denkt, de premier voor ons allen, maar niemand gezamenlijk? De minister-president vatte na de zomerse brainstorm de ambities samen in iets dat geen motto mag heten, maar dat natuurlijk wel is: investeren in de kwaliteit van de samenleving. Dat spreekt D66 aan. Meer concreet: investeren in mensen en milieu.

Op de smalle brug naar de volgende eeuw moeten we niet alleen maar terugkijken naar wat achter ons ligt, al is de verleiding nog zo groot. Voor dat we 't weten is 2000 uitgebroken met een enorm vuurwerk en daarna gaan de lichten gewoon weer aan, hopen we. Het is interessanter en veel belangrijker om de toekomst te verkennen, een visie te ontwerpen op wat zich in onze samenleving en daarbuiten ontwikkelt, met en zonder overheidsinvloed. Wij zijn in Nederland niet gewend om die ambities groots en meeslepend te formuleren, als grote projecten. Toch is dat wenselijk, omdat krachtige ambities van de politiek vertrouwen en inspiratie oproepen en draagvlak voor maatschappelijke beweging.

D66 maakt zich sterkt voor een samenleving die, meer dan nu, sociaal bewogen en betrokken is, waarin de economie (en dus de mensen) meer dan nu profiteert van nieuwe mogelijkheden van de informatietechnologie. Met een leefomgeving die een stuk schoner is en niet wordt geschaad, maar juist geholpen door de economische vooruitgang. Wij willen op weg naar een samenleving waarin mensen zelf kunnen kiezen. Zelf kiezen voor de wijze waarop zij willen leven, hoe zij dat leven willen inrichten, welke bestuurders hen besturen. Zelf kiezen voor het dragen van verantwoordelijkheid, voor eigen arrangementen om zinvol en betrokken met anderen te leven. En daarvoor heb je een overheid nodig, die flexibel is, waakt en ingrijpt waar nodig, stimuleert waar dat kan, actief en naar buiten gericht en niet gefrustreerd door een verknoopte bureaucratie. In die samenleving behoort kennis niet ongelijk verdeeld te zijn, maar voor iedereen een motor om actief te zijn, om echt bij te dragen. Kennis is macht riep men vroeger en het is alleen maar meer waar geworden. En dus moeten we een grote sprong wagen met onze onderwijsinspanningen. D66 wil investeren in mensen. In hun gezondheid en in hun onderling samenleven, bijvoorbeeld in de grote steden. De stad is een ruimte voor veelkleurige culturele en etnische identiteiten en tegelijk voor gezamenlijk burgerschap, met vrijheid van iedereen, maar ook met grenzen voor iedereen, niet alleen waar er toevallig bordjes staan, maar in het hele publieke domein, elke straat en elke buurt.

Tegen deze achtergrond, of liever voorgrond, beoordeelt D66 de begroting. Het kabinet heeft de zomer gebruikt voor de opstelling van een redelijk zonnige begroting. Opklaringen, kan je zeggen omdat de omvangrijke intensiveringen in onderwijs, zorg, jeugdhulpverlening, kinderopvang en milieu komend jaar echt beginnen aan te tikken, opklaring omdat de werkloosheid daalt, de koopkracht kan stijgen en de overheidskas er een beetje gezond gaat uitzien, omdat na het aanvankelijke pessimisme nu weer kan worden uitgegaan van een stevige economische groei in 1999 en 2000, die zelfs als de boeken sluiten echt nog hoger kan en zal uitvallen. De minister van Financiën is immers een bescheiden man, zeker als het over de dikte van zijn portemonnee gaat.

Het is een interessante discussie of de voortgaande economische groei mede te danken is aan structurele positieve veranderingen of alleen maar aan een toevallige, gelukkige meewind. Niemand moet en niemand wil zich rijk rekenen. Natuurlijk zijn er altijd VVD-collega's die direct bekende spreekwoorden uit de kast trekken over het schieten van beren, verkopen van huiden en die enkele zwaluw die nog geen zomer maakt. Die grote wijsheid zullen wij in ons meedragen. En toch moeten we goed naar de structuur van onze economie kijken. Niet alleen sommige economen zien grote veranderingen, zelfs de Amerikaanse FED zegt ronduit dat de informatietechnologie een structureel vernieuwende kracht aan de economie verleent met een hogere productiviteitsgroei. Wij staan niet alleen op het breukvlak van twee eeuwen, maar absoluut ook op het draaipunt van een industriële naar een informatiesamenleving. Dat os een majeure omwenteling die het kabinet intensief moet begeleiden. Wij zijn blij met de inspanningen die het kabinet nu onderneemt (de nota Digitale Delta) voor bedrijven en in de overheid zelf. Overheid.nl (overheidssite) zal in de toekomst meer en meer de digitale toegangspoort worden voor informatie maar ook voor inbreng van burgers. Een ander initiatief dat D66 van harte steunt is onlangs door minister van Boxtel aangekondigd: het digitale trapveldje (ICT), zoals de minister dat met een zekere nostalgie naar zijn jeugd noemt: plekken in de buurt waar jong en oud met Internet en computers aan de slag kunnen. Prima, daar moet in worden geïnvesteerd.

Ik dring er bij het kabinet overigens op aan de "digitale handtekening" zo spoedig mogelijk te introduceren. Niet alleen vanwege de "e-commerce" de electronische handel, maar ook omdat dit de administratieve lastendruk enorm vermindert en de klantvriendelijkheid van de overheid vergroot. Het moet een zegen zijn voor elke burger en elk bedrijf in de toekomst af te zijn van veel papieren rompslomp.

De gunstige economische ontwikkeling, mede aangedreven door deze ICT doet ons natuurlijk omzien naar de afspraken die bij de start van dit kabinet zijn gemaakt. Wij tornen niet aan die afspraken. Wel willen we de feiten nuchter onder ogen zien, zoals ook dit kabinet pleegt te doen. Als de economische groei zich volgend jaar voortzet in het tempo dat nu schemert, dan wordt het behoedzame scenario zoals dat heet wel erg behoedzaam, om niet te zeggen minimalistisch. Dan is het reëel om uit te gaan van andere meer realistische cijfers. Wij kunnen het ons dan niet veroorloven om in zo'n situatie alleen maar te zeggen: afspraak is afspraak, extra inkomsten alleen maar voor een begrotingsoverschot reserveren en voor verdere lastenverlichting. Hogere economische groei dan verwacht schept ook verplichtingen om extra te investeren in de samenleving. Geen private weelde en publieke armoede. Een bijzonder voorbeeld, waar het mes aan twee kanten snijdt, is wel het onderwijs. Goed onderwijs dient mens en economie. In onze uitgaven blijven wij, ondanks de inzet van het regeerakkoord, ruim achter bij het OESO-gemiddelde. De minister-president vertelde in Utrecht de academische wereld dat dit bewijst dat wij het efficiënt en goedkoop doen. Misschien is dat zo, maar voordat je het weet geldt hier: penny wise, pound foolish. Nu al weten wij bijvoorbeeld dat in de nabije toekomst de vraag naar ICT-ers dubbel zo groot is als het onderwijs aankan.

Het kabinet heeft voor het komende jaar een lastenverlichting van 1 mld. beschikbaar. Dat wordt voor het overgrote gedeelte aan het arbeidskostenforfait besteed: alle werkenden per maand iets er bij van ruim 10 tot bijna 20 gulden. Dat is op zichzelf welkom, om werk aantrekkelijk te maken, maar is het ook de beste besteding? D66 zou graag zien dat althans een deel van de lastenverlichting wat gerichter wordt ingezet. Mensen met lage inkomens zouden wat extra mogen profiteren van alle gunstige omstandigheden, mensen met kinderen, die voor hoge kosten staan. D66 wil met het kabinet bezien wat daarvoor de mogelijkheden zijn. In de eerste plaats is de vraag of er niet meer ruimte is voor lastenverlichting gegeven het economische beeld. Het kabinet verwacht 2¾ % groei dit jaar en volgend jaar 2 ½ %. Maar wie de cijfers over de eerste kwartalen van 1999 beziet, die begrijpt dat we het deze herfst wel heel beroerd moeten doen om niet flink hoger dan 2 ¾ % uit te komen. En dan is er ook nog een uitgave-reserve die voor 1999 niet tot besteding is gekomen. Anders gezegd: te behoedzaam is ook weer niet nodig.
D66 ziet ook graag ruimte om bovenop de inspanningen die het kabinet reeds onderneemt enkele concrete problemen die nu spelen aan te pakken: ik denk bijvoorbeeld aan de inkomenspositie van chronisch zieken. Ik ga ervan uit dat het kabinet de discussie hier open wil voeren.

Ik geef het kabinet graag het compliment dat het erin geslaagd is afspraken te maken voor een betaald zorgverlof. Op de drempel van de nieuwe eeuw is dat goed nieuws voor iedereen die partner en gezin niet ondergeschikt achten aan het werk, die op zoek zijn naar een goede mix tussen arbeid en zorg. Graag invoering hiervan in het komende jaar. Een dergelijke regeling sluit aan bij een onontkoombare tendens in onze samenleving. Mensen willen putten uit eigen waarde en eigen kunnen, bewust zelf kiezen voor de inrichting van het eigen leven. Dit betekent ook dat mensen gerechtvaardigd aan de overheid vragen om maatwerk en garanties daarvoor; een moderne overheid geeft vorm aan eigentijdse wensen.

Dat geldt ook voor de arbeidsduur en voor mogelijkheden om, waar dat kan, op andere plekken te werken dan op het kantoor in de stad van 9 tot 5. Het voorstel over het recht op aanpassing van de arbeidsduur verdient in deze Kamer steun. 72% van het aantal meerpersoonshuishoudens bestaat nu uit tweeverdieners. In twintig jaar tijd is dat aantal meer dan verdubbeld. Het kostwinnersmodel behoort langzamerhand echt tot het verleden. De deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt is in die twintig jaar ook praktisch verdubbeld tot 59%. Het aantal mannen dat werk en prive-leven meer in balans wil brengen stijgt ook . Het is daarom goed dat het kabinet de vergroting van economische zelfstandigheid van vrouwen en het stimuleren van zorgparticipatie door mannen in het eerste jaar zo voortvarend heeft opgepakt. De nieuwe verlofrechten zijn belangrijk, het nieuwe belastingstelsel ook en ook de uitbreiding van het aantal kindopvangplaatsen in deze kabinetsperiode. Dit laatste is nog niet genoeg. Wij willen bezien of daar nog meer financiële ruimte voor is, vooral gericht op specifieke groepen en verruiming van de tijden.

Zelf kunnen kiezen moet je door de maatschappij ook mogelijk worden gemaakt. Dat is lang niet altijd het geval. Jonge gezinnen met kinderen weten wat dat betekent. De actieve uren van belangrijke sectoren sluiten niet op elkaar aan. Werktijden, sluitingsuren van crèches, reistijden, boodschappen, de voetbaltraining en muziekles. Er zijn veel gedachten, zoals over 4-daagse werkweken , verlenging van de bedrijfstijd, andere schoolweken . Dit geheel aan ideeën over maatschappelijke tijden, ik denk ook aan toegankelijkheid van overheidsdiensten, aan het probleem van de spitsfiles en aan telewerken, dat geheel zou door het kabinet stevig op de agenda moeten worden gezet. Met alle terughoudendheid op dit punt, zou dit nu bij uitstek een onderwerp kunnen zijn waar de SER verantwoord over kan adviseren. Is het kabinet daartoe bereid?

Het gaat in ieder geval niet goed genoeg met Nederland als ik kijk naar het aantal mensen dat aan de kant staat, zonder werk en zonder veel kans om terug te komen. Een jaar lang discussie, plannen van staatssecretaris Hoogervorst en van bijna alle politieke partijen, een najaars- en een voorjaarsoverleg en het resultaat is dat de WAO-cijfers verder oplopen. Vrouwen, allochtonen, ouderen, gehandicapten, ze zijn nauwelijks welkom om terug te keren, er worden geen voorzieningen getroffen zoals aangepaste arbeidsplaatsen. In plaats daarvan pleit MKB-voorzitter De Boer ervoor asielzoekers in te zetten als nieuwe gastarbeiders, om het grote tekort aan arbeidskrachten op te vangen. Dat is nog eens hypocriet.

Een plan van aanpak met concrete doelen op bedrijfsniveau, waar de Kamer vorig jaar om vroeg, is er niet. En alsof dat allemaal nog niet erg genoeg is, constateerde het CTSV onlangs dat ook de uitvoeringsinstanties nauwelijks bijdragen. Het duurt vaak een half jaar voordat een subsidie voor een aanpassing van de werkplek rond is. Het schiet allemaal niet op en het lijkt wel alsof niemand er greep op krijgt. We zullen echt een andere aanpak moeten overwegen en dan bedoel ik niet de psychische klachten van werknemers maar te negeren, want dat is geen oplossing, dat is je ogen sluiten voor de werkelijkheid. Ik bedoel wel een daadwerkelijk recht op reïntegratie van arbeidsongeschikten, samenwerking en integrale benadering door dienstverleners, vergroting van de preventieve zorg. Betere arbo-zorg, die uitstijgt boven de minimumcontracten. Ik denk ook aan de invoering van persoonsgebonden budgetten in de WAO. Werkgevers die nog steeds de Wet Medische Keuringen ontduiken, moeten worden gesanctioneerd. En de huidige keuringspraktijk bij WAO moeten we nog eens grondig tegen het licht houden. Ik wil het kabinet graag oproepen dit tot een zware prioriteit te verklaren, een groot project voor de komende jaren. Het is al erg genoeg dat we met deze sociale schande de nieuwe eeuw in moeten, maar laat dat dan in ieder geval zo kort mogelijk duren.

Uit de begroting kan ik afleiden dat 't het kabinet menens is met investeren in mensen. Niet alleen fors meer geld in de zorg (ruim 3 mld. extra in 2000) maar ook concrete resultaten: meer mensen die een baan krijgen in de zorg, afnemende wachtlijsten, meer aandacht voor de verzorgde als klant, als mens met eigen mening en eigen keuze. Het kabinet heeft ook moeilijke onderwerpen ter hand genomen, zoals de euthanasiewet. Het wetsvoorstel gaat terecht uit van zware eigen verantwoordelijkheid van mensen voor het eigen bestaan. Eigen verantwoordelijkheid en keuze van de patiënt in balans met de zorgvuldige en gewetensvolle professie van de arts en een goede toetsing door de overheid. Ik hoop dat het debat over dit onderwerp komende maanden even zorgvuldig en uitgebalanceerd zal worden gevoerd.

Ook in het onderwijs wordt de inzet van het kabinet nu zichtbaar. Onderwijs is de basis van de eigen verantwoordelijkheid van mensen, de grondslag voor zelf kunnen kiezen in de samenleving , voor betrokkenheid. Veel in het onderwijs is de laatste 10 jaar op de schop gegaan: de basisschool in plaats van kleuter- en lagere school, de invoering van de basisvorming, de Tweede Fase. Het aantal scholen verminderde door fusies met de helft. Stelselherzieningen, reorganisaties en nieuwe namen leveren niet per definitie meer kwaliteit op. De evaluatie van de basisvorming toont dat nog maar weer duidelijk aan. Belangrijk is onderwijsinstellingen zelf ruimte geven en goed toerusten. En investeren in de mensen die onmisbaar zijn en blijven. De leraar die voor kennis, voor inzicht, voor begrip en creativiteit en voor verantwoordelijkheidsgevoel van kinderen zo belangrijk is en er zo weinig respect voor terugkrijgt. Dat zal echt moeten veranderen, de leraar moet weer centraal staan. Ik vraag het kabinet daar grote aandacht aan te besteden, natuurlijk bij arbeidsvoorwaarden, maar ook anderszins. Het lerarentekort is een grote bedreiging en onorthodoxe maatregelen zijn nodig om nieuwe mensen aan te trekken. Een aantal knelpunten in het onderwijs moet eerder worden opgelost dan het kabinet begroot, knelpunten in arbeidsvoorwaarden en taalonderwijs aan zgn. oud-komers.

Onderwijs de ruimte geven betekent ook de rust die daarbij hoort. Meer vrijheid, meer geld en minder regels uit Zoetermeer, dat was vorig jaar ons parool. D66 prijst de minister van Onderwijs voor zijn inzet op al deze punten. Vooral de vergroting van de autonomie en de vermindering van de regelzucht spreken ons aan. Dat is ook een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van het hoger onderwijs. Wat D66 wil is ruimte scheppen voor kleine en grotere instellingen, voor specialisatie en voor samenwerking van verwante opleidingen van verschillend niveau. De academische kwaliteit moet gewaarborgd blijven, ook zonder het isolement van de zuivere academie. Dat vraagt om een goede kwaliteitsbewaking, met een onafhankelijk element. Ik zou graag van het kabinet horen dat het hier haast mee maakt.

De aandacht van mensen voor onze leefomgeving is een beetje tweeslachtig geworden. Het milieuvraagstuk zelf scoort minder hoog bij mensen: 60% vindt dat het wel goed gaat met het milieu. Tegelijkertijd blijkt er een grotere bereidheid te zijn om voor milieu meer te betalen en vooral voor gezonde en ecologisch verantwoorde producten. Als marktwerking ergens goed kan werken, dan is het wel in de voedselindustrie. Bewuste consumenten vragen verantwoorde producten en die vraag verandert het aanbod. Er is nu een grote behoefte aan biologisch geteelde landbouwproducten. Dat kan de regering stimuleren door in fiscale zin tegemoet te komen aan biologische landbouwers. Ik zou daar graag een reactie op zien.

De Milieubalans 1999 geeft een ambivalent beeld. Het gaat op een aantal terreinen beter, maar soms niet zo goed als gehoopt of niet zo snel. Het aankopen van nieuwe natuurgebieden wordt bv. steeds moeizamer, gelet op de sterk stijgende grondprijs. Zo worden de voornemens rond de ecologische hoofdstructuur helaas onhaalbaar. Mijn fractie vraagt of daarvoor extra incidentele ruimte beschikbaar kan komen. Een tweede punt is de uitbouw van de duurzame energie. Dat is inmiddels een volwaardige bron geworden en de overheid doet daar nog weinig mee. Als wel creatief wordt gedacht aan een nieuw Schiphol op zee, waarom dan niet ook aan een windmolenpark in zee? Waarom staan er geen zonne-panelen op overheidsgebouwen, welke mogelijkheden benutten wij om het gebruik van zonne-energie te bevorderen en de prijs te laten dalen, bv. door middel van schaalvergroting in de productie? Ik vraag het kabinet hier om een gericht plan van aanpak. Het heeft mij overigens verbaasd in de begroting een bezuiniging te zien op geluidswallen. Dat levert grote problemen op in nieuwe woonwijken en is in strijd met onze eigen normen. Het gaat volgend jaar om 10 mln. D66 vraagt deze bezuiniging ongedaan te maken. Zo moeilijk moet dat niet zijn.

Het mestoverschot is een van Nederlands ergste milieuproblemen. We overtreden niet alleen Europese regels met onze fosfaat- en nitraatuitstoot maar zadelen onszelf op met een probleem dat alleen nog maar met rigoureuze maatregelen kan worden opgelost. 15 jaar lang was het mestbeleid voornamelijk een van pappen en nathouden, van opzij kijken en nog eens praten, van beloften en het niet nakomen ervan. De struisvogels regeerden en er kwamen steeds meer varkens en kippen. Een heel bijzondere Animal Farm. De geschiedenis van de afgelopen twee jaren was er een van wel inzicht, maar geen macht. De doelstellingen voor de varkenssector waren stevig, maar de maatregelen onwerkbaar of onhaalbaar. Het getuigt op z'n minst van een forse dosis lef om in die situatie minister van Landbouw te willen zijn en dan ook de ambitie te hebben echt van het mestoverschot af te komen. Maar minister Brinkhorst heeft al de Andes beklommen, dus tegen een berg mest zal hij wel niet opzien. Ik wens hem succes. Het voorstel voor mestafzetcontracten voor de gehele veehouderij heeft onze steun, net als de brede aanpak -een nationaal project noemde de premier het- van de sociale gevolgen. Het is een harde ingreep maar andere wegen zijn er niet en langer wachten is echt onverantwoord.

Vrede en veiligheid zijn dit jaar zwaar op de proef gesteld, niet alleen in Kosovo en Oost-Timor, ook in andere, minder opgemerkte conflicten, met name in Afrika. Wij leven in een onvolmaakte wereld vol van oorlogen en geruchten van oorlogen. Uit de frustraties over de onmacht in voormalig Joegoslavië kan iets goeds voorkomen, nl. een Europese gemeenschap die in veiligheid en defensie werkelijk een zelfstandige rol speelt. Daar moet, juist in samenwerking met de Amerikanen, aan worden gewerkt. In dat licht is het jammer dat het kabinet zo afhoudend heeft gereageerd op het voorstel van president Chirac voor een Europees Politiek- en Veiligheidscomite. Had die gedachte niet een wat warmere ontvangst kunnen krijgen?

Europa zal gecommitteerd moeten zijn aan vrede en veiligheid in eigen huis, maar ook daarbuiten. Ik wijs op het geweld in Afrika, in het bijzonder het Grote Merengebied. Soms bespeuren we in onze samenleving iets van defaitisme: de problemen in Afrika zouden te groot zijn om aan de oplossing ervan nog iets te kunnen bijdragen. Toch zullen we dat moeten doen. Ik noem Kongo: Nederland zou daar als land dat ter plaatse geen koloniaal verleden heeft actieve steun kunnen geven aan demobilisatie, ontmijning, terugkeer van vluchtelingen, verzoening en democratie. Het zou naar ons oordeel goed zijn als Europese landen gezamenlijk afspraken maken over een zekere verdeling van de aandacht. Ik wil het kabinet vragen hiertoe initiatieven te ontplooien.

Europa heeft een nieuw dagelijks bestuur gekregen en onze collega Bolkestein heeft daarom afscheid van de Kamer. Bij zijn afscheid heeft hij krachtig weersproken dat hij een Euroscepticus was en is. Blij dat wij ons collectief zo vergist hebben. Ik ga er dan ook nu van uit dat met zijn volle steun en die van zijn partij kan worden gewerkt aan een verdere hervorming van Europa. In het bijzonder denk ik aan de Europese democratie, de landbouwhervorming en de integratie van het vluchtelingenbeleid.

Ik rond af met enkele opmerkingen over het publieke domein. De overheid moet zijn plaats hervinden in het publieke krachtenveld. De strijd tegen eigenrichting, verloedering, gebrek aan gemeenschapszin is een absolute must. Voor D66 geldt daarbij als uitgangspunt dat niet iedereen in ons land dezelfde waarden en normen hoeft te beleven. Dat is in een geïndividualiseerde en veelkleurige samenleving nu eenmaal onmogelijk en zelfs onwenselijk. Waar het wel om gaat is om een bodem te leggen onder alle verschillende schakeringen, een vaste grond voor iedereen, die ook door iedereen zo wordt aanvaard. Dat zijn de normen die wij in wetten en regels als samenleving vastleggen. Daarin liggen de waarden rechtvaardigheid, respect voor ieders vrijheid, verdraagzaamheid en betrokkenheid besloten. De overheid kan die waarden niet zomaar verordonneren, maar wel zeer actief stimuleren. Maar moet die gestelde grenzen dan ook echt handhaven. Niets is zo fnuikend als normen die de overheid zelf op straat laat liggen.

Snelle correctie en stevige sanctie zijn nodig, net als voldoende toezicht. Het kabinet is hierin voortvarend: uitbreiding van politie en versterking van het strafrecht. Er komt terecht meer aandacht voor een duidelijke overheidsreactie op onacceptabel gedrag en dat is goed. Bij overheidsingrijpen komt echter altijd de vrijheid en de privacy van individuele mensen in het geding. Dat zullen wij moeten accepteren, zolang de fundamentele grenzen van de rechtsstaat niet worden overschreden. Toename van geweld, verharding van criminaliteit rechtvaardigen zwaardere ingrepen. D66 vindt vrijheidsbeperking in de sfeer van DNA-onderzoek, bestraffing van groepsgedrag zonder individueel daderschap, preventief fouilleren en cameratoezicht noodzakelijk, maar alleen als de omstandigheden daartoe ook echt nopen. Meer moeite hebben wij met het zonder meer preventief oppakken van mensen alleen omdat ze ergens zijn waar rellen worden verwacht of op grond van hun uiterlijk of uitdossing. Het wetsvoorstel bestuurlijke ophouding zullen wij dan ook kritisch bezien.

Maar het gaat niet alleen om de handhaving, het gaat ook om de naleving van normen. Of het nu gaat om voetbalsupporters, om jongeren die een stadsdeel monopoliseren of zelfs terroriseren, om excessieve drinkers in uitgaansgebieden of om gewone mensen die zich van simpele regels weinig aantrekken, hun buurt laten verloederen. De nadruk moet liggen op preventie, op jeugdbeleid en op samenwerking tussen overheid, buurtbewoners, winkeliers, scholen en andere maatschappelijke instellingen. Het grote stedenbeleid en de integrale veiligheidsplannen beginnen nu hun vruchten af te werpen en D66 vindt dat we daar met kracht mee moeten doorgaan. In alle geweeklaag is het bv. hartverwarmend om te zien hoe een straat als de Vrolikstraat in Amsterdam weer met hulp van iedereen, van bewoners tot en met minister, tot leven is gekomen. Mensen zijn weer trots zijn op hun buurt, voelen zich samen weer verantwoordelijk. En dat is ook goed voor de veiligheid.

Herstel van het vertrouwen in de overheid daar gaat het om. Dat vergteen overheid die doet wat zij zegt, ontvankelijk is voor wat er in de samenleving speelt, die adequaat reageert. Een overheid waarin essentiële informatie niet ergens op een bureau achterblijft of wordt verzwegen. Het vertrouwen in die overheid heeft de laatste decennia forse deuken opgelopen. Een van de grote problemen daarbij is de manier waarop die overheid is georganiseerd. Het traditioneel politiek-bestuurlijk bouwwerk is niet voldoende ingericht op de zich snel vernieuwende samenleving. Een beweeglijke samenleving met bijna onbegrensde mogelijkheden. De vraag hoe daarmee om te gaan, reikt aanmerkelijk verder dan die naar de grenzen van de ministeriele verantwoordelijkheid. Het gaat om de kwaliteit van de gehele overheid. D66 heeft daar concrete ideeën over, van veranderingen in de bureaucratie tot een andere opzet van het politieke bestuur, bv. het kernkabinet. Integere ambtenaren en gedreven bestuurders moeten het samen beter kunnen doen. Ons uitgangspunt is en blijft de onverkort geldende ministeriele verantwoordelijkheid. Niet als excuusmechanisme, niet als koppensnelmachine, maar als reëel beginsel voor de democratische controle op het publieke handelen. Het niet verzonden, maar toch op ieders bureau liggende essay van de mens Peper bevat zeer waardevolle analyses en reikt verder dan de nota Vertrouwen in verantwoordelijkheid van de minister met diezelfde naam. Een apart debat over dit brede onderwerp is nodig en ik roep de collega-fractievoorzitters op om dit ook zelf te voeren.

Tot slot. Ik heb het gehad over grote projecten waar wij op een aansprekende wijze mee aan de slag moeten. D66 wil daaraan bijdragen. Vorm geven aan de informatiemaatschappij, een samenleving helpen maken waarin mensen de ruimte en tijd hebben om zelf te kiezen, zelf verantwoordelijkheid te dragen, zorgen dat ons onderwijs van achterstand naar voorsprong groeit, werken aan de verzoening van economie en milieu. Een sociaal-liberaal beleid dat zicht geeft op een hoopvolle toekomst voor ieder mens en voor de samenleving als geheel. Van droom naar daad, daar gaat het om.

Thom de Graaf
Voorzitter Tweede-Kamerfractie D66
E-mail:(Th.dGraaf@tk.parlement.nl)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie