Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak minister BUZA Belgie bij Verenigde Naties

Datum nieuwsfeit: 25-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse zaken België

Back to News

54ste ALGEMENE VERGADERING VAN DE VERENIGDE NATIES.
--------------------------------------------------- 25 september 1999

----------------------------------------------------------------------
--
TOESPRAAK VAN DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Z.E. MR. LOUIS MICHEL.

----------------------------------------------------------------------
--
PERMANENTE DELEGATIE VAN BELGIE BIJ DE VERENIGDE NATIES 823 UN Plaza, New York, NY 10017
www.un.int/belgium

Mijnheer de Voorzitter,

In de eerste plaats wil ik u gelukwensen met uw benoeming tot Voorzitter van de Algemene Vergadering en u danken omdat u de zware taak die u gedurende deze vergadering te wachten staat, op zich heeft willen nemen. Wij betuigen tevens onze sympathie aan Namibië, uw land, dat u met zoveel talent vertegenwoordigt. Mijn dank gaat eveneens naar uw voorganger, Z.E. de Heer Didier Opertti, voor de wijze waarop hij onze werkzaamheden heeft geleid.

Ik neem deze gelegenheid te baat om de Republieken Kiribati en Nauru, samen met het Koninkrijk Tonga te feliciteren voor hun recente toetreding tot onze organisatie.

Mijn betoog sluit aan bij de woorden van de Voorzitter van de Europese Unie, die eerder deze week werden uitgesproken vanop deze tribune.

Mijnheer de Voorzitter, Dames en Heren,

(Thema 1 : ECONOMISCHE EN SOCIALE ONTWIKKELING MET EEN MENSELIJK GELAAT)

In het begin van de maand augustus werden twee Afrikaanse kinderen, Yaguine en Fodé, dood aangetroffen in het laadruim van een vliegtuig van de luchtvaartmaatschappij Sabena. Ze waren het slachtoffer van hun idealisme en onschuld, die hen ertoe hebben aangezet om de onredelijke reis naar de droomwereld van de Westerse samenleving te ondernemen.

Yaguine en Fodé hebben een ontroerende boodschap nagelaten waaruit ik u enkele passages wil voorlezen :

"Heren leden en leiders (van Europa), wij doen een beroep op uw solidariteit en welwillendheid om Afrika ter hulp te komen ons lijden is enormwij hebben te kampen met oorlog, ziekte, .. wij hebben scholen, maar om een goede opleiding en goed onderwijs te genieten, moeten wij veel betalen en onze ouders zijn arm. Dus wij Afrikanen, en vooral de kinderen en jonge Afrikanen, verzoeken u om een grote doeltreffende organisatie voor Afrika op te richten. Wij hebben u nodig om de armoede te bestrijden." Einde citaat.

En nu sta ik hier voor die "grote organisatie" waarvan Yaguine en Fodé droomden, in haar meest universele vorm. Van meet af aan was ze opgericht als instrument voor het behoud van de vrede en voor economische en sociale ontwikkeling. Voor de auteurs van het Handvest waren beide taken onlosmakelijk met elkaar verbonden.

In de loop van het jongste decennium is die grote organisatie erin geslaagd om op wereldvlak een basis op te bouwen van economische en sociale waarden die als objectief hebben de wereld - die stilaan tot een werelddorp is uitgegroeid - te beschaven.

Ik denk hierbij aan het discrete maar hardnekkige werk dat via de Grote Conferenties en Topvergaderingen van de Verenigde Naties werd verricht om de ontwikkelingssamenwerking op een nieuw spoor te zetten. Dit belangrijke werk moet voortgezet en versterkt worden. Wij willen dat rekening wordt gehouden met de universeel aangegane verbintenissen inzake onderwijs in Jomtien, voor het milieu in Rio, voor de Mensenrechten in Wenen, voor sociale aangelegenheden in Kopenhagen, voor de wereldbevolking in Cairo, voor de vrouwen in Peking, tegen de honger in Rome, en voor de steden in Istanbul, als onomkeerbare verworvenheden van de mensheid. We verheugen ons erover dat de zaken die tijdens die gelegenheden werden besproken en de besluiten die er werden getrokken, steeds vaker een bron van inspiratie vormen voor ons nationaal beleid en aldus onontbeerlijke politieke convergenties teweegbrengen.

Maar het drama van Yaguine en Fodé hebben ons tot de harde realiteit van de niet-evenwichtige ontwikkeling teruggebracht. Op het ogenblik dat ik u hier toespreek, leven 1,3 miljard mensen of trachten ze te overleven met minder dan 1 dollar per dag; 840 miljoen onder hen, waarvan 160 miljoen kinderen, lijden dagelijks honger en zijn ondervoed. Erger nog, zoals de twee jongeren ons eraan herinneren, gaan 260 miljoen kinderen niet meer naar de lagere of middelbare school omdat ze de middelen niet hebben, en 250 miljoen kinderen zitten niet op de schoolbanken maar moeten gaan werken.

Aan het begin van het 3de millennium, wordt het voor onze samenleving steeds moeilijker een dergelijke menselijke marginalisatie en een dergelijk gebrek aan solidariteit te dulden, in het bijzonder ten aanzien van kinderen.

We moeten een nog grotere solidariteit afdwingen in het raam van onze organisatie. We moeten het humanisme opnieuw zijn juiste plaats geven in onze internationale betrekkingen. Opdat deze strijd tegen de armoede en voor emancipatie vruchten zou afwerpen, moeten we bereid zijn om de mechanismen kritisch te bestuderen, die aan de basis liggen van de economische fluctuaties en financiële spanningen en hun sociale gevolgen, die een uitbuiting toelaten van de zwaksten door de sterksten door vaak onpersoonlijke en moeilijk of niet te identificeren krachten.

Om die redenen zijn we er diep van overtuigd dat het in onze gemondialiseerde samenleving belangrijk is om de voorrang van de politiek te herstellen. Vandaag moeten we zonder bijgedachten werken aan de organisatie van een nieuwe internationale politieke orde. We hebben nood aan een krachtiger Organisatie van de Verenigde Naties, die een coherent beleid voert voor economische en sociale ontwikkeling.

Dit impliceert een horizontaal beleid dat alle globale instrumenten benut, zowel op economisch, financieel als commercieel vlak. Dit veronderstelt ook een meer vastberaden wil om de voorrang van de politiek te herstellen en niet langer te aanvaarden dat de democratische legitimiteit wordt omzeild of met de voeten getreden omwille van particuliere of speculatieve belangen. De rechten van de mens moeten voorrang hebben op de macht van het geld.

België zal de inspanningen steunen van de Verenigde Naties om zijn taak als beschermer tegen de onaanvaardbare aspecten van de globalisering te herstellen. In dit opzicht hecht mijn land veel belang aan het welslagen van de Millennium Top volgend jaar.

België verheugt er zich dan ook op om in de lente van 2001 de derde Conferentie m.b.t. de Minst Ontwikkelde Landen te ontvangen, die in Brussel alle partners voor ontwikkeling zal samenbrengen. Wij koesteren de hoop dat tijdens dit grote gebeuren opnieuw verbintenissen zullen worden aangegaan om die landen in de wereldeconomie op te nemen, op basis van concrete en kwantificeerbare doelstellingen.

Wat mijn land betreft, heeft de onlangs aangetreden Regering duidelijk haar politieke wil geuit om de middelen voor het bilaterale partnerschapsbeleid en ontwikkelingssamenwerking geleidelijk te verhogen. Er zal aandacht worden besteed aan de kwaliteit van de projecten en aan hun verlenging.

(Thema 2 : AFRIKA)

Mijnheer de Voorzitter,

Ik druk de hoop uit dat deze nieuwe zittijd van de Algemene Vergadering in het teken van Afrika zou worden geplaatst. De zo stimulerende inleidingstoespraak van onze nieuwe voorzitter en de eerste interventies in het Algemeen Debat, met name die van Z.E. de Heer Mbeki, president van Zuid-Afrika, en van Z.E. de Heer Bouteflika, president van Algerije, vormen een krachtige boodschap in die richting.

Wij Belgen, hebben een instinctieve interesse voor het lot van Centraal- Afrika, zowel op politiek en economisch vlak, als op het vlak van ontwikkelingssamenwerking. België moet zijn banden met de regio die voortvloeien uit zijn geschiedenis en zijn deskundigheid terzake, opnieuw aanhalen. Dit veronderstelt ook verantwoordelijkheden, die mijn regering op verantwoorde en coherente wijze zal trachten in te vullen. Ik denk onder andere aan de dubbele taak van de Verenigde Naties, als orgaan voor het behoud van de vrede en promotor van ontwikkeling. Maar ik denk ook aan de problematiek van de mensenrechten, waarvoor mijn regering zeer gevoelig is.

Met al deze beschouwingen voor ogen is de ontwikkelingssamenwerking met Afrika voor mijn regering een prioriteit die het beleid van deze legislatuur zal bepalen.

Voor ons is het belangrijk dat Centraal-Afrika opnieuw vrede en stabiliteit kent. De Akkoorden van Lusaka bieden hoop. De betrokken partijen moeten blijk geven van politieke wil om de problemen aan te pakken die aan de basis liggen van het huidig conflict en om oplossingen te zoeken voor de hele regio. Om hen aan te moedigen en steun te bieden moet de internationale gemeenschap een belangrijke inspanning leveren. Mijn land zal zijn deel bijdragen en zal zijn directe contacten, zijn ontwikkelingshulp en zijn financiële steun uitbreiden.

België heeft overigens de oproep van de Veiligheidsraad beantwoord en verbindingsofficieren ter beschikking van de Secretaris-generaal gesteld, die naar het terrein zullen worden gestuurd, overeenkomstig Resolutie 1258 van de Veiligheidsraad (6 augustus 1999).

Uiteraard zullen wij ten volle de wens van de Afrikaanse leiders respecteren om zelf politieke oplossingen uit te werken voor de conflicten die het continent teisteren. Maar dat mag niet tot dubbelzinnigheid leiden wat de rol van de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering betreft. Dit betekent ook niet dat de rest van de wereld aan de kant moet blijven staan, want de noden voor de vrede in de regio van de Grote Meren zijn enorm.

In dit opzicht, moeten wij erover nadenken om een reëel partnerschappact te sluiten met de landen van Centraal-Afrika. Dit pact - naar het model van het stabiliteitspact voor de Balkan - zou passen in een daadwerkelijke samenwerkingsstrategie tussen de landen. Met de steun van de grote financiële instellingen, zou het een nieuwe impuls moeten geven aan de economische ontwikkeling, en de sociale en democratische ontwikkeling van de partnerlanden moeten kracht bijzetten. Ons inziens is het partnerschappact gebaseerd op vrijwillige samenwerking tussen elk van de ondertekenende landen, van Afrika of elders, die bovendien gekenmerkt wordt door wederzijds respect. Het pact heeft uiteraard niets te maken met een neokoloniale bemoeiingspoging in die regio.

Andere regio's in Afrika verdienen meer aandacht en inzet van de internationale gemeenschap. Ik denk in het bijzonder aan het conflict dat een bloedbad aanricht in Angola en het land in een vreselijk humanitair drama stort. Ik denk ook aan de oorlog tussen Ethiopië en Eritrea, waar men ten allen prijze een uitbreiding tot Somalië moet vermijden. In Sierra Leone is er hoop op verbetering, dank zij de inspanningen van de landen van de regio, die hierbij werden geholpen door België en andere partners. Wij hopen dat ook in Guinee Bissau de burgervrede wordt hersteld. Maar wat de bevolking van Zuid-Soedan en Somalië betreft, moet er nog een lange weg worden afgelegd.

Wordt onze aandacht vandaag de dag door de media op humanitaire drama's in andere regio's van de wereld gevestigd, dan hebben wij toch niet het recht om het lijden van de mannen, vrouwen, en vooral van de kinderen in Afrika te vergeten, die snakken naar onderwijs, gezondheid en ontwikkeling. Het is ook op hen dat de nieuwe internationale politiek van evenwicht en verdeling van de welvaart moet gericht zijn.

Ik wil het ook even, in het kort, over het Noorden van het Afrikaanse continent hebben. Het Europese voorzitterschap heeft het herhaald : de Magreb- landen maken een belangrijke ontwikkeling door. Zij zijn en blijven een essentiële partner voor Europa en voor de ontwikkeling van de vrede, welvaart en ontwikkeling in de wereld. De economische, sociale, culturele en politieke banden met het Middellandse Zeegebied moeten in de komende maanden en jaren worden verdiept.

Ik wens tevens dat de internationale gemeenschap, zoals ze dat heeft beloofd, het vredesproces in het Midden-Oosten zal steunen. Ook daar zullen financiële en menselijke middelen vrijgemaakt moeten worden om de economische ontwikkeling van verschillende regio's en bevolkingsgroepen die zich voor de vrede inzetten, te verzekeren. Mijn land is bereid hieraan mee te werken.

Mijnheer de Voorzitter,

(Thema 3 : KOSOVO,TIMOR EN HET HUMANITAIR INMENGINGSRECHT)

Er is een andere regio in de wereld waar de Verenigde Naties een cruciale en moeilijke rol hebben moeten spelen. De crisis in Kosovo heeft gevolgen gehad voor de veiligheid van mijn land en van Europa. Ze heeft ook de gevoelige vraag doen rijzen waar de grenzen liggen van inmenging van de internationale gemeenschap in de interne zaken van een Staat.

De interventie van de NAVO heeft het idee gevoelig versterkt dat in de internationale relaties, morele en ethische overwegingen het halen op het klassieke concept van de nationale soevereiniteit. Als onze organisatie een les heeft geleerd uit deze 20ste eeuw, dan is het wel het idee dat een Staat het uitmoorden van haar eigen bevolking onder geen enkel voorwendsel kan beschouwen als een interne zaak. Zulk juridisch formalisme zou er tenslotte op neer komen te aanvaarden dat, zoals het hoofd van UNMIK, Bernard Kouchner, het zei : "het wel wettelijk, zij het niet heel elegant is zijn eigen bevolking te uit te moorden..."

De Veiligheidsraad beschikt nochtans over de middelen om massale schendingen van de mensenrechten aan te pakken. Artikel 42 van ons Handvest biedt de Raad de mogelijkheid om dergelijke schendingen als "gevaar voor de internationale vrede en veiligheid" te bestempelen en een gewapende interventie toe te staan, zoals de Raad trouwens verschillende keren heeft gedaan (b.v. in Iraaks Koerdistan in 1991, in Somalië in 1992, in Bosnië-Herzegovina in 1994, in Liberia en in Sierra Leone in 1997,)

Heeft de Veiligheidsraad zijn rol bij de aanvang van de crisis niet volledig kunnen vervullen, dan was dat niet zozeer omdat de Staten verdeeld waren over de grond van de zaak, maar veeleer omdat er een grote kloof bestond tussen voorstanders van het recht op humanitaire inmenging en voorstanders van het traditionele juridische stelsel van nationale soevereiniteit als absolute basis voor internationale relaties.

Mijn land betreurt het ten zeerste dat de mogelijkheid van een dubbel veto een formeel obstakel heeft kunnen vormen dat haaks stond op de uiterste urgentie van de situatie. Wij hopen dat het militair ingrijpen zonder goedkeuring van de Veiligheidsraad geen precedent is. De wereld heeft nood aan een internationale juridische wereldorde als alternatief voor de wet van de sterkste. Wij willen dan ook graag geloven dat het aannemen van Resolutie 1244 de terugkeer betekent van het internationaal recht.

Inzake Oost-Timor is België blij met de vastberaden houding van de Veiligheidsraad. We hopen dat de situatie in Oost-Timor zo spoedig mogelijk normaliseert, met een terugkeer van zijn inwoners, de wederopbouw van het land, en de vestiging van een rechtsstaat die het resultaat is van de wil van het volk.

Ik wens gebruik te maken van het dossier Oost-Timor om eraan te herinneren dat de internationale gemeenschap zichzelf moet voorzien van alle instrumenten die nodig zijn om barbaarse handelingen te voorkomen en te bestraffen. We hebben nood aan een Gerechtshof dat belast is met het vervolgen van de zwaarste misdaden, die de ganse internationale gemeenschap raken. Een belangrijke stap in die richting werd gezet met de goedkeuring in Rome van het Statuut van het Internationaal Strafgerechtshof. Ik roep alle Staten op om het Statuut te ondertekenen en te ratificeren opdat het zo spoedig mogelijk in werking zou treden. België staat op het punt het Statuut te ratificeren. Het is belangrijk om aan deze nieuwe instelling de menselijke en materiële middelen te geven die ze zal nodig hebben om haar opdracht te vervullen.

Dit brengt ons tot het vraagstuk van de hervorming van onze organisatie en in de eerste plaats van de Veiligheidsraad.

(Thema 4 : HERVORMING VAN DE VERENIGDE NATIES)

Mijnheer de Voorzitter,

Sinds tien jaar tracht een werkgroep, zo goed en zo kwaad als hij kan, onder de auspiciën van de Voorzitter van de Vergadering, te bestuderen welke hervormingen het blazoen van de Veiligheidsraad zouden kunnen oppoetsen.

Ondanks de inspanningen van de opeenvolgende Voorzitters, werd er weinig vooruitgang geboekt. De omvang van het probleem is nochtans duidelijk gekend en alle mogelijke verbeteringen werden reeds geïdentificeerd. Ik denk dat onze Regeringen blijk moeten geven van vastberadenheid en een nieuwe impuls moeten geven aan de werkzaamheden.

Voor mijn land is het duidelijk dat de Veiligheidsraad nog op anachronistische wijze de situatie van 1946 weerspiegelt, terwijl het aantal onafhankelijke landen sinds 53 jaar verviervoudigd is en grote mogendheden, of het nu is op basis van hun economische, demografische of geopolitieke macht, meer verantwoordelijkheden op wereldschaal kunnen opnemen.

De redenen voor een hervorming hoeven hier niet meer te worden aangetoond. Ik zou het vooral willen hebben over de mogelijke gevaren als er geen hervormingen komen : landen wier kandidatuur voor een permanente zetel gerechtvaardigd is, en wier ambities niet vervuld worden, zullen minder dan tevoren bereid zijn om bij te dragen tot een collectieve inspanning voor het behoud van de vrede, de preventie van conflicten en de multilaterale ontwikkelingshulp. Andere landen die niet in aanmerking komen voor een permanente zetel, zullen ook niet kunnen delen in de verantwoordelijkheden van de wereld . Gelet op hun groot aantal en het gebrek aan objectieve rotatiecriteria, worden de tijdspannes tussen hun deelnames zo groot dat de Veiligheidsraad voor hen bijna ontoegankelijk wordt.

Er heerst een algemeen gevoel dat de instelling aldus zijn representativiteit, zijn legitimiteit en zijn gezag zal verliezen.

Mijn land zit momenteel een groep van tien Lidstaten voor, die onderzoek hebben verricht om een structuur uit te werken waarmee de meerderheid van de Lidstaten akkoord zou kunnen gaan. Ondanks de obstakels, zijn wij van plan om onze inspanningen voort te zetten.

Bij de hervormingen gaat het niet alleen om de hervorming van de Veiligheidsraad, maar om een proces dat erop gericht is het ganse apparaat van de Verenigde Naties doeltreffender te maken. Ik breng hier hulde aan de Secretaris-generaal, Kofi Annan, die zich met grote vastberadenheid persoonlijk heeft ingezet voor die taak.

De VN blijft een onontbeerlijke organisatie en alles moet in het werk worden gesteld opdat ze de in het Handvest opgelegde taken en verantwoordelijkheden zou kunnen uitvoeren. De hervorming is nodig voor de versterking van de mechanismen voor de solidariteit en de harmonische ontwikkeling die wij nastreven.

Mijnheer de Voorzitter,

Hervorming en gezonde financiële vooruitzichten voor onze organisatie zouden hand in hand moeten gaan. Jammer genoeg, is de financiële toestand van Verenigde Naties er de laatste 12 maanden niet op vooruit gegaan. Er moet iets aan gedaan worden. België, net als vele andere landen die hun bijdrage steeds tijdig en zonder enige voorwaarden betalen, vraagt alle lidstaten hetzelfde te doen. En ik richt mij hierbij speciaal tot Washington : België, vriend en bondgenoot van de Verenigde Staten, onderstreept dat het absoluut noodzakelijk is dat Amerika de rol vervult die het in de Verenigde Naties is toebedeeld. Wij hebben allen dat grote land nodig en daarom moet het ten volle zijn verantwoordelijkheden in onze organisatie opnemen, ook op financieel vlak.

Mijnheer de Voorzitter,

(Thema 5): POSITIEVE KANTEN)

Tot dusver heb ik het grotendeels gehad over wat er mank loopt. Daarnaast zijn er natuurlijk tal van zaken die gunstig tot zeer gunstig evolueren. De Organisatie heeft een vooraanstaande rol gespeeld door een ethisch draagvlak te geven aan de normen die bepalend zijn voor de internationale betrekkingen. Mijn land stond trouwens achter deze evolutie.
België, dat in de strijd om de IJzer als eerste land het slachtoffer is geworden van het gebruik van oorlogsgas, heeft zich ten volle achter de totstandkoming en de tenuitvoerlegging van het Verdrag inzake chemische wapens geschaard.

Zo voert België ook strijd tegen biologische en bacteriologische wapens en ijvert het voor de afschaffing van anti-persoonsmijnen en voor het toezicht op het gebruik van kleine wapens.

De wildgroei van kleine wapens en de plaag van de anti-persoonsmijnen plaatst ons op het eind van deze eeuw voor een ware uitdaging. Deze wapens zijn van die aard dat ze conflicten uitzichtloos maken en dood en vernieling zaaien, zowel in Afrika, Azië en Latijns-Amerika als in de Balkan. Ook in West-Europa en Noord-Amerika gaan maatschappijen gebukt onder deze plaag waarvan het einde nog niet in zicht is.

Om toch komaf te maken met dit probleem werden verscheidene stappen gezet. Ook mijn land heeft zijn steentje bijgedragen. Ik verwijs onder meer naar de Conferentie van Brussel in oktober 1998, naar de gedragscode en het gemeenschappelijk optreden van de Europese Unie en naar onze deelneming aan en financiële ondersteuning van de groepen deskundigen die door de Secretaris-generaal werden samengesteld.

Dit beleid ter fine van het voorkomen en het indijken van de wildgroei van kleine wapens wordt voortgezet, evenals de strijd voor de afschaffing van de anti-persoonsmijnen.

Algemeen gesteld, zullen wij in de daartoe aangewezen fora die initiatieven blijven nemen die gericht zijn op wapenbeheersing en ontwapening. Ik denk hierbij onder andere aan een uitbreiding van het verdrag inzake biologische wapens, de indijking van de wapentrafiek, een strengere beteugeling van de overtreding van embargo's op wapenexport (of nog de strijd tegen de aangroei van het kernwapenarsenaal).

Mijnheer de Voorzitter, Dames en Heren,

De mensenrechten zijn de rode draad die thema's als economische en sociale ontwikkeling, ontwapening, en humanitaire hulp verbindt.

De laatste jaren is meer dan eens gebleken dat internationale vrede en veiligheid, economische welvaart, duurzame ontwikkeling en sociale gelijkheid onlosmakelijk verbonden zijn met de mensenrechten.

In het kader van de hervorming van de activiteiten en van de structuur van de Verenigde Naties die onder impuls van de Secretaris-generaal op de sporen werd gezet, is het streven naar de bevordering van de mensenrechten voortaan de stuwende kracht achter de wereldwijde werkzaamheden van de agentschappen en gespecialiseerde instellingen van de VN familie.

België staat ten volle achter deze overkoepelende benadering.

Toch is er nog heel wat werk voor de boeg. De VN hebben er dan ook alle belang bij zich te verzekeren van de steun van de regionale netwerken die met hun kennis en potentieel de verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen mogelijk helpen maken.

In haar regeringsverklaring heeft de nieuwe Belgische regering de mensenrechten hoog op de agenda geplaatst. Zij heeft ook de wil te kennen gegeven om in de internationale instellingen die zich met deze kwestie bezighouden, een actief beleid te voeren.

Tot slot wens ik in het bijzonder hulde te brengen aan onze Secretaris-generaal die uitzonderlijk moeilijke situaties vaak ten goede heeft doen keren met zijn geduldige en omzichtige aanpak. Mijn regering staat ten volle achter de initiatieven waarmee hij de organisatie zal voorbereiden op de gekende en ongekende uitdagingen van de volgende eeuw. Mijnheer de Secretaris-generaal, via u wil ik ook hulde brengen aan het VN-personeel, in het bijzonder aan de mensen die hun leven gelaten hebben in het kader van humanitaire hulpacties of vredeshandhavingsoperaties. Mijn land roept iedereen op om het VN-personeel te respecteren en om ervoor te zorgen dat de misdaden in kwestie niet ongestraft zouden blijven.

Ik ben ervan overtuigd dat de acties van de Secretaris-generaal de geloofwaardigheid en slagkracht van de Organisatie vergroten. Zij blijft immers het onmisbare universele instrument waarmee vorm wordt gegeven aan de gemeenschappelijke doelstellingen, een baken in een meer solidaire wereld, een sprankeltje hoop voor de Yaguines en Fodés van alle continenten.

Ik dank u voor uw aandacht.

40x25-ecbel.gif (1087 bytes) Copyright © 1997-1998
Infos
(info@diplobel.org) Webmaster
(webmaster@diplobel.org) Technical Support
(support@diplobel.org)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie