Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage PvdA beleidsvisie geestelijke gezondheidszorg

Datum nieuwsfeit: 27-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 27 september 1999

BIJDRAGE VAN ANNET VAN DER HOEK (PVDA) AAN HET NOTAOVERLEG BELEIDSVISIE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG

Er is lang uitgekeken naar een beleidsvisie geestelijke gezondheidszorg. En toen deze verscheen hebben we nog een volledige zwangerschapsperiode overbrugd om er uiteindelijk vandaag over te spreken. De PvdA-fractie is van mening dat het in dit geval niet nadelig is geweest om het kindje,in casu de discussie over de veelomvattende problematiek van de geestelijke gezondheidszorg, te laten groeien. Het heeft ons, als politiek, ruimschoots de gelegenheid gegeven om ons te oriënteren en overleg te hebben met vele organisaties en personen en wij hebben de kans gehad om vorige week tijdens de algemene beschouwingen ook financieel een en ander op dit gebied af te spreken. Uit de vele reacties die de fracties en de commissie hebben bereikt over veel onderwerpen in deze beleidsvisie blijkt wel, hoe diep de problematiek rondom de geestelijke gezondheidszorg op veel terreinen ingrijpt in het leven van mensen.

De PvdA fractie wil een aantal hoofdpunten uit de beleidsvisie uitgebreid belicht zien. Dat zijn :
1) de garantie dat de uitgezette beleidslijnen ook daadwerkelijk uitgevoerd zullen gaan worden. 2) een tweede punt is mijn bezorgdheid over de vermaatschappelijking van de ggz, de extramuralisering en de beddenvermindering. 3) De versterking van de eerstelijnszorg, met name het algemeen maatschappelijk werk, gaat de PvdA zeer aan het hart. Ik kom hier uitgebreid op terug. Datzelfde geldt voor de wachtlijsten bij de Riagg en in de kinder- en jeugdpsychiatrie. 4) Willen wij, zoals de regering ook heeft benadrukt tijdens de algemene beschouwingen, met kracht ziekteverzuim en instroom in de WAO, dan zullen er een aantal concrete plannen moeten komen. 5) Centraal in onze visie staat vanzelfsprekend de cliënt. Ik zal ingaan op de medezeggenschap en de financiële positie van bewoners van instelingen. 6) Goede en verantwoorde zorg kan niet worden gegeven zonder voldoende en goed geschoold personeel. Ik wil de minister een plan voorleggen om personeel terug te winnen. 7) Tenslotte zal ik nog aandacht vragen voor poliklinische- en dagbehandeling in de forensische psychiatrie voor met name pedosexuelen.

Ad 1) Algemeen
De beleidsvisie geeft een uitgebreide en juiste analyse van de brede ggz- problematiek. De PvdA fractie is met de minister van mening, dat de sector moet veranderen van een gesloten, aanbodgerichte, naar een transparante, vraaggerichte zorgverlening en moet inspelen op de vraag van cliënten, daarvoor een snelle en adequate behandeling klaar moet hebben en zodanig georganiseerd moet zijn dat samenwerking en eventueel overdracht van taken plaatsvindt naar maatschappelijke organisaties en opvang. Daarbij komt, en dat kon nog niet in de beleidsvisie worden verwerkt, dat uit rapporten, o.a. van het RIVM en een recent rapport van de World Health Organisation (WHO) blijkt, dat de zorgvraag in Nederland van 'neuropsychiatric disorders' fors toeneemt. In de beleidsvisie staat terecht dat ernstige psychiatrische stoornissen als gevolg van levensproblemen tot het domein van de ggz behoren. De WHO meet in termen van verlies door vroegtijdige dood of lagere kwaliteit van leven. Dat is volgens de PvdA-fractie het kernpunt. Ons probleem met de nota is dus niet de analyse, maar de uitvoering. Er worden veel thema's aangesneden, maar de concrete realisering blijft vaag. Ik wil de minister dringend vragen hoe zij denkt de garantie te kunnen geven dat de uitgezette beleidslijnen ook werkelijk gerealiseerd worden. We willen een antwoord van de minister op de situatie, dat de sector de meerjarenafspraken niet heeft ondertekend en dat, in tegenstelling tot wat in de antwoorden op onze schriftelijke vraag staat vermeld, ons ter ore is gekomen dat de sector geen afspraken met de minister heeft gemaakt over normering van aanvaardbare wachttijden. Graag een uitleg. Ik wil nog kort ingaan op de organisatie van de sector. De PvdA-fractie onderschrijft het in de beleidsvisie geschetste model. Op één punt willen wij wijzen: de vorming van regionale ggz-instellingen, waar de PvdA volkomen achter staat, moet niet leiden tot een soort gedwongen winkelnering voor clienten. Er zijn bij reeds gevormde regionale ggz-instellingen voorbeelden bekend waar het wel goed gaat, maar wij willen van de minister graag horen dat de keuzevrijheid voor de patiënt voor behandeling en behandelaar gewaarborgd is. Daarnaast hebben wij nog één punt over dit onderdeel in de beleidsvisie: wij zijn niet zo gelukkig met het antwoord op onze schriftelijke vragen over het bouwheerschap van algemene ziekenhuizen. Ik heb begrepen dat de minister in de tussentijd ook weer overleg met verschillende partijen heeft gehad. Onze vraag is of er intussen voortschrijdend inzicht is ontstaan. Wij vinden het beter om deze passage uit de beleidsvisie te schrappen en de in uw antwoord aangekondigde circulaire te laten vervallen, zodat partijen werkelijk hun maatschappelijk ondernemerschap kunnen waarmaken.

Ad 2) Extramuralisering en beddenvermindering
De PvdA fractie vindt het terecht dat een van de speerpunten van de ggz de vermaatschappelijking van deze sector is: ervoor zorgen dat (ex)patiënten niet onnodig worden of blijven opgenomen in het apz, maar integreren in de maatschappij. Voordat ik inga op die vermaatschappelijking en de samenwerking met de maatschappelijke opvang, wil ik een punt aansnijden dat ons grote zorgen baart. Het proces van extramuralisering brengt een forse beddenvermindering in de intramurale zorg mee. Ravelli, de Universiteit van Utrecht en kortgeleden het Sociaal Cultureel Planbureau constateren dat er nog veel ontbreekt aan de noodzakelijke samenwerking tussen de ggz en andere organisaties en instellingen op het gebied van wonen, zorg en welzijn. Het is toch de bedoeling dat die instellingen samen met de ggz zorgdragen voor een keten van voorzieningen, die het de patiënt werkelijk mogelijk maakt in de samenleving te integreren. Voordat ik hier verder inhoudelijk op inga, wil ik in dit verband de vraag oproepen of het, gezien de stand van het proces van extramuralisering, wel verantwoord is om zo'n forse beddenvermindering als thans wordt voorgestaan, te realiseren. Deelt de minister deze zorg en hoe wil zij hier mee omgaan? Daarmee gaat gepaard de situatie van de patiënt die wel opgenomen blijft in de intramurale zorg: de asielfunctie. Als je, zoals ik veelvuldig heb gedaan, in de praktijk ziet wat het betekent aangewezen te zijn op een verblijf, dan wil je toch als patiënt aandacht, dagbesteding, van tijd tot tijd een uitje: kortom: wat u en ik in ons dagelijks leven ook willen: op zijn tijd enige ontspanning, plezier en aandacht. Daar moet natuurlijk binnen de nieuw te vormen instellingen ook genoeg aandacht en geld voor beschikbaar blijven. Dat geld moet niet alleen in gebouwen en extramuralisering worden gestoken. Is de minister met mij van mening dat de aandacht voor de patiënt in de asielfunctie moet blijven, heeft zij daar met mij zorg over en zo ja, hoe wil zij deze doelstelling concreet invullen? Ik vind daar in de Beleidsvisie te weinig van terug. Terug naar de samenwerking van ggz met maatschappelijke opvang en andere organisaties. Om te beginnen wil ik de minister complimenteren met het feit, dat het Kabinet structureel 35 miljoen gulden extra heeft uitgetrokken voor de maatschappelijke opvang, met name dak- en thuislozen en verslaafdenzorg. De PvdA-fractie heeft zich al geruime tijd ingespannen om extra geld hiervoor te realiseren en wij zijn dan ook blij dat dit door het Kabinet is gevolgd. Wel heb ik nog opmerkingen over de brief van de minister n.a.v. het advies van de Raad voor Financiële Verhoudingen en de uitwerking die de minister hieraan geeft, met name de verdeling over de centrumgemeenten. Vooralsnog roept dit nog vraagtekens op. In dit kader ontbreekt mij de tijd om daar dieper op in te gaan, maar ik hoor graag een eerste reactie van de minister. Er zijn veel reacties gekomen over de opzet en de uitwerking van de samenwerking. Ik wijs op de brieven van GGZ Nederland, van het Landelijk Forum GGZ, van de Federatie Opvang, van veel gemeentebestuurders, zeer recent nog de brief van de wethouders van de vier grote steden. Waar gaat het in essentie om: wij als maatschappij -en dat is de diepgevoelde mening van de PvdA fractie- mogen niet toestaan dat zieke mensen verwaarloosd en ontworteld op straat rondzwerven of aan hun lot worden overgelaten. Zoals de beleidsvisie dat noemt: de zorg voor verkommerden en verloederden, met name de zogenaamde zorgwekkende zorgmijders. Hoeveel aangrijpende brieven krijgen wij niet van b.v. ouders van schizofrene patiënten, die niet adequaat worden opgevangen en behandeld. Ook de vereniging Ypsilon heeft hierop gewezen. Voor die groepen en anderen moet er op lokaal niveau, geregisseerd door de gemeenten, een sluitende zorgketen ontstaan. Een werkelijke vermaatschappelijking houdt immers in, dat ontslag van patiënten die langdurig zorgafhankelijk zijn, gebonden moet zijn aan de voorwaarde dat er voor hen in de samenleving goede maatschappelijke ondersteuning en opvang is geregeld. Die voorwaarde is tot nu toe niet voldoende vervuld. De wethouders van de vier grote steden wijzen er op dat zij er niet van overtuigd zijn dat het zorgkantoor in de regiovisie de centrale regierol goed kan vervullen. Zij wijzen ook op de niet sluitende regiefunctie op het terrein van de OGGZ. Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft onderzocht dat de ggz te weinig overdraagt en samenwerkt. Dat geldt ook voor de onderzochte regio's waar de ggz instellingen al wel zijn gefuseerd. Nu moet ik wel opmerken, dat ik in gesprekken met de sector wel een kentering in denken merk. Dat bewijst ook de brief van het Landelijk Forum GGZ. Dat verheugt onze fractie, maar u merkt: hoewel wij de minister steunen in haar streven naar vermaatschappelijking, hebben wij toch enige zorgen over de invulling. Om te voorkomen dat de vermaatschappelijking een papieren tijger wordt moet daarbij worden overlegd met betrokkenen. Ik noem vooral de gemeenten en de Federatie Opvang. Wil de minister in dit verband ook ingaan op de vrees van gemeenten over de regierol en het creëren van nieuwe schotten. Kortom: hoe gaat de minister de nog ontbrekende sluitende aanpak realiseren? Verder wil ik de minister vragen of zij wil ingaan op de suggestie van de Federatie Opvang, die heeft voorgesteld om in enkele proefregio's de samenwerking in gemeenten tussen ggz, maatschappelijke opvang en anderen in praktische zin uit te voeren. Dat zou ook goed aansluiten op de modernisering van de AWBZ en daarbij zouden de regierol en de ontschotting een plaats kunnen krijgen. Wil de minister hierover in overleg treden met betrokken partijen? Kan de minister aangeven wanneer wij de evaluatie van de AWBZ subsidieregeling Begeleiding door en in instellingen voor Maatschappelijke Opvang tegemoet kunnen zien? In het verband van de opvang van de (ex)psychiatrische patiënten in de maatschappij wil ik de minister nog een concrete suggestie doen. In de praktijk blijkt met name het begeleiden van mensen in hun dagelijkse woon- en leefsituatie, het geleiden naar betaald werk, kortom de nazorg, van cruciaal belang te zijn. Bij onvoldoende nazorg of het ontbreken daarvan worden mensen of uit huis gezet, gaan zwerven of komen weer in de ggz-instelling terecht. Uw collega van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft budget voor allerlei werkgelegenheidsmaatregelen en er zijn duizenden mensen die willen herintreden of die een (gedeeltelijke)WAO-uitkering hebben. Uit deze doelgroep kunnen begeleiders voor de nazorg worden geselecteerd, die hierin een betaalde functie kunnen vinden. Dat hoeven geen hoogopgeleide therapeuten te zijn. Het gaat om dagelijkse begeleiding, om wat nu via de zogenaamde bemoeizorg wordt gedaan, om case management. Ik stel mij voor dat iemand met een achtergrond op MBO-niveau, met gezond verstand en enige bijscholing dit uitstekend kan doen. Ik kan mij ook voorstellen dat bijvoorbeeld woningbouwcorporaties, die kosten besparen doordat bijvoorbeeld overlast en uithuiszetting uitblijft, hieraan zouden willen meebetalen. Voelt de minister iets voor uitwerking van dit idee en wil zij dit bespreken met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid? Ik ben in dit kader niet ingegaan op de Wet BOPZ, omdat wij daar over enige tijd apart over gaan discussiëren. Wel vraagt de PvdA-fractie zich af of het in te dienen wetsvoorstel dat door de minister is aangekondigd moet wachten tot behandeling in 2001. Het is naar onze mening noodzakelijk om hier eerder mee te komen. Kan dit worden bespoedigd?

Ad 3) Versterking eerstelijnszorg, verkorting wachtlijsten en wachttijden, m.n. Riagg's en kinder- en jeugdpsychiatrie De PvdA-fractie heeft al geruime tijd gehamerd op het belang van versterking van de eerstelijnszorg. Dat heeft vorige week geresulteerd in het kamerbreed aannemen van een PvdA-motie waarin ter versterking van de eerstelijns psychische zorg 35 miljoen gulden extra is uitgetrokken. Met name is in die motie ook genoemd het algemeen maatschappelijk werk. Voor de PvdA geldt hierbij met name, dat het algemeen maatschappelijk werk als eerstelijnsvoorziening voorziet in hulp aan met name mensen uit de lagere inkomensklassen en dito opleidingen en dat effectieve hulp via het amw duurdere tweedelijnszorg bespaart. Bovendien draagt dit bij tot verkorting van de wachtlijsten bij de Riagg's. Daarom vragen wij de minister bij de uitwerking van de motie uitdrukkelijk het zwaartepunt te leggen bij het amw, waarbij wij alvast één kanttekening willen plaatsen. Wij voelen er niet voor het extra budget a fonds perdu toe te delen aan het gemeentefonds. In onze schriftelijke vragen hebben wij gevraagd of aan te geven was hoeveel de afzonderlijke gemeenten financieel uitgeven aan het amw. Dat antwoord kon de minister niet geven. Nu voelen wij er niets voor om die gemeenten die aantoonbaar minder uitgeven aan het amw dan het gemiddelde, ook nog te gaan steunen via dit extra geld. Goed gedrag moet als het ware worden beloond en gemeenten die zoveel minder uitgeven dan het gemiddelde moeten dit eerst maar eens via het eigen budget aanvullen. Ik zou de minister willen verzoeken of zij hier, in overleg met GGZ-Nederland, VOG en VNG, een aanvaardbaar voorstel van kan maken. Wat bedoelt de minister overigens met samenwerkingsexperimenten amw in de net verschenen Zorgnota 2000, waarvoor zij 0,6 miljoen uittrekt? Verder zal in die uitwerking ongetwijfeld, waar het gaat om eerstelijns psychische zorg aandacht worden besteed aan de poortwachterfunctie van de huisarts en de eerstelijns psycholoog. Wij steunen de minister in haar beleid om de huisarts als poortwachter te laten fungeren, maar horen in de praktijk nogal wat problemen. Onze vraag is daarbij of het door u beschikbaar gestelde budget wel ten goede komt aan de ggz. Wij begrepen dat de LHV dit geld aan andere doelen wil besteden. Klopt dit verhaal? Experimenten laten goede resultaten zien wanneer de huisarts rechtstreeks kan doorverwijzen naar een direct bereikbare sociaal psychiatrisch verpleegkundige, gedetacheerd door de ggz. Is dit niet structureel in te vullen? Wij zien graag op zeer korte termijn een uitwerking van de extra financiële ruimte, met de nadruk op het amw, van de minister tegemoet. Graag horen wij wanneer zij daarmee komt. Ook is via de eerder genoemde aangenomen PvdA-motie in totaal 50 miljoen gulden extra uitgetrokken voor verkorting van de wachtlijsten. Hoe wil de minister dit extra geld, maar ook in het algemeen het beschikbare budget besteden ter verkorting van de wachtlijsten. Het is toch zo langzamerhand niet meer te accepteren, dat met name bij de Riagg's en in de Kinder- en Jeugdpsychiatrie zulke lange wachtlijsten bestaan? Heeft dit ook te maken met de organisatie van de Riagg's zelf? Ik maak mij sterk dat daarin, met name wat betreft de samenwerking, afstemming met anderen en snellere doorverwijzing, nog wel verbetering kan optreden. Dit wordt ook bevestigd door de resultaten van recent onderzoek van het Trimbos Instituut, die ons eerlijk gezegd niet vrolijker hebben gestemd. Met name het feit dat de wachttijd niet afhankelijk is van de ernst van de medische of maatschappelijke problematiek heeft ons verbaasd. Ook blijkt een grotere zorgvraag niet tot een langere wachttijd te leiden, maar wel de personeelssamenstelling Kan de minister daar eens nader op ingaan? Aan de andere kant zien wij ook dat de sector zelf bezig is met maatregelen. Uit het recente rapport over het wachtlijstfonds blijkt dat met de ingezette middelen wel degelijk een daling kan worden bereikt. Met name ook in de kinder- en jeugdpsychiatrie bestaan te lange wachtlijsten. Juist daar, bij de kwetsbare groep kinderen, zijn lange wachtlijsten onacceptabel. Ik noem als voorbeeld de toenemende groep kinderen met ADHD. De PvdA-fractie heeft daar al eerder vragen over gesteld. Hoe kan het toch dat veel Riagg's volgens de berichten die wij van ouders krijgen, minder toegerust zijn op behandeling van deze problematiek dan sommige vrij gevestigde therapeuten? De minister noemt in de beleidsvisie en andere stukken de kinder- en jeugdpsychiatrie met een hoge prioriteit en noemt enkele maatregelen waar wij achter staan, maar wij willen concreet vragen naar de voortgang met betrekking tot de logeerfunctie. Er is één experiment in Rijnmond en u noemt in de vorige week verschenen Voortgangsrapportage Beleidskader Jeugdzorg 2000-2003 dat uw standpunt hieromtrent in het najaar 1999 naar de Kamer wordt gezonden. De PvdA-fractie hecht zeer aan uitbreiding van deze logeermogelijkheden, ter ontlasting van de ouders die toch al een zeer belastende situatie hebben. Kan de minister hierover al iets meer melden en sterker: ik zou de minister willen verzoeken om uit te spreken dat zij er alles aan zal doen om een uitbreiding van deze voorzieningen te realiseren. Wellicht zou zij in dit verband eens kunnen denken aan de mogelijkheid de onderuitputting in de bouw, die naar ik mij heb laten vertellen 50 miljoen gulden bedraagt in de ggz-sector, te benutten voor de directe zorg, in dit geval voor de logeerfunctie. Weliswaar realiseer ik mij dat dit incidenteel geld is, maar de minister zou een deel hiervan kunnen gebruiken als een overbrugging naar een structurele oplossing.

Verder wil de PvdA-fractie m.b.t. de kinder- en jeugdpsychiatrie nogmaals benadrukken dat wij volledige samenwerking binnen de bureau's Jeugdzorg door de ggz-sector als essentieel zien. Daar kan en naar ik intussen van de sector heb begrepen wil de ggz zich niet aan onttrekken. Kan de minister hier nader op ingaan, en kan zij al iets zeggen over het onderzoek van de commissie Gunther dat volgens mijn informatie kortgeleden is gepresenteerd? Wat betreft de wachtlijsten in het algemeen: wij willen graag op korte termijn van de minister vernemen, onderbouwd met cijfers, wanneer en met welk resultaat zij de verkorting van wachtlijsten en wachttijden in de ggz wil realiseren, waarbij wij nogmaals vragen naar de door u genoemde afspraken over de wachttijden, die zoals ik hiervoor al noemde volgens de sector niet zijn gemaakt.

Ad 4) Maatregelen bestrijding ziekteverzuim /arbeidsongeschiktheid In het debat over de voorrangszorg kortgeleden heeft de minister een aangepast plan toegezegd over expertisecentra e.d. Inzet van de PvdA is zoals bekend dat deze in de reguliere zorg moeten worden opgenomen en toegankelijk voor iedereen. Ook hier is versterking van de eerste lijn belangrijk. Kan de minister al aangeven wanneer zij, met name ook in het kader van de ggz-problematiek, met dit aangepaste plan komt. Wat ons betreft komt zij daarmee nog dit najaar. En kan nu juist de ggz-sector, met haar ervaring op dit gebied, niet de uitdaging oppakken om met een plan te komen dat tegemoet komt aan de wens van de meerderheid van de Tweede Kamer, nl. tegengaan van tweedeling en toch tegemoet komen aan de behoefte aan snelle en adequate behandeling op dit gebied. Kan de minister verder aangeven hoe ver gevorderd de afspraken tussen arbo-artsen, huisartsen, eerstelijnspsychologen en amw op dit gebied zijn? Tot welke resultaten hebben deze in de praktijk geleid en zullen deze op korte termijn leiden. Dan doel ik ook op de preventietaak, op afspraken over verwijzen, samenwerken en deskundigheidsbevordering. En hoe ver gevorderd zijn de afspraken met de Riagg's? Hoe staat het met de aangekondigde conferentie die nog in 1999 zou worden gehouden over het actieplan m.b.t. de uitval uit arbeid om psychische redenen?

Ad 5) De positie van de cliënt/patiënt: zak- en kleedgeld; medezeggenschap; hulpverlening aan allochtone patiënten
In eerdere discussies over de positie van de psychiatrische patiënt heeft de PvdA aangegeven zich zorgen te maken over de financiële positie van patiënten in AWBZ-instellingen. Dit heeft afgelopen week geresulteerd in een Kamerbreed gesteunde PvdA-motie waarin structureel 30-35 miljoen gulden wordt uitgetrokken voor verhoging van zak- en kleedgeld. Wij zijn daar uiteraard zeer tevreden over. Ik heb begrepen dat om technische redenen de verhoging niet eerder kan ingaan dan per 1 juli 2000. Kan de minister dit nog toelichten? Ik verzoek de minister tijdig met voorstellen te komen, zodat de Kamer dit ruimschoots voor 1 juli 2000 kan bespreken. De minister heeft ons vorige week een brief geschreven over het persoonsgebonden budget in de ggz en de verhoging van het budget. Zij wil nog niet overgaan tot structurele invoering. Toch kunnen wij ons voorstellen, mede gelet op het onderzoek dat is gedaan, dat dit voor veel patiënten wel een oplossing biedt. Is het niet mogelijk om de experimentele regeling korter te laten duren en een ook door de minister gewenste landelijke invoering te bespoedigen? Ik wijs kortheidshalve op brieven van het Landelijk Forum GGZ via het Trimbos Instituut en op positieve reacties van de cliëntenorganisaties. Voor de medezeggenschap en de positie van patiënten- en cliëntenraden is in het verleden door de PvdA-fractie meermalen aandacht gevraagd. In het debat over het JOZ vorig jaar zei de minister op een vraag van de PvdA-fractie extra geld toe voor de financiering van de Regionale Patiënten/Consumentenplatforms, om de onderhandelingspositie van cliënten te versterken. Hoe staat het met deze toezegging? Wij hebben enkele brieven ontvangen en ook gesprekken gehad over de hulpverlening van de ggz aan allochtone patiënten. Kortheidshalve wil ik verwijzen naar hetgeen de stichting Pharos en BAVO RNO hierover hebben geschreven. Het antwoord dat de minister kort geleden schreef aan een briefschrijver is voor ons niet voldoende. De groeiende problematiek van vluchtelingen en asielzoekers en andere allochtone patiënten vereist naar de mening van de PvdA een intensivering in hulpverlening en bij- en nascholing van behandelaars en verpleegkundigen. Dit vereist volgens ons zelfs een aangescherpte tekst in de beleidsvisie. Graag horen we de reactie van de minister hierop.

Ad 6) Positie van de verplegenden en verzorgenden in de ggz; beroepenstructuur. Een toenemende zorgzwaarte in de ggz vereist voldoende, deskundig en gemotiveerd personeel. Aan die twee laatste kwalificaties voldoen de ggz-verpleegkundigen in hoge mate. De PvdA-fractie is van mening dat er wel heel vaak over, maar te weinig met de beroepsgroep wordt gesproken. Worden zij, zo is de vraag aan de minister, betrokken bij het convenant over de arbeidsmarktproblematiek? Uit onderzoek blijkt dat 48 % van de ggz-verpleegkundigen het vak voortijdig verlaat als gevolg van trauma-ervaringen waarvan de gevolgen niet voldoende worden opgevangen en begeleid door de instelling en door te weinig doorstromingsmogelijkheden en carrièreperspectieven. Hierover heeft de PvdA schriftelijke vragen gesteld aan de minister. Als de helft van die groep teruggewonnen kon worden voor de ggz, dan zouden er veel minder problemen zijn m.b.t. werkdruk en instroom. Over instroom gesproken: uit schriftelijke vragen van de PvdA blijkt dat de minister niet bereid is om instellingen die een mogelijkheid hebben om meer studenten verpleegkunde (die wel bij de opleidingen zijn aangemeld) op te leiden dan zij voor hun eigen regio nodig hebben, een extra financiële stimulans te geven. De HBO-Raad is bereid om over dergelijke mogelijkheden te overleggen. Ik zou de minister toch enkele suggesties op het vlak van het arbeidsmarktbeleid willen meegeven. Waarom zou op regionaal niveau, waar vaak al een goed overleg is tussen instellingen, onderwijs en arbeidsvoorziening, niet heel concreet diegenen die het vak voortijdig hebben verlaten en die bij de instellingen vaak wel bekend zijn, kunnen worden benaderd om te herintreden. De voorwaarden moeten dan op maat tussen werknemer en werkgever worden afgesproken. En ik wil de concrete suggestie doen om in overleg met instellingen en onderwijs te bekijken of instellingen financieel kunnen worden tegemoet gekomen die stage- en BBL-plaatsen boven hun eigen behoefte creëren. Ik hoor graag de reactie van de minister en vooral of zij bereid is hiervoor een deel van de extra arbeidsmarktgelden te gebruiken. Kort over de beroepenstructuur: Wij kunnen ons vinden in de gedachte van de minister hierover. De definitieve oordeelsvorming over de psychotherapeut willen we laten afhangen van het antwoord op de vraag waarom nu reeds wordt afgestapt van de titelbescherming en BIG-wetregistratie voor toekomstige psychotherapeuten. Bevordert dit niet een wildgroei zoals dat vroeger bestond? In dat verband zou ik graag willen weten hoe het staat met de toezegging van de minister n.a.v. uitspraken van de oud-hoofdinspecteur Verhoef en zijn opvolger de heer Smeets, om te bekijken wat er in het kader van straf- of tuchtwetgeving of anderszins kan worden gedaan aan zogenaamde therapeuten zoals de heer Van R. waarover vandaag een uitspraak wordt gedaan. Na invoering van de BIG-wet is er enerzijds een bescherming van cliënten via het tuchtrecht, maar nog steeds kan er zonder aangifte niets gedaan worden aan zich therapeut noemende kwakzalvers.

Ad 7) Forensische psychiatrie
Als laatste punt heel kort de forensische psychiatrie. De Kamer komt nog uitgebreid terug op de tbs-klinieken en op wetgeving. Ik wil de minister concreet voorstellen om in het kader van behandeling van bijvoorbeeld pedosexuelen, maar ook andere daders van delicten van andere aard, al of niet tbs gesteld, te bekijken of een aanpak zoals de Waag in Utrecht dat hanteert oplossingen biedt voor deze problematiek. De behandeling komt in het kort neer op gedwongen poliklinische of dagbehandeling en verkleint de kans op recidive aanzienlijk. Ook zou dit wellicht de kosten van tbs kunnen verminderen. Ik wil de minister vragen of zij bereid is samen met haar college van Justitie en in overleg met de betrokken instelling en GGZ-Nederland deze aanpak te bekijken en de Kamer daarover nader te informeren.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie