Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

SER Advies Verkoop op afstand van financiële diensten

Datum nieuwsfeit: 27-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
SER

Samenvatting SER Advies Verkoop op afstand van financiële diensten (1999/09)

Inleiding

In oktober 1998 heeft de Europese Commissie een voorstel gepubliceerd voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad over de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten (bancaire, verzekerings- en investeringsdiensten). De minister van Justitie heeft op 14 januari 1999, mede namens de minister van Financiën en de staatssecretaris van Economische Zaken, over dit voorstel het advies gevraagd van de Commissie voor Consumentenaangelegenheden (CCA) van de SER. Het betreft de principiële vraag naar de noodzaak van dit richtlijnvoorstel, gelet op de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit, met het oog op de werking van de interne markt dan wel vanuit een oogpunt van consumentenbescherming, en voorts vragen over uitvoeringsaspecten als het toepassingsgebied van het voorstel en het gekozen beschermingsinstrumentarium.

CCA: Europese regeling nodig voor de interne markt

Doel van het voorstel is volgens de Europese Commissie het vrije verkeer van dergelijke diensten in de interne markt te bevorderen, daarbij de Europese consumenten op een hoog niveau te beschermen en voorts bij alle marktpartijen het vertrouwen te wekken voor de verdere ontwikkeling van dergelijke diensten, vooral die in elektronische vorm (bijvoorbeeld via Internet). De CCA onderschrijft deze doelstelling. De interne markt is immers op dit terrein nog onvoldoende tot ontwikkeling gekomen, onder meer vanwege valutarisicos. De komst van de euro zal het aantal grensoverschrijdende financiële transacties ook in de consumentensfeer zeer zeker doen toenemen, en daarmee de noodzaak daarvoor regels op te stellen. Een Europese regeling op dit terrein vormt bovendien een logische aanvulling op de al bestaande Europese regeling op het terrein van verkoop op afstand van goederen en niet-financiële diensten aan consumenten (richtlijn 97/7).

Europese regeling van verkoop op afstand van financiële diensten kan leiden tot een grotere transparantie, vooral ten aanzien van de prijs-kwaliteitverhouding, op deze deelmarkt. Dit komt niet alleen de consument ten goede, maar evenzeer de relatief efficiënte Nederlandse banken en verzekeringsmaatschappijen. Ook het ontstaan van een level playing field op EU-niveau kan gezien hun relatief stevige positie slechts in het voordeel werken van de Nederlandse bank- en verzekeringssector.

Conventionele technieken voor communicatie op afstand zoals telefoon, fax en post zijn van oudsher gebruikelijk bij de verkoop van financiële diensten. Dit zal in de toekomst voorlopig wel zo blijven, al zullen nieuwe elektronische media zoals Internet stellig ook hier verder terrein winnen. Consumenten kunnen hierdoor 24 uur per dag op de persoonlijk gewenste tijdstippen, en in het algemeen ook efficiënter en sneller dan op de traditionele wijze, financiële diensten betrekken. Voorts ontstaan door ICT voor aanbieders van dergelijke diensten nieuwe mogelijkheden om de consument te benaderen en voor tussenpersonen in de financiële sector nieuwe uitdagingen om meerwaarde te leveren in de sfeer van distributie of vertegenwoordiging. Het creëren van vertrouwen bij alle marktpartijen voor de verdere ontwikkeling van financiële diensten in elektronische vorm is dan ook voor de CCA een belangrijk motief voor een Europese regeling op dit terrein. In het voetspoor van de elektronische media kan die regeling de verkoop op afstand via de gebruikelijke technieken telefoon, fax en post wél meenemen.

CCA betreurt versnippering

Het voorstel wijkt vanwege het specifieke karakter van financiële diensten op een aantal punten af van de algemene richtlijn 97/7. Bovendien bestaat grote onduidelijkheid over zijn relatie tot een ander richtlijnvoorstel, dat voor electronic commerce. Zoals het er nu uitziet zullen de lidstaten drie verschillende richtlijn(voorstel)en elk met eigen rechten en plichten voor partijen en met allerlei kleine nuances op drie verschillende momenten moeten implementeren. De CCA betreurt deze versnippering in de Europese regelgeving voor de verkoop op afstand. Dit kan namelijk leiden tot rechtsonzekerheid bij marktpartijen, zowel bij aanbieders als afnemers, en een gebrek aan transparantie op de markt. Bij transparante regelgeving op dit terrein zijn niet alleen de marktpartijen gebaat maar evenzo de wetgever.

CCA: vereenvoudig de Europese regelgeving

Tegen deze achtergrond zou de CCA graag zien dat de (voorgenomen) Europese regelgeving zal worden vereenvoudigd. Op de korte termijn is het zaak om de drie verschillende regimes goed op elkaar af te stemmen en te coördineren, zodat bij de implementatie van de regelingen een werkbare oplossing in de nationale wetgeving kan worden gerealiseerd. Waar dit maar enigszins mogelijk is, zou in elk geval parallelliteit moeten bestaan tussen de onderhavige Europese richtlijn en de algemene richtlijn, mét een open oog voor de kenmerkende verschillen tussen de verkoop op afstand van goederen en financiële diensten.

Op middellange termijn zou vervolgens kunnen worden overwogen of het, mede gelet op de ervaringen van de marktpartijen met de drie regimes, zinvol is te komen tot een uniforme aanpak voor alle verkoop op afstand in één Europese (kader)regeling. Feit is in ieder geval dat de nieuwe communicatietechnieken zoals Internet bij uitstek een grensoverschrijdend karakter hebben. De behoefte aan verdergaande Europese harmonisatie op dit terrein zal dan ook naar verwachting alleen maar kunnen toenemen. Voorts zou in een eventuele Europese (kader)regeling voor alle verkoop op afstand zoveel mogelijk aansluiting moeten worden gezocht bij zelfregulering. Overigens had het voorliggende voorstel in ruimere mate bij zelfregulering kunnen aansluiten dan nu is gebeurd (namelijk alleen op het punt van de buitengerechtelijke geschillenbehandeling).

Deel van de CCA voor minimumharmonisatie, deel voor totale harmonisatie

Over het in de onderhavige richtlijn toe te passen systeem van harmonisatie en daarmee samenhangend de rechtsgrondslag wordt binnen de CCA verschillend gedacht.
Een deel van de CCA(1) hecht aan de toepassing in de richtlijn van een systeem van minimumharmonisatie. Eén Europese basiswetgeving voor de verkoop van financiële diensten op afstand dient volgens dit deel verdergaande nationale wetgeving op dat terrein onverlet te laten, mits die nationale regels daadwerkelijk bedoeld zijn om de belangen van consumenten te beschermen en geen verkapte handelsbelemmeringen vormen. Dit deel kiest voor artikel 153 EG-Verdrag als rechtsgrondslag: toepassing van minimumharmonisatie is in dat geval, anders dan bij artikel 95, gegarandeerd. Een ander deel van de CCA(2) ziet het interne-marktartikel 95 van het EG-Verdrag, rechtsbasis van de algemene richtlijn 97/7, ook hier als de geschikte rechtsgrondslag. Europese richtlijnen op basis van dit artikel dienen volgens dit deel niet alleen een onbelemmerd aanbod te creëren op de interne markt, maar ook de consument op een hoog niveau te beschermen in de gehele EU. Kijkend vanuit een verbetering van de interne markt is dit deel daarbij vóór een systeem van totale harmonisatie (de lidstaten mogen geen strengere nationale bepalingen invoeren of handhaven).

CCA: eens met regeling van alle technieken

Het voorstel heeft betrekking op alle technieken voor communicatie op afstand bij financiële diensten: de gebruikelijke conventionele technieken als telefoon, fax en post én de nieuwe technieken als Internet. De CCA is het eens met dit brede toepassingsgebied. Bij communicatie in real time via Internet kan de consument voordat hij er erg in heeft al snel ergens aan vastzitten en bij verkoop op afstand via de conventionele technieken stijgt het risico dat de consument onnadenkend een beslissing neemt nu daarbij allerlei nieuwe marketingmethoden worden gehanteerd. Een extra reden om óók de conventionele technieken in de Europese regeling mee te nemen is gelegen in het immateriële karakter van financiële diensten, wat maakt dat deze in zekere zin altijd op afstand worden verstrekt en waardoor het ook minder zichtbaar is wat precies van de verkoper mag worden verwacht.

Dergelijke risicos zijn in elk geval aanzienlijk kleiner bij verkoop op afstand van een financiële dienst wanneer partijen een bestendige relatie onderhouden. Daarom kan de CCA instemmen met het voorstel om het toepassingsgebied tot nieuw gesloten overeenkomsten te beperken. Overigens is zij op één punt vóór versmalling van het voorstel. Het zou alleen moeten gaan om overeenkomsten waarbij uitsluitend van technieken voor communicatie op afstand gebruik wordt gemaakt. Nu vallen contracten welke deels in fysieke aanwezigheid van partijen totstandkomen ook onder de werkingssfeer van het voorstel. De CCA acht dit niet terecht, het risico voor de consument van snel ergens aan vastzitten of onnadenkend een beslissing nemen is dan namelijk beperkt.

CCA: tussenpersonen niet over één kam scheren

De definitie beschouwt zowel degene die de financiële dienst daadwerkelijk verleent als de tussenpersoon als leverancier van deze dienst. Blijkbaar gaat de definitie dus uit van een systeem van tussenpersonen die aan de kant van de leverancier staan en dus niet van onafhankelijke tussenpersonen, zoals in Nederland (deze zijn niet in dienst van de leverancier en treden ook niet namens hem op). De CCA acht het zinvol in het voorstel een tussenpersoon aan de kant van de leverancier (een agent) met deze gelijk te stellen: hij is immers diens juridische vertegenwoordiger. Lastiger ligt het bij de onafhankelijke tussenpersonen. Hun grote rol in de praktijk van de financiële dienstverlening pleit ervoor hen op te nemen in de richtlijn. Vanwege hun eigen juridische positie en ook omdat de accenten in hun verantwoordelijkheden per financiële sector verschillen gaat de voorkeur van de CCA uit naar een eigen plaats in de richtlijn voor onafhankelijke tussenpersonen, met verplichtingen losgekoppeld van die van de leverancier. Dit maakt het tevens mogelijk om binnen één Europese regeling tot een heldere afbakening van de respectieve verantwoordelijkheden van leverancier en onafhankelijke tussenpersoon te komen, zodat de consument niet tussen de wal en het schip valt. Voor hem gaat het immers om één (op afstand gesloten) financiële dienstverlening. De onafhankelijke tussenpersonen mogen al met al niet over één kam worden geschoren met de vertegenwoordigers van de leveranciers, maar ook niet met elkaar.

Daarmee komen we toe aan de opvatting van de CCA over de verschillende elementen van het beschermingsinstrumentarium: de bedenktijd vóór of na sluiten van de overeenkomst, de informatieverstrekking aan de consument, de ongevraagde levering van financiële diensten, de ongevraagde toepassing van bepaalde technieken voor communicatie op afstand (cold calling) en de regels voor de beslechting van geschillen. Bij cold calling wordt contact met de consument opgenomen zonder diens voorafgaande instemming.

CCA: algemeen herroepingsrecht in plaats van bedenktijd

Een vaste wettelijke bedenktijd vóór het sluiten van de overeenkomst zoals die in het voorstel zou voor de sector geheel nieuw zijn, zelfs voor het gehele Nederlandse contractenrecht. De voorgestelde vaste bedenktijd achteraf zou minder nieuw zijn: een herroepingsrecht bestaat al bij sommige financiële diensten en ook daarbuiten.

De CCA vreest dat een vaste wettelijke bedenktijd vóóraf in de praktijk tot verwarring en onduidelijkheid zou leiden, ook omdat de overeenkomst die wordt aangegaan nog steeds volgens nationaal recht zal worden geregeld. Deze bedenktijd zou volgens haar dan ook moeten vervallen en moeten worden vervangen door een algemeen herroepingrecht achteraf. Dit komt in de plaats van het nu voorgestelde geclausuleerde herroepingrecht: alleen wanneer het contract werd getekend vóórdat de contractvoorwaarden waren meegedeeld of wanneer de consument tijdens zijn bedenktijd onder onredelijke druk werd gezet. Dit laatste is trouwens moeilijk te bewijzen. Een eenduidige herroepingsperiode past ook goed in de belevingswereld van de consument. Deze heeft dan namelijk een contract dat in beginsel reeds gelding heeft en staat sterker dan bij een bedenktijd ten aanzien van - niet meer dan - een offerte. Dat de consument dan al een contract heeft, maakt het herroepingrecht overigens ook gevoelig voor fraude en oneigenlijk gebruik.

Dit geldt speciaal voor de zogenoemde rente- en marktgevoelige financiële diensten. De consument zou kunnen trachten door van dat recht gebruik te maken het risico van een wijziging in de rente of de andere marktomstandigheden eenzijdig op de leverancier af te wentelen. De richtlijn dient daarvoor naar de mening van de CCA een oplossing te bieden die recht doet aan de belangen van de leverancier en de bona fide consument, mogelijk via een apart regime.

Uitbreiding informatierechten consument

Volgens het voorstel moet de ondernemer vóór het sluiten van de overeenkomst alle contractvoorwaarden verstrekken. Vergeleken met de huidige Nederlandse regelingen betekent dit een uitbreiding van de informatierechten van de consument die een financiële dienst afneemt. De samenhang met het richtlijnvoorstel electronic commerce - een algemeen aandachtspunt van de CCA - versterkt dit beeld.

CCA bepleit limitatieve lijst met informatie-elementen

Behalve een algemeen herroepingsrecht na het sluiten van de overeenkomst acht de CCA ook het instrument van voorlichting aan de consument vooraf een goed alternatief voor de wettelijke bedenktijd. De informatie-eisen in het voorstel dienen naar haar oordeel zoveel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande praktijk en geldende regelingen, met name de algemene richtlijn 97/7, zij het dat er juist op dit terrein van de informatieverplichtingen bepaalde uitzonderingen voor financiële diensten gerechtvaardigd kunnen zijn. Eén lijst van generieke informatievereisten zou immers geen recht doen aan de soms grote onderlinge verschillen tussen financiële diensten. De CCA pleit er daarom voor in de Europese regeling een limitatieve lijst van aspecten op te nemen waarover bij bepaalde financiële diensten in ieder geval informatie moet worden verstrekt. Een goede aanzet daarvoor vormt het amendement op het richtlijnvoorstel van het Europees Parlement dat de ondernemer tot het geven van informatie over elf genoemde aspecten zou verplichten in een samenvatting van de voornaamste contractvoorwaarden. Daaraan ware naar de mening van de CCA toe te voegen dat uitsluitingen van de lijst mogelijk zijn in geval er (zoals bij levensverzekeringen) een specifieke richtlijn bestaat. Een dergelijke limitatieve lijst van te verstrekken informatie-elementen kan voorts als vertrekpunt dienen voor zelfreguleringsoverleg over daarbovenop te verstrekken vrijwillige informatie.

CCA: eens met bescherming tegen ongevraagde levering

De CCA kan zich in de voorgestelde bescherming van de consument tegen de nadelige gevolgen van ongevraagde levering van financiële diensten vinden, mede vanwege de parallellie met de algemene richtlijn 97/7.

CCA: lidstaten geen opties ten aanzien van cold calling

De lidstaten hebben volgens het voorstel de keuze uit twee opties om cold calling tegen te gaan: opt-in (deze communicatiemethode mag alleen als de consument hierom vraagt) en opt-out (de methode is akkoord zolang de consument niet nee zegt). De CCA vraagt zich af of dit punt, dat al geregeld is in de ISDN-richtlijn, nogmaals geregeld moet worden en vindt voorts dat, als men het toch opneemt, de lidstaten beter geen opties kunnen worden gelaten.

CCA: akkoord met regels voor beslechting van geschillen, bewijslast niet regelen

De CCA gaat akkoord met het voorstel dat de lidstaten een aantal passende en doeltreffende klachten- en verhaalsprocedures moeten opstellen voor de verkoop van financiële diensten op afstand. Het gaat daarbij om gerechtelijke procedures, met een collectief actierecht voor consumenten- én ondernemersorganisaties, én buitengerechtelijke procedures. Ook is zij akkoord met het voorstel de regeling toe te voegen aan de lijst van Europese richtlijnen waarbij consumentenorganisaties grensoverschrijdende verbodsacties mogen instellen op grond van een richtlijn uit 1998. De nationale beslechting van consumentengeschillen op financieel terrein, ook wanneer deze op afstand worden gesloten, is overigens in Nederland al afdoende geregeld.

Bij gerechtelijke procedures geldt volgens het voorstel een strikte omkering van de bewijslast ten gunste van de consument. Dit wijkt af van het flexibele bewijsrechtssysteem in Nederland. De CCA geeft er de voorkeur aan om in de onderhavige richtlijn, net als in de algemene richtlijn 97/7, het punt van de bewijslast ongeregeld te laten. Marktpartijen in Nederland kunnen met het flexibele bewijsrecht in het BW goed uit de voeten. Voor geval de voorgestelde strikte omkering van de bewijslast toch gehandhaafd zou worden, merkt de CCA subsidiair op dat de leverancier dan moet kunnen volstaan met aannemelijk te maken dat hij zijn verplichtingen heeft nageleefd, in plaats van deze te moeten bewijzen, wat soms zelfs niet eens mogelijk is.

(1) Bestaande uit de consumentenleden en de onafhankelijke leden Franken, Groenman, Hondius, Lodders-Elfferich en Mortelmans (2) Bestaande uit de ondernemersleden

-

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie