Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak Remkes jaarvergadering koepelorganisatie IVBN

Datum nieuwsfeit: 29-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van VROM

Nieuws actueel

Persberichten

Toespraak Staatssecretaris Remkes (VROM) op de jaarvergadering van de koepelorganisatie Institutionele Vastgoedbeleggers Nederland (IVBN), op 29 september 1999 in Utrecht
"Investeren in stedelijke vernieuwing is primair een kwestie van investeren in de samenwerking"

Dames en heren,
Ik ben blij dat u deze bijzondere ledenvergadering wilt wijden aan het thema 'de vitale stad'. Het zal u niet ontgaan zijn dat de vitale stad mij zeer na aan het hart ligt. Natuurlijk: er gaat niets boven Groningen, maar ik voel me ook in vele andere steden thuis. Het lokale bestuur in Nederland zet zich in voor het verbeteren van de kwaliteit van de steden. Als plaatsen om te wonen, te werken en te leven. Ze zij daarmee op de goede weg. Maar ze kunnen het niet alleen. Ze hebben ook uw steun en inbreng daarbij nodig. En juist daarover wil ik het vandaag met u hebben.

Een stad is in feite een verzamelplaats van alles wat je dagelijks nodig hebt: een dak boven je hoofd, een plaats om te werken en een plek waar je je inkopen kunt doen. En dan zijn er natuurlijk tal van randvoorwaarden zoals bereikbaarheid, het nodige groen, veiligheid, openbaar vervoer. Dat soort zaken.

Het zijn de ingrediënten die samen een plezierige, leefbare stad vormen. We kunnen rustig stellen dat al deze ingrediënten ook in de Nederlandse steden verwerkt zitten. Alleen: het is net als met het recept van grootmoeders appeltaart: het hangt van de verhoudingen af of de taart een lekkere taart wordt. Een eitje meer, een snufje bakpoeder minder, daar zit 'm de kneep.

Een aantal van de meest noodzakelijke ingrediënten voor een levendige en leefbare stad wordt aangereikt door de overheid. We hebben daar ook een jarenlange traditie in. Al meteen na de oorlog, met de Wederopbouw, zijn we begonnen de stad allerlei impulsen te geven. In de jaren zeventig hebben we ons gerealiseerd dat oude woningen moesten worden opgeknapt: de stadsvernieuwing diende zich aan.

Er zijn klinkende resultaten mee bereikt. Maar het nam de invloed van de grootste concurrent, het buitengebied, niet weg. De midden- en hogere inkomens trokken weg en bedrijven zochten hun expansie buiten de stad, langs de snelweg. De stad bleef achter met oude wijken waarin weliswaar alle huizen een douche hadden, maar het draagvlak voor voorzieningen van de regen in de drup raakte.

We hebben ons de afgelopen tien jaar gerealiseerd dat er voor een vitale stad meer nodig is dan fysieke stadsvernieuwing alleen. Een leefbare stad vraagt om stedelijke vernieuwing. Met een breder beleidsveld, en ook met een breder spelersveld. Was de stadsvernieuwing een zaak van gemeente, bewoners en woningcorporaties, stedelijke vernieuwing vraagt om de medewerking van veel meer partijen. Winkeliers, zorginstellingen, onderwijs, welzijnsorganisaties, bedrijven... èn beleggers in alle vormen van onroerend goed. Wil je met stedelijke vernieuwing werkelijk bereiken dat de stad een leefbaar en aantrekkelijk geheel wordt voor bewoners en bedrijven, dan zul je daarvoor een ruim beleids- en financieel instrumentarium beschikbaar moeten stellen. Geen versnipperd geheel van allemaal potjes met allemaal hun eigen oormerk, maar een instrumentarium dat inhaakt op die gewenste verbreding van zowel beleid als spelers. Wij, bij VROM, hebben dat vorm gegeven met het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing, ISV.

Wat zijn nu de bijzondere kenmerken van dat ISV?

Met het ISV willen we zorgen voor integratie van beleidsvelden. Dat doen we door op rijksniveau verschillende subsidieregelingen onder te brengen in één budget (naast de VROM-subsidies ook de gelden van LNV voor grootschalig groen in de stad en gelden van EZ voor stadseconomie). Daarmee vervallen de schotten, de verschillen en beperkingen tussen die regelingen.
De budgetvaststelling vooraf voor meerdere jaren geeft een gemeente zekerheid over de hoeveelheid geld voor die periode. Dat kan zo'n gemeente voor anderen ook tot een betrouwbare partner maken om zaken mee te doen. Het ISV laat gemeenten alle ruimte om zelf hun beleid te formuleren binnen 12 prestatievelden. Het biedt hen tevens de ruimte voor maatwerk, gericht op de situatie van de stad en de kansen en de mogelijkheden van inwoners en andere partijen. Maar laat ik daar meteen duidelijk bij zeggen, zowel de inhoudelijke als de procesmatige prestatievelden moeten op overtuigende wijze in de gemeentelijke ontwikkelingsplannen doorklinken. Als dat niet het geval is heeft de desbetreffende gemeente straks een probleem.
Het ISV beoogt de samenwerking tussen partijen te verbeteren. Dat vraagt om interactie tussen de drie bestuurslagen rijk, gemeente en provincie. En om afstemming met omliggende gemeenten. Dat is niet alleen een subsidievoorwaarde, het is ook van belang met het oog op de te behalen resultaten. Gemeentebesturen moeten met elkaar praten over mogelijke gevolgen van hun beleid op hun omgeving. Gevolgen zowel in positieve als in negatieve zin. Maar het allerbelangrijkste: samenwerking met de burgers en private partijen. Beide partijen zijn onmisbaar om tot een goede aanpak te komen. Ik zal alle gemeentelijke plannen zeker op dit punt kritisch bekijken. Hierop kom ik zodadelijk terug. Ik maak eerst nog even een uitstapje naar het Grotestedenbeleid van minister Van Boxtel.

De verbreding waarover ik het eerder had, naar onderwerpen en partijen, beperkt zich namelijk niet tot ISV. Ook het Grotestedenbeleid richt zich op de verbetering van de vitaliteit van de stad. Hierin spelen naast fysieke elementen van stedelijke vernieuwing ook economische en sociale vitaliteit van steden een belangrijke rol.

Ook in dat kader stimuleren we de samenwerking tussen overheid en private partijen. Bijvoorbeeld via negen regionale bijeenkomsten die verschillende ministeries samen met VNO/NCW en MKB Nederland hebben georganiseerd onder de titel "de ondernemende stad". Die bijeenkomsten vormden een platform voor de ontmoeting van partijen: gemeente, bedrijven die al investeren en bedrijven die van plan zijn dat te doen.

Zulke bijeenkomsten kunnen tot interessante samenwerking leiden. Een aardig voorbeeld speelt in de wijk de Haagse Beemden in Breda. De bedrijvenvereniging de Mark, een samenwerkingsverband tussen gemeente en bedrijven, zet zich daar in om de wisselwerking tussen woonwijk en bedrijven te verbeteren in ieders belang. Bedrijven zijn op zoek naar werknemers, de wijk behoeft verbetering. Dat leidt er onder andere toe dat bedrijven speeltoestellen maken.

Ik zei het al: de samenwerking tussen partijen is van groot belang. Het is ook een voorwaarde voor bijdragen uit de ISV-gelden. We wijzen de gemeenten daar op, nu ze binnenkort hun ontwikkelingsprogramma moeten indienen. Het blijkt voor gemeenten soms heel lastig om partijen op programmaniveau te betrekken, commitment van die partijen te krijgen. Dat is jammer. De vitaliteit van steden wordt namelijk niet alleen bepaald door de kwaliteit van de openbare ruimte en publieke voorzieningen. Het zijn ook - en vooral - woningen, kantoren, bedrijven en winkels die de kwaliteit bepalen. En het zijn de eigenaren en gebruikers van die gebouwen die profiteren van de stedelijke kwaliteit, doordat bijvoorbeeld de verhuurbaarheid van objecten toeneemt.

Samenwerking met private partijen kan leiden tot een nuttige analyse van de situatie en het draagvlak versterken. Maar er is meer. Gemeenten hebben private partijen nodig om samen te investeren. Het is dus niet voor niets dat ik samenwerking zwaar laat meewegen in de beoordeling van de ontwikkelingsprogramma's.

Voor u als leden van de IVBN liggen er in de steden grote kansen waar het gaat om investeringen in woningen, kantoren, winkels. U beschikt over deskundigheid op het gebied van vastgoedexploitatie, u kent de woningmarkt en de kantorenmarkt en u beschikt over wat u zelf noemt een solide vermogenspositie. Dat maakt u tot een bijzonder serieuze partij in stedelijke vernieuwing.

Maar ik verwacht van u dat u meer doet dan meepraten en verbeteren van uw vastgoedportefeuille. Ik verwacht van u medewerking aan daadwerkelijke verbetering van de stad. Dat betekent dus niet alleen de lusten, maar ook wat lasten. Een goed stedelijk leefklimaat is van belang voor alle onroerend goedaanbieders, dus ook voor u als beleggers.

Als voorbereiding voor de bijeenkomsten in het kader van "de ondernemende stad" hebben we sterkte/zwakte-analyses laten maken van verschillende steden. Samenwerking met private partijen was daarbij één van de onderwerpen. Ik moet zeggen dat de uitkomsten mij toch wat zorgelijk stemmen, ook al moet ik erbij zeggen dat het om korte impressies ging. Slechts in 3 van de 30 steden stond de samenwerking met beleggers expliciet vermeld. Een vierde stad noemde het een punt van aandacht. Terwijl woningcorporaties en projectontwikkelaars met enige regelmaat worden genoemd. Ik kan dan ook niet anders dan concluderen dat er nog "een wereld te winnen is" op dit gebied.

Er is nog een reden waarom ik me expliciet tot u wend. Uw blikveld is namelijk veel ruimer dan dat van veel bouwers en projectontwikkelaars. Er is u veel aan gelegen uw huurders tevreden te stellen, want dat verhoogt de verhuurbaarheid van uw objecten. Dat betekent dat velen van u, naast zorg voor het onroerend goed, ook oog hebben voor de kwaliteit van de omgeving. Maar daarin schuilt tegelijk een sluimerend probleem. Wat gebeurt er als u na zo'n 20 jaar besluit het bezit te verkopen? Is de nieuwe eigenaar in staat en bereid zich in te zetten voor dezelfde kwaliteit? Ik zou dan ook graag zien dat IVBN-beleggers zich ook voor dergelijke situaties verantwoordelijk voelen. Hetzij door hun objecten op een behoorlijk kwaliteitsniveau te verkopen, hetzij door, in geval van woningen, de oprichting van verenigingen van eigenaren te stimuleren. Ik wil zelfs zo ver gaan dat ik u op deze plaats oproep hiervoor een onderlinge gedragscode of kwaliteitskeurmerk af te spreken.

Mooie theorie, zie ik u denken. Maar het gebeurt ook in de praktijk. Dat kan ik u laten zien aan de hand van een situatie in Enschede. In januari van dit jaar was ik één van de ondertekenaars van een samenwerkingsovereenkomst tussen het Overlegplatform Stedelijke Vernieuwing, de provincie Overijssel, het bedrijfsleven, de Enschedese woningcorporaties en de rijksoverheid. Het Overleg Platform Stedelijke Vernieuwing (OPS) is een landelijk overlegorgaan van bedrijven en private organisaties als Albert Heijn, Blokker, McDonald's, Randstad, Vesteda Management, Woonzorg Nederland en Aedes.

Het bijzondere van dit akkoord is dat verschillende partijen elkaar verplichten zich in te spannen voor het woon-, werk-, en leefklimaat in oudere wijken. In dit geval betekende het dat Mc Donalds arbeidsplaatsen inruimde voor langdurig werklozen, de gemeente 27 jonge kunstenaars vroeg de wijk te verlevendigen met kunst, de winkeliers afspraken maakten over vernieuwing van het winkelaanbod en afspraken werden gemaakt over meer differentiatie in het woningaanbod bij sloop en nieuwbouw.

De partijen hebben het proces om tot deze samenwerking te komen ook laten evalueren. De belangrijkste conclusie luidt: "Investeren in stedelijke vernieuwing is primair een kwestie van investeren in de samenwerking". Bij het begin van het project was er veel wantrouwen tussen de partijen. Het heeft de nodige inspanning gekost om die weg te werken. Met resultaat, zou ik zeggen.

Dames en heren, Uit voorgesprekken die ik met de IVBN over herstructurering heb gehad, bleek mij dat beleggers soms niet als serieuze partij worden gezien. Ik heb toen voorgesteld om daarover eens met voorbeelden te komen, zodat we gezamenlijk kunnen zien wat daaraan te doen is. En dan niet alleen te kijken naar herstructurering maar naar het hele terrein van de stedelijke vernieuwing. Ik weet zeker dat we er gezamenlijk kunnen uitkomen. Om u tenslotte te laten zien dat dat geen loze beloften zijn, vermeldt ik u een punt dat in datzelfde overleg aan de orde kwam. Men vertelde mij dat het ABC-lokatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, en dan met name het parkeerbeleid, soms problematisch is. Een concreet probleem dus, dat we zullen meenemen in de voorbereidingen voor de 5e Nota Ruimtelijke Ordening. Ik verwacht dat we uitkomen op een systematiek die meer ruimte biedt voor maatwerk.
Tenslotte: ik reken op een goede samenwerking en dank u voor de aandacht!

^

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie