Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage PvdA dabat over Staat van de Europese Unie

Datum nieuwsfeit: 30-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

30 september 1999

 

Bijdrage van Frans Timmermans (PvdA) aan het plenaire dabat over de Staat van de Europese Unie

 

 

Voor het eerst heeft de Staat van de EU zijn vaste plaats gekregen in de jaarlijks terugkerende debatten na Prinsjesdag. We kunnen dus nu spreken van Algemene Europese Beschouwingen. Voor het eerst ook hebben we kunnen luisteren naar de inbreng van de Nederlandse delegatieleiders uit het EP. Ik wil hen graag van harte welkom heten in ons midden. Niet alleen bij dit debat, maar vooral ook vanaf nu bij de vele overleggen met de regering over de baaierd aan Europese onderwerpen. Mijn fractie hoopt u en uw collega's hier vaak te mogen begroeten. Want voor de PvdA fractie is dit een belangrijke stap in de richting van een transparanter en democratischer Europa. De specifieke inzichten van de Europarlementariërs helpen ons beter geïnformeerd te zijn over de medewetgevende rol van het EP. Dat versterkt onze rol als nationale wetgever en controleur. Omgekeerd kunnen wij weer iets aan onze collega's meegeven als zij teruggaan naar Brussel en Straatsburg. Onze rollen zijn verschillend, ons doel is hetzelfde: het maken van goed beleid, goede wetten en het controleren van het bestuur. Allemaal ten dienste van de Europese burger en van een ongedeeld, democratisch en welvarend Europa. Zoals ook door mijn fractievoorzitter Melkert tijdens de APB aangegeven: de PvdA wil dat Nederland zijn verantwoordelijkheid voor de verdieping en de verankering van het Europese integratieproces ten volle neemt. Een versterkte samenwerking tussen parlementen kan hierin alleen maar dienstig zijn. De tandem PvdA Den Haag - PvdA Brussel heeft hetzelfde motto: 'Europa is niet af met markt en munt'. Daarom ben ik ook benieuwd naar de antwoorden van de regering op de vragen die de PvdA delegatieleider zojuist heeft opgeworpen.

Als er één ding blijkt uit de nota van de regering, dan is het wel dat zelden in de afgelopen 50 jaar de Unie voor grotere en complexere uitdagingen heeft gestaan. Wat wij van de Unie vragen komt dicht in de buurt van de kwadratuur van de cirkel. Om voor de PvdA volstrekt onomstreden politieke redenen moet het uitbreidingsproces worden versneld. Het is vandaag precies tien jaar geleden dat in Praag het definitieve einde van de Europese tweedeling werd ingeluid. Veel is ten goede veranderd, maar we hebben ook geleerd dat het fout kan gaan, zoals in de Balkan. Europa moet dus haast maken. Dat maakt verdergaande institutionele hervormingen nodig dan in het Verdrag van Amsterdam zijn opgenomen. Tegelijkertijd moet de Europese Veiligheids en Defensie Identiteit snel handen en voeten krijgen. Maar dit alles mag niet ten koste gaan van de voortgezette integratie op cruciale beleidsterreinen als asiel en migratie; het sociale Europa; macro-economische beleidscoördinatie; de toekomstige agenda voor economische groei en innovatie en consumentenbescherming in de meest brede betekenis van het woord. Veel van deze onderwerpen zullen in de komende maanden uitvoerig in deze Kamer aan de orde komen, denk maar aan de Top van Tampere, aan Helsinki, aan Lissabon. Door gebrek aan spreektijd zal ik de bespreking daarvan opzouten tot dan.

Als we deze volle agenda serieus nemen, moeten we terug naar de basis, terug naar het chassis, om het in autotermen te zeggen. Want wij willen een Europese auto die een krachtige motor heeft, de veel plaats biedt, die wendbaar is, milieuvriendelijk en zuinig. Dan moeten we, voordat we over kleur of lichtmetalen velgen praten, een stevig ontwerp en een goed chassis maken. Bepaald niet het meest aansprekende deel van een auto, maar probeer eens zonder weg te rijden. Dat kan je hele dag verpesten. Dus praten over structuren is wellicht saai, maar in dit stadium onvermijdelijk. Want we willen niet kiezen voor uitbreiding ten koste van institutionele hervorming, en al helemaal niet voor het omgekeerde.

Morgen begint Javier Solana als SG van de Raad. Met zijn ervaring is hij de juiste man om de Europese Veiligheids- en Defensie Identiteit invulling te geven. Mijn fractie heeft hiervan hoge verwachtingen. Niet dat de discussie probleemloos zal verlopen. Vragen te over. Ieder land benadert dit op eigen wijze. Frankrijk stelt, zoals te verwachten viel, een complete blauwdruk op, hetgeen er weer toe leidt dat anderen, zoals de Britten en de Duitsers, kopschuw worden. Zo komen wij er niet. Laat de Europese Raad een kader opstellen voor de invulling van de besluiten van Keulen en Washington. Randvoorwaarden zijn dat de EU zelf vredesoperaties moet kunnen leiden, met een effectieve structuur en een effectief vermogen tot optreden. Dit betekent op zijn minst de noodzaak van een inlichtingencapaciteit, een militair comité en een militaire staf. Daar kan de WEU in voorzien. Binnen dit kader kan de Europese Unie zich gaan toeleggen op de ontwikkeling van de nieuwe taken. Bij de uitvoering zal dan blijken dat de Unie niet over de noodzakelijke militaire middelen beschikt om haar ambities in de praktijk te brengen. Dus het is niet alleen een kwestie van organisatie. Veel zal dan ook moeten worden geïnvesteerd in de vergroting van de operationele capaciteit, waarbij een realistische taakverdeling op basis van taakspecialisatie en een verdere concentratie van de Europese defensie industrieën noodzakelijke randvoorwaarden zijn. Solana zal tegen deze problemen aanlopen en oplossingsrichtingen aan moeten dragen. De Europese Raad moet hem die ruimte ook geven. Zoals Max van der Stoel pleegt te zeggen: paden worden al lopend gemaakt. Dat is een betere benadering dan alles tevoren vast te leggen, want dan wordt men het nooit eens. Wat is de opstelling van de regering in deze discussie?

Ik wil een paar onderwerpen aanstippen, die speciale aandacht verdienen. De herstructurering van de defensie industrie is er één van. Europa kent een wanverhouding tussen de input aan geld en de output aan middelen. Zeker in vergelijking met de Amerikanen. Wil je meer output, zal er óf meer geld naartoe moeten, óf je zal meer waar voor je geld moeten krijgen. Gelet op de discussies in de lidstaten, moeten we ervan uitgaan, dat Europa het van het laatste zal moeten hebben. Dat kan alleen als de kosten omlaag gaan door schaalvoordelen. Daar hebben we in de EU ervaring mee. Daarom moet ook voor de defensie industrie de oplossing komen van een benadering die vergelijkbaar is met de operatie Interne Markt die indertijd door Delors is opgezet. Ik pleit ervoor dat de Nederlandse regering de Commissie aanspoort een witboek op te stellen voor de totstandbrenging van een Interne Markt voor deze industrie. Dat is de enige manier om de belangen van grote en kleine landen evenwichtig tot hun recht te laten komen. Initiatieven als OCCAR pakken vooral in het voordeel van de groten uit en houden een kunstmatig gesloten markt in stand. Het simpelweg afschaffen van artikel 223 VvR is wellicht te kort door de bocht, maar ons doel is hetzelfde: één markt voor de Europese defensie industrie. Is de regering bereid deze handschoen op te pakken?

De democratische component van de EVDI verdient speciale aandacht. Het EP moet hierin zeker een rol krijgen, maar de realiteit is dat nationale parlementen nog zeer lang rechtstreeks bij zaken van vrede en veiligheid betrokken zullen blijven. Denk alleen maar aan de beslissingen tot uitzending van troepen. Ook mijn fractie wil deze bevoegdheden niet uit handen geven. Daarom zou gedacht kunnen worden aan het samenstellen van een EVDI Assemblée, bestaande uit vertegenwoordigers van de nationale parlementen en van het EP. Zal de regering bij de toegezegde EVDI nota hieraan speciale aandacht willen schenken, mede in het licht van de IGC?

De investering in de EVDI gebeurt niet uit Europese machtswellust. Ook niet omdat een grotere rol van de EU een doel op zich is of een poging de Verenigde Staten de loef af te steken, maar omdat de internationale veiligheidssituatie er om vraagt. Een democratisch, welvarend en stabiel Europa is alleen mogelijk indien vrede en veiligheid op het continent worden gewaarborgd en zonodig verdedigd. De gunstige omstandigheid dat er nu tussen de grote Europese landen een consensus is gegroeid over de EVDI, waarbij zowel Britten als Fransen veel hebben opgegeven van hun aanvankelijke posities, mag niet worden bedorven door een al te aarzelende Nederlandse houding. Daarom is de inzet zoals geschetst in de Staat van de Unie een goed vertrekpunt. Een substantiële EVDI blijft voorwaarde voor een slagvaardiger Europa en voorwaarde voor een evenwichtigere transatlantische relatie. Bij toekomstige crises in Europa, moet de EU sneller en daadkrachtiger kunnen optreden, zodat wordt voorkomen dat men steeds pas in beweging komt op het moment dat conflicten volledig uit de hand zijn gelopen. Zonder stabiliteit zal de aansluiting van alle Europese landen bij het Europese integratieproject een illusie blijken. Daarmee zouden we onze Europese idealen opgeven. Immers, de EU is geen doel op zich, maar een middel om ons hele continent net zo veilig en welvarend te maken als de huidige lidstaten.

Hiermee komen wij bij de discussie over uitbreiding van de Unie, gekoppeld aan de noodzakelijke institutionele vernieuwing. Hier is vaak sprake van een valse tegenstelling. Geeft men prioriteit aan het toelaten van nieuwe lidstaten of geeft men voorrang aan het op orde brengen van het Europese huis, voordat uitbreiding mogelijk is. In ieder geval mag het niet zo zijn dat toetreders, die enorme offers brengen met hervormingen om de aansluiting met Europa te maken, buiten de deur worden gehouden omdat wij niet in staat zijn onze relatief beperkte interne problemen op te lossen. Maar uitbreiding mag bewust noch onbewust een instrument worden om verdergaande Europese integratie een halt toe te roepen. Voor de PvdA gaan verbreding en verdieping hand in hand. Het ene kan niet zonder het andere, waarbij de ervaring leert dat Europa onder de grootste druk ook tot moedige besluiten in staat is. Daarom zetten wij in de komende jaren in op institutionele aanpassingen die verder gaan dan de 'left overs' van het Verdrag van Amsterdam. De conclusies van Keulen zijn op dit punt zeer teleurstellend. Mijn fractie verwacht van de regering verdergaande ambitie.

Een Europa met 25 of 30 lidstaten kan niet volgens de uitgangspunten werken die oorspronkelijk waren bedoeld voor zes lidstaten. De spelregels moeten dus grondig worden aangepast. In de afgelopen weken en dagen is hierover een stroom van ideeën en plannen op gang gekomen. Prodi, Delors, De Haene en anderen hebben soms verregaande voorstellen gedaan of zullen daar binnenkort mee komen. Mijn fractie is van oordeel dat de regering niet te terughoudend moet zijn met het omarmen van verdergaande oplossingen dan hetgeen in de Staat van de Unie is voorzien. Wij verwachten dan ook een ambitieuze IGC notitie van de regering. Het Europese huis redt het niet met alleen wat schilderwerk aan de gevel.

Ook zou het zo dikwijls toegejuichte begrip subsidiariteit concreter moeten worden ingevuld. Veilig voedsel is een Europees onderwerp, omdat de Interne Markt en het GLB hier de regels dicteren, zonder dat dit doordringt in de meeste lidstaten. Europese oplossingen zijn dan ook nodig, zeg ik met delegatieleider Van den Berg. Dat geldt voor consumentenbescherming in zijn algemeenheid en talloze andere onderwerpen. Maar er zijn ook onderwerpen waar Europa geen toegevoegde waarde heeft. Die bij de lidstaat thuishoren, of bij de provincies, of gemeenten. Waarom niet afspreken dat zulke onderwerpen, te denken valt aan zaken als onderwijs, cultuur en zorg weliswaar op Europees niveau kunnen worden besproken, maar waar geen Europese integratie op van toepassing zal zijn?

De politieke noodzaak van versnelde uitbreiding stelt de Kopenhagen criteria in een ander daglicht. Zij blijven de basis vormen voor het volledige EU lidmaatschap. Maar zij maken ook de noodzaak duidelijk van het ontwikkelen van gedifferentieerde vormen van Europese integratie. Immers, vele landen die wij bij de EU willen betrekken zullen tot in lengte van jaren niet aan die criteria kunnen voldoen. De criteria laten varen en landen toelaten die er nog niet klaar voor zijn, brengt ernstige schade toe aan de Unie, maar bovenal aan die landen zelf. Daarom moeten er vormen van lidmaatschap worden ontwikkeld waarbij landen mee kunnen doen aan die onderdelen van de Europese integratie waarvoor zij klaar zijn. Het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid zou daarvan een uitstekend voorbeeld kunnen zijn. Helsinki moet aan alle kandidaten, inclusief Turkije, een duidelijk toetredingsperspectief bieden. Maar dit mag geen gratuite geste worden, want dat werkt averechts. Kandidaten die niet op een termijn van ongeveer vijf jaar aan de Kopenhagen criteria kunnen voldoen, zal een andere vorm van relatie moeten worden geboden, ten einde hun de tijd te geven naar volledig lidmaatschap toe te werken. Europa met meer snelheden is onvermijdelijk geworden. Welk standpunt neemt de regering hierbij in?

 

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie