Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Gekozen burgemeester hoog op agenda D66 Amsterdam

Datum nieuwsfeit: 30-09-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Notitie van de D66-werkgroep Lokale Democratie, getiteld: De gekozen burgemeester; de eerste stappen op het traject in Amsterdam

Inleiding

De gekozen burgemeester staat hoog op de politieke agenda.

Op grond van het regeerakkoord van Paars 2, is de commissie Elzinga aan het werk om te adviseren over de dualisering van het lokaal bestuur. Voeg daar aan toe dat in juni 2000 de ambtsperiode van de huidige burgemeester van Amsterdam afloopt en het tijdstip is voor D66 Amsterdam aangebroken om één en ander op een rij te zetten. We hopen daarmee een bijdrage aan de meningsvorming te leveren en vooral een levendige discussie te stimuleren.

Onze activiteiten komen niet als een donderslag bij heldere hemel.

Decennia lang hebben de Amsterdamse Raadsfracties en leden van D66 zich ingespannen voor een dualistische opstelling van de Gemeenteraad. In achtereenvolgende verkiezings- programma's werden voorstellen gedaan voor onder meer het invoeren van lokale referenda, voor het houden van tussentijdse verkiezingen bij Collegecrisis, voor wethouders afkomstig van buiten de Gemeenteraad.

In deze notitie wordt een korte schets gegeven van de huidige Amsterdamse situatie, gevolgd door een mogelijke bijdrage tot verbetering. We besteden daarbij vooral aandacht aan de gekozen burgemeester en de mogelijke stappen op weg naar dit einddoel. Het tweede deel van de notitie gaat over actie die de Amsterdamse gemeenteraad zou kunnen ondernemen bij de opvolging van de huidige burgemeester.

De rol van de burgemeester: praktijk en theorie

Weinig Amsterdammers zijn bekend met de in het staatsrecht geregelde bevoegdheden van het gemeentebestuur: de onduidelijkheid over wie een besluit neemt, is sinds jaar en dag groot. Als in de krant staat dat een illegaal terras wordt afgebroken, een disco wordt gesloten of een legaal terras na jaren dicht moet, zullen weinig Amsterdammers weten dat het illegale terras wordt afgebroken op grond van een aanschrijving van B & W, de disco dicht gaat op grond van een besluit van de burgemeester en het legale terras weg moet op grond van de nieuwe door de Gemeenteraad vastgestelde regels. Een heldere scheiding tussen wat vanouds "de uitvoerende macht" en "de wetgevende macht" wordt genoemd, zou deze onduidelijkheid kunnen verminderen. Naar de top van de pagina Daarnaast hechten Amsterdammers grote waarde aan de rol van de burgemeester. Keer op keer blijkt uit onderzoek dat de burgemeester de meest bekende functionaris is, de meest bekende drager van een publiek ambt in de stad.

De benoeming van de burgemeester komt echter helemaal niet publiekelijk tot stand.

De Gemeenteraadscommissie, luistert naar de naam "vertrouwenscommissie", adviseert op grond van vertrouwelijk beraad, vertrouwelijk aan de Commissaris van de Koningin. Deze adviseert op zijn beurt vertrouwelijk aan de minister van Binnenlands Zaken.

De voordracht van de minister aan de Ministerraad tenslotte, is ook weer vertrouwelijk. Een situatie die in Europa uitzonderlijk en onderwerp van kritiek is.

Belangrijk vinden wij het antwoord op de vraag of de hierboven geschetste onduidelijkheid over de bevoegdheden van burgemeester, B & W en Gemeenteraad en de beslotenheid waarin de burgemeester wordt benoemd, belemmerend werken op de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur.

Daar moet bij betrokken worden, dat het er op lijkt dat inhoudelijke verschillen tussen politieke partijen door de burgers steeds meer als marginaal (één pot nat) worden ervaren. Dat zou kunnen veroorzaken dat de persoonlijke verschillen in bestuursstijl een grotere rol spelen dan vroeger het geval was. Te denken valt daarbij aan Kok, Brinkman, Heerma, Bolkestein en Van Mierlo.

In dat licht is het een teken aan de wand, dat op lokaal niveau nauwelijks iemand, de diverse burgemeesters uitgezonderd, een voor de burgers herkenbare stadsbestuurder is. We moeten daarvoor teruggrijpen naar Wibaut of De Miranda en recenter Schaefer.

Staatsrechtelijk gezien gaan op het Stadhuis de zaken volgens het boekje. Maar met de herkenbaarheid van het politieke bestuur, is het slecht gesteld. Niet voor niets is dit een telkens terugkerend item in het AT-5 programma "Duivels". Naar de top van de pagina Wij laten het bij deze impressie. Een en ander is elders in de literatuur uitvoeriger beschreven. Opvallend is dat daarbij steeds dezelfde conclusie wordt getrokken: de praktijk strookt niet met de theorie.

D66 heeft ook landelijk de beschreven problematiek al eerder onderkend en zich samen met andere progressieve partijen ingespannen de nodige staatsrechtelijke hervormingen tot stand te brengen. Met wisselend succes. Na vele staatscommissies zijn er in ieder geval een Wet Openbaarheid van Bestuur en een Algemene Wet Bestuursrecht, wetten die in handen van de burger geduchte wapens kunnen zijn tegen regentisme en achterkamertjes politiek.

Ook op lokaal niveau is het een en ander tot stand gekomen. Zo vergaderen de commissies van bijstand van de Gemeenteraad sinds de jaren zeventig in de openbaarheid en worden de stukken van B & W ter beschikking gesteld. Daar staat dan helaas weer tegenover dat de laatste jaren een toename is waar te nemen van het geheime circuit in de vorm van vertrouwelijke stukken (de zogenaamde kabinetstukken).

Eén van de belangrijkste staatsrechtelijke vernieuwingen op lokaal niveau was ongetwijfeld de invoering van de Stadsdeelraden. Met de nodige scepsis begroet, hebben ze in de loop der jaren hun waarde bewezen.

Waar vroeger afspiegelingscollege's tot stand kwamen, zijn er tegenwoordig programcolleges op basis van accoorden. In de afgelopen jaren hebben colleges en fracties daarbij geworsteld met de onderlinge verhoudingen. In het begin ging het om colleges die zeer afhankelijk waren van de samengestelde fractie, waarbij de grootste fractie bovendien nogal dominant was (Breznjev aan de Amstel).

In de loop van de jaren tachtig en in het begin van de jaren negentig, viel een toenemend (politiek) dualisme waar te nemen. College en Raad kwamen min of meer onafhankelijk tegenover elkaar te staan. Dit resulteerde overigens weer in identificatieproblemen voor het college. Burgemeester Van Thijn riep eens tijdens algemene beschouwingen, nadat fracties weer de nodige kritische kanttekeningen bij het collegebeleid hadden geplaatst: "Van wie is dit college?". Naar de top van de pagina Nu aan het eind van de jaren negentig is dat duidelijk. Het college is van niemand, maar de partijen beheren wel diverse portefeuilles waarbij het integrale beleid in ieder geval naar buiten toe, onvoldoende overkomt. Hier zou een glansrol voor de burgemeester zijn weggelegd als hij in het Stadhuis dezelfde ruimte zou krijgen, die hij maatschappelijk gezien al heeft.

D66 zou daarom willen dat in de volgende eeuw de uitvoerende macht wordt geconcentreerd bij het dagelijks bestuur in de vorm van een rechtstreeks gekozen burgemeester, die ook formateur is van het College. De controlerende macht (de Gemeenteraad) controleert in die situatie en geeft de beleidskaders aan.

Om de vaak onverkwikkelijke discussie over wie verantwoordelijk is voor wanneer het misloopt zoveel mogelijk te vermijden, pleiten wij ervoor dat het lot van de beleidsbepalende ambtenaren wordt verbonden aan dat van de politieke ambtsdragers. Het gaat ons daarbij niet zozeer om de schuldvraag. Veel belangrijker is dat degenen die formeel verantwoordelijk zijn, die verantwoording, - ongeacht persoonlijke betrokkenheid - samen met degene die geacht worden materieel verantwoordelijk te zijn, moeten dragen.

In een later stadium, afhankelijk van het vertrouwen dat wordt genoten, kunnen betrokkenen hun posities herinnemen. Op deze manier worden de verantwoordelijkheidskwestie en de schuldvraag uit elkaar getrokken. Het gevolg is dat het bestuur kan worden beoordeeld op resultaten en niet op grond van inspanningen.

Het resultaat zou kunnen zijn dat er een efficiënter, effectiever en meer integraal democratisch bestuur ontstaat, waarbij recht wordt gedaan aan de positie die de burgemeester en het College in de maatschappij innemen, zeker wanneer de herverdeling van bevoegdheden tussen Raad en B & W zijn beslag krijgt, zoals bepleit in het eindrapport van de commissie Van Thijn "De ontketende burgemeester".

Natuurlijk zijn er tegen elk van bovengenoemde voorstellen bezwaren en mitsen en maren in te brengen. Eén en ander wordt in de literatuur en diverse rapporten breed uitgemeten. Ook verwachten wij dat het rapport van de commissie Elzinga daar uitvoerig op in zal gaan.

Naar de top van de pagina Op weg naar de gekozen burgemeester in Amsterdam

Doel van dit deel van de notitie is het schetsen van een model dat in hoofdlijnen een ideaal weergeeft waaraan de komende tijd gewerkt kan worden en dat stap voor stap kan worden geïmplementeerd. De eerste stap in de door ons gewenste richting zou kunnen zijn het openbreken van de tot nu toe gevolgde benoemingsprocedure van de burgemeester. Zoals eerder vermeld, kan in het jaar 2000 zo'n procedure actueel worden.

Alle reden om ons te buigen over de mogelijkheden.

De huidige procedure (brief Biza 13-12-91 BK 91/U1527) is naar de smaak van D66 een schoolvoorbeeld van geformaliseerde achterkamertjes politiek. Het enige wat in het openbaar plaatsvindt is het begin, de openstelling van de vacature, en het eind, de bekendmaking van de benoeming. Alle tussenliggende stappen zijn geheim of vertrouwelijk. Het enige mogelijke moment van openbaarheid, is de Raadsvergadering waarin het profiel van de kandidaat wordt vastgesteld. Daarbij gaat het uitsluitend over eisen van bekwaamheid en geschiktheid. Zoals gezegd een "mogelijk" moment, want zelfs hier is openbaarheid niet verplicht.

De Gemeenteraad mag hierover in het geheim vergaderen. De openbare vergadering waarin de vertrouwenscommissie zelf wordt benoemd, wordt in de praktijk vooral gewijd aan hoe de geheimhoudingsplicht van de commissie kan worden geëffectueerd.

De Kroon (Koning en Kabinet) benoemt de burgemeester op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken (geheim), na kennis te hebben genomen van de aanbeveling van de Commissaris van de Koningin (geheim). De commissaris van de Koningin stelt deze aanbeveling op, na kennisname van het standpunt van de vertrouwenscommissie over de kandidaten.

Hij voegt in ieder geval het op schrift gestelde standpunt van de vertrouwenscommissie bij zijn aanbeveling aan de minister. Dit natuurlijk in het geval er een vertrouwenscommissie werd ingesteld. Dat is niet verplicht en de Gemeenteraad beslist daarover. Nogmaals: voorwaarde voor een vertrouwenscommissie is een deugdelijke procedure ter waarborging van de geheimhoudingsplicht. Naar de top van de pagina Nu de recente praktijk. Het stond allemaal uitvoerig in de krant. Naast de burgemeester van Utrecht, Opstelten, had ook de burgemeester van Eindhoven belangstelling voor het burgemeesterschap van Rotterdam....

Recent werd bekend dat voor de vervulling van de vacature die Opstelten in Utrecht achterliet, naast de uiteindelijk benoemde mevrouw Brouwer (oud)burgemeester van Amersfoort, ook oud-staatssecretaris Kohnstamm belangstelling had voor de Utrechtse vacature....

Meer dan dat, het was bekend dat de Commissaris van de Koningin van Utrecht, Staal, de voorkeur had voor Kohnstamm boven de favoriet van de vertrouwenscommissie, mevrouw Brouwer....

Tot slot hebben we kennis kunnen nemen van het spannende verloop van het debat in het Kabinet naar aanleiding van de geheime voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken, met mevrouw Brouwer als eerste kandidaat....

Kortom: de door ons niet voorgestane, maar wel voorgeschreven geheimhouding is in de praktijk een absolute farce. Alleen al daarom is het wenselijk na te gaan hoe binnen de wettelijke kaders van dit moment, de doelstelling uit het eerste deel van deze notitie zouden kunnen worden gerealiseerd.

De openbare bekendmaking van de vacature en de - liefst openbare - gedachtenwisseling en vaststelling van het profiel kunnen regulier plaatsvinden.

Bij de vaststelling van het profiel, zou de Gemeenteraad de sollicitanten kunnen oproepen zich bekend te maken, door een afschrift van hun sollicitatie ter kennis te brengen van de Gemeenteraad.

De Gemeenteraad stelt geen vertrouwenscommissie in en hoeft daardoor voor niemand iets geheim te houden.

De Raad organiseert een meningspeiling over de kandidaten door middel van een populariteitsstemming waaraan alle kiesgerechtigde Amsterdammers kunnen deelnemen. Naar de top van de pagina Overigens gebruikt Minister van Binnenlandse Zaken, Peper, voor de populariteitspeiling over burgemeesterskandidaten, de term referendum. Wij hebben daar geen enkel probleem mee.

Nogmaals, het betreft een peiling onder de bevolking over de openbare kandidaten voor het publieke ambt van burgemeester van Amsterdam. Er bestaat altijd de mogelijkheid, dat een niet-openbare kandidaat voorgedragen wordt en benoemd, namelijk iemand die geen gehoor heeft gegeven aan de oproep van Gemeenteraad om een afschrift van de sollicitatie aan de Raad te sturen.

Ten opzichte van de huidige procedure - zeker zoals deze in de praktijk werkt - heeft niemand iets te verliezen. De kandidaten niet, want hun namen lekken in de praktijk toch uit. De Raad niet, want het is in principe nu ook niet controleerbaar hoe het advies van de vertrouwenscommissie tot stand komt en welke invloed dit heeft op de verdere procedure. Nog afgezien van het feit dat bij de huidige procedure de bevolking alleen wat hulpeloos kan inspreken over een vaag profiel.

Het zou overigens geen schande zijn wanneer bij de benoeming van de burgemeester van Amsterdam, ook de Commissaris van de Koningin van Noord-Holland en de minister van Binnenlandse Zaken, zich publiekelijk zouden verantwoorden over hun aanbeveling of voordracht.

Andere wensen, geuit in het eerste deel van deze notitie, kunnen binnen de gemeente, zo de politieke wil daarvoor aanwezig is, materieel en deels formeel, worden gerealiseerd. Het verschijnsel van informateur tijdens de Collegevorming kennen we sinds de laatste Collegevorming. Een stap naar de burgemeester nieuwe stijl als formateur, is dan te overzien. Naar de top van de pagina De portefeuilleverdeling is een zaak van het College van B & W. Ook hier kan ter bevordering van duidelijkheid van bestuur ten opzichte van Raad en bevolking, een logischer verdeling tot stand komen. Daarbij kan de burgemeester, zeker in combinatie met het vorige punt een zwaardere rol krijgen.

Om te voorkomen dat onduidelijkheid ontstaat over de politieke en ambtelijke verantwoordelijkheden, wordt in Amsterdam in ieder geval geregeld dat beleidsbepalende ambtenaren bij aftreden van de uitvoerende macht - het College dus, of een afzonderlijk lid daarvan - hun mandaat ter beschikking stellen, zodat een volgend College(lid) vrij is om van hun diensten gebruik te maken.

Tenslotte

Hoe men ook tegen het bovenstaande moge aankijken, deze verkenning leidt in ieder geval tot de conclusie dat er ook zonder (Grond)wetsherziening mogelijkheden zijn tot substantiële vergroting van de invloed van de burgers op het bestuurlijke proces. Bovendien betekent dit dat er in het jaar 2000 al mee gewerkt zou kunnen worden. Hopelijk kan deze notitie daaraan een bijdrage leveren, en in ieder geval de discussie hierover een nieuwe impuls geven.

Ter voorkoming van welk misverstand dan ook: wij blijven warm voorstander van de rechtstreeks gekozen burgemeester en zien de voorstellen uit deze notitie als eerste, op korte termijn realiseerbare, stappen naar dat doel.

September 1999

Noot:

Tijdens de ledenvergadering van D66-Amsterdam is een motie aangenomen, waarin de kernpunten van deze notitie zijn opgenomen. Naar de top van de pagina Terug naar de homepage

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie