Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak De Waal (FNV) bij opening Vakbondcentrum Hengelo

Datum nieuwsfeit: 02-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Persbericht FNV

Opening VAKBONDCENTRUM HENGELO

door LODEWIJK DE WAAL, voorzitter van de FNV, op zaterdag 2 oktober 1999 te Hengelo 2 oktober 1999

Beste mensen

1. Om te beginnen wil ik jullie hartelijk feliciteren met dit vakbondscentrum.

Er is nu een pied à terre voor het vakbondsleven in de regio tot stand gekomen, en ik denk dat we daar met zijn allen heel gelukkig mee kunnen zijn.

Als we er met zijn allen tenminste ook iets van gaan maken.

2. Dit vakbondssteunpunt is niet zomaar een losse flodder, maar past in de nieuwe opzet van de FNV.

Er zijn inmiddels zeven nieuwe FNV-regiokantoren, die qua gebiedsindeling en kantoorruimte zoveel mogelijk sporen met de bondsdistricten in de regio.

Zo vallen jullie voortaan onder de FNV-regio Oost-Nederland, met zijn hoofdkwartier in Deventer.

En om die zeven regiokantoren heen, komen - verspreid over Nederland - een stuk of zeventig kleinschalige ledenservicepunten.

De gedachte daarachter is, dat de zeven grote regiokantoren het professionele niveau vormen. Daar zijn de vakbondsbestuurders gehuisvest en de juristen van FNV-ledenservice.

Maar om te voorkomen dat dit een soort ver-van-de-mensen-afliggende bastions worden, zijn er die steunpunten, vakbondscentra zoals deze.

3. Wat is nou de functie van dit regionaal vakbondscentrum?

Er zit hier een beperkte professionele bezetting, en er zijn spreekuren voor individuele ledenservice.

Vakantiebonnen en belastinghulp kunnen hier verstrekt worden.

En er is gelegenheid voor bijeenkomsten van de vakbondsschool, voor kadervergaderingen en thema-avonden.

Invulling en gebruik van het centrum is kortom een zaak van alle belangstellenden.

Je kunt het net zo breed en bruisend maken als je zelf wilt.

4. Opvallend aan dit vakbondscentrum hier in Hengelo is bovendien, dat behalve FNV Ledenservice, ook de lokale afdeling van de vakcentrale, FNV Bondgenoten, ABVAKABO FNV en het Vakbondsarchief hieraan meedoen.

Dat is in de meeste andere van die 70 steunpunten niet het geval.

Dat komt onder andere, doordat de diverse bonden elk op eigen wijze hun individuele ledenservice organiseren.

5. Toch is het misschien goed, om - als ik dan toch bezig ben - nog even iets meer te zeggen over die fusieprocessen in vakbondsland.

Dat samengaan van kleinere bonden in grotere eenheden is natuurlijk al een eeuw aan de gang, dus ik zie dat voorlopig nog niet tot stilstand komen.

Maar we hebben de afgelopen twee jaar wel een soort 'fusie-euforie' beleefd, die sinds het samengaan van NVV en NKV (eind jaren '70) niet meer is voorgekomen.

Een jaar geleden dacht elke optimist in vakbondsland, dat we recht door zee afkoersten op een nieuwe FNV-structuur, met twee of drie grote professionele en efficiënte vakbondsblokken, bestaande uit sectorale kolommen, met daartussen de nieuwe FNV-regio's en de daaraan hangende onderste laag van toegankelijke steun- en servicepunten.

Sommigen dachten zelfs dat het dan nog maar een kwestie van tijd zou zijn voor we die ene ongedeelde FNV zouden kunnen realiseren.

6. Is dat idee nou voorgoed mislukt?

Ik denk het niet.

Daarvoor is dat historische proces van eenwording al te lang bezig.

Die draad wordt heus wel weer opgepakt.

Toch zijn we voor mijn gevoel even ergens blijven steken.

Misschien hebben we bij de fusiekoorts van de afgelopen jaren teveel synergie in één klap verwacht.

Niet alles gaat direct van een leien dakje als je het maar samen en grootschalig aanpakt.

Kijk bijvoorbeeld eens hoe jullie die samenwerking hier ter plekke vormgeven.

Vormen jullie - nu je in één gebouw zit - direct één gelijkgeschakelde uniforme FNV?

Niks daarvan.

Je koopt samen de koffie in, en beheert samen het gebouw.

'Lekker zuunig', zeggen wij in Noord-Holland dan.

Maar verder zal ieder hier toch zelf zijn eigen broek moeten ophouden.

Iedere bond zal zijn eigen leden van dienst moeten zijn, en zijn eigen leven in de brouwerij moeten brengen.

7. Wat is dan de meerwaarde van zo'n gemeenschappelijke plek?

Behalve het efficiënte beheer?

Ik hoop dat het een beetje een regionaal ontmoetingspunt wordt.

Ik hoop dat wie hier komt voor het ene loket of het andere vergaderingetje, ook opmerkt wat we hier verder nog allemaal in huis hebben.

Dat mensen elkaar aanspreken en vragen stellen.

Doe je eigen werk, maar hou contact.

Praat met elkaar.

Leer van elkaar.

Help elkaar, als dat kan.

Nodig ook mensen van buiten de bond uit en probeer een dialoog met andere organisaties in de regio op gang te brengen en te houden.

Dat is wat ik me op zijn best voorstel van een klein vakbondscentrum als dit.

Geen vakbondsbolwerk, zoals wel eens wordt gezegd.

Dat klinkt me te gesloten.

Meer een vakbondsplatform.

Open naar buiten.

Divers naar binnen.

Samenwerkend op basis van eigen kracht.

Niet gefixeerd op formele structuren, maar op eigen initiatieven en vindingrijkheid van mensen.

Ik denk dat dát de moderne benadering van samenwerking is.

Want samenwerking blijft nodig, in het klein, maar ook in het groot in de hele FNV - geen misverstand daarover.

Maar grootschaligheid moet zijn tegengewicht vinden in kleinschaligheid, openheid en diversiteit.

Efficiency en professionalisering mogen niet ten koste gaan van herkenbaarheid voor de leden, maar moeten die juist versterken.

De aandacht voor de grote èn voor de kleine structuren moet gelijk op gaan.

8. Het is enige tijd het plan geweest - ik maak even de overstap naar samenwerking op landelijk niveau -, om van het huidige hoofdkantoor van de FNV-vakcentrale in Amsterdam Sloterdijk, het regiobolwerk Noord Holland te maken.

De vakcentrale zelf zou dan naar Woerden verhuizen.

Dat was in de tijd dat het er nog naar uitzag dat ABVAKABO FNV en de onderwijsbond AOb landelijk zouden gaan samenwerken, en samen met de Politiebond een nieuw hoofdkantoor zouden gaan betrekken in Woerden, niet toevallig vlakbij het al even spiksplinternieuwe hoofdkantoor van FNV Bondgenoten, dat bovendien nog steeds plannen heeft om de samenwerking met de BHB aan te halen.

En de Bouwbond zit, zoals u weet, ook al jaren in Woerden.

Als dat allemaal was doorgegaan, zou ook de FNV vakcentrale naar Woerden zijn verkast, zodat de top van de grote bonden en van de vakcentrale allemaal bij elkaar zouden komen te zitten.

Woerden zou dan waarlijk de vakbondshoofdstad van Nederland zijn geworden.

Ik weet niet of Henri Polak dat echt inspirerend gevonden zou hebben, maar verrassend zou het in elk geval wel geweest zijn.

Maar er kwam, zoals u weet, een kink in de kabel.

De Onderwijsbond wilde toch liever zelfstandig blijven, ging niet samen met ABVAKABO FNV.

Die verhuisde dus niet naar Woerden.

En de vakcentrale FNV evenmin.

Dat stroomlijnen van de huisvesting aan de top is dus op een haar na mislukt.

9. En dat is eigenlijk wel jammer, moet ik eerlijk zeggen.

Vooral omdat daardoor de stroomlijning van de hele FNV-organisatie enigszins trager zal gaan verlopen dan ik vorig jaar nog had gedacht.

Toch blijft zo'n stroomlijning nodig.

Want alleen al door de vorming van Bondgenoten verandert de functie van de vakcentrale.

En naarmate ABVAKABO FNV, Politiebond en Onderwijsbond - zij het wat minder intensief dan aanvankelijk gedacht - toch wat naar elkaar toe groeien, wordt de noodzaak om de FNV ook organisatorisch anders in elkaar te steken alleen maar groter.

Hoe de `FNV-nieuwe-stijl' er precies uit gaat zien, daar zal het federatiebestuur binnenkort voorstellen over doen.

Technisch juridisch gesproken zijn verschillende modellen of scenario's denkbaar.

Maar de hoofdlijnen zoals ik die zie, zal ik u nu vast verklappen.

10. Zoals u weet vormen de bonden nu samen de Federatieraad van de FNV, een soort parlement, dat de FNV-regering (het federatiebestuur) controleert.

Dat model heeft sinds de vorming van de FNV, eind jaren zeventig, goed gewerkt.

De FNV telde gedurende die periode steeds tussen de twintig en de vijftien bonden en bondjes, die elkaar wekelijks ontmoetten in de Federatieraad (en in voorbereidende beleidsadviesraden over diverse beleidsterreinen).

Maar als de FNV gaat bestaan uit drie (op den duur misschien zelfs twee) hele grote vakbondsblokken, en een aantal kleinere, maar ook zeer specifieke bonden, dan moet de Federatieraad anders worden georganiseerd.

Want om nou tweewekelijks een heel vergadercircuit te gaan optuigen voor zeven mensen ... - dat lijkt me heel gezellig, maar echt efficiënt is het niet.

Dan kunnen we beter even gewoon het café in duiken.

Iets dergelijks geldt ook voor de beleidsafdelingen.

Het is niet efficiënt als juristen, economen of VGW-specialisten bij FNV-Bondgenoten, ABVAKABO FNV en FNV-vakcentrale dezelfde problemen aan het onderzoeken zijn.

En in de praktijk zien we dan ook dat die specialisten elkaar opzoeken en met elkaar overleggen.

Als het goed is, vormen ze in feite één brede, samenwerkende deskundige staf.

Het zou heel erg voor de hand liggen om die drie beleidsvoorbereidende apparaten in elkaar te schuiven, zodat er één geïntegreerde denktank ontstaat.

Daarbij moet natuurlijk wel beseft worden, dat binnen zo'n denktank verschillende soorten taken moeten worden uitgevoerd.

Het beleidswerk van de bonden is meestal meer op bedrijven en branches gericht, ter ondersteuning van de kaderleden en de CAO-onderhandelaars.

Het beleidswerk van de vakcentrale is vooral gericht op de Stichting van de Arbeid, de SER, de politiek, wetgeving.

Maar qua deskundigheid komt dat allemaal heel dicht bij elkaar.

Hoe dat dan ook precies vorm moge krijgen, het ligt voor de hand dat de toppen van de grote bonden en de top van de vakcentrale naar elkaar toe groeien, in elkaar groeien en uiteindelijk versmelten.

Een soort indikken of "inklinken", net zoals ik dat daarnet ook in de regio heb geschetst, waar het bondswerk en het FNV-werk steeds nauwer op elkaar betrokken worden.

De verhouding tussen vakbonden en vakcentrale is dus aan het veranderen.

De Federatieraad kan niet langer het parlement blijven dat de FNV-regering controleert.

In de plaats van die FR/FB-constructie moet er in mijn ogen één geïntegreerd FNV-bestuur Nieuwe Stijl komen, bestaande uit de bondsvoorzitters.

Voor de dagelijkse aansturing stellen zij een Dagelijks Bestuur aan, inclusief voorzitter.

Dat komt er kortom op neer, dat de bonden veel meer zelf de vakcentrale gaan besturen.

Een vakcentrale die op zijn beurt dichter bij de bonden komt te staan.

11. Dat is globaal het perspectief op de langere termijn.

Hoe snel zulke ontwikkelingen gaan, hangt natuurlijk van diezelfde bonden af.

Misschien dat de AOb over vijf jaar besluit, om toch de samenwerking met de ABVAKABO FNV aan te gaan.

Maar misschien volhardt hij in zijn zelfstandige positie.

Misschien kiest de Horecabond - als ze ziet dat Bondgenoten de fusie-ellende definitief weet te overwinnen - toch voor aansluiting bij de grote broer.

Misschien vinden Bouw & Hout en Bondgenoten elkaar op één of andere manier; misschien niet.

Dat zijn allemaal onzekerheden, die het denken over de toekomst niet in de weg mogen staan.

Ik zie het allemaal als mogelijkheden, waar we gewoon hardop over kunnen praten.

En waar we rekening mee moeten houden.

In die zin zijn er allerlei opties en allerlei snelheidsvarianten denkbaar.

12. Daar moet - om het plaatje compleet te maken - nog één ontwikkeling bij in ogenschouw genomen worden, die ik nog niet vermeld heb.

En dat is de ontwikkeling binnen die grote nieuwe vakbonden zelf.

FNV Bondgenoten hecht veel waarde aan het eigen initiatief en de herkenbaarheid van de bedrijfsgroepen.

En daar geeft ik ze groot gelijk in.

Behalve het voor iedereen herkenbare algemene kwaliteitsmerk "FNV", moeten mensen ook weten dat de bond dicht bij hun werk staat.

Dat is ook de kracht van specifieke bonden zoals Kappersbond, Horecabond of Sportbond.

Juist de grote bonden kunnen daarvan leren.

Het is goed als ook leden in de metaal, het vervoer of de detailhandel hun bond direct herkennen als DE bond die bij hun werk en hun bedrijf past.

Dus terwijl de FNV en de grote bonden aan de top en in de regio in elkaar groeien (en in die zin dus algemener worden), mag van mij de herkenbaarheid in de bedrijven en in de branches specifieker worden.

Die beide ontwikkelingen horen bij elkaar, houden elkaar in evenwicht, en versterken elkaar.

13. Zo ziet het plaatje van de FNV van de toekomst er in mijn ogen dus ongeveer uit.

Aan de top een in elkaar groeien van besturen, beleidsapparaten en denktanks.

In de regio zeven FNV-bolwerken, met daaromheen een scala aan moderne vakbondsactiviteiten.

In de bedrijfstakken herkenbare bedrijfsgroepen, met korte lijnen naar kadergroepen in de bedrijven.

En optimale service aan de leden.

Al bij al een moderne flexibele organisatie met minder lagen, en korte, directe lijnen tussen top en basis.

Met voldoende ruimte om decentraal je gang te gaan.

En voldoende coördinatie om elkaar vast te houden en op dezelfde koers te blijven.

Want dat is uiteindelijk natuurlijk de hamvraag waar het om draait: waar doen we het allemaal voor?!

Al die gebouwen en die organisatiestructuren zijn immers alleen maar instrumenten om dingen te doen en om dingen te bereiken.

En daarmee kom ik aan het laatste deel van mijn drieluik: de inhoud.

14. Twintig jaar hebben we als FNV gewerkt zoals we gewerkt hebben. We zijn nu toe aan een stroomlijning van onze organisatie.

Maar in die twintig jaar is ook de wereld om ons heen veranderd, - mede als resultaat van onze eigen inspanningen overigens.

De FNV begon haar werkzaamheden onder een buitengewoon moeilijk gesternte.

In de jaren tachtig maakten we - op de jaren dertig na - de zwaarste economische depressie van de eeuw mee.

We zijn daar ook weer uitgeklommen, - met dank aan het poldermodel.

We moesten allemaal inleveren, maar wonnen er uiteindelijk toch weer bij, ook al werd de inkomensongelijkheid groter dan hij eind jaren zeventig was.

De verzorgingsstaat liep wat kleerscheuren op, maar bleef kwalitatief toch de moeite waard. Er kwamen nieuwe evenwichten tot stand tussen centraal en decentraal, tussen individu en collectiviteit, tussen markt en overheid.

De arbeidsverhoudingen werden decentraler.

Flexibilisering deed zijn intrede, eerst wild-west, later in acceptabele randvoorwaarden ingekaderd.

De arbeidsmarkt komt inmiddels weer behoorlijk in balans.

Naast langdurig werklozen (die we nog als resten van de voorbije crisis mogen beschouwen), zijn er steeds meer kraptes en onvervulde vacatures.

En zo zijn we op het einde van de eeuw toch nog welvarender dan we ooit geweest zijn.

Natuurlijk, de inkomensongelijkheid is te groot.

De onderkant moet worden opgetrokken.

De werkdruk moet omlaag en de scholing omhoog.

Maar laten we bij al onze kritiek, ook onze zegeningen tellen.

Zo bekeken is de vraag zelfs: wat moet een vakbond zich in de rijke jaren negentig - waar we tot ons aller verbazing na de crisisjaren tachtig toch nog in terechtgekomen zijn - tot taak stellen?

Natuurlijk, in algemene zin zijn we nog steeds met dezelfde dingen bezig als toen twintig jaar geleden de FNV tot stand kwam, of toen Henri Polak honderd jaar geleden zíjn schitterende vakbondsburcht liet bouwen.

Sociale rechtvaardigheid.

De kwaliteit van het bestaan.

Het bestrijden van armoede en uitsluiting.

En het bevorderen van participatie en ontplooiing.

Maar wie louter in algemeenheden denkt, ziet de veranderingen niet. In algemeenheden gesproken lijkt alles hetzelfde. Dan lijkt de wereld stil te staan.

Terwijl er in die twintig FNV-jaren zo enorm veel is veranderd!

We zijn die crisis van de jaren tachtig heel anders uitgekomen, dan we erin gingen.

Eind jaren zeventig was tachtig procent van de getrouwde mannen nog kostwinner, om maar eens iets te noemen.

Nu nog maar dertig procent!

Slechts één op de zes werknemers werkte in deeltijd.

Nu één op de drie!

Vrouwen hebben de afgelopen twintig jaar massaal de arbeidsmarkt betreden.

In de meeste huishoudens komen twee inkomens binnen, meestal een groot en een klein.

Tegelijk zijn de arbeidstijden uitgewaaierd over een veelheid van contracten en roosters.

Eind jaren zeventig werkten de meeste mensen 40 uur per week.

We vechten nu voor 36 uur, maar ook voor het recht op deeltijd, voor tijdsparen en Cao à la carte.

Dat is een heel andere strijd dan die voor de 40-urige werkweek!

Die strijd eindigde in een voor iedereen gelijk eindresultaat: de vijfdaagse werkweek bij een achturige werkdag, tussen de middag een half uur pauze, het weekend vrij en een paar weken vakantie.

Onze strijd van vandaag zal eindigen in meer verschillen tussen mensen.

Sommigen willen korter werken, anderen langer.

Sommigen kiezen voor veel verdienen nu, anderen sparen voor later.

Het uniforme leefpatroon is doorbroken.

Er is een enorme diversiteit aan leefpatronen, levenslopen en ontwikkelingslijnen.

Mensen willen wel gelijke kansen, maar tegelijk ook: zelf keuzes maken.

Dat betekent meer individualiteit, en tegelijk ook: minder gelijkheid.

Dat hoeft niet verkeerd te zijn. Henri Polak zou stinkend jaloers op ons zijn, ook al strookt onze individualisering volstrekt niet met zijn paternalisme en centralisme.

Maar hij heeft dan ook nooit kunnen vermoeden dat de achterkleinkinderen van zijn leden zoveel ontplooiingskansen en keuzemogelijkheden zouden hebben.

Dat is dus alleen maar mooi.

Maar het is ook even wennen.

De vakbeweging moet zich niet alleen richten op modernisering van de wereld om ons heen; we moeten ons ook bezinnen op de modernisering van onze eigen organisatie en onze eigen taakstelling.

We kunnen niet alleen blijven roepen dat er nog steeds armoede bestaat, dat marktwerking verkeerd is, of dat de solidariteit ons boven alles gaat.

Als we ons tot dergelijke vakbondsclichés zouden beperken, sluiten we onze ogen voor de dilemma's waar we voor staan.

Dilemma's, die voortvloeien uit die individualisering, die de logische consequentie is van een eeuw emancipatie.

Als mensen meer zelf kunnen beslissen, behoeven ze minder bescherming.

Wij zijn als vakbeweging gespecialiseerd in bescherming, in collectieve oplossingen.

Deels blijft dat zo.

Mensen willen die zekerheid nog steeds.

Maar tegelijk willen ze vrijheid en zelfstandigheid.

Geen afhankelijkheid.

Geen paternalisme.

Dat betekent dat we mensen ook op hun individuele verantwoordelijkheid moeten durven aanspreken.

Anders ontstaan er nieuwe vormen van misbruik en Onverantwoordelijk gedrag.

Dat zijn geen gemakkelijke dilemma's.

Want waar ligt het evenwicht?

Ik noem maar een paar voorbeelden.

Mogen mensen die dat willen ook langer dan 36 uur werken?

Moet kinderopvang volledig collectief gefinancierd worden?

Is het niet goed als mensen ook zelf meebetalen aan voorzieningen waar ze voor kiezen?

Is marktwerking in de sociale zekerheid altijd per definitie verkeerd?

Zouden we het vakbondslidmaatschap niet op moeten splitsen in een aantal diensten waar mensen apart voor betalen?

Dat is het type dilemma's waar de vakbeweging in een individualiserende samenleving van mondige zelfstandige mensen voor staat.

Ik geef nu de antwoorden niet, maar het is nooit verkeerd vragen te stellen.

We kunnen ons daar niet aan onttrekken, door te zeggen: laat de overheid het maar oplossen, het is ons pakkie-an niet, en we zullen wel laten weten wanneer het resultaat ons niet bevalt.

Zo'n beste-stuurman-aan-de-wal-strategie levert geen goede resultaten op.

We zullen juist moeten deelnemen aan het debat, en deelnemen aan het vinden van oplossingen.

Daar zijn we goed in.

Dat is altijd de manier geweest waarop de FNV heeft gewerkt: door onszelf als deel van het probleem te beschouwen, konden we ook deel van de oplossing zijn.

Ik hoop dat dat zo blijft, en dat u met ons meedenkt.

15. En dan kom ik tenslotte weer terug bij dit vakbondshuis.

Want ook al betreft het hier maar een kleinschalig initiatief, het is een deeltje van het geheel.

Het zou niet goed zijn, als er alleen op nationaal of provincieniveau door een aantal Bobo's wordt gesproken over zaken als werkgelegenheid, milieu en woonomgeving.

Een vakbondshuis als dit biedt de kans om daar meer mensen aan te laten deelnemen.

Ik zou zeggen: breng mensen bij elkaar, denk mee, en praat mee.

En zorg dat het gehoord wordt.

Het zou toch prachtig zijn, als hier niet alleen leden werden geholpen die met hun belastingformulier of hun loonstrookje worstelen, maar als die leden ook geholpen worden door over hun toekomst na te denken.

Zo bouw je aan een regionaal vakbondsnetwerk.

Dat is precies de meerwaarde, die zo'n vakbondshuis moet bieden.

Dat zit hem niet in overgereguleerde grote structuren.

Maar in het feit dat jullie een open werkplaats bieden voor mensen die iets willen doen.

Nuttige dingen, leuke dingen, belangrijke dingen.

Kleinschalig, toegankelijk, pluriform en in die zin: modern.

Zeg maar; een netwerkfunctie.

En het netwerk van dit Hengelo's centrum kan zelfs over de landsgrenzen heen gaan.

Grensarbeid is een hot-issue in deze regio, in deze stad.

En jullie werken al jaren samen met vakbondscollega's uit Duitsland.

Jullie hebben nu weer een herkenbaar punt.

Een plek waar iedereen elkaar kan ontmoeten.

Laat duizend bloemen bloeien, en maak daar een mooi boeket van!

Voor meer informatie:

FNV Voorlichting, 020 5816 550

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie