Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak Van Boxtel: Grotestedenbeleid in Europees verband

Datum nieuwsfeit: 04-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Toespraak van minister Van Boxtel: Grotestedenbeleid in Europees verband

4 oktober 1999, te Tampere
Mevrouw de Voorzitter!
Allereerst spreek ik gaarne mijn welgemeende complimenten uit voor de enthousiaste inzet waarmee het Finse voorzitterschap de voortgang van het Urban Exchange Initiative ter hand heeft genomen.
Ook maak ik graag van de gelegenheid gebruik om de recent benoemde Commissaris de heer Barnier veel succes toe te wensen in de toekomst, en, het spreekt vanzelf, in het bijzonder inzake stedelijke vraagstukken.
Graag verontschuldig ik mijn collega minister Jan Pronk, die helaas verhinderd is vandaag en morgen aanwezig te zijn. De lidstaten én de Commissie beschikken met het nu voorliggende eindrapport inzake het Urban Exchange Initiative over een goed inzicht in wat in de lidstaten de "state of the art" is ten aanzien van een aantal belangrijke stedelijke vraagstukken. Via achtereenvolgens de actieve bijdrage van de recente voorzitters van de Europese Unie, respectievelijk het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Oostenrijk en nu Finland zijn diverse thema's nader belicht.
Finland heeft nu gekozen voor twee thema's:

1. De economische ontwikkeling van stedelijke regio's via een zogenaamde expert aanpak. De basis is daarbij het belang van een organiserend vermogen én het partnership van de deelnemende partijen. Wat de Finse onderzoeken ons leren, is dat vooral het lokaal en regionaal organiserend vermogen om de lokale economische ontwikkeling weer op gang te krijgen van vitaal belang is. Sleutel begrippen zijn hierbij effectieve samenwerking tussen private en publieke instanties en goede afstemming tussen alle betrokken bestuurslagen.
Op dit punt veroorloof ik mij ook een opmerking over Brussel als bestuurslaag. Ook deze bestuurslaag zal in de toekomst aandacht aan afstemming van beleid moeten besteden. Juist de veelvormigheid van stedelijk beleid vraagt om een integrale benadering én strakke coördinatie tussen alle betrokken directoraten generaal. Commissie en lidstaten moeten een gezamenlijk doel hebben, namelijk een effectieve implementatie van beleid op lokaal niveau. 2. Het tweede thema betreft de noodzaak van verder onderzoek naar stedelijk beleid (Urban research and information systems). In het Finse onderzoek komen ook op dit punt een aantal belangwekkende zaken naar voren. Bijvoorbeeld de drie kenmerken voor het economisch functioneren van steden: Steden als generator of spil voor publieke diensten en dienstverlening, steden als een basis en stimulator voor ondernemingen, en de competitie tussen steden. Onderzoek wordt door de Finnen tevens bepleit inzake stedelijk management, community involvement, sectoraal denken versus een gecoördineerde aanpak. Benchmarking en de ontwikkeling van indicatoren spelen voorts ook een belangrijke rol.

De les die wij overigens in dit verband in Nederland inmiddels hebben geleerd is dat het bij steden beslist niet alleen gaat over de fysieke infrastructuur, maar ook over de sociale infrastructuur en over vraagstukken inzake sociale uitsluiting - in het bijzonder betreft dit de bijvoorbeeld 1,5 miljoen etnische minderheden - én over de economische structuur.

In Nederland hebben we nu via mijn ministerschap een waarborg geschapen voor deze integrale benadering. Dit doordat ik ook financieel mede verantwoordelijkheid heb op de begrotingsonderdelen van mijn collega's. In de komende 4 jaar gaat er circa 16 miljard gulden naar de 25 geselecteerde steden. Het grootste gedeelte van dit geld (circa 12 miljard) zijn bestaande financiële stromen, die we echter gerichter op de samenwerking en samenhang inzetten.

Eind vorig jaar is de 25 steden zowel een investeringsplan gevraagd als een beleidsplan met een lange termijn visie van 10 jaar voor de stad. Met de steden worden vervolgens convenanten voor de duur van 4 jaar afgesloten. Dat is over de huidige Kabinetsperiode heen, omdat we reeds ruim 1 jaar in office zijn. Daarmee wordt ook de continuïteit van het Rijksbeleid gewaarborgd.

Specifiek in dit verband worden Public Private Partnerships gepromoot om steden zodoende ook meer privaat geld én maatschappelijke betrokkenheid te bieden om te werken aan de revitalisering van achterstandswijken en oude bedrijfsterreinen. In dit opzicht ga ik er dan ook van uit dat zulke voorstellen niet door één onderdeel van de Commissie worden afgewezen zonder dat een ander onderdeel van de Commissie, Regionaal Beleid bijvoorbeeld, hier van de op de hoogte is. Juist op het vlak van stedelijk beleid en constructies zoals PPS moet een goede afstemming binnen de Commissie én met de lidstaten een conditio sine qua non zijn.

Naast het nu geproduceerde document door het Finse Voorzitterschap ligt, ter discussie, een voorstel op tafel om de resultaten van het Urban Exchange Initiative en het in november te Wenen door de Commissie gepresenteerde actieplan voor stedelijk beleid te vertalen in een concrete visie voor de lange termijn aanpak.

Vragen die daarbij een rol spelen zijn de ontwikkeling naar een meer polycentrisch georiënteerd Europa wat betreft stedelijke ontwikkeling, en de relatie naar structuurfondsen in de periode 2000-2006. Vooral de vraag of in de prioriteitstelling wordt gekozen voor de problemen als vertrekpunt, of juist de kansen, waar Nederland op gefocused is, acht ik zeer wezenlijk.

In dit verband zouden we nu al de discussies moeten starten over de inzet van de structuurfondsen ná het jaar 2006 voor de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden voor de steden. Slechts op deze wijze krijgen we steden weer in balans en bieden we structureel perspectief voor de huidige en toekomstige inwoners van Europa.

Ik herhaal nog maar eens de woorden Delors: Sterke steden maken een sterk Europa óf als de steden falen, faalt Europa.

Alles overziende ligt er nu veel materiaal op tafel. Zoveel relevant materiaal dat het voldoende moet zijn om van studie over te gaan actie. We moeten de komende jaren dan ook naar een resultaatgerichte aanpak komen.

In Nederland hebben wij nu sinds 1994 ervaring opgedaan met gericht stedelijk beleid. langzaam maar zeker komen contouren in beeld die in de toekomst kunnen bijdragen aan echte oplossingen voor sociale uitsluiting, onveiligheid, wegtrekkende bedrijvigheid én gezinnen. Fundamenteel bij de Nederlandse aanpak is het onderkennen van drie pijlers in stedelijk beleid. Een inzake de fysieke infrastructuur, een met betrekking tot de economische infrastructuur én de sociale infrastructuur. Dé grote uitdaging is deze met elkaar effectief te verbinden. Een aparte, relatief nieuwe poot in deze benadering is de stormachtige ontwikkeling in het informatie en telecommunicatie (multimedia) beleid. Ook op dit vlak moet uitsluiting van participatie worden voorkomen. Ik ben onder de indruk van de situatie in Finland op dit gebied.

Het voorstel van Finland om een gezamenlijk standpunt te gaan bepalen over zowel het actieplan van de Commissie, het inventariseren van gemeenschappelijke prioriteiten, en waar nodig het verder doen plegen van onderzoek via de tot dusverre gekozen aanpak van het Urban Exchange Initiative verdient dan ook de volle en volledige steun van Nederland.
Begin volgend jaar start in Nederland het kenniscentrum grote steden, en ik wil van harte bevorderen dat dit kenniscentrum ook aangesloten kan worden op een in te stellen Europees equivalent.

Belangrijk is daarbij dat het resultaat van het actie plan concreet en operationeel moet zijn. Op zo een wijze dat de lidstaten, en de Commissie alsmede andere EU instanties er ook praktisch mee aan de slag kunnen. Opdat, en daar gaat het om, de inwoners van de steden ook daadwerkelijk gaan merken dat de EU meer is dan alleen een Euro in de portemonnee, maar ook daadwerkelijk probeert perspectieven te bieden voor hun stedelijk leven.
Europa heeft hier de kans om de Europese burgers écht te laten zien dat Brussel meer is dan een 11 talen regime, maar ook aandacht besteed aan haar kloppend hart, namelijk de stad!

Mevrouw de voorzitter, een aantoonbaar resultaat de komende jaren, waarbij de achtergebleven delen van onze Europese steden weer meekomen in de vaart der volkeren, waar niet langer gezinnen met kinderen de stad ontvluchten, waar men graag woont, leeft werkt en speelt, dát is niet alleen een uitdaging maar ook onze plicht om hier echt concreet te worden.

Het voorstel beoogt verder in praktische zin de benutting van het bestaande comité voor de Ruimtelijke Ordening, waar de lidstaten en de Commissie inzake EUROP al geruime tijd met elkaar samenwerken. Afronding van deze actie zou verder moeten plaatsvinden gedurende het Franse Voorzitterschap in de tweede helft van 2000.

Indien zowel het aanstaande Portugese als het Franse voorzitterschap eveneens hier hun bijdrage en steun aan willen leveren, dan zal Nederland dit van harte ondersteunen en zijn bijdrage gaarne leveren. In het nieuw millennium is de toekomst aan de steden. Dus op volle kracht vooruit.

Ik sluit nogmaals af met dank aan de Finse gastheren- en vrouwen. Helaas moet ik om 17.00 uur vertrekken. Ik dank u voor uw aandacht en wens u nog een hele goede conferentie toe.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie