Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Geannoteerde Agenda Algemene Europese Raad 11/12 okt. 1999

Datum nieuwsfeit: 04-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Algemene

Commissie voor Europese Zaken

en de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag
Directie Integratie Europa

Associatie en andere Bijzondere Betrekkingen

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 4 oktober 1999
Kenmerk 632/99
Blad /14
Bijlage(n) 1
Betreft Geannoteerde Agenda

Algemene Raad d.d. 11/12 oktober 1999

Zeer geachte Voorzitter,

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij de geannoteerde agenda van de Algemene Raad van 11/12 oktober a.s. aan te bieden.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Geannoteerde Agenda Algemene Raad d.d. 11/12 oktober 1999

Voorbereiding van de Europese Raad (Tampere 15/16 oktober 1999)

De Algemene Raad zal de voorbereiding van de Europese Raad van Tampere bespreken. Over de Nederlandse inzet voor deze ER is u op 28 juni een brief van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken toegegaan (kamerstuk 21 501-20). De Finse Minister-President Lipponen zal dezer dagen zijn rondreis langs Europese hoofdsteden ter voorbereiding van de ER van Tampere maken.

Meer in het bijzonder zal de Raad een discussie wijden aan de wijze waarop het externe optreden van de EU op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ) versterkt en meer coherent gemaakt zou kunnen worden. Het voorzitterschap heeft hiertoe een 'discussion-paper' opgesteld dat op 29 september in het Comité van Permanente Vertegenwoordigers besproken wordt (doc SN 3664/99; copie hierbij gevoegd). JBZ-onderwerpen spelen in toenemende mate een belangrijke rol in de relatie van de EU met de omringende landen en regio's. De werkzaamheden van de High Level Working Group voor Asiel en Migratie (HLWG) tonen aan dat een coherente pijleroverstijgende aanpak in EU-verband tot nuttige resultaten kan leiden. De regering onderschrijft dan ook het streven van het voorzitterschap om het externe optreden op JBZ-gebied te versterken en meer coherentie in dit beleid aan te brengen. Ik zal er voorts voor pleiten dat het mandaat van de HLWG wordt verlengd en uitgebreid.

Handvest van de Grondrechten

In de Raad zal worden gesproken over de voorbereidingen van een EU-Handvest van grondrechten in vervolg op de eerdere bespreking tijdens de Algemene Raad van 13 september jl. Zo zal de Raad zich buigen over de gewenste samenstelling van het forum dat de redactie van het Handvest op zich zal nemen. Het gaat hierbij met name om de vraag hoeveel leden namens de lidstaten, de Commissie, het Europees Parlement en de nationale parlementen aan dit forum deel dienen te nemen. Ook zal gesproken worden over de betrokkenheid van andere deelnemers, afkomstig van onder meer het Hof van Justitie, de Raad van Europa en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

De Europese Raad van Tampere zal nadere aanwijzingen geven over de organisatorische voorbereiding van het forum.

Gemeenschappelijk Europees veiligheids- en defensiebeleid (GEVDB): voorbereiding met het oog op de Europese Raad te Helsinki

Minister Halonen zal namens het Finse voorzitterschap een korte toelichting geven op het werkprogramma voor de periode tussen nu en de Europese Raad van Helsinki. Een inhoudelijk debat wordt in dit stadium niet verwacht.

Dit is voorzien tijdens de Algemene Raad van 15 november a.s. Bij die gelegenheid zullen ook de Ministers van Defensie van de lidstaten aanschuiven.

Mensenrechten: follow-up van de Verklaring van Wenen

De Raad zal spreken over de activiteiten in vervolg op de verklaring die door de Europese Raad van Wenen werd aangenomen ter gelegenheid van 50 jaar Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Ter versterking van het EU-beleid werd een zestal actiepunten geïdentificeerd, nl:


1. verbetering van de gemeenschappelijke vaststelling van mensenrechtensituaties, inclusief de mogelijkheid van publicatie van een jaarlijks EU-mensenrechtenrapport;


2. verdere ontwikkeling van onderwijs en trainingsactiviteiten;


3. het nut bezien van een periodiek discussieforum inzake mensenrechten met deelname van EU-instituties, academische instituten en nongouvernementele organisaties;


4. de mogelijkheid van het opzetten van een gezamenlijk bestand van experts op het gebied van mensenrechten en democratie t.b.v. veldoperaties en verkiezingswaarneming;


5. het ontwikkelen van regels voor samenwerkingsprogrammas met derde landen;


6. de mogelijke versterking van EU-structuren met het oog op een coherente verwezenlijking van de vijf voorgaande punten.

Het Duitse voorzitterschap stelde een eerste beschrijvend voortgangsrapport op, waarvan de Europese Raad van Keulen (juni 1999) kennis nam. Ten aanzien van het EU-jaarrapport (punt 1) en het EU-discussieforum (punt 3) is nadere voortgang geboekt. Na aanvaarding door de Raad zal het rapport aan het Europese Parlement worden aangeboden. Alle lidstaten hebben een bijdrage geleverd ten behoeve van het jaarrapport datbeoogt beter inzicht te geven in de achtergronden, de institutionele structuren en de politieke instrumenten die het mensenrechtenbeleid van de EU vormgeven, zowel binnen de EU als in multilaterale fora en ten opzichte van derde landen. Daarnaast wordt specifieke aandacht besteed aan het EU-beleid op een aantal thema's waaraan ook Nederland zeer hecht. Deze hebben betrekking op zowel de burger- en politieke rechten, als op economische, sociale en culturele rechten.

Voorts worden voorbereidingen getroffen voor een discussieforum te houden op 30 november/1 december a.s. Het forum moet dienen ter versterking van de dialoog tussen de EU en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld. Een en ander moet worden gezien in de bredere context van vergroting van de transparantie van het EU-mensenrechtenbeleid. Het EU-jaarrapport zal dienen als basis voor de discussie. De conclusies dienen toekomst gericht te zijn en een basis te leggen voor voortgaande gedachtevorming.

Nederland heeft altijd gepleit voor vergroting van de transparantie van het EU-mensenrechtenbeleid. Zowel het jaarrapport als het discussieforum markeren in dat opzicht een belangrijke stap voorwaarts. Ik zal erop aandringen dat nu ook spoedig voortgang wordt gemaakt met de overige vier actiepunten van Wenen.

Oost-Timor

De Raad zal zich buigen over de ontwikkelingen in Oost- en West-Timor.

Nu de vredesmacht actief is op Oost-Timor richt de internationale aandacht zich met name op de humanitaire noodsituatie en onderzoek naar mensenrechtenschendingen voor en na het referendum. Zo heeft de speciale zitting van de VN-commissie voor de Rechten van de Mens de SGVN verzocht een internationale onderzoekscommissie in te stellen. Deze is inmiddels ingesteld en zal worden geleid door mw. M. Robinson, de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten.

Op 27 september ondernam de EU diplomatieke actie richting Indonesische autoriteiten, waarbij opnieuw werd aangedrongen op "safe access" voor hulpverleners en "physical safety" voor de ontheemden in Oost- en West-Timor. Nederland blijft zich inzetten voor verbetering van de humanitaire situatie. De internationale gemeenschap moet druk blijven uitoefenen op Jakarta om te voorkomen dat de tienduizenden naar West-Timor gevluchte ontheemden worden gegijzeld door milities. Deze groep moet in staat worden gesteld naar huis terug te keren. Het verbeteren, via INTERFET, van de veiligheidssituatie in het westelijke deel van Oost-Timor is daarvoor noodzakelijk.

De EU heeft tot nog toe 5 miljoen Euro toegezegd ten behoeve van humanitaire hulpverlening aan de Oost-Timorezen. Nederland heeft 2 miljoen gulden beschikbaar gesteld, uit te voeren door VN-organisaties en NGO's.

Westelijke Balkan

De Algemene Raad zal voornamelijk spreken over de actuele politieke, militaire en humanitaire ontwikkelingen in Kosovo. Terzake gaat u voorafgaand aan het Algemeen Overleg van 5oktober a.s. een overzichtsbrief toe. Voorts zal de Raad een ontmoeting hebben met vertegenwoordigers van de Servische oppositie, waarbij o.a. zal worden gesproken over toekomstige samenwerking tussen de EU en een democratische FRJ en het Energie voor Democratie-initiatief. Wat dit laatste betreft zal ik pleiten voor een snel begin van uitvoering. Een creatieve en flexibele benadering acht ik daarbij van groot belang. Bij de uitvoering van dit initiatief is een belangrijke rol weggelegd voor de G-17 (een groep van Servische oppositionele economen). Met een delegatie van deze groep zal ik op 5 oktober in Den Haag nader overleg voeren over het Energie voor Democratie-initiatief.

Ook zal het sanctieregime tegen de FRJ aan de orde komen. Gezien het totale gebrek aan vooruitgang bij democratisering van FRJ, dient maximale druk op Milosevic te worden uitgevoerd.

Tenslotte zullen ontwikkelingen m.b.t. de uitvoering van het Stabiliteitspact worden besproken. Ik zal pleiten voor spoedige uitwerking van concrete activiteiten met als hoofduitgangspunten regionale samenwerking en local ownership.

Toetreding tot de WTO: Albanië en Kroatië

De Raad zal zich buigen over de toetreding van Kroatië en Albanië tot de WTO. Frankrijk heeft zich tot op heden tegen deze toetreding verzet omdat het aanbod van Kroatië en Albanië in de audiovisuele sector onvoldoende zou zijn. Frankrijk meent dat dit aanbod volledig moet overeenkomen met het 'acquis communautaire' - dat bescherming van de eigen culturele identiteit garandeert - omdat er anders problemenzouden kunnen ontstaan indien deze landen tot de EU toetreden. Alle andere lidstaten kunnen wel instemmen met het aanbod van beide landen. Zij vinden het niet-realistisch nu reeds rekening te houden met EU-toetreding, die niet op korte termijn zal plaatsvinden. Een en ander zou, zo kort na de lancering van het Stabiliteitspakt, bovendien niet goed worden begrepen, noch door de twee betrokken landen zelf, noch door buitenstaanders.

Intussen is bespreking in WTO-kader van het lidmaatschap van Kroatië en Albanië uitgesteld en doet de Commissie nog een laatste poging om in overleg met andere WTO-partners (waaronder de VS, die volgens Frankrijk mede invloed heeft gehad op het nu voorliggende aanbod van Kroatië en Albanië) tot overeenstemming te komen. Of dit al ten tijde van de Raad van 11 oktober tot resultaten heeft geleid, mag worden betwijfeld. Nederland zal in ieder geval tijdens de Raad een beroep doen op Frankrijk om zich flexibel op te stellen.

Voorbereiding van de derde ministeriële conferentie van de WTO (Seattle, 30 november - 3 december)

De Raad zal spreken over een tekst die, in de vorm van Raadsconclusies, de Commissie richting moet verschaffen in de onderhandelingen in Genève over de verklaring van Seattle en in Seattle zelf. Nederland wenst een ambitieuze politieke boodschap, waarin wordt aangegeven waarom de EU een veelomvattende WTO-ronde van belang acht. In het bijzonder zal ik aandacht vragen voor het belang:


- van versterking van de WTO als regulerende instantie en de rol die de WTO moet spelen bij het integreren vanontwikkelingslanden in de wereldeconomie;


- van verdere handelsliberalisatie;


- van een open opstelling van de EU ten aanzien van de wensen van ontwikkelingslanden, en in het verlengde daarvan, van de bestaande implementatieproblematiek (implementatie van de verplichtingen van de Uruguay-ronde);


- van een politieke boodschap waarin wordt ingegaan op de raakvlakken van handel met andere beleidsterreinen, zoals milieu, arbeidsnormen en dierenwelzijn.

Samenwerkingsraad met Armenië, Azerbeidjan en Georgië

Aanneming van het standpunt van de EU bij de eerste zitting van de Samenwerkingsraad op 12 oktober 1999

En marge van de Algemene Raad vinden de 1ste samenwerkingsraden plaats met Armenië, Azerbeidjan en Georgië. Per 1 juli 1999 zijn de Partnerschaps- en Samenwerkingsakkoorden met deze landen van kracht. Deze overeenkomst beoogt structurering van de economische en handelsbetrekkingen, en heeft daarnaast als doelstelling het versterken van de politieke dialoog, consolidatie van de democratie en eerbiediging van de mensenrechten.


- Armenië: Onderwerp van discussie zal ondermeer zijn het Nagorno-Karabach conflict, de economische hervormingen en de voorgenomen sluiting in 2004 van de kerncentrale Medzamor.


- Azerbeidjan: Besproken zullen worden het Nagorno-Karabach conflict en het belang dat de EU hecht aan persvrijheid..


- Georgië: Op de agenda staan onder andere de goede voortgang bij de economische hervormingen en het conflict in Zuid-Ossetië.

Betrekkingen met Rusland

Mededeling over de voorbereiding van de topontmoeting EU-Rusland (22 oktober 1999)

Op 22 oktober a.s. is een topontmoeting voorzien tussen President Jeltsin, President Ahtisaari en Commissievoorzitter Prodi. Op 7 oktober is een trojka op DGPZ niveau met Rusland voorzien. Op de agenda van deze bijeenkomst staat o.a.:


- ontwikkelingen in Rusland (economische hervormingen, conflict in de Kaukasus, Doema-verkiezingen);


- de relaties tussen EU en Rusland (implementatie Gezamenlijke Strategie, versterking politieke dialoog);


- Europese veiligheidsarchitectuur (Istanboeltop);


- ontwikkelingen in de EU (GBVB, Noordelijke Dimensie, uitbreiding EU);


- regionale kwesties (Balkan, Belarus, Transdnjestrië, Nagorno Karabach, Baltische staten, Midden-Oosten, Oost-Timor).

Wat de relaties tussen de EU en Rusland betreft hecht Nederland veel waarde aan structurering van de GBVB-onderdelen van de Gemeenschappelijke Strategie Rusland. Een permanente dialoog met Rusland biedt concrete mogelijkheden voor gezamenlijke initiatieven op het gebied van buitenlands beleid, vrede en veiligheid en preventieve diplomatie.

De EU zal aandringen op versnelde economische hervormingen enhet verder openen van de Russische markten conform het Partnershaps- en Samenwerkingsakkoord.

De EU zal van de gelegenheid gebruik willen maken om haar bezorgdheid naar voren te brengen over de meest recente ontwikkelingen in de Noord-Kaukasus en aan te dringen op proportionaliteit inzake de militaire operaties en toegang tot vluchtelingen voor VN en NGO's t.b.v. humanitaire hulpverlening.

Birma/Myanmar: vernieuwing van het gemeenschappelijk standpunt

Op 29 oktober loopt de termijn waarin het huidige Gemeenschappelijke Standpunt (GS) jegens Birma geldt, af.

Derhalve zal de Raad zich buigen over de verlenging van het GS.

Het GS houdt samengevat het volgende in:


- geen uitwisseling van militairen tussen de EU en Birma;


- een embargo op wapens, munitie en militaire uitrusting, alsmede opschorting van niet-humanitaire hulp of ontwikkelingsprogramma's (tenzij het gaat om mensenrechtenprogramma's of verstrekking van basisbehoeften aan de allerarmsten);


- visumbeperkingen (ook transitvisa) voor hooggeplaatste leden van de regerende State Peace and Development Council;


- visumbeperkingen (ook transitvisa) voor hooggeplaatste leden van de strijdkrachten en de veiligheidsdiensten;


- opschorting van hoge bilaterale bezoeken (ministers enhoogste ambtenaren);

Inmiddels heeft Het Finse voorzitterschap verkenningspogingen gestart om te komen tot een politieke dialoog met Birma in de vorm van gesprekken van de trojka op hoogambtelijk niveau en van de Finse minister Halonen met haar Birmese ambtgenoot. Om de resultaten hiervan vast te stellen is (onder meer) een lijst van politieke gevangenen overhandigd, die naar het oordeel van de EU zouden moeten worden vrijgelaten. De pogingen van het Voorzitterschap hebben evenwel geen positief resultaat opgeleverd. Er zijn nog nauwelijks politieke gevangenen vrijgelaten, doch er hebben wel nieuwe arrestaties plaatsgevonden.

Nederland steunt de pogingen van het Voorzitterschap om tot een politieke dialoog te komen en vindt ook dat zij moeten worden voortgezet. Juist in het licht van het tot nog toe negatieve resultaat van deze pogingen ben ik evenwel van mening dat tegelijkertijd het sanctieregime verder moet worden aangescherpt. Daarbij kan men in eerste instantie denken aan een ontmoedigingsbeleid ten aanzien van investeringen en toerisme, een sanctie die op nationaal niveau reeds in Nederland en het VK bestaat. Minimaal dienen de sancties in het kader van de Gemeenschappelijke Strategie te worden verlengd.

Nederland streeft ernaar het draagvlak in de Raad voor de aanscherping van sancties te verbreden en zal ervoor pleiten dat de EU publieke politieke druk op Birma blijft uitoefenen.

Gedragscode betreffende de wapenuitvoering

De Raad zal naar verwachting zijn goedkeuring hechten aan het eerste EU-jaarrapport over de wapenuitvoer. Deze rapportage vindt plaats in het kader van de EU-Gedragscode betreffende de wapenuitvoer, die de Raad in juni 1998 heeft aanvaard. Het jaarrapport is gebaseerd op de defensie-jaarverslagen van de lidstaten en bevat daarnaast een overzicht van de ervaringen van de lidstaten met de Gedragscode. Nederland is er voorstander van dat het EU-jaarrapport publiek gemaakt wordt.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie