Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Europese Raad Justitie en Binnenlandse Zaken

Datum nieuwsfeit: 04-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

2203. Raad - JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Luxembourg (04-10-1999) -Nr. 11281/99 (Presse 288)


11281/99 (Presse 288)

(OR. en)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2203e zitting van de Raad


- JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN -

Luxemburg, 4 oktober 1999

Voorzitter :

de heer Johannes KOSKINEN

Minister van Justitie

de heer Kari HÄKÄMIES

Minister van Binnenlandse Zaken

van de Republiek Finland

EINDVERSLAG VAN DE GROEP OP HOOG NIVEAU VOOR ASIEL- EN MIGRATIEVRAAGSTUKKEN

De Raad nam nota van het eindverslag (zie hieronder) en de daaraan gehechte actieplannen van de Groep op hoog niveau voor asiel- en migratievraagstukken, die erop gericht zijn voor belangrijke landen en regio's van oorsprong (Afghanistan en het omliggende gebied, Irak, Marokko, Somalië, Sri Lanka, Albanië en het omliggende gebied) de achterliggende redenen aan te pakken waarom mensen vluchten of migreren.

De delegaties verklaarden zich ingenomen met het verslag en de geïntegreerde, pijleroverschrijdende aanpak van de Groep op hoog niveau. Als een volgende stap, zo werd nog beklemtoond, moet uitvoering worden gegeven aan deze actieplannen en moeten daartoe de nodige financiële middelen worden begroot.

Het eindverslag van de Groep op hoog niveau zal worden voorgelegd aan de Raad Algemene Zaken van 11 oktober 1999 met het oog op de bijzondere zitting van de Europese Raad te Tampere.

"Eindverslag van de Groep op hoog niveau voor asiel- en migratievraagstukken :


1. Naar aanleiding van een Nederlands initiatief heeft de Raad Algemene Zaken op 7 en 8 december 1998 de Groep op hoog niveau voor asiel- en migratievraagstukken ingesteld. Deze Groep werd opgedragen pijleroverschrijdende actieplannen uit te werken ten behoeve van geselecteerde landen van oorsprong en doorreis van migranten en asielzoekers. Tijdens zijn bijeenkomst te Wenen op 11 en 12 december 1998 heeft de Europese Raad de instelling van de Groep op hoog niveau toegejuicht. Op 25 en 26 januari 1999 heeft de Raad het mandaat van de Groep goedgekeurd. De Groep kreeg opdracht, nog vóór de bijzondere bijeenkomst van de Europese Raad in Tampere op 15 en 16 oktober 1999 een eindverslag ter goedkeuring voor te leggen aan de Raad met daarin actieplannen voor deze landen ter uitvoering van een geïntegreerde, pijleroverschrijdende aanpak.

2. Ter uitvoering van haar mandaat heeft de Groep op hoog niveau voor vier belangrijke landen van oorsprong en doorreis in een regionale context actieplannen opgesteld; zulks is ook geschied voor Irak, na een evaluatie van de resultaten die het actieplan van 26 januari 1998 betreffende de toevloed van migranten uit Irak en het omliggende gebied tot dusver heeft opgeleverd. Er zijn actieplannen opgesteld voor de volgende landen, die op 25 en 26 januari 1999 door de Raad waren geselecteerd:


- Afghanistan en het omliggende gebied;


- Irak;


- Marokko;


- Somalië;


- Sri Lanka.


3. Met betrekking tot Albanië en het omliggende gebied, dat ook door de Raad werd geselecteerd op 25 en 26 januari 1999, acht de Groep op hoog niveau het dienstig om het desbetreffende actieplan als tussentijds verslag over de situatie in dit gebied voor te leggen, met name gezien de bijzondere situatie in de westelijke Balkan, de belangrijke rol van de Europese Unie in het kader van het Stabiliteitspact en het feit dat het aanbeveling verdient om de bijdrage van de Unie binnen dit kader te concentreren.
4. Migratie en het aparte, zij het daarmee verwante, vraagstuk van asiel staan hoog op de politieke agenda van de Europese Unie en haar lidstaten. Migratie is een verschijnsel met zowel positieve als negatieve aspecten voor de betrokken staten en personen. Het instituut "asiel" is gebaseerd op internationale verplichtingen, zoals in het Verdrag van Amsterdam uitdrukkelijk wordt bevestigd. Thans wordt algemeen erkend dat een pijleroverschrijdende en alomvattende benadering nodig is om de problemen aan te pakken. Het EG-Verdrag, zoals gewijzigd bij het Verdrag van Amsterdam, en het Actieplan van Wenen leveren passende instrumenten voor de ontwikkeling van een dergelijke aanpak en zouden ten volle moeten worden toegepast.

5. Door de Groep op hoog niveau in te stellen en deze opdracht te geven om actieplannen op te stellen die zijn toegespitst op de situatie in bovengenoemde landen, heeft de Raad te kennen gegeven dat het in het belang is van zowel de burgers van de Unie als die van de landen van oorsprong en doorreis van asielzoekers en migranten om migratie- en vluchtbewegingen aan de wortel aan te pakken, evenals de gevolgen daarvan.

6. De actieplannen zijn een concrete uiting van samenwerking binnen de EU op het gebied van asiel en migratie, zoals in het Verdrag van Amsterdam wordt beoogd. Zij zullen een praktische bijdrage leveren, omdat daarin concrete maatregelen worden voorgesteld die dienen te worden genomen in het kader van een asiel- en migratiebeleid van de Unie, hetgeen één van de onderwerpen is die zullen worden behandeld tijdens de bijzondere bijeenkomst van de Europese Raad in Tampere.
7. Uitgaande van de ervaring van zowel de Europese Gemeenschap als van de lidstaten is de Groep erin geslaagd, een diepgaande evaluatie van de geselecteerde landen uit te voeren en een gezamenlijke analyse te maken van de achterliggende redenen waarom mensen migreren en vluchten aan de hand van een actueel overzicht van de politieke, economische en mensenrechtensituatie in de betrokken landen.

8. De Groep geeft uiting aan haar waardering voor de uitstekende samenwerking met onder meer de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen (UNHCR), de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRK), Amnesty International en een aantal NGO's die gespecialiseerd zijn op het gebied van asiel- en migratievraagstukken, zoals de Europese Raad voor vluchtelingen en ballingen (ECRE) en de Migration Policy Group (MPG).
9. De actieplannen gaan uit van de premisse dat een gezamenlijke aanpak dient te worden gevolgd, waarbij aandacht uitgaat naar politieke en sociaal-economische factoren die resulteren in of voortkomen uit het vluchten of negatieve consequenties van migratie in een land. Alleen een alomvattende langetermijnaanpak, die inspeelt op wijzigingen in de situatie, kan hier doelmatig zijn. Alle relevante maatregelen waarover de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de lidstaten beschikken, zullen op gecoördineerde wijze moeten worden benut.
10. De actieplannen bevatten operationele voorstellen voor maatregelen die strekken tot samenwerking met de betrokken landen op drie geïntegreerde gebieden, namelijk buitenlands beleid, ontwikkeling en economische bijstand alsmede migratie en asiel. De actieplannen kunnen worden beschouwd als een eerste poging van de Europese Unie om tot een alomvattende en samenhangende aanpak te komen die is toegespitst op de situatie in een aantal belangrijke landen van oorsprong of doorreis van asielzoekers en migranten.

11. Essentiële instrumenten van een samenhangende aanpak zijn dialoog, samenwerking en gezamenlijke ontwikkeling. Belangrijke bestanddelen van de aanpak zijn bescherming van alle mensenrechten, ondersteuning van de democratisering en bevordering van de rechtsstaat, sociale en economische ontwikkeling, armoedebestrijding, ondersteuning van conflictpreventie en verzoening, alsmede samenwerking met de UNHCR en mensenrechtenorganisaties, waarborging van het recht op bescherming van vluchtelingen en asielzoekers, integratie van migranten en bestrijding van illegale immigratie (onder meer door middel van overnameovereenkomsten die door de Gemeenschap worden gesloten).
12. Teneinde een doelmatige en parallelle uitvoering van de actieplannen te waarborgen, moeten de Raad, de Commissie en de lidstaten op gecoördineerde wijze nauw samenwerken. Er dient overeenstemming te worden bereikt over de noodzakelijke financiële en personele middelen om de uitvoering veilig te stellen. Op diverse beleidsterreinen dient de expertise van de lidstaten beschikbaar te worden gesteld. Bij de uitvoering van de actieplannen dient tevens te worden gestreefd naar nauwe samenwerking met de relevante internationale organisaties. 13. Een efficiënte uitvoering vereist nauwe samenwerking tussen de door de actieplannen bestreken landen en de Unie en haar lidstaten, evenals de wederzijdse naleving van verplichtingen. 14. De doelstellingen van de pijleroverschrijdende aanpak en de actieplannen kunnen ook worden bevorderd door een versterking van de samenwerking met de landen die het lidmaatschap van de Europese Unie hebben aangevraagd. De Groep op hoog niveau acht het van belang dat deze landen bijdragen aan de inspanningen van de Europese Unie om de geïntegreerde, pijleroverschrijdende aanpak die is toegespitst op de situatie in landen van oorsprong en doorreis van asielzoekers en migranten, te ontwikkelen en uit te voeren. Samenwerking met de traditionele dialoogpartners van de Unie kan tot wederzijds voordeel strekken.
15. Er dient toezicht te worden uitgeoefend op de uitvoering van de in de actieplannen opgenomen maatregelen en de Raad dient te besluiten op welke wijze de resultaten van de geïntegreerde, pijleroverschrijdende methode zullen worden geëvalueerd."

KOSOVO - TOESTAND INZAKE DE TERUGKEER VAN ONTHEEMDEN

De Raad wisselde van gedachten over de toestand inzake de terugkeer naar Kosovo van ontheemden en meer in het bijzonder van personen die in het kader van het door de UNHCR georganiseerde humanitair evacuatieprogramma (HEP) zijn geëvacueerd.

Bij de beschrijving van de toestand op nationaal niveau lichtte een aantal ministers tevens de moeilijkheden toe die bij de terugkeer van ontheemden rijzen, zoals de omstandigheid dat er in het gebied geen bestuurlijke gesprekspartner is.

Tot besluit van zijn gedachtewisseling bereikte de Raad overeenstemming over de volgende conclusies:

"1. Tengevolge van de nieuwe situatie in Kosovo kon een groot aantal Kosovaarse vluchtelingen vrijwillig naar hun land terugkeren.
2. Enkele lidstaten hebben meegedeeld dat zij de rechtsregeling voor illegale immigranten uit die regio in het licht van de nieuwe situatie opnieuw zullen bezien.

3. Die situatie doet geen afbreuk aan de besprekingen over een tijdelijke beschermingsregeling in de Gemeenschap."

SAMENWERKING MET RUSLAND

De Raad nam nota van de informatie van het voorzitterschap over de vorderingen inzake de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken met Rusland naar aanleiding van de door de Europese Raad van Keulen aangenomen gemeenschappelijke strategie.

Op 28 september 1999 vond in het op grond van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst van 1997 opgerichte sub-comité voor mededinging, intellectuele eigendom, onderlinge aanpassing van wetgeving en bestrijding van georganiseerde criminaliteit een eerste bespreking met een Russische delegatie plaats over een ontwerp van het Europese actieplan voor Rusland ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit. Het ontwerp-actieplan bestrijkt justitiële samenwerking, samenwerking op het gebied van wetshandhaving en operationele werkterreinen (witwassen van geld, drugs, wapensmokkel, hightech-criminaliteit, enz.). De bespreking van dit actieplan zal worden voortgezet met het oog op de conferentie tussen de EU en Rusland over georganiseerde criminaliteit (Helsinki, 14-16 december 1999). Het actieplan zou onder het Portugese voorzitterschap moeten worden voltooid, om vervolgens door de Europese Raad te worden aangenomen en door Rusland te worden onderschreven.

De Raad werd verder door het voorzitterschap geïnformeerd over twee studiebijeenkomsten van de EU met Rusland die in juli te Lappeenranta hebben plaatsgevonden en die waren gewijd aan respectievelijk justitiële samenwerking en migratie.

Tijdens de studiebijeenkomst over justitiële samenwerking is het belang beklemtoond van het beginsel van de rechtsstaat en efficiënte openbare instellingen als noodzakelijke voorwaarden voor de ontwikkeling van een gezonde markteconomie. Voorts is benadrukt dat de verbetering van de justitiële infrastructuur van Rusland moet worden gesteund, maar dat Rusland tegelijk ook de internationale overeenkomsten inzake justitiële samenwerking dient te bekrachtigen. Verder is het idee geopperd om een justitieel samenwerkingskader op te zetten.

Doel van de studiebijeenkomst van de EU met Rusland over migratie was de deelnemers inzicht te geven in de huidige situatie en de toekomstperspectieven voor het bereiken van het doel van verdere samenwerking op migratiegebied. Tevens wilde men de deelnemers informeren over de situatie inzake migratie in Rusland en de druk die uitgaat van de illegale migratie vanuit Rusland naar de EU-lidstaten.

Het voorzitterschap deelde mee dat de Raad tijdens een volgende zitting verder zal worden geïnformeerd over de samenwerking met Rusland op het gebied van justitie en binnenlandse zaken.

OVEREENKOMST VAN DUBLIN - REGELINGEN MET NOORWEGEN EN IJSLAND

Commissielid VITORINO legde de Raad een aanbeveling voor een besluit voor houdende machtiging van de Commissie om met IJsland en Noorwegen onderhandelingen te openen over een overeenkomst inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij één van de lidstaten van de Europese Unie of bij IJsland of Noorwegen wordt ingediend.

Gememoreerd zij dat zo'n mechanisme in EU-verband tot stand is gebracht bij de Overeenkomst van Dublin van 1990 ("betreffende de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij één van de lidstaten wordt ingediend"), die op 1 september 1997 in werking is getreden.

De regelingen waarover met IJsland en Noorwegen zal worden onderhandeld teneinde beide landen in staat te stellen deel te nemen aan de uitwerking van criteria tot vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek, zijn gebaseerd op de Overeenkomst die de Europese Unie op 18 mei 1999 met beide landen heeft gesloten inzake de wijze waarop zij worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis. Krachtens deze Overeenkomst moeten bedoelde regelingen worden opgezet vóór de afschaffing van de controles aan de grenzen met de Noordse Staten, die naar verwachting in de tweede helft van het jaar 2000 haar beslag zal krijgen.

Commissielid VITORINO beklemtoonde dat zijn instelling met haar streven naar een communautaire overeenkomst een pragmatische aanpak had gevolgd die moet garanderen dat de gestelde termijn wordt nageleefd.

Na enkele eerste opmerkingen van de delegaties, die wezen op de complexe juridische kwesties die in deze context rijzen, gaf de Raad zijn bevoegde organen opdracht om onverwijld een aanvang te maken met de bestudering van de Commissieaanbeveling.

EU-STRATEGIE INZAKE DRUGS 2000-2004

De Raad hield een eerste debat over de EU-strategie inzake drugs voor de periode 2000-2004, een en ander op basis van de mededeling betreffende een actieplan van de Europese Unie inzake drugsbestrijding, die de Commissie op 28 mei 1999 heeft ingediend.

Commissielid VITORINO beschreef de voornaamste doelstellingen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken van deze multidisciplinaire mededeling, die tevens aangelegenheden bestrijkt in verband met volksgezondheid en externe betrekkingen. De mededeling bevat met name voorstellen tot versterking van de maatregelen en instrumenten met betrekking tot het toezicht op chemische precursoren, preventie en bestrijding van het witwassen van geld, effectieve samenwerking tussen politie-, douane- en justitiële autoriteiten, de uitvoering van het EU-actieplan ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit, preventie van het gebruik van nieuwe communicatiesystemen om drugsmisbruik, -productie en -handel te stimuleren, alsmede internationale samenwerking in de strijd tegen de illegale drugshandel.

In hun reacties brachten de lidstaten naar voren dat de informatie-uitwisseling en de coördinatie moeten worden verbeterd, en dat Europol en het Europees Drugswaarnemingscentrum te Lissabon een grotere rol moeten krijgen. De EU moet doorgaan met haar aanpak om zowel vraag als aanbod terug te dringen, en terzelfder tijd kunnen inspelen op nieuwe situaties, zoals synthetische drugs. Verscheidene delegaties beklemtoonden dat de strijd moet worden aangebonden tegen nieuwe synthetische drugs die op grote schaal in de EU worden vervaardigd. Verder werd nog gesteld dat bij de aanpak van het drugsprobleem een evenwichtige benadering op het gebied van preventie en repressie nodig is.

Tot besluit van dit debat zei de voorzitter dat rekening zal worden gehouden met de opmerkingen van de lidstaten bij de opstelling van het strategisch document voor de Raadszitting van december ter voorbereiding van de Europese Raad van Helsinki.

STAND VAN DE BEKRACHTIGING VAN OVEREENKOMSTEN OP HET GEBIED VAN UITLEVERING

Met betrekking tot de Overeenkomst aangaande de verkorte procedure tot uitlevering van 1995 en de Overeenkomst betreffende uitlevering van 1996


- herinnerde de Raad eraan dat volgens het actieplan ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit, dat in juni 1997 door de Europese Raad van Amsterdam is aangenomen, beide overeenkomsten uiterlijk eind 1998 door de lidstaten bekrachtigd hadden moeten zijn;

- drong de Raad er bij de lidstaten die zulks nog niet hadden gedaan, op aan alles in het werk te stellen opdat deze overeenkomsten zo spoedig mogelijk worden bekrachtigd;
- verzocht de Raad, herinnerend aan aanbeveling 13, tweede alinea, van genoemd actieplan, de lidstaten die nog niet tot bekrachtiging zijn overgegaan, de Raad vóór 15 mei 2000 verslag uit te brengen over de redenen daarvoor.

Denemarken, Finland, Duitsland, Portugal, Spanje en Zweden hebben de Overeenkomst aangaande de verkorte procedure tot uitlevering van 1995 (die van toepassing is wanneer de uit te leveren persoon zich niet tegen zijn overlevering verzet, en erop gericht is de tijd die met de uitlevering gemoeid is evenals de duur van de hechtenis met het oog op de uitlevering, tot een minimum te beperken) reeds bekrachtigd.

De Overeenkomst betreffende uitlevering van 1996 stelt essentiële voorwaarden voor uitlevering vast, om deze te vereenvoudigen en te verkorten en zodoende uitlevering te vergemakkelijken. Denemarken, Finland, Duitsland, Griekenland, Portugal en Spanje hebben deze Overeenkomst reeds bekrachtigd.

INFORMATIE VOOR DE NATIONALE PARLEMENTEN OVER JBZ-AANGELEGENHEDEN

De Nederlandse delegatie attendeerde de Raad op de belangrijke rol van de nationale parlementen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, een gebied dat de Europese burgers direct aanbelangt. Tegen deze achtergrond wees deze delegatie erop dat zij documenten ten minste veertien dagen vóór een Raadszitting in het Nederlands aan haar nationale parlement moet voorleggen.

De voorzitter nam nota van het vorengaande en zei dat met het oog op een volgende Raadszitting een discussie over deze aangelegenheid moet worden voorbereid.

EUROPESE RAAD VAN TAMPERE - Informatie over de voorbereidende werkzaamheden

Tijdens de lunch wisselden de JBZ-ministers een laatste keer van gedachten over de voorbereidende werkzaamheden met het oog op de bijzondere Europese Raad van Tampere van 15-16 oktober 1999. Een aantal delegaties diende nog bijkomende schriftelijke bijdragen in over de onderwerpen die op de agenda van de staatshoofden en regeringsleiders staan (België, over algemene politieke richtsnoeren, en Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk een gezamenlijk document betreffende asiel en immigratie).

De voorbereiding van deze top zal worden afgerond door de Raad Algemene Zaken van 11 oktober 1999.

Naar het oordeel van het voorzitterschap moet Tampere resulteren in een sterk politiek engagement om, door middel van een alomvattende aanpak, een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid tot stand te brengen, met de volgende belangrijke onderwerpen en doelstellingen:


- immigratie- en asielbeleid, buitengrenzen (een alomvattende strategie voor het immigratie- en asielbeleid; één enkel asielstelsel; afspraken over grenscontroles aan de buitengrenzen van de uitbreidende Unie; bestrijding van illegale immigratie en mensenhandel);

- een Europese justitiële ruimte (toegang tot de rechten; wederzijdse erkenning van vonnissen en beslissingen; onderlinge aanpassing van de wetgevingen; verbetering van de status van slachtoffers van misdrijven en waarborging van de status van verdachten van misdrijven);

- bestrijding van de grensoverschrijdende criminaliteit (misdaadpreventie; effectieve actie tegen misdaad, speciale actie tegen witwassen van geld).

Wat betreft de externe betrekkingen is het hoofddoel een krachtiger en coherenter extern optreden van de Unie op het gebied van justitie en binnenlandse zaken te waarborgen.

MEDEDELING OVER DE RECHTEN VAN SLACHTOFFERS VAN MISDRIJVEN

Onder het agendapunt Diversen presenteerde Commissielid VITORINO de Raad een mededeling over "Slachtoffers van misdrijven in de Europese Unie: reflecties over normen en maatregelen", die de Commissie op 14 juli 1999 heeft aangenomen.

Commissielid VITORINO beklemtoonde het belang van deze mededeling, nu het aantal personen dat op reis gaat of leeft in een ander dan hun eigen land voortdurend toeneemt. Hij zette de vier belangrijkste onderwerpen van de mededeling uiteen: het voorkomen van slachtofferschap, de bijstand aan slachtoffers, de positie van slachtoffers tijdens de strafrechtelijke procedure en de schadeloosstelling van slachtoffers.

In hun eerste reacties waren verscheidene delegaties het eens over het belang van de bescherming van slachtoffers van misdrijven; zij verklaarden zich dan ook ingenomen met dit initiatief van de Commissie.

ZONDER DEBAT AANGENOMEN PUNTEN

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Financieel reglement Europol

De Raad stelde het financieel reglement vast in zijn herziene versie zoals die tot stand is gekomen na de opmerkingen van het gemeenschappelijk controlecomité van Europol, en dat in de plaats komt van het op 18 januari 1999 goedgekeurde financieel reglement.

Het financieel reglement bevat bepalingen over de opstelling, de structuur en de uitvoering van de begroting. Tevens wordt bepaald hoe rekeningen moeten worden voorgelegd en gecontroleerd.

Begroting van het Schengeninformatiesysteem (SIS)

De Raad stelde de C.SIS-installatie- en werkingsbegroting voor 2000 vast.

De ontwerp-begroting voor de C.SIS-installatie beloopt EUR 800.000, terwijl de ontwerp-begroting voor de C.SIS-werking EUR 1.212.000 bedraagt. Deze ontwerp-begrotingen zijn gebaseerd op de meerjarenraming, die rekening houdt met de voortzetting van de vernieuwing van het C.SIS en de werkzaamheden in verband met de integratie van de Noordse Staten.

Collectieve evaluatie van kandidaat-lidstaten

De Raad nam nota van de voorlopige verslagen over Estland en Polen van de op grond van een Gemeenschappelijk optreden van 29 juni 1998 opgerichte Deskundigengroep Collectieve Evaluatie.

Deze deskundigengroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en de Commissie, heeft tot taak het opstellen en bijwerken van collectieve evaluaties van de situatie in de kandidaat-lidstaten voor wat betreft de inwerkingtreding, de toepassing en de daadwerkelijke uitvoering van het acquis van de Europese Unie op het gebied van justitie en binnenlandse zaken in de kandidaat-lidstaten.

In de voorlopige verslagen over Estland en Polen worden de tot dusver gemaakte vorderingen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken en de nog resterende tekortkomingen geëvalueerd.

De Raad nam nota van deze verslagen en verzocht de deskundigengroep te blijven toezien op de vorderingen van Estland en Polen bij de uitvoering van het acquis. Met deze verslagen moet ook rekening worden gehouden bij de keuze van en het toezicht op programma's voor financiële steun, wanneer de Commissie aanpassingen van de prioriteiten en doelstellingen van de partnerschappen voor de toetreding voorstelt alsmede, in het algemeen, in de context van de toekomstige besprekingen over de uitbreiding.

EXTERNE BETREKKINGEN

Kosovo/Montenegro - vrijstelling van het olie-embargo

De Raad stelde een nieuwe verordening vast met betrekking tot het olie-embargo ten aanzien van de Federale Republiek Joegoslavië, een en ander ter uitvoering van het Gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 3 september 1999 dat erop gericht is de provincie Kosovo en de Republiek Montenegro vrij te stellen van het verbod op de verkoop en levering van olie.

In de nieuwe verordening zijn meer in het bijzonder de bepalingen overgenomen van de Verordening van 30 april 1999, waarbij het olie-embargo is ingesteld, maar wordt tevens bepaald dat de bevoegde autoriteiten de verkoop, levering of uitvoer van olie aan de Federale Republiek Joegoslavië mogen toestaan, mits afdoende wordt aangetoond dat


1. de olie vanuit de Gemeenschap naar Montenegro of Kosovo wordt vervoerd zonder transit door andere delen van Servië, en
2. de olie het grondgebied van Montenegro of Kosovo niet verlaat voor een andere bestemming in Servië.

Als afdoend bewijs wordt aangemerkt een verklaring van de Speciale Vertegenwoordiger van de VN voor Kosovo of van de bevoegde autoriteiten van Montenegro.

Opgemerkt zij dat, zoals bepaald in de oorspronkelijke verordening, tevens is voorzien in vrijstellingen voor producten ten behoeve van diplomatieke missies van de lidstaten in de Federale Republiek Joegoslavië of ten behoeve van internationale militaire vredeshandhaving ter plaatse, alsmede ingeval afdoende wordt aangetoond dat zuiver humanitaire doeleinden worden gediend.

Samenwerkingsovereenkomst met het Koninkrijk Cambodja

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan een besluit betreffende de sluiting van de Samenwerkings-overeenkomst met het Koninkrijk Cambodja, die op 1 november 1999 in werking treedt.

Deze Overeenkomst werd ondertekend op 29 april 1997 en bevat bepalingen over mensenrechten en een niet-uitvoeringsclausule - die van toepassing is indien een der partijen haar verplichtingen krachtens de overeenkomst niet nakomt - die vergelijkbaar zijn met die van andere recentelijk door de Gemeenschap ondertekende overeenkomsten.

Over de belangrijkste doelstellingen van deze overeenkomst kan het volgende worden gezegd:
a) de partijen komen overeen elkaar de status van meestbegunstigde natie te verlenen voor de handel in goederen ten aanzien van alle in de Overeenkomst expliciet genoemde terreinen, met uitzondering van de voordelen die elke partij verleent in het kader van douane-unies of vrijhandelsgebieden, faciliteiten voor het grensverkeer met de buurlanden of specifieke verplichtingen die uit internationale grondstoffenovereenkomsten voortvloeien; b) het bevorderen en intensiveren van het onderlinge handelsverkeer, en het aanmoedigen van de gestage uitbreiding van de economische samenwerking, overeenkomstig de beginselen van gelijkheid en wederzijds voordeel;
c) versterking van de samenwerking op gebieden die het meest van invloed zijn op de economische vooruitgang, en waardoor wederzijdse voordelen worden geschapen ;
d) het leveren van een bijdrage tot de inspanningen van Cambodja om de kwaliteit van het leven en de levensstandaard van de armste bevolkingsgroepen te verbeteren, parallel aan het beleid voor de wederopbouw van het land ;
e) het scheppen van werkgelegenheid in de Gemeenschap en Cambodja aanmoedigen, waarbij voorrang wordt verleend aan programma's en maatregelen waarvan een positief effect kan worden verwacht; f) het nemen van de noodzakelijke maatregelen ter bescherming van het milieu en met het oog op het duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen.

De overeenkomst voorziet verder in handels-, economische en ontwikkelingssamenwerking, samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie, intellectuele eigendom, milieu, met inbegrip van bosbescherming, zeevervoer, mijnopruiming, ontwikkeling van menselijke hulpbronnen, energie, regionale samenwerking, bestrijding van misbruik van verdovende middelen, alsmede de overname van onderdanen. Deze overeenkomst bepaalt tevens dat de Gemeenschap haar samenwerking met Cambodja op het gebied van financiële en technische bijstand overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 443/92 van de Raad van 25 februari 1992 inzake financiële en technische hulp en economische samenwerking met de ontwikkelingslanden in Latijns-Amerika en in Azië versterkt.

Er wordt een Gemengde Commissie opgericht, die tot taak heeft de goede werking van de Overeenkomst te waarborgen.

Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een periode van vijf jaar. Zij bevat een toekomstige-ontwikkelingsclausule.

Georgië - toetreding tot de WTO

De Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, hechtten hun goedkeuring aan de toetreding van Georgië tot de Wereldhandelsorganisatie. Dit gemeenschappelijk standpunt zal door de Commissie namens de Gemeenschap en haar lidstaten aan de WTO worden voorgelegd.

WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

Europese stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden

De Raad nam een besluit aan tot benoeming, voor een periode van drie jaar, van de nieuwe leden van het Comité van deskundigen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden. Deze stichting, met zetel nabij Dublin in Ierland, is in 1975 bij verordening van de Raad opgericht.

BENOEMINGEN

Comité van de Regio's

De Raad nam een besluit aan tot benoeming van


- de heer Vicente ALVAREZ ARECES ter vervanging van de heer Sergio MARQUÉS,

tot lid van het Comité van de Regio's, en


- de heer José Luis Raniero GONZALEZ VALLVE ter vervanging van de heer Isaías LÓPEZ ANDUEZA,

- de heer Manuel COBO VEGA ter vervanging van mevrouw Carmen ALVAREZ-ARENAS CISNEROS
,


- de heer Jaime HEVIA RUIZ ter vervanging van de heer Leonardo VERDÍN BOUZA,


- de heer Francisco IRIBARREN FENTANES ter vervanging van de heer José María ARACAMA YOLDI,

tot plaatsvervangend lid van het Comité van de Regio's,

voor de verdere duur van hun ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2002.

VIA DE SCHRIFTELIJKE PROCEDURE AANGENOMEN BESLUIT

Ethiopië/Eritrea - wapenembargo

Op 30 september heeft de Raad een Gemeenschappelijk standpunt vastgesteld houdende verlenging tot en met 31 maart 2000 van het op 15 maart 1999 ten aanzien van Ethiopië en Eritrea opgelegde wapenembargo.


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie