Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Besluitenlijst 51e vergadering Comite van Ministers Taalunie

Datum nieuwsfeit: 04-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Besluitenlijst 51e vergadering van het Comité van Ministers

Breda, 4 oktober 1999

1. Besluit Comité van Ministers over de Commissie Terminologie

In april 1999 nam het Comité van Ministers een principebesluit over de instelling van een Commissie Terminologie. Deze commissie zal de Taalunie adviseren over het te voeren beleid op het terrein van terminologie. Voorts wordt de commissie nauw betrokken bij het opzetten en het uivoeren van projecten ter ondersteuning van dat beleid. Na consultatie van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren is een instellingsbeschikking voor de bedoelde commissie opgesteld. Het Comité van Ministers gaat ermee akkoord dat op basis van deze instellingsbeschikking de Commissie Terminologie wordt samengesteld. Het ligt in de bedoeling dat de commissie per 1 januari 2000 operationeel is. De instellingsbeschikking maakt deel uit van dit besluit.

2. Besluit Comité van Ministers over het Taaladviesoverleg

Het Taaladviesoverleg zal in zijn huidige vorm en samenstelling zijn werkzaamheden voortzetten tot de zomer van 2000. In het voorjaar 2000 zal het Comité van Ministers een principebesluit nemen over de eventuele voortzetting. Het Algemeen Secretariaat zal ter voorbereiding van dat besluit een beknopt rapport voorbereiden, onder meer op basis van gesprekken met instanties en personen die in het veld van de taaladvisering actief zijn.

3. Besluit Comité van Ministers over het Platform Onderwijs Nederlands

Het Platform Onderwijs Nederlands werd door de Nederlandse Taalunie opgericht ter verbetering van de kwaliteit van het onderwijs Nederlands door een gezamenlijke inspanning van het Nederlandse en Vlaamse onderwijsveld. In eerste instantie werd uitgegaan van een periode van drie jaar: 1995-1998. Inmiddels is een evaluatierapport opgesteld over de voorbije periode. Het Comité van Ministers heeft kennis genomen van de uitkomsten van deze evaluatie en stemt op grond daarvan in met een nieuwe instellingstermijn van drie jaar. Aan het Platform wordt gevraagd rekening te houden met de aanbevelingen uit het rapport bij het samenstellen van een nieuw activiteitenplan 1999-2001. Dit plan wordt voorgelegd aan het Comité van Ministers.

4. Besluit Comité van Ministers over een platform onderwijs Nederlands als tweede taal voor volwassenen in het taalgebied

De Taalunie wenst meer dan in het verleden het geval is geweest aandacht te besteden aan het onderwijs Nederlands als tweede taal (NT2) voor zowel autochtone als allochtone volwassenen. Daarmee hoopt de Taalunie een bijdrage te leveren aan de verdere professionalisering van het NT2-onderwijs aan volwassenen in Nederlands-Vlaams verband. Voor het volwassenenonderwijs NT2 binnen het taalgebied zal een platform worden ingesteld om ervaringen uit te wisselen en openingen te creëren voor een intensievere samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen. Het platform kan gezamenlijke initiatieven ontwikkelen op nieuwe deelgebieden binnen het volwassenenonderwijs NT2 zoals het gebruik van ICT en de verdere afstemming tussen onderwijs Nederlands als tweede taal en als vreemde taal. Tevens zal worden nagegaan hoe bestaande initiatieven kunnen worden uitgebreid voor volwassenenonderwijs NT2. Het platform zal op korte termijn worden ingesteld. De bedoeling is dat het platform voor de zomer van 2000 een actieplan voor de komende periode van drie jaar heeft uitgewerkt. Over de taken en samenstelling van het Platform zal nog overleg plaatsvinden met de ministeries van onderwijs.

5. Besluit Comité van Ministers over volwassenenonderwijs Nederlands in het buitenland

Burgers in het buitenland, met name in Europa, volgen om uiteenlopende redenen cursussen Nederlands als vreemde taal. De Taalunie verwacht een bijdrage te kunnen leveren aan de verdere professionalisering van dit onderwijs. Om dit onderwijs efficiënt te kunnen ondersteunen wordt een proefproject opgezet, waarin de mogelijkheden worden onderzocht om een cursus basisvaardigheden Nederlands via afstandsonderwijs te introduceren bij een volwassen doelpubliek met gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT). Afstandsonderwijs via ICT vormt een flexibel instrument, dat steeds naar behoeften kan worden aangepast. Nauwe samenwerking met de Open Universiteit in Heerlen ligt voor de hand. Ook is een belangrijke rol weggelegd voor onderwijsinstanties ter plekke. Het is de bedoeling om het cursusaanbod na de proeffase een inbedding in de plaatselijke onderwijsstructuren en daardoor een permanent karakter te geven. Het proefproject zou over een periode van drie jaar lopen. Eind 2002 moet uit de evaluatie blijken of het initiatief kan worden uitgebreid naar andere doelgroepen.

6. Besluit Comité van Ministers over de Jonge Gouden Uil

Het Comité van Ministers besluit het project Jonge Gouden Uil in 2000 nog één keer uit te voeren volgens de bestaande formule in samenwerking met het bestuur van de Gouden Uil. Bij de uitvoering gaat extra aandacht uit naar het effect voor de leesbevordering, de uitstraling, de diepgang en het Nederlands-Vlaamse aspect. In het najaar 2000 neemt het Comité een definitieve beslissing over de toekomst van de Jonge Gouden Uil.

7. Besluit Comité van Ministers over het Actieplan en de begroting 2000

Het Comité van Ministers stelt het Actieplan en de begroting 2000 vast. De begroting 2000 van de Nederlandse Taalunie is samengesteld uit: * ƒ 4.593.000 bijdragen; * ƒ 9.459.000 doelsubsidies; * ƒ 887.210 overige inkomsten.

Conform artikel 17 van het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie worden de bijdragen voor tweederde ter beschikking gesteld door het Koninkrijk der Nederlanden en voor eenderde door de Vlaamse Gemeenschap. Van de doelsubsidies wordt ƒ 6.459.000 ter beschikking gesteld door het Koninkrijk der Nederlanden en ƒ 2.807.000 door de Vlaamse Gemeenschap. Opdat de Taalunie aan haar verplichtingen kan voldoen, zullen de bijdragen en doelsubsidies door het Koninkrijk der Nederlanden in vier gelijke delen aan het begin van elk kwartaal van 2000 worden overgeschreven, en door de Vlaamse Gemeenschap in twee gelijke delen op 1 april 2000 en op 1 juli 2000. Klik om naar boven te gaan.


© Nederlandse Taalunie

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie