Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Voortgang verbeteringstraject registratie van runderen

Datum nieuwsfeit: 05-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Actueel

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
VVM. 993559
datum
05-10-1999

onderwerp
Voortgangsrapportage Identificatie en registratie (I&R) (TRC 1999/3839) doorkiesnummer

bijlagen
div.

Geachte Voorzitter,

Met deze brief informeer ik u over de voortgang met betrekking tot het verbeteringstraject Identificatie- & Registratie van runderen (I&R-rund), zoals toegezegd tijdens Algemene Overleggen van 28 april 1999 en 2 juni 1999. Tevens ontvangt u bij deze het toegezegde overzicht van stukken aanwezig op het Ministerie van LNV, die betrekking hebben op het functioneren van het I&R-systeem.

Voortgang I&R Het verbeteringstraject I&R-rund bevat een veelheid aan activiteiten die er toe moet leiden dat eind 1999 de belangrijkste knelpunten zijn opgelost dan wel besluiten zijn genomen over de wijze waarop I&R-rund structureel zal worden vormgegeven. De activiteiten worden onder regie van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) in goede samenwerking met het bedrijfsleven uitgevoerd. De activiteiten hebben betrekking op zowel de bestuurlijke organisatie als technische maatregelen. Het traject zal in totaal één tot anderhalf jaar in beslag nemen.

up

datum
05-10-1999

kenmerk
VVM. 993559

bijlage

Bestuurlijke organisatie
In overleg met de sector is gewerkt aan een duidelijke verdeling van de verantwoordelijk- heden, bevoegdheden en taken van LNV, Productschap voor Vee en Vlees (PVV) en de uitvoerende en controlerende diensten. Alle afspraken zullen worden vastgelegd in protocollen. De afspraken tussen LNV en PVV zijn al vastgelegd in een protocol. De verdeling van taken en verantwoordelijkheden is gebaseerd op de LNV-kaderregelgeving en PVV-medebewindsverordeningen alsmede op de rapportageverplichtingen die de bedrijfslichamen hebben in het kader van hun medebewindstaken. Voor wat betreft de inhoud verwijs ik naar het bijgevoegde, ondertekende protocol (bijlage 1).

In het protocol is opgenomen dat LNV eisen stelt aan de onafhankelijkheid van de uitvoeringsorganisatie. Met deze eisen wordt mede invulling gegeven aan de motie ter Veer (TK 1997/1998, 25600 XIV, nr. 15).

Over de definitieve vormgeving en positionering van de uitvoeringsorganisatie is nog geen besluit genomen, omdat ik belang hecht aan een zorgvuldige analyse van alle relevante aspecten. Aan een extern bureau is de opdracht gegeven om de opties alsmede de bestuurlijke, beleidsmatige en organisatorische consequenties in kaart te brengen. In november 1999 ontvang ik het advies, zodat nog voor het einde van dit jaar een besluit kan worden genomen over vormgeving en positionering.

Maatregelen met betrekking tot de uitvoering
In het verbeteringstraject is een aantal punten gemarkeerd als knelpunten in de uitvoering die op zo kort mogelijke termijn moeten zijn weggenomen. Het gaat hierbij met name om maatregelen ter voorkoming van foutieve meldingen, ter verbetering van het meldgedrag en intensivering van de controleprocedures. Tot deze punten behoren onder andere de aanbevelingen die zijn gedaan door de Europese Commissie bij hun inspectie van de I&R-database. Zoals gemeld in mijn brief van 27/5/99 heeft de Europese Commissie geconstateerd dat de Nederlandse database in technische zin goed in elkaar zit, maar dat de actualiteit van de gegevens verbetering behoeft. Inmiddels heeft de Europese Commissie de database van Nederland goedgekeurd onder de voorwaarde dat voor 1 oktober 1999 de aanbevelingen zijn geïmplementeerd (zie bijlage 2). De aanbevelingen van de Commissie hebben vooral betrekking op verbetering van de controle op naleving. Per 1 oktober zullen alle aanbevelingen van de Commissie zijn geïmplementeerd.
In overleg met de sector zijn afspraken gemaakt over de te nemen maatregelen. Hieronder treft u aan het overzicht van maatregelen die zijn genomen of op korte termijn worden doorgevoerd. · Afspraken zijn gemaakt over intensivering van de controle op meldingen van alle actoren. Ook zullen foutieve of te laat ontvangen meldingen sneller worden gecorrigeerd. Met betrekking tot (controle op) het meldproces worden afspraken gemaakt met PVV, Gezondheidsdienst voor dieren (GD), AID en RVV over doorgifte van informatie over melddiscipline en regelmatige rapportage over meldgedrag van alle actoren. Tevens zullen in beginsel de kosten van het corrigeren van onvolledige of onjuiste meldingen doorberekend gaan worden aan de desbetreffende meldingsplichtigen. Voorts zullen de meldingsplichtigen regelmatig een overzicht krijgen van de gegevens over hun bedrijf, zoals die zijn opgenomen in de database. De implementatie van de hiervoor genoemde afspraken moet er toe leiden dat de melddiscipline van alle actoren structureel op een hoger niveau komt te liggen. In de EU-verordening is bepaald dat jaarlijks minimaal 5% van de rundveehouderij- bedrijven moet worden gecontroleerd. Het betreft een gerichte controle in die zin dat de bedrijven zijn geselecteerd op basis van een risico-analyse. De controle voor het seizoen 1998/1999 is uitgevoerd door de het onderdeel 'Inspectie & Controle' van de GD (een door Sterin geaccrediteerde instelling). Uit de verrichte controles bleek dat op 56% van de gecontroleerde bedrijven onvolkomenheden voorkwamen. Dit hoge percentage onvolkomenheden kan voor een belangrijk deel verklaard worden uit het feit dat het een gerichte controle betreft op risicovolle bedrijven. De bedrijven zijn o.a. geselecteerd op basis van slecht meldgedrag in voorgaande jaren. Tevens geldt dat alle onvolkomen-heden ongewogen bij elkaar zijn opgeteld.

De onvolkomenheden zijn voor een belangrijk deel het gevolg van het feit dat veehouders geen of onvolledige afvoermeldingen doen. Van de nog wel op het bedrijf aanwezige runderen zijn de gegevens veelal wel juist geregistreerd. Desalniettemin ben ik van mening dat het percentage van afwijkingen veel te hoog is. Met de hier- boven weergegeven maatregelen alsmede de implementatie van de aanbevelingen van de EU-inspectie zal het percentage afwijkingen bij controle op bedrijven in het seizoen 1999/2000 in aanzienlijke mate moeten zijn verminderd.

* Met de destructiebedrijven en VWS zijn afspraken gemaakt over de koppeling van de gegevens van de kadavermelding door de destructor enerzijds aan de I&R-doodmelding door de houder anderzijds. Aan de noodzakelijke wijzigingen in de regelgeving, systemen en procedures wordt gewerkt. Bij deze uitwerking is een aantal technische problemen gebleken, zodat de feitelijke inwerkingtreding meer tijd vergt. Aangezien in verband met de millenniumproblematiek is afgesproken dat vanaf 1 oktober 1999 geen aanpassingen meer in automatiseringssystemen mogen worden doorgevoerd, is de feitelijke implementatie verschoven naar begin 2000.

* Ondanks de verbeteringen die sinds 1998 zijn doorgevoerd, blijft import een bron van fouten zolang paspoorten en oormerken binnen de EU niet zijn geüniformeerd. Nog dit najaar worden voorzieningen getroffen om de technische problemen bij de import van runderen aanzienlijk te verminderen.

* Daarnaast is de procedure in slachterijen met betrekking tot verzamelen en vernietigen van oormerken aangescherpt ten einde het risico op hergebruik nagenoeg uit te sluiten.
* In 1998 is besloten om te onderzoeken of van het I&R-systeem een on-line systeem is te maken. De opzet was om gegevens van meldingsplichtigen online te kunnen verwerken en online te kunnen raadplegen. Op basis van de uitgevoerde informatie-analyse is geconstateerd dat het huidige systeem slechts met zeer veel inspanningen geschikt gemaakt kan worden voor alle on-line toepassingen. De belangrijkste motivatie voor online is gelegen in het vergroten van de mogelijkheden van controle door controlerende diensten en voorts ten behoeve van zelfcontrole en etikettering. Deze specifieke doelstelling kan worden gerealiseerd door het creëren van zogenaamde raadpleegfuncties en daarom zal hieraan prioriteit worden gegeven. Dit zal begin 2000 worden geëffectueerd.

* Aangezien het huidige systeem tegen technische grenzen aanloopt is er een principe-beslissing genomen tot nieuwbouw. In de komende maanden zal een informatie-analyse worden opgesteld, waardoor zicht ontstaat op de mogelijkheden, de benodigde tijd en de kosten. Begin volgend jaar kan op basis daarvan een definitief besluit worden genomen over de aanpak en de wijze van financiering. Bij de informatie-analyse ten behoeve van de nieuwbouw zal ook de mogelijkheid worden onderzocht voor het zogenaamde dubbelmelden. Dubbelmelden houdt in dat de houder niet alleen afmeldt, maar tevens aangeeft naar wie het dier gaat.

I&R bij andere diersoorten
In mijn brief van 8-2-1999 (TK 1998-1999, 26200 XIV, nr. 38) heb ik toegezegd dat bezien zal worden of voor I&R-varkens en I&R-schapen en geiten eenzelfde weg gevolgd kan worden op het moment dat het traject voor I&R-runderen in voldoende mate is gevorderd.

Gelet op voortgang bij I&R-rund verwacht ik dat begin 2000 met een gelijksoortig traject voor andere dieren kan worden gestart. Naar het zich nu laat aanzien zal bij de schapensector een grotere slag moeten worden gemaakt, zodat zal worden begonnen met het opstellen van een verbeteringstraject voor I&R-schapen. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van de kennis die is opgedaan in het verbeteringstraject I&R-runderen.

Tenslotte
Met de hierboven weergegeven afspraken over door te voeren maatregelen en reeds genomen maatregelen wordt de betrouwbaarheid van het I&R-systeem aanmerkelijk verbeterd. Over de voortgang van het verbeterinsgtraject zal ik u begin 2000 opnieuw informeren.

I&R-archief

Tijdens het Algemeen Overleg op 28 april jl. is een overzicht toegezegd van alle op het Ministerie van LNV aanwezige stukken over het I&R-systeem alsmede een overzicht van de Kamerstukken met betrekking tot dit onderwerp.

Met het in bijlage 3 opgenomen overzicht wordt deze toezegging gestand gedaan. In die bijlage is een overzicht gegeven van de stukken die zich in de archieven van het Ministerie bevinden met betrekking tot het functioneren van het I&R-systeem voor de rundveehouderij. De stukken strekken zich uit over de periode 1 januari 1991, het jaar waarin de oormerkverplichting voor de kalveren van kracht is geworden, tot 8 oktober 1998, de datum waarop ik de Tweede Kamer in kennis heb gesteld van de vermoedelijke omvang van de problematiek van de zogenoemde zwevende runderen.
In bijlage 4 wordt het overzicht gegeven van de aangetroffen stukken van de Tweede en Eerste Kamer die handelen over het onderwerp I&R. Ook in dat overzicht is het tijdvak 1991 - 1998 aangehouden. Inclusief de vaak bij die stukken behorende bijlagen, heeft het overzicht betrekking op enkele honderden documenten. Voor zover mogelijk zijn per document de volgende gegevens vermeld: kenmerk, datum, aard van het document (brief, verslag, notitie e.d.) en het onderwerp. Gelet op het grote aantal archiefdocumenten en de vertrouwelijke aard van veel documenten liggen deze voor leden van de Tweede Kamer ter vertrouwelijke inzage op het departement.

De staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

G.H. Faber

Bijlagen:
1. Protocol betreffende de rolverdeling inzake de identificatie en registratie van runderen (PDF-formaat, 83 Kb) 2. Beschikking van de Europese Commissie (PDF-formaat, 155 Kb) 3. Overzicht I&R archiefstukken (PDF-formaat, 379 Kb) 4. Overzicht parlementaire stukken identificatie en registratie runderen (1991-eind 1998) (PDF-formaat, 67 Kb)


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie