Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Defensie stopte ramp met Hr. Ms. Drenthe in de doofpot

Datum nieuwsfeit: 05-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Nieuws van de Socialistische Partij

Hoe Defensie de ramp met de Hr. Ms. Drenthe in de doofpot stopte

Een rampzalig ongeval, een keiharde beschuldiging en vervolgens een onafschudbare stigmatisering tot aan de pensionering. Dat overkwam marine-sergeant Wouter Feddema, nadat op zijn schip een verwoestende brand uitbrak die twee mensen het leven kostte. Al acht jaar is Feddema in een hevig gevecht met Defensie verwikkeld om zijn onschuld te bewijzen. Tot nu toe met weinig resultaat. Nog steeds blokkeren spoorloos verdwenen documenten en hermetisch gesloten deuren iedere poging tot opheldering over de ramp die zijn leven veranderde. Feddema: "De Marine wil gewoon alles in de doofpot stoppen. En ik ben echt niet het enige slachtoffer."

Tekst Rob Janssen Foto Akke van Eck

Twaalf november 1980. Ergens tussen Barbados en Curaçao vaart de Hr. Ms. Drenthe, een onderzeebootjager uit de Friesland-klasse van de Nederlandse Marine. Aan boord is sergeant Wouter Feddema, machinist en op dat moment chef ketelruim. Om kwart over tien 's morgens krijgt Feddema van de chef van de wacht de opdracht om wat crypto-papier in een van de ketels te verbranden. Op crypto-papier staan maritieme codes en het is hoogst ongebruikelijk dat deze aan boord verbrand worden. Maar Feddema doet wat hem bevolen is. Er gaat echter iets mis. Door domme pech breekt er brand uit in het ketelruim. Tot grote ontsteltenis van Feddema staat er geen druk op de brandblusleiding en ook de sproei-installatie werkt niet. Een enorme vuurzee is het gevolg. Twee mensen komen om in de vlammen. Vier man raken zwaar gewond, onder wie Feddema zelf. De Drenthe komt ternauwernood niet tot zinken en wordt uiteindelijk door een ander schip naar Willemstad gesleept.
De ramp op de Drenthe verandert het leven van Feddema. En de marine-top helpt daarbij nog een handje. Hij krijgt onomwonden de schuld van het drama in de Caribische Zee. De admiraals van de Marineraad oordeelden als volgt: "De sergeant had, (...) toen hem bleek dat de verbranding van het papier moeilijkheden opleverde, niet zonder meer moeten doorgaan met zijn pogingen." En daar kan Feddema het mee doen. Ondanks het feit, dat hij zijn meerdere wel degelijk om instructies had gevraagd en slechts deed wat hem was bevolen, is alleen hij de schuldige en alleen hem valt dus kennelijk iets te verwijten. De admiraliteit stuurt vervolgens een rondschrijven aan de hele marine, inclusief het opleidingsinstituut KIM, waarin Feddema's schuld nog eens aan de grote klok wordt gehangen. Maar opmerkelijk genoeg wordt de "schuldige" niet vervolgd. Vice-admiraal Van Beek, chef van de marinestaf, laat in een alleszins merkwaardige brief van 8 december 1981 aan Feddema weten: "Het nemen van verdere maatregelen tegen u wordt door mij niet overwogen."

"Ik ben van huis uit machinist, maar uiteindelijk werd ik gedumpt op een autohobbyclub van de marine"

Het schrijven van de admiraal is geen geruststelling voor de ontvanger. De stigmatisering door de marinetop is het begin van nóg een marine-tragedie: het trauma en de eenzame strijd van Wouter Feddema.
"Plotseling was ik het zwarte schaap van de marine," vertelt de nu 58-jarige ex-marineman. "Ze hadden me het merkteken opgeplakt en overal waar ik kwam werd ik op het ongeluk aangekeken. Iedereen had het over mij. Ik verloor veel vrienden. Ook werd ik steeds weer overgeplaatst vanwege dat stempel. Ik ben van huis uit machinist, maar uiteindelijk werd ik gedumpt op een autohobbyclub van de marine. Zelfs daar werd ik geregeld over de ramp aangevallen. Ik had geen leven meer. Het ergste was die onzekerheid. Kijk, na een ongeval slaat de twijfel toe. Ik kreeg de schuld en ik zat jarenlang te piekeren: Had ik het niet zus of zo kunnen doen? Pas na mijn pensionering begon ik serieus vraagtekens bij de hele gang van zaken te zetten." Tot op de dag van vandaag lijdt Feddema aan het posttraumatisch stresssyndroom.

"Ik kreeg de schuld, zodat de marine de ware oorzaak kon wegmoffelen en in de doofpot kon stoppen"

Maar waarom was de marinetop zo gebrand op het aan de schandpaal nagelen van één enkele onderofficier? Waarom moest Feddema als zondebok dienen voor het rampzalige ongeval op de Drenthe? "Omdat ik op het moment van het ongeluk de hoogste in rang was in het ketelruim. Ik kreeg de schuld, zodat de marine de ware oorzaak van het ongeluk kon wegmoffelen en in de doofpot kon stoppen," zegt Feddema stellig. "Kijk, de Hr. Ms. Drenthe deugde niet. De Friesland-klasse was een sterk verouderd ontwerp en het schip voldeed allang niet meer aan de eisen. Het was een en al improviseren aan boord. En de gebreken waren bekend, want ik klaagde er vaker over bij de commandant en bij het hoofd van de technische dienst. Er gebeurde niets. Sterker nog: achteraf kwam ik erachter dat ze me zelfs hebben willen overplaatsen. Maar de Drenthe was gewoon een oud schip dat naar Zuid-Amerika verkocht zou worden. Het mocht niks meer kosten. Daar komt nog eens bij dat het een totaal ongeoefend schip was. De bemanning was niet op elkaar ingespeeld en kende het schip niet. Dat kwam door de vele overplaatsingen op de Drenthe. Ik weet dat die overplaatsingen destijds ook al niet lekker lagen. De marine heeft altijd geprobeerd om dat te verdonkeremanen."
Toen Feddema vorig jaar na lang aandringen eindelijk inzicht kreeg in het Marine-dossier over het brand-incident, bleken uitgerekend de voor hem essentiële documenten, verslagen en aantekeningen spoorloos te zijn verdwenen. Onder andere de scheepsrapporten van de Marinebrandweer van vlak voor de ramp ontbraken, evenals de antwoorden op de vragen die de Vaste Kamercommissie over de technische aspecten stelde. Ook twee cruciale FOST (Flag Officer Sea Training)-rapporten van de Drenthe (Engelstalige rapporten van de resultaten van tactische, operationele, brand-, schade- en technische storingen oefeningen onder toezicht van de Engelse marine) waren "kwijt". Feddema: "De betreffende bescheiden zijn op de een of andere manier zoekgeraakt. Verklaringen van vernietiging van die papieren zijn niet aanwezig, dus ze moéten ergens zijn. Er wordt in het dossier nota bene naar verwezen. Er is hier zelfs sprake van een strafbaar feit, want als er bij een ongeluk doden vallen, dan moeten die papieren dertig jaar bewaard worden."

"Verdwenen documenten zijn schering en inslag bij Defensie. Vitale informatie is altijd verdwenen"

De afdeling Juridische Zaken van de Koninklijke Marine in Den Haag geeft geen commentaar op de merkwaardige verdwijning van de documenten. Ondanks het feit, dat zelfs de telefonist op de hoogte is van de "zaak-Feddema", kan niemand ons duidelijkheid verschaffen. "Verdwenen stukken? Geen idee wat Feddema bedoelt," zegt overste Laurens.
"Verdwenen documenten zijn schering en inslag bij Defensie," weet Dick Berts, journalist van het maandblad van de Vakbond van Defensiepersoneel. "Ik ben al jaren met WOB-procedures bezig en vitale informatie is altijd verdwenen. Zelfs op het hoogste niveau. Ik snap niet dat ze daar altijd mee wegkomen."
In maart van dit jaar stuurde Feddema een brief aan de Vaste Kamercommissie Defensie, waarin hij liet weten een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur te doen om de verdwenen documenten boven water te krijgen. Maar de kamercommissie antwoordde "geen verdere actie te ondernemen op het gestelde in uw brief". Mr. de Lange, griffier van de Vaste Kamercommissie Defensie vindt dat antwoord desgevraagd "wellicht wat mager", maar verklaart "geen zicht" te hebben op de werkelijke reden van genoemde afwijzing. Wel vond Feddema andere interessante documenten in het genoemde dossier. Zoals een FOST-rapport van 26 juli 1977 dat over de Drenthe meldt: "Fire fighting was below standard because of a lack of urgency, aggression and coördination." En verder: "Drills not completed." Het was dus blijkbaar al drie jaar vóór het rampzalige incident droevig gesteld met brandbestrijding aan boord van het schip. Ook is er een uitspraak van de toenmalige commandant van de Drenthe, kapitein-luitenant ter zee Scheijgrond: "De SOST (Ships Operational Sea Training)-oefening was veel te kort geweest. Ik had dat de Marineraad moeten zeggen, maar het was me ontschoten."

"Geheimzinnig? Tja, wij noemden de Marid altijd al 'de sectie stiekem'..."

Naar aanleiding van het ongeluk stelde de Vaste Kamercommissie Defensie op 13 november 1980 vragen over andere de technische aspecten van de Drenthe. De antwoorden op die vragen trof Feddema niet aan in het dossier. Wel was daar een veelzeggende mededeling van minister van Defensie De Ruiter aan de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten over die vragen: "Het Ministerie voelt er niet veel voor om het expertiserapport aan de Vaste Kamercommissie aan te bieden. Vooral moet benadrukt worden dat het schip niet onder Nederlandse vlag zal varen" (notulen Defensieraad, 19 november 1980). "In feite staat daar gewoon: Schrijf maar op wat we nog met dat schip gaan doen en laten we het maar niet meer hebben over wat er gebeurd is," schampert Feddema. "Dat technische expertiserapport zat ook al niet in het dossier. Het hele verhaal is een aaneenschakeling van doofpotzaken. Ik vermoed dat de Inlichtingendienst van de marine (de MID-KM, voorheen Marid geheten - red.) al die tijd een dikke vinger in de pap heeft gehad. Toen ik bijvoorbeeld in Den Haag een rechtszaak voerde voor schadevergoeding, zat daar in vol uniform een marine-kolonel als rechter. Diezelfde man zat volgens mij begin jaren tachtig in Marid- of juridische-kringen. De kans is dus groot dat diezelfde kolonel destijds ook al betrokken was bij de affaire, want het aantal juristen bij de marine is maar heel klein. Maar ik krijg maar geen inzicht in de documenten die die mogelijke verstrengeling bewijzen, wat ik ook probeer. Alles wordt bewust achtergehouden. Geheimzinnig? Tja, wij noemden de Marid altijd al 'de sectie stiekem'..."
Dick Berts: "Het is sowieso een vreemde zaak dat die kolonel daar als rechter bij zat. Het gaat immers om een civiele claimzaak. Waarom moet daar een militair bij zitten?"

Zelfs regering en parlement tasten vaak in het duister over het functioneren van de militaire inlichtingendiensten

Feddema is niet de enige die geen vat krijgt op de inlichtingendienst. Zelfs regering en parlement tasten niet zelden volledig in het duister over het functioneren van de militaire inlichtingendiensten (MID). Zo bleek de inlichtingendienst van de Landmacht een dubieuze rol te hebben gespeeld bij de Surinaamse staatsgreep van Desi Bouterse in 1984. Het ministerie werd hierover niet ingelicht. In de jaren daarna vinden er meerdere infiltratiepogingen bij diverse vredesgroeperingen plaats, waarvan de minister van Defensie niet of nauwelijks op de hoogte werd gesteld. En onlangs bleek dat de MID op eigen houtje een onderzoek had gestart naar rechts-extreme elementen bij Dutchbat. Toen dat aan het licht kwam, was de maat vol voor minister De Grave. Hij ontsloeg de MID-top. Dat gebeurde overigens dertien jaar nadat de regering had besloten om het hele inlichtingenapparaat te reorganiseren. Wat daarvan in al die jaren terechtkwam, beschrijft het rapport "Nieuw Evenwicht". Dit rapport, dat eind vorig jaar door het ministerie werd uitgebracht, beschrijft het reilen en zeilen van de MID en een van de conclusies is, dat "de organisatiestructuur van de MID inclusief de verdeling van taken, onhelder blijft" en dat er tevens sprake is van "overlapping van taken".
"De rol van de inlichtingendiensten binnen Defensie is en blijft zeer duister," beaamt journalist Dick Berts van de vakbond defensiepersoneel. "Het hoofd van de MID valt rechtstreeks onder de secretaris-generaal van Defensie, dus de minister heeft er gewoon totaal geen zicht op. Het kán ook niet anders. In feite is dat een ontoelaatbare weeffout in de organisatiestructuur van Defensie.

"Defensie blijft dingen in de doofpot stoppen en ik ben niet het enige slachtoffer"

Nu, bijna twintig jaar na de ramp op de Drenthe en ruim acht jaar na zijn pensionering, vecht Wouter Feddema nog met het ministerie voor schadevergoeding en voor vergoeding van zijn medische behandeling. Maar bovenal is Feddema gebrand op eerherstel. "Ik wil gerehabiliteerd worden. Anders leert Defensie er toch niet van. Ze blijft dingen in de doofpot stoppen en ik ben niet het enige slachtoffer. Kijk, loyaliteit moet van twee kanten komen en dat is hier niet bepaald het geval; de kleine man wordt geschopt en de top blijft gewoon doorgaan. En die verdwenen documenten? Het zou me niets verbazen als die in een grote kast naast de verdwenen fotorolletjes uit Srebrenica liggen." (Op de beruchte verdwenen fotorolletjes zouden lijken van Bosniërs staan die tijdens de aanwezigheid van Dutchbat in Srebrenica gefotografeerd waren. De fotorolletjes zouden in eerste instantie verkeerd ontwikkeld zijn, maar raakten later zoek. De verantwoordelijke was kolonel Bokhoven, tot december 1995 in functie bij de MID-KL, de inlichtingendienst van de Landmacht).

Fred Spijkers was zo gek nog niet!

In 1983 en 1984 vielen acht doden en negen gewonden door ongelukken met de door de landmacht gebruikte AP-23 landmijn. Uit onderzoek door de Nationale Ombudsman van 20 april 1999 bleek, dat Defensie al in 1970 wist dat er een ernstige constructiefout in de AP-23 zat. Defensie lichtte noch de nabestaanden noch de Tweede Kamer juist in over de oorzaak van de ongelukken. Fred Spijkers, maatschappelijk werker van Defensie in burgerdienst, weigerde de opdracht om de weduwe van een van de overledenen verkeerd in te lichten over de ware toedracht van het ongeluk van haar man. Spijkers werd door Defensie letterlijk voor "gek" verklaard en ontslagen.
Toen Spijkers dertien jaar later uitgeprocedeerd was, bleek dat de rechter persoonlijk betrokken was geweest bij zijn ontslag. De toenmalige staatssecretaris van Defensie, Gmelich Meijling, weigerde iedere medewerking aan een onderzoek naar deze bedenkelijke verstrengeling van arbeidsverleden. Overigens verklaarde Spijkers meerdere keren tegenover de pers geïntimideerd te zijn door mensen van de MID.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie