Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over WTO

Datum nieuwsfeit: 07-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : WTO(brief staatssecretaris Ybema 28-9-99(081099)

WTO(brief staatssecretaris Ybema 28-9-99(081099)

Den Haag, 7 oktober 1999

Vooraf: de Kamer hield reeds een AO over de eerste brief van 28 april 1999, waarin de Nederlandse inzet omtrent de opzet van de millenniumronde werd uiteengezet. De huidige brief gaat over hetzelfde onderwerp: de vaststelling van de agenda voor de beoogde nieuwe handelsronde, die op de voorgenomen bijeenkomst te Seattle (30 november 3 december a.s.) moet worden vastgesteld. Tevens wordt in de brief nog teruggekomen op het AO van 15 september jl. WTO in de winkel, dat voor de staatssecretaris kennelijk niet zo bevredigend is verlopen, gezien het nadere antwoord, dat is opgenomen in zijn brief. Ik kom daarop in mijn inbreng nog terug. Gaat de nieuwe ronde door? De ontwikkelingslanden (G 77) zijn niet enthousiast. Zij zeggen dat eerst de maatregelen van de Uruguay Ronde moeten worden ingevoerd; daar hebben zij hun handen aan vol. De Amerikanen willen een beperkte ronde over de hard core: tarieven, andere handelsbeperkingen, landbouw en diensten.
Landbouw en diensten behoren tot de zogenaamde impliciete agenda: daarover moet zondermeer worden onderhandeld, want dat is tijdens de Uruguay Ronde reeds vastgesteld. De Europeanen zetten in op een brede agenda: hard core, ontwikkelingslanden en aan de handel verbonden problemen: milieu, sociale standaarden, investeringen en mededinging en andere zaken. Over het onderhandelingsmandaat van de Europese commissie bestaat echter nog geen overeenstemming.

Inbreng

Het CDA ondersteunt de inzet van de Nederlandse regering m.b.t. de inhoud van de agenda van de nieuwe handelsronde die te Seattle moet worden vastgesteld.
Dat houdt in dat het CDA ook voorstander is van een brede opzet van de agenda waarin met name aandacht moet worden geschonken aan zaken als
- de bijzondere positie van de ontwikkelingslanden en met name die van de MOLs;

- de relatie tussen handel en milieu;

- tussen handel en sociale standaarden (sociale dumping)
- tussen handel, investeringen en mededingingsbeleid. Tevens is het van groot belang dat de WTO institutioneel versterkt wordt: grotere transparantie, betere anti-dumpingsprocedures, sterkere representatie van ontwikkelingslanden, de rechtswinkel voor ontwikkelingslanden (goed initiatief van Nederland en Colombia). In de brief wordt aan die onderwerpen, die op de brede inzet betrekking hebben, veel aandacht geschonken. Ik kom daarop overigens nog terug. Maar de lacune in de brief is de geringe aandacht aan de hard core van de WTO.
Wat is nu eigenlijk de inzet van de Nederlandse regering op het terrein van de liberalisering van b.v. de landbouwsector. Er is geen enkele aandacht voor de gevolgen van verdere liberalisering voor de zware ondernemingsproducten. Waarom niet. Laat de staatssecretaris dit aan zijn collega van Landbouw over.
Waar blijft hier het geïntegreerde buitenlandse beleid of ziet de staatssecretaris daarin niet veel.
Maar de landbouwexport is van groot belang voor ons land. Speelt in Europa de doelstelling van voedselzekerheid (in kwantitatieve zin) nog een rol?
Welke gevolgen heeft een voortgaande liberalisering van de landbouwhandel voor het platteland. Krijgen wij door de liberalisering megabedrijven met turbo-koeien? Waarom geen aandacht daarvoor? De vraag daarbij is of het adagium van vrijhandel onder alle omstandigheden wel die optimale resultaten geeft die de voorstanders daarvan verwachten. Dit geldt temeer voor de ontwikkelingslanden. Het is tenminste aan grote twijfel onderhevig of vrijhandel voor de armste ontwikkelingslanden profijtelijk is.
Kennelijk ziet de staatssecretaris dit ook in. Hij wil immers bevorderen dat de MOLs producten mogen exporteren naar zeg maar de OESO-landen zonder getroffen te worden door enige vorm van handelsbelemmering. Het CDA is het daarmee geheel eens, en heeft dat ook meer dan eens bepleit. Maar houdt deze visie dan ook in dat vrijhandel niet onder alle omstandigheden tot een optimale welvaart leidt? Is het niet zo dat vrijwel alle ontwikkelde landen door bescherming van hun opkomende industrieën hun comparatieve voordelen hebben opgebouwd. (Juist auteurs als Balassa, Krüger, Madison en Van der Wee hebben er op gewezen dat een goede en gerichte politiek van importsubstitutie de economische groei zeer heeft bevorderd. Als echter landen een zekere ontwikkelingsfase hebben bereikt dat moet een export led growth policy worden bevorderd. Liberalisering van de invoer van goederen en kapitaal (direct investments) en het bevorderen van de uitvoer is dan zeer profijtelijk. Ik ga nu verder in op de aan de handel gerelateerde vraagstukken die juist deel uitmaken van de brede agenda, waarvan de Nederlandse regering zon voorstander is. Ik denk dan met name aan het verband tussen handel en milieu alsmede (voedsel)veiligheid. Ziet de regering hier werkelijk mogelijkheden tot het boeken van enige vooruitgang.
Is het toepassen van handelsbelemmeringen uit hoofde van milieudoeleinden wel een doelmatig instrument.
Veel beter is toch het milieuvraagstuk rechtstreeks aan te pakken. Internationale milieuverdragen gecombineerd met een nationale aanpak zijn veel effectiever. Bovendien wordt dan bereikt dat protectie uit hoofde van het milieu wordt vermeden. Handelspolitieke maatregelen op grond van milieuoverwegingen zullen licht leiden tot een heilloze protectionistische gang van zaken. Dat geldt vooral voor kwantitatieve restricties. Het verbieden van b.v. tropisch hardhout maakt die bomen waardeloos en derhalve zullen ze wel worden gekapt indien de zo vrijkomende grond een alternatieve aanwending kan krijgen. Kappen met een herbeplantingsverplichting is een veel betere oplossing. Dit laat uiteraard geheel onverlet, dat het handhaven van het tropische regenwoud moet worden bevorderd door een internationale aanpak. Een zelfde redenering geldt evenzeer voor de zogenaamde sociale dumping. Hier ligt het voor de hand dat er veel meer de nadruk moet komen te liggen op een aanpak via de ILO door internationale verdragen te bevorderen. Ook het bevorderen van verantwoord ondernemerschap werkt veel beter dan handelbelemmerende maatregelen. Kan de staatssecretaris eens zijn visie geven op de effectiviteit van die zogenaamde brede agenda van Seattle. Hebben de tegenstanders daarvan eigenlijk niet gelijk?
Tenslotte het vraagstuk van het handhaven van voedselveiligheid. Bieden de bestaande verdragen (GATT) voldoende mogelijkheden om ongewenste producten op grond van het beschermen van de volksgezondheid te mijden? Zo ja, dan is het wel noodzakelijk hier tot procedures te komen om tot objectieve besluitvorming te komen. Agendering in Seattle lijkt mij hier voor de hand te liggen.

Zo niet dan zullen zich vele conflicten voordoen. Etikettering biedt geen oplossing. Indien genetisch gemodificeerde producten in Europa niet mogen worden geproduceerd, dan leidt geëtiketteerde invoer tot discriminatie, tot een ongelijke nationale behandeling en dat staat haaks op het GATT-verdrag.

Kamerlid: Henk de Haan

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie