Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inbreng PvdA-fractie algemeen overleg Ceteco-affaire

Datum nieuwsfeit: 08-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 7 oktober 1999

 

Inbreng van de PvdA-fractie bij het Algemeen Overleg over de provincie Zuid-Holland en de Ceteco-affaire

Woordvoerder Saskia Noorman-den Uyl

Er is in de provincie Zuid-Holland iets goed mis gegaan. Er zijn onaanvaardbare risico's aan gegaan met overheidsgeld dat daar nadrukkelijk niet voor bedoeld is. Er is verzwegen waar openbaarheid vereist was. En er zijn wetten en regels overtreden door een overheid die voor alles en iedereen gehouden is de wet te eerbiedigen en te bewaken. Het toezicht heeft niet onvoldoende gewerkt.

Het besluit tot aftreden van de vier provinciebestuurders is een zware, maar juiste en nodige beslissing geweest zo meent de PvdA-fractie. Een beslissing die respect afdwingt en het openbaar bestuur respect betoont.

In de grondwet (art 124) en in de Provinciewet (van 1994) is de autonome bevoegdheid voor de inrichting van het bestuur en de huishouding van de provincie nadrukkelijk vast gelegd.

De gang van zaken rond het bankieren in Zuid-Holland is dan ook eerste instantie een zaak van de Provincie. En gisteren heeft de provincie in het debat laten zien dat het hun ernst is. Er zijn ingrijpende stappen gezet op weg naar het schoon schip maken.

Het rapport van de commissie Van Dijk aan de provincie dient als achtergrond. Het is scherp, helder en hard in het beoordelen van wat er mis gegaan is. Het eindoordeel luidt:

Het besluit van GS in 1998 was ondeugdelijk en extreem riskant, onrechtmatig want onbevoegd genomen en democratisch ontoelaatbaar omdat het PS buitenspel zette. Dat was een bewuste GS keuze. Het College van GS is daarvoor als geheel verantwoordelijk; Een bijzondere verantwoordelijkheid hebben de CdK, de portefeuillehouder financiën en de griffier. Deze hebben de rechten van Provinciale Staten niet beschermd.

Het is allemaal in 1994 vol goede bedoelingen begonnen via de discussie over Reinventing Government en de overheid als ondernemer. In 1995 nam GS een besluit om de treasury functie te intensiveren. Het ging om geld verdienen door het lenen en uitzetten van geld dat niet noodzakelijk was voor het provinciaal functioneren. Een beetje de geest van de tijd. Maar in de politiek wordt je niet afgerekend op een goed bedoelde intentie. Je bent als bestuurder verantwoordelijk voor feitelijk resultaat en de rechtmatigheid daarvan.

Het ging mis bij het geheim gehouden besluit van GS in 1995 tot intensivering van de treasury met risicoloze intensiveringinstrumenten. Daarna bleek dat in de slecht gecontroleerde praktijk dat er niet langer sprake was van risicoloosheid.

Overigens is ook aan andere regels niet voldaan (termijnen, registratie geldmakelaars, termijnhandel in leningen, verantwoordingsplicht, mandaatregels, functiescheiding).

Vastgesteld moet worden dat er voor de provincie Zuid-Holland een speculatieverlies dreigt van 47 miljoen dat door de provincie zelf betaald moet worden.

Er zijn drie vragen


- Wie is waarvoor verantwoordelijk en wat is verwijtbaar?


- Hoe kan voorkomen worden in regelgeving en toezicht dat zoiets nog eens gebeurt?


- Wat zijn de grenzen van het handelen met overheidsgeld en wat is daarover bepaald?

Wie is verantwoordelijk en wat is verwijtbaar?

Minister

De brief van de minister volgde op de commotie van 9 september. Die ontstond door krantenberichten die suggereerden dat de minister de Kamer onjuist of onvolledig geïnformeerd had. Volgens het Algemeen Dagblad wist het ministerie van het 'bankierenbesluit' in juni 1997. Uit de uitgelekt notulen van het stafoverleg van de provincie zou geconcludeerd kunnen worden dat het geheime besluit uit 1995 is overlegd. Maar uit zowel het rapport Deloitte en Touche als uit het onderzoeksrapport van de Commissie van Dijk blijkt dat het de provincie het had over de besluiten van 1988 en 1991 waarin het 'bankieren' niet aan de orde was. En dat er volgens de provincie uitdrukkelijk sprake was van risicoloos handelen. Pas het signaal van de VNG in april dit jaar was voor het ministerie aanleiding om opheldering te vragen over het bankieren van Zuid-Holland.

Ergo. Dat krantenbericht was feitelijk niet juist.

Het verwijt als zou de minister de kamer niet volledig geïnformeerd hebben snijdt geen hout.

Vervolgens blijkt uit het extern vastgestelde overzicht van beschikbare archiefstukken ook dat er geen verslag is van een overleg van 2 juli 1997.

Wel ben ik nieuwsgierig naar een verslag van 4 juli 1997. Waar gaat dat over?

De verantwoordelijkheid van de minister voor het toezicht op de provinciale financiën loopt bepaald door de wet via toezicht achteraf. Afwijkingen zijn alleen bij wet toegestaan. Het toezicht is gericht op het in evenwicht zijn van de begroting. Tegen dat licht moet het geheel beoordeeld worden.

In de begroting van de provincie en in de jaarrekening, zoals in de risicoparagraaf, was het bankieren niet zichtbaar. De inkomsten waren niet onder rente-inkomsten of rentekosten geraamd of verantwoord. De provincie voldeed aan de kasgeldnorm.

Maar het hoge uitleenvolume was zichtbaar in de maandstaten (F1A), bestemd voor de ministeries BZK en Financiën. In het overleg van in juli 1997 van het ministerie met de provincie erkende deze het hoge leenvolume. De provincie verklaarde dat het om risicoloze activiteiten ging die door de provincie waren geaccordeerd. En zorgde ervoor het volume van leningen aan het eind van het jaar lager te stellen vanwege de EMU-norm.

Het valt de minister te verwijten dat:


* Het ministerie de signalen die er wel waren (maandstaten) niet voortvarend heeft opgepakt. Het ministerie heeft overigens tot juli dit jaar uitermate traag gereageerd. Gaat de minister daar iets aan doen?
* Dat er geen bewaking is op het verzamelen van verplichte inzending van maandstaten.

* Dat beschikbare gegevens niet benut zijn voor bevraging bij rekening en begroting en dat het beoordelen van de jaarcijfers op rijksrisico en EMU-norm te smal is.

* Dat de staatssecretaris in 1997 niet geïnformeerd is. De ambtenaren namen genoegen met de verklaring van de provincie inzake risicoloosheid. Zij hebben er bewust vanaf gezien de staatssecretaris te informeren in afwachting van nadere informatie.

* Het ministerie had de signalen uit de maandstaten dienen te gebruiken voor verder onderzoek en had moeten toezien op het juist verantwoorden van rente- inkomsten/lasten die verbonden zijn met het hoge leningenplafond. De controle op de inzendplicht van leningenbesluiten was beslist niet alert genoeg.

Achteraf gezien is dat allemaal wel verklaarbaar. Het saldo blijft dat het ministerie in de toezichtfunctie te kort is geschoten. De controle was misschien formeel juist naar de letter van de wet. Maar zeker niet naar de geest van de wet.

Op al deze punten heeft de minister het boetekleed aangetrokken en beterschap beloofd.

Ik zou graag van de minister een reactie horen op de constateringen die de Commissie van Dijk doet op de wijze waarop het toezicht vanuit het ministerie is gevoerd en de aanbevelingen.

Wie is verantwoordelijk en wat is verwijtbaar?

De Commissaris der Koningin is aan de minister wettelijk beperkt verantwoording schuldig over een beperkt aantal zaken middels ambtsinstructie die geen betrekking heeft op deze zaak.

Verwijtbaar aan de CdK als rijksorgaan is het niet voor vernietiging voordragen van het beruchte GS-besluit uit 1995 dat niet rechtmatig was omdat GS niet bevoegd waren deze beslissing te nemen en dat het algemeen belang in het geding was. Het feit dat de Commissaris het niet met de GS- beslissing eens was siert haar overigens. Maar GS was niet bevoegd deze regels voor het beheer van kasgeld vast te stellen; dat is alleen aan PS voorbehouden.

De CdK is hoofdzakelijk Provinciale Staten verantwoording schuldig. Als provinciaal orgaan en lid van GS is de CdK gezamenlijk met de gedeputeerden verwijtbaar om het besluit uit 1995 niet te melden aan Provinciale Staten en aan de minister. Ook verwijtbaar is een onvoldoende gemandateerde procedure, het niet inzenden van leningenbesluiten en uitvoeringsbesluiten en het niet juist in de begroting en rekening opnemen van de rentewinsten waardoor het budgetrecht van de Staten niet geëerbiedigd is. .

De verantwoordingsplicht van de CdK aan de Provinciale Staten zoals in artikel 179 geregeld is, voorziet niet in de wijze waarop deze verantwoording moet worden afgelegd. De ontslagaanvraag van de CdK mevrouw Leemhuis maakt een verdere weging dan deze van de zwaarte van het onjuist handelen naar mijn opvatting thans niet meer nodig. Ik wil dan ook volstaan met te zeggen dat het aftreden een gepast besluit is. Een verantwoordelijk bestuurder waardig.

Datzelfde meent de PvdA-fractie ook ten aanzien van de afgetreden gedeputeerden Wolf, Heykoop de De Jong die met opgeheven hoofd hun politieke verantwoordelijkheid hebben gedragen. Dat is een teken van kracht.

Voorkomen

Het mag niet toegestaan zijn dat een lagere overheid bezig is om met geld geld te maken anders dan voor de primaire overheidstaak nodig is. De minister heeft laten weten dat in een wetsvoorstel FILO dat sinds begin juli bij de Raad van State ligt, het uitzetten van geld sterk aan banden wordt gelegd. Dan wordt het 'bankieren' onmogelijk. Dat blijkt nodig maar het is te verwachten dat de grens tussen wat bankieren genoemd wordt en verantwoorde treasury niet goed in regels te vatten is. Een voorbeeld. Een provincie wil een lening tegen een lager percentage afsluiten terwijl de looptijd nog niet is afgerond en niet afgekocht kan worden. Dan zal er enige tijd een hoger leningvolume bestaan terwijl er toch sprake is van zorgvuldig en verantwoord kasbeheer. Ergo, niet de absolute hoogte van bedragen maar de transparantie, het risicoloos zijn, het in evenwicht zijn, de betrouwbaarheid van de financiële instelling zijn bepalend voor verantwoord treasurybeleid. Een verdere discussie zal wat ons betreft bij de wet FILO gevoerd worden.

De minister heeft voorstellen gedaan voor een betere controle achteraf. Die is er door bijvoorbeeld de maandstaten in een scherper kader af te zetten tegen elementen uit de totale exploitatie. Maar ook via benchmarking tussen provincies. Ik vraag de minister een precieze en nadere uitwerking van zijn voornemens aan de kamer te sturen.

De PvdA-fractie wil ook zo snel mogelijk geïnformeerd worden over de mate waarin bankieren bij gemeenten en andere overheden of overheidsorganisaties een rol speelt.

Grenzen van overheidshandelen

Het is duidelijk dat de overheid geen ondernemer is. Maar daar is niet alles mee gezegd. Naarmate decentralisatie toeneemt en men zelf meer risicodragend optreedt zal de reservepositie van overheden moeten toenemen om de risico's en de fluctuaties in inkomsten en uitgaven op te vangen. Zorgvuldig middelenbeheer kan en mag geen passief beheer zijn. Het in regels vaststellen van grenzen zal lastig zijn. De grens is niet met een nagelschaartje te knippen. De overheid behoort altijd een sobere transparante, open en controleerbare manier van werken te hebben.

Elementen uit de cultuur van bedrijfsleven zoals winst op bedrijfsmatige activiteiten en het marktmechanisme kunnen een beperkte rol spelen in overheidshandelen. Maar de overheid is in beginsel geen gelijke marktpartij. Niet alleen voor de provincie speelt dat de ondernemende overheid grenzen kent. Het gaat evenzeer om andere overheden of overheidsorganisaties zoals politie en waterschappen. Wij willen op afzienbare termijn helderheid via een debat over de wijze waarop lagere overheden vanuit hun eigen verantwoordelijkheid met hun geld omgaan en de verhouding van centrale overheid tot decentrale overheidsorganisaties. Het recente WRR-rapport over het publieke en private domein kan daarbij van nut zijn.

Toezicht vooraf

De minister gaat in op de overweging om toezicht vooraf in te voeren. Wij zijn tegen deze benadering die haaks staat op de grondwettelijke opvatting over de autonomie van de gemeenten en de provincie. In de grondwet (art 124) en in de Provinciewet van 1994 is de autonome bevoegdheid inzake financieel beheer van de provincie nadrukkelijk vastgelegd. Ik denk dat het ook niet nodig is om gebeurtenissen zoals met Zuid - Holland te voorkomen.

De minister wijst deze optie af en wij zijn het met de minister hierover eens.

Provinciale rekenkamer

De commissie van Dijk stelt dat het onderzoek door Provinciale Staten door de commissie voor de rekeningen onvoldoende was. De vraag is of bij het doorzien van meer complexe kostentoerekeningen er niet meer ondersteuning voor de Provinciale Staten zou moeten zijn. Van Kemenade heeft onlangs over een Provinciale rekenkamer gesproken. Ik kan mij daarbij iets voorstellen. De gemeente Rotterdam heeft zelf een gemeentelijke Rekenkamer ingericht. Ik vind wel dat het een door de Provincies zelf in te stellen regeling zou moeten zijn als onderlinge faciliteit.

Accountant

De accountant heeft het echte probleem niet gezien, niet onderzocht of gesignaleerd. Een mogelijke aansprakelijkheidstelling van de accountant door de provincie kan ik mij goed voorstellen. De rol en betrouwbaarheid van de accountantsverklaring - gebruikt bij het toezicht achteraf door het ministerie - roept vragen op.

Zijn er aanpassingen nodig bij de regelgeving, bijvoorbeeld via de comptabiliteitswet als het gaat om de kwaliteit en representativiteit van het accountantsonderzoek? Zijn er protocollen nodig om ook Provinciale Staten een beter inzicht te geven in de verantwoording van het gevoerde beleid en de rechtmatigheid van de verantwoording zo vraag ik de minister?

Archiefwet

Door de treasurer zijn bijna alle bewijsstukken vernietigd. Dat is onbegrijpelijk. De bepalingen van de Archiefwet zijn ernstig overtreden. Is de minister bereid de inspectie op grond van de Rijksarchiefwet een onderzoek te laten doen naar overtreding van de archiefwet?

Vragen


* Hoe zit het met de kwestie Gouda? Waar gaan de beide faxen over Gouda over van november 1997. Is er volgens de minister in Gouda iets onoorbaars gebeurd? Zo ja wat? Ik zou daar graag duidelijkheid over willen hebben.

* Waarop richt zich het strafrechtelijk onderzoek en wanneer verwacht de minister daarover een zichtbaar resultaat?

* Wat is de consequentie van het onrechtmatig verklaren van de handelwijze van GS? Kunnen er civielrechtelijke gevolgen uit ontstaan?

Tot slot. Dit alles is een pijnlijke en harde les. Namelijk dat de verplichting aan de burgers die voortvloeit uit de democratisch gegeven overheidsopdracht de overheid bindt en beperkt in haar handelen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie