Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Agrarische gezinnen en hun inkomens: soms armoede

Datum nieuwsfeit: 08-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

persbericht 1612

AGRARISCHE GEZINNEN EN HUN INKOMENS

IS ER SPRAKE VAN ARMOEDE ?

De inkomensverschillen tussen agrarische gezinnen zijn groot. Tegenover hoge inkomens staat een vrij omvangrijke groep gezinnen met een laag inkomen. Uitgaande van het totaal inkomen van de gezinnen uit activiteiten in en buiten het agrarisch bedrijf, blijft 23% onder een inkomen dat voor zelfstandige ondernemers vergelijkbaar is met het sociaal minimum. Van deze gezinnen werd meer dan de helft geconfronteerd met een situatie van structureel lage inkomens.

Het inkomen van buiten het agrarische bedrijf neemt gedurig toe. Zouden agrarische gezinnen geen inkomen van buiten het bedrijf hebben dan is de groep met een inkomen beneden de minimumgrens aanmerkelijk groter (44%). Geringe bedrijfsomvang en hogere leeftijd van de ondernemer bij afwezigheid van een opvolger zijn belangrijke verklarende factoren voor achterblijvende bedrijfsopbrengsten.

Om te beoordelen of er sprake is van armoede dient ook het eigen vermogen in de beschouwing te worden betrokken. Veel gezinnen met een laag inkomen hebben weliswaar een behoorlijk bedrag aan eigen geïnvesteerd vermogen, doch kunnen dit alleen voor consumptieve doeleinden gebruiken als het bedrijf wordt afgebouwd of beëindigd. *

Dit zijn de belangrijkste conclusies van het LEI-onderzoek naar een nadere kwantificering van gezinnen met lage inkomens. De studie maakt deel uit van een omvangrijk onderzoek naar de omvang en beleving van armoede onder agrarische gezinnen in opdracht van Kritisch Landbouw Beraad (KLB), Steunpunt Landelijke Boerinnen Belangen (LBB) en Werkgroep Kerken en Landbouw van de Raad van Kerken. In het voorjaar 2000 zal de sectie Huishoudstudies van de Wageningen Universiteit het eindrapport publiceren.

De periode 1995-1997 was voor de varkenshouderij en glastuinbouw door goede opbrengstprijzen een periode met weinig gezinnen onder de minimumgrens. De melkveehouderij scoorde gemiddeld, de akkerbouw en opengrondstuinbouw vrij hoog. De minimumgrens is in dit onderzoek gebaseerd op het sociaal minimum, gecorrigeerd voor verzekeringen en belastingen.

Er is een duidelijke relatie tussen bedrijfsomvang en bedrijfsinkomen. Bijna 90% van de gezinnen op kleine bedrijven (16-40 nge) bleef met het bedrijfsinkomen beneden de grens. Op bedrijven boven de 110 nge is dat 17%. Onder de gezinnen met lage bedrijfsinkomens bevinden zich veel oudere bedrijfshoofden zonder opvolger. De gezinnen van jonge ondernemers komen beter dan gemiddeld uit de bus.

en andere periode (1992-1994) laat vergelijkbare percentages gezinnen onder de grens zien voor de totale land- en tuinbouw. Door grote jaarlijkse fluctuaties in opbrengstprijzen lopen de percentages per bedrijfstype uiteen, met name voor de varkenshouderij en glastuinbouw.

De verschillen tussen gezinnen in totaal inkomen zijn groot. Het overgrote deel van de gezinnen bevindt zich in de periode 1995-1997 in het inkomenstraject 40.000 tot 100.000 gulden. Aan de bovenkant van het inkomensgebouw bevinden zich hoge uitschieters, aan de onderkant verdient 10% nog niet de helft van het niveau van de minimumgrens.

Het aandeel van het inkomen van buiten bedrijf in het totaal inkomen is in de jaren negentig toegenomen tot gemiddeld 25%. Veel gezinnen op kleine bedrijven hebben het inkomen opgetild tot boven de grens. Hieronder bevinden zich veel gezinnen op akkerbouw- en gemengde landbouwbedrijven.

Voor een groot deel van de agrarische gezinnen met lage inkomens is de situatie structureel. Er zijn ook veel gezinnen die zo nu en dan met lage inkomens worden geconfronteerd. Onder de groep met structureel te lage totaal inkomens bevinden zich relatief veel gezinnen uit Zuidwest-Nederland. In Oost-Nederland en Noord-Nederland hebben veel gezinnen door neveninkomsten het bedrijfsinkomen flink aangevuld.

De lage bedrijfsopbrengsten zijn de belangrijkste oorzaak van de lage inkomens. Op een deel van de bedrijven spelen hoge betaalde kosten een rol. Gezinnen met een laag totaal inkomen houden de privé-uitgaven beperkt of kiezen voor een aantasting van de bedrijfscontinuïteit. Door forse ontsparingen blijven de bedrijfsinvesteringen op een laag niveau en loopt de solvabiliteit terug. Een kleine 10% van de gezinnen met een totaal inkomen onder de grens heeft een eigen vermogen beneden de 225.000 gulden, de huidige grens voor de IOAZ regeling. De spreiding tussen gezinnen in eigen vermogen is groot.

De in doorsnee lage rentabiliteit in de agrarische sector noodzaakt veel bedrijven te financieren met relatief veel eigen vermogen.

Voor meer informatie LEI, tel. (070) 335 83 30 of faxnummer direct (070) 361 56 24.

8 oktober1999

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie