Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Financien: Besluit willekeurige afschrijving

Datum nieuwsfeit: 12-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Willekeurige afschrijving

Besluit van 12 oktober 1999, nr. DB99/472M

De plaatsvervangend Directeur-generaal der Belastingen heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.


1. Inleiding

Met toepassing van artikel 10, derde lid, onderdeel b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de wet) kunnen de aanschaffings- of voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen willekeurig worden afgeschreven zodra ter zake van de verwerving of verbetering verplichtingen zijn aangegaan

of voortbrengingskosten zijn gemaakt. Het moet dan gaan om bedrijfsmiddelen die bij Ministeriële regeling zijn aangewezen. In de Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving van 27 december 1995, Stcrt. 251, zoals laatstelijk gewijzigd bij Regeling van 7 december 1998, Stcrt. 239 (hierna: de uitvoeringsregeling) is van deze bevoegdheid gebruik gemaakt.

In artikel 2, eerste lid, van de uitvoeringsregeling worden als bedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 10, derde lid, onderdeel b, van de wet aangewezen, bedrijfsmiddelen voorzover de belastingplichtige

ter zake verplichtingen is aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt in een kalenderjaar waarover ten aanzien van hem de verhoogde zelfstandigenaftrek als bedoeld in artikel 44m, derde lid, van de wet van toepassing is. Het tweede lid van artikel 2 van de uitvoeringsregeling bepaalt dat daartoe mede kunnen worden gerekend bedrijfsmiddelen voorzover de belastingplichtige ter zake verplichtingen is aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt in het aan dat jaar onmiddellijk voorafgaand kalenderjaar.

In dit besluit wordt op een aantal aspecten van deze regeling voor zogenoemde startende ondernemers ingegaan.

2. Aangaan van verplichtingen

Aan mij is de vraag voorgelegd of willekeurig kan worden afgeschreven door startende ondernemers indien er geen verplichtingen zijn aangegaan.

Hierop heb ik geantwoord dat voor de toepassing van de regeling van willekeurige afschrijving door startende ondernemers noodzakelijk is dat er verplichtingen zijn aangegaan (of voortbrengingskosten zijn gemaakt), nu deze voorwaarde nadrukkelijk wordt gesteld in artikel 10, derde lid, aanhef, van de wet en in artikel 2 van de uitvoeringsregeling.

Goedkeuring

In het geval waarin geen sprake is van het aangaan van verplichtingen, keur ik evenwel goed dat willekeurig kan worden afgeschreven indien belanghebbende kan afschrijven op basis van artikel 10, eerste lid, van de wet. In een dergelijk geval kan willekeurige afschrijving echter pas plaatsvinden vanaf het moment van ingebruikname van het desbetreffende bedrijfsmiddel. De goedkeuring geldt in

alle gevallen waarin geen sprake is (geweest) van het aangaan van verplichtingen, met uitzondering van situaties waarin bedrijfsmiddelen zijn verkregen van een vennootschap waarvan de belanghebbende voor ten minste een derde gedeelte van het nominaal gestorte kapitaal onmiddellijk of middellijk aandeelhouder is of in de loop van de laatste vijf jaren is geweest.

Inspecteurs zijn gemachtigd, op een daartoe strekkend verzoek, goed te keuren dat willekeurige afschrijving door startende ondernemers kan plaatsvinden in het geval waarin ter zake van de verwerving van een bedrijfsmiddel geen verplichtingen zijn aangegaan.

Het verzoek dient te zijn ontvangen voor de datum waarop de aanslag definitief vaststaat.

Voorbeeld

Ondernemer X brengt, in een jaar waarin hij recht heeft op de verhoogde zelfstandigenaftrek, een tot zijn privé-vermogen behorend vermogensbestanddeel in zijn onderneming in. Indien afschrijving mogelijk is met toepassing van artikel 10, eerste lid van de wet, wordt goedgekeurd dat willekeurige afschrijving plaatsvindt met toepassing van artikel 10, derde lid, van de wet, met inachtneming van het maximum van artikel 11, eerste volzin, onderdeel a, van de wet, vanaf het moment van ingebruikname.

Ook kan worden gedacht aan de situatie waarbij toetreding tot een firma plaatsvindt, terwijl geen sprake is van het aangaan van verplichtingen in de zin van de wet.


3. Uitgesloten verplichtingen

Ingevolge artikel 2, derde lid, van de uitvoeringsregeling is artikel 11, vijfde lid, zesde lid, eerste volzin, onderdeel a, achtste, negende en tiende lid, van de wet van overeenkomstige toepassing. Dit betekent onder meer dat de in artikel 11, achtste lid, van de wet voor de toepassing van de investeringsaftrek uitgesloten verplichtingen ook niet in aanmerking komen voor de regeling van de willekeurige afschrijving voor startende ondernemers. Op basis van artikel 2, derde lid, van de uitvoeringsregeling, juncto artikel 11, negende lid, van de wet, kan onze Minister bepalen dat de hiervoor genoemde uitsluiting buiten toepassing blijft. Ik heb aanleiding gevonden in de hieronder genoemde gevallen van de ontheffingsbevoegdheid gebruik te maken.


3.1 Ontheffing

Hierbij machtig ik inspecteurs namens mij, op een daartoe strekkend verzoek, onder de navolgende voorwaarden ontheffing te verlenen in geval van:

a. verplichtingen aangegaan tussen bloed- en aanverwanten in de rechte lijn en in de tweede graad

van de zijlijn, tussen echtgenoten alsmede tussen de belastingplichtigen en degene die in het kalenderjaar of in het voorafgaande kalenderjaar voldoet aan de in artikel 56 van de wet gestelde voorwaarden om in aanmerking te komen voor overdracht van de basisaftrek aan de belasting- plichtige;


b. verplichtingen aangegaan tussen gerechtigden tot een nalatenschap waartoe het bedrijfsmiddel behoort.

In de onder a en b genoemde gevallen kan willekeurig worden afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname van het desbetreffende bedrijfsmiddel indien afschrijving mogelijk is met toepassing van artikel 10, eerste lid, van de wet.

Het verzoek dient te zijn ontvangen voor de datum waarop de aanslag definitief vaststaat.


4. Geen machtiging tot verlenen ontheffing

Inspecteurs zijn niet gemachtigd ontheffing te verlenen ter zake van verplichtingen die zijn aangegaan tussen de startende ondernemer die voor ten minste een derde gedeelte van het nominaal gestorte kapitaal onmiddellijk aandeelhouder is of in de loop van de laatste vijf jaren is geweest in een vennootschap waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld en deze vennootschap. Verzoeken dienaangaande zullen niet worden ingewilligd door het Ministerie.


5. Overige aspecten willekeurige afschrijving startende ondernemers


a. Willekeurige afschrijving over investeringen gedaan in 1995

De vraag is gesteld of willekeurige afschrijving mogelijk is op bedrijfsmiddelen die in 1995 zijn verkregen. Deze vraag is opgekomen nu artikel 2, tweede lid, van de uitvoeringsregeling meebrengt

dat als bedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 10, derde lid, onderdeel b, van de wet tevens worden aangemerkt bedrijfsmiddelen voor zover verplichtingen zijn aangegaan of voortbrengingskosten zijn gemaakt in het jaar dat onmiddellijk voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de verhoogde zelfstandigenaftrek van toepassing is.

Ik heb daarop geantwoord dat willekeurige afschrijving op bedrijfsmiddelen die in 1995 zijn verkregen, niet mogelijk is, omdat een andersluidend standpunt in feite een terugwerkende kracht geeft aan de onderhavige regeling.

b. Willekeurige afschrijving in periode waarin geen recht bestaat op startersaftrek

Aan mij is de vraag voorgelegd of de willekeurige afschrijving op een bedrijfsmiddel als bedoeld in artikel 2 van de uitvoeringsregeling, slechts kan plaatsvinden in de periode dat de desbetreffende belastingplichtige recht heeft op de zogenoemde verhoogde zelfstandigenaftrek.

Ik heb hierop geantwoord dat de periode waarover willekeurig kan worden afgeschreven, niet beperkt wordt tot de periode waarin recht bestaat op de verhoogde startersaftrek. De regeling vereist immers slechts dat de verplichtingen zijn aangegaan dan wel de voortbrengingskosten zijn gemaakt in een jaar waarin recht bestaat op de zogenoemde startersaftrek; de afschrijving kan echter willekeurig plaatsvinden, dus ook in een jaar waarin geen recht bestaat op startersaftrek.


c. Willekeurige afschrijving en doorschuiving onderneming

Aan mij is de vraag voorgelegd of willekeurig kan worden afgeschreven op bedrijfsmiddelen die zijn doorgeschoven met toepassing van artikel 15, derde lid, artikel 17, of artikel 18, van de wet.

In het geval waarin een onderneming wordt verkregen met toepassing van artikel 15, derde lid

of artikel 17, van de wet kan willekeurige afschrijving bij de overnemer op doorgeschoven bedrijfsmiddelen slechts plaatsvinden voor zover er bij de overdrager nog niet geëffectueerde aanspraken bestaan. In het geval waarin doorschuiving plaatsvindt met toepassing van artikel 18

van de wet, kan geen willekeurige afschrijving plaatsvinden bij de vennootschap. De wetgever

heeft nadrukkelijk niet gewenst dat de willekeurige afschrijving voor startende ondernemers kan plaatsvinden door starters die hun onderneming in de vorm van een rechtspersoon uitoefenen

(zie MvT Tweede Kamer, Wet van 13 december 1995, Stb. 634, Kamerstukken 24 423, nr. 3).

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie