Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Vermeend inzake afwikkeling WIR-aanspraken

Datum nieuwsfeit: 13-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Afwikkeling WIR-aanspraken

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA Den Haag

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

6 mei 1999/42-99-Fin

PFC 1999-491

13 oktober 1999

Onderwerp

Afwikkeling WIR-aanspraken

Geachte heer Van Gijzel,

Uw commissie heeft verzocht om inzicht te geven in de afwikkeling van de WIR-aanspraken (Wet investeringsrekening). Aan uw verzoek wil ik graag voldoen met daarbij een antwoord op uw vragen in hoeverre de aanspraken thans zijn geëffectueerd en wat mijn voornemens zijn ten aanzien van de behandeling van nog openstaande aanspraken. Ook zal ik ingaan op uw verzoek om duidelijkheid te geven omtrent de afrekening in één keer van de getemporiseerde WIR-uitgaven1 (WIR-knip) en de WIR-verrekening bij onbeperkte (voorwaartse) verliesrekening.
1. WIR-aanspraken.

Wettelijk is verankerd dat tot en met het belastingjaar 1999 WIR-aanspraken (claims) voor verrekening kunnen worden aangeboden door de ondernemers die belastingplichtig zijn voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting. Dit betekent dat tot en met het belastingjaar 1999 de bestaande en nog niet verrekende WIR-premies kunnen worden verrekend met de verschuldigde belasting. De belastingaangiften 1999 komen in de loop van 2000 en 2001 binnen en zullen tot en met 2002 met een uitloop naar 2004 definitief worden vastgesteld.

Er staat op dit moment nog zon 1,2 mld. te verrekenen WIR open in de Vpb-sfeer en 0,3 mld. in de IB-sfeer. Zowel voor de Vpb als voor de IB geldt dat deze claims niet volledig zullen worden verrekend tot en met belastingjaar 1999. In dit bedrag zijn namelijk de claims begrepen die inmiddels zijn verjaard (verdampt) en de claims van ondernemingen, die inmiddels niet meer bestaan.

Naar huidig inzicht zal het bedrag aan nog wel te verrekenen WIR-claims tot en met het belastingjaar 1999 slechts een beperkt deel bedragen van het bedrag aan openstaande WIR. Op basis van de verwachte winstontwikkeling van de ondernemingen wordt geschat dat van dit deel aan WIR-claims nog ongeveer 100 miljoen zal worden verrekend.


2. WIR-knip beschikkingen.

Bij een eventuele versnelling van de getemporiseerde uitbetaling van (reeds verrekende) WIR-premies worden de resterende termijnen van de verrekende WIR-claims (WIR-knip beschikkingen) in één keer uitbetaald door de Belastingdienst. Eventuele nog niet verrekende WIR-claims tot en met belastingjaar 1999 worden dan niet meer geknipt. Een versnelling brengt een kasverschuiving met zich mee. De uitbetaling ineens van alle (over 1999 en volgende jaren) bestaande WIR-knip beschikkingen wordt geschat op ongeveer 400 mln. Ongeveer 200 mln. zou evenwel eerder moeten worden terugbetaald door ondernemers wegens in andere jaren teveel genoten investeringspremies.

In totaal kunnen de uitgaven zoals onder 1. en 2. genoemd (100 resp. 400 mln.) uitkomen op ongeveer 500 mln. en de ontvangsten op ongeveer 200 mln.. Daarbij ben ik overigens van mening dat versnelde terugbetaling door ondernemers uit het oogpunt van rechtszekerheid onwenselijk is.

3. Uitvoeringsaspecten.

De afschaffing van de WIR-knip zal via wetgeving moeten plaatsvinden. Opgemerkt wordt dat de destijds noodzakelijke invoering van de complexe WIR-knip wetgeving ingrijpend is geweest voor het bedrijfsleven en de Belastingdienst. Daarbij is bepaald dat niet voor een bepaalde datum gemelde WIR-claims een beperkte uitbetaling kennen tot 150 duizend gulden maar niet worden geknipt. Indien wordt besloten tot vervroeging van de WIR-knip en het moment van uitbetaling daarmee wijzigt, worden rechten bij een deel van de ondernemers (de netto-ontvangers van geknipte WIR) achteraf vergroot maar worden bestaande rechten ingeperkt bij de netto-betalende ondernemers en bij de niet gemelde WIR-claimers. Om rechten van belastingplichtigen niet aan te tasten is wederom overgangs-wetgeving noodzakelijk. Al met al betekent het vervroegen van de WIR-afhandeling complexe wetgeving, terwijl van een definitieve afronding van het WIR-dossier geen sprake zal zijn.


4. Conclusie.

In mijn brief van 12 oktober 1995 heb ik aangegeven dat ik de gedachte van de commissie vermindering administratieve verplichtingen bedrijfsleven om uitzicht te bieden op eindigheid van de WIR-knip deel, maar het moment van afrekening laat afhangen van de budgettaire ontwikkelingen. Gezien het geraamde budgettaire beslag van een dergelijke operatie (zie onder 2.) en de onder 3. vermelde uitvoerings-aspecten heb ik besloten om de WIR-knip beschikkingen niet in één keer af te rekenen. Overigens heb ik mij voorgenomen, indien het budgettaire beeld na afloop van het jaar 1999 afwijkt van het huidige beeld, de Kamer daarover te informeren.

Tenslotte merk ik op dat mijn standpunt in de brief van 22 mei 1996 inzake WIR-verrekening bij de onbeperkte (voorwaartse) verliesverrekening, niet is gewijzigd.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCËN,

W.A. Vermeend

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie