Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Ecofin Raad 8 oktober in Luxemburg

Datum nieuwsfeit: 15-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Verslag ecofin raad 8 oktober in Luxemburg

DIRECTIE BUITENLANDSE FINANCIËLE BETREKKINGEN

Aan:

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

BFB/99-1057m

15 oktober 1999

Onderwerp

Toezending verslag van de Ecofin Raad 8 oktober 1999.

Hierbij zend ik u, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, het verslag van de vergadering van de Ecofin Raad van 8 oktober 1999.

Dit verslag wordt toegezonden aan de Voorzitters van de Eerste Kamer en Tweede Kamer alsmede de Voorzitters van de Algemene Commissie voor Europese Zaken en de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer

DE MINISTER VAN FINANCIËN,

Verslag Euro-11 d.d. 8-10-1999

G7-bijeenkomst

De Euro-11 besprak in aanwezigheid van ECB-president Duisenberg de resultaten van de G7 bijeenkomst van 25 september 1999. Terzake van de economische situatie memoreerde de Ecofinvoorzitter kort het fragiele herstel van de Japanse economie, het nieuwe stimuleringspakket van de Japanse autoriteiten en de G7 verklaring over de wisselkoersontwikkeling.

Een EU lidstaat die de middagsessie van de G7 had bijgewoond gaf aan dat was gesproken over de internationale financiële architectuur. De G7 had besloten zich in te zetten voor een versterking van het Interim Committee(IC). Daarnaast zou in de regel het IC worden voorbereid door een bijeenkomst van plaatsvervangende IC-leden. Er was vervolgens uitgebreid gesproken over de instelling van de G-X, bestaande uit de G7 landen en een aantal opkomende economieën. De Ecofin-voorzitter zal deelnemen aan het overleg. De eerste bijeenkomst van dit nieuwe forum zal plaatsvinden in Berlijn in december dit jaar. Benadrukt werd dat de GX niet in concurrentie mocht treden met het IC of DC (Development Committee van de Wereldbank). Besluitvorming over internationale financiële aangelegenheden zou plaats moeten blijven vinden in de Bretton Woods instellingen. Ten aanzien van het betrekken van de financiële sector bij crises hadden de Verenigde Staten met name gepleit voor een van geval tot geval benadering. Gememoreerd werd dat het Financiële Stabiliteitsforum is uitgebreid met een aantal nieuwe leden, waaronder Nederland. Tenslotte was het HIPC-initiatief aan de orde gesteld.

Wisselkoerssituatie

De euro-11 deelnemers spraken hun tevredenheid uit over het feit dat de discipline in de communicatie over de wisselkoers van de euro goed werkt. Benadrukt werd dat de deelnemers aan het euro-11 overleg deze discipline onverkort moeten voortzetten, zodat er geen onnodige onrust op de financiële markten ontstaat. Minister Zalm riep de ECB op om ook met één mond te spreken over de inflatieontwikkeling in de eurozone.

Economische en budgettaire situatie

Ten behoeve van deze Euro-11 ontmoeting was aan Frankrijk, Spanje en Ierland gevraagd om specifiek hun economische en budgettaire beleid toe te lichten.

De Commissie herhaalde in een algemene toelichting dat de groeivooruitzichten voor 1999 en 2000 gunstig zijn en onderstreepte dat de Lidstaten de tekortdoelstellingen in hun stabiliteitsprogrammas moeten zien als te behalen minimumresultaten. Daarnaast was de Commissie van mening dat het intensiveren van structurele hervormingen een van de kernthemas moet zijn bij de analyse van de dit najaar verschijnende geactualiseerde stabiliteitsprogrammas. Ten aanzien van Frankrijk tekende de Commissie aan op dat de doelstelling voor het tekort in 2000 van 1,8% BBP moest worden bezien in het licht van een hoge groeiverwachting. Volgens Franse inschatting kan de groei in 2000 en 2001 uitkomen boven de 3% BBP. De economische groei in Ierland en Spanje was eveneens hoger dan verwacht. Bij beide landen deed de vraag zich voor of het begrotingsbeleid voldoende stabiliserend werkt ten aanzien van de huidige conjuncturele situatie.

Minister Zalm trad op verzoek van de Euro-11 voorzitter op als inleidende spreker. Hij gaf aan dat de budgettaire ontwikkelingen dit jaar gunstig verlopen. Met uitzondering van Italië verwachten alle Lidstaten op dit moment een tekort voor 1999 dat gelijk is of zelfs lager ligt dan het tekort dat zij eind vorig jaar en dit voorjaar nog in hun stabiliteitsprogrammas hadden opgenomen. Het economisch herstel in 1999 speelt daarbij een rol, hoewel de op dit moment verwachte economische groei in de individuele Lidstaten vaak gelijk is aan of lager dan de groeiveronderstellingen die nog in de stabiliteitsprogrammas waren opgenomen. Dit betekent dat Lidstaten ofwel tijdens het jaar extra inspanningen hebben verricht, ofwel dat de begrotingen meer en meer worden gebaseerd op behoedzame uitgangspunten. Minister Zalm gaf aan dit als een bevredigende ontwikkeling te zien. De economische dynamiek in Nederland en in de eurozone bleek te zijn onderschat.

Ten aanzien van Frankrijk meldde minister Zalm dat hoewel het tekort voor 1999 volgens de septembernotificatie nog hoger dan 2% BBP uitvalt, het tempo van tekortreductie de goede kant opgaat, wanneer ook de aangescherpte tekortdoelstelling voor 2000 in aanmerking wordt genomen (1,8% BBP, in vergelijking met 2% BBP in het Franse stabiliteitsprogramma). Hij merkte op dat het mooi zou zijn indien tijdens de begrotingsuitvoering optredende meevallers zouden worden aangewend voor verdergaande tekortreductie. Ten aanzien van situatie in Ierland en Spanje merkte minister Zalm op dat deze landen samen met Nederland koploper zijn in de inflatie-ontwikkeling. De divergentie mag hier niet teveel uit de hand lopen. De overheid kan met zijn budgettaire beleid de inflatie beïnvloeden, maar de vraag is of dat voldoende is. De Ierse situatie toont aan dat ondanks een begrotingsoverschot van meer dan 3% BBP er een relatief hoge inflatie bestaat. In Spanje heeft de overheid geprobeerd de inflatie te beteugelen door het doorvoeren van prijsverlagingen, maar opnieuw geldt dat dit kennelijk niet voldoende is. De loonontwikkeling is eveneens van groot belang. Hij wees er tenslotte op dat het evident is dat de EMU een verandering in het renteregime teweeg heeft gebracht, in de vorm van een monetaire versoepeling in sommige landen, die tijdelijke divergerende ontwikkelingen kan verklaren.

In zijn reactie bevestigde de Franse minister van Financiën dat de tekortontwikkeling in 1999 gunstiger is dan verwacht, onder andere door hogere opbrengsten bij de vennootschapsbelasting. Meevallers wilde hij gebruiken voor tekortreductie en lastenverlichting. Gevraagd naar de budgettaire consequenties van de invoering van de 35-urige werkweek, gaf hij aan dat de discussie hierover nog in volle gang is. Het is duidelijk dat de 35-urige werkweek de overheid geld gaat kosten, zowel gezien de consequenties voor het overheidspersoneel als door de lastenverlichting die bij de invoering van het plan is voorgenomen. De Ierse minister wees in zijn interventie op de nog steeds uitbundige groei in Ierland. Het begrotingsoverschot loopt in 1999 op tot 3,2% BBP. Met de sociale partners wordt een nieuw akkoord nagestreefd over een gematigde loonontwikkeling, tegen de achtergrond van verdergaande lastenverlichting. De Spaanse vertegenwoordiger gaf in zijn interventie aan hoezeer Spanje had geprofiteerd van een opwaartse spiraal bij de toetreding tot de EMU. Hij stelde dat eventueel optredend groeidividend zou worden aangewend voor verdergaande tekortreductie.

De Voorzitter concludeerde dat de aanpassingen moeten komen van budgettaire zijde. Hij riep Frankrijk op tot verdere budgettaire consolidatie naast lastenverlichting.

Integratie Europese financiële markten

De Euro-11 besprak naar aanleiding van een feitelijk overzicht door de Commissie de huidige stand van integratie op de geldmarkt, de obligatie- en aandelenmarkten en de bankensector sinds de start van de EMU. Belangrijke ontwikkelingen die zich op de diverse markten voordoen zijn de toenemende concurrentie op het gebied van de plaatsing van staatsobligaties, de trend tot samenwerking tussen nationale beurzen, en concentratie in de bankensector. De Commissie gaf aan dat er al met al voortgang wordt geboekt, hoewel een aantal terreinen nadere aandacht behoeft. De ECB-president wees in dit kader op drie terreinen:

i. de nog steeds grote kostenverschillen tussen nationale en grensoverschrijdende betalingstransacties; de ECB overweegt per 2002 richtlijnen voor banken op te stellen indien deze verschillen niet afnemen;
ii. de verschillen tussen onderpandregels met betrekking tot de effectensystemen van de Lidstaten; de ECB is voor een grotere concentratie van effectenbewarings- en afwikkelingssystemen; iii. institutionele en wettelijke belemmeringen op de Europese repomarkt; de ECB meent dat dit grensoverschrijdende investeringen belemmert. Het Europese actieplan voor financiële diensten moet hier krachtiger ter hand worden genomen. Hij kondigde aan om in het ECB Jaarverslag hier aandacht aan te besteden.

De Voorzitter dankte de Commissie voor het nuttige overzicht en gaf aan dat de Ecofin, het EFC en de Financial Services Policy Group (FSPG) de voortgang op de financiële markten zullen blijven monitoren.

Verslag Ecofin Raad d.d. 8 oktober 1999 te Luxemburg

Prioriteiten nieuwe Commissie

De Commissie bij monde van Commissaris Solbes presenteerde haar prioriteiten voor de komende maanden. Op 24 november a.s. zal de Commissie de economische vooruitzichten voor 2000 (inclusief 2001) uitbrengen en een rapport over de economische situatie in Europa dat het Annual Economic Report vervangt dat tot nog toe in het begin van het jaar werd uitgebracht. In januari 2000 zal het Cardiff voortgangsrapport worden gepresenteerd over het functioneren van produkt- en kapitaalmarkten. Tevens is voor het begin van volgend jaar een beoordeling gepland van de richtsnoeren voor het economische beleid. De Commissie gaf verder aan voor het eind van het jaar met een mededeling te komen over risico kapitaal en over het informatiebeleid inzake de introductie van euromunten- en bankbiljetten.

Op het gebied van belastingen bevestigde Commissaris Bolkestein het streven om het totale pakket (gedragscode, belasting op spaartegoeden en belasting op interest en royalties) tijdens de ER van Helsinki af te ronden. Daarnaast hecht de Commissie veel waarde aan het bereiken van overeenstemming over de energiebelasting en gaf zij aan in een constructieve dialoog met de lidstaten de Commissieplannen uit 1996 over harmonisering van de BTW nog eens tegen het licht te houden teneinde te komen tot een wellicht aangepaste strategie. Tot slot werd de goede voortgang gemeld van de studie naar belastingheffing op ondernemingen in de EU. Deze studie wordt uitgevoerd door een door de Commissie ingestelde werkgroep van externe deskundigen.

Verlaagd BTW tarief voor arbeidsintensieve diensten

In de Ecofin Raad is overeengekomen dat de tekst van het voorstel, inclusief de lijst van sectoren waarvoor het lagere tarief zou kunnen gelden, blijft zoals opgenomen in bijlage 1. De Commissie verklaarde het verzoek van een kleine lidstaat een laag BTW tarief te mogen toepassen op werkzaamheden in restaurants welwillend te zullen bezien. De Ecofin Raad was het hiermee eens in de overtuiging dat de lidstaat in kwestie hiermee de bestaande praktijk kan voortzetten. Het Voorzitterschap gaf aan het nu bereikte akkoord als a-punt te agenderen voor de komende Ecofin Raad (8 november a.s.).

Ad hoc vergadering op politiek niveau over het belastingpakket

De Ecofin Raad besloot een ad hoc vergadering op politiek niveau bijeen te roepen over nog openstaande kwesties inzake het belastingpakket. De vergadering zal worden bijgewoond door Ministers of hun persoonlijke vertegenwoordigers en door de leden van de High Level Group op het gebied van de spaartegoeden. Wat betreft de spaartegoeden zal de vergadering zich met name moeten concentreren op internationale waardepapieren (zgn. Eurobonds). De uitkomst van de vergadering zal worden voorgelegd aan de Ecofin Raad van 8 november
a.s.

Belasting op spaartegoeden - verslagen over afhankelijke en geassocieerde gebieden

De Ecofin Raad nam kennis van de verslagen die door verschillende lidstaten zijn ingediend over hun inspanningen om de invoering van de richtlijn spaartegoeden te bevorderen in de afhankelijke en geassocieerde gebieden. Minister Zalm merkte op dat de gesprekken met de Nederlandse Antillen en Aruba nog gaande zijn. De Commissie riep tot slot de landen die nog geen schriftelijke rapportage hebben ingediend op dit spoedig te doen, zodat tijdens de Ecofin Raad van 8 november a.s. een nader debat over deze kwestie kan worden gevoerd.

Implementatie OLAF (Office Européen de Lutte Anti-Fraude)

De Commissie gaf aan dat de discussie met de Europese Investeringsbank (EIB) en de Europese Centrale Bank (ECB) over de toegang van OLAF nog niet is afgerond. Naar de mening van de Commissie vormt interne controle geen argument om OLAF buiten de deur te houden. De president van de EIB deelde mee dat de EIB reeds een onafhankelijk auditcomité heeft ingesteld, dat er sprake is van een volledige samenwerking met OLAF voorzover daarbij gemeenschapsfondsen zijn betrokken en dat nader onderzoek nodig is om te bezien wat OLAF kan/mag doen voor zover het om eigen fondsen van de EIB gaat. Een grote lidstaat stelde dat indien de EIB met OLAF wil samenwerken de EIB geen problemen met de voorgestelde conclusies hoefde te hebben. Minister Zalm was het hiermee eens. OLAF moet volgens hem ongeconditioneerde toegang tot de EIB hebben. Niet alleen tot het deel dat met gemeenschapsgeld gefinancierd wordt, maar volledig. Als aandeelhouder heeft hij daar recht op. Indien noodzakelijk was minister Zalm bereid tot een statutenwijziging om dit mogelijk te maken. Het Voorzitterschap rondde de discussie af met de constatering dat de conclusies (bijlage 2) door de Raad waren aanvaard.

EIB leningen, gemeenschapsgaranties voor projecten in derde landen

De Ecofin Raad besprak hier het nog openstaande punt van de verdeling van het beschikbare bedrag van 18.410 miljoen euro over de regionale mandaten (centraal- en oost Europa, Middellandse Zeegebied, Azië/Latijns Amerika en Zuid Afrika). Er was overeenstemming over een toename van het bedrag voor het Middellandse Zeegebied ten opzichte van het voorstel van de Commissie. Deze toename kan worden bewerkstelligd door een overeenkomstige afname voor de centraal- en oost Europese landen, waarbij deze landen compensatie kan worden geboden in de vorm van additionele EIB leningen zonder garantie van de Unie. De discussie zal tijdens de komende Ecofin Raad worden voortgezet teneinde het exacte bedrag dat toegevoegd wordt aan het EIB mandaat voor het Middellandse Zeegebied te bepalen en om overeenstemming te bereiken over de verdeling voor Azië/Latijns Amerika.

Werkgelegenheid

Besproken werden het ontwerp gemeenschappelijk werkgelegenheidsrapport 1999, het voorstel voor de werkgelegenheidsrichtlijnen 2000 en de aanbeveling inzake implementatie werkgelegenheidsbeleid in de lidstaten.

Minister Zalm benadrukte dat hij een warm voorstander is van aanbevelingen per lidstaat. Hij twijfelde echter aan de noodzaak van formele aanbevelingen en vroeg zich af of opname van aanbevelingen in het voortgangsverslag niet zou volstaan. Hij steunde de aanbeveling voor Nederland inzake de implementatie van het werkgelegenheidsbeleid en was verheugd over het feit dat de Commissie geen aanleiding heeft gezien het aantal werkgelegenheidsrichtsnoeren verder uit te breiden. Daarnaast sprak Minister Zalm zich uit tegen kwantitatieve richtsnoeren, waar een aantal andere lidstaten juist een pleidooi voor hield. Tot slot stelde hij dat, alvorens een algeheel oordeel te vellen over de aanbeveling, de mening van de Sociale Raad moet worden afgewacht, aangezien het proces van Luxemburg primair een aangelegenheid is van de Sociale Raad.

Een aantal lidstaten plaatste vraagtekens bij de analyse waar de Commissie haar aanbevelingen op baseerde. Ook had men liever gezien dat de Commissie de aanbevelingen eerst apart met de lidstaten zou hebben besproken alvorens deze uit te brengen. De Commissie zegde toe de aanbevelingen aan de hand van het commentaar van de lidstaten nog eens tegen het licht te houden en waar nodig te zullen aanpassen. De aanbevelingen zullen dan vervolgens door de Sociale Raad (22 oktober) en de Jumbo Raad (29 november) worden besproken, alvorens ze aan de ER in Helsinki zullen worden voorgelegd.

Economische hervormingen

De Ecofin Raad stelde het Cardiff-proces met betrekking tot de economische hervormingen aan de orde. Tijdens het komende Portugese Voorzitterschap zal een speciale top worden georganiseerd over werkgelegenheid, economische hervormingen en economische en sociale cohesie. De voorzitter van het Economic Policy Committee (EPC) somde een aantal elementen op die zijns inziens noodzakelijk zijn voor een goede voorbereiding van deze top. Allereerst zou het goed zijn indien de landenrapporten meer volgens een standaardformat opgesteld zouden worden teneinde de onderlinge vergelijkbaarheid te bevorderen. Ten tweede zou er voortaan meer nadruk gelegd moeten worden op de evaluatie van economische hervormingen in voorgaande jaren, zoals voorgenomen in de richtsnoeren voor het economische beleid. Verder stelde hij voor ieder jaar twee specifieke issues te behandelen, waarbij de Ecofin Raad gevraagd wordt de keuze van de onderwerpen te bepalen. De Commissie was het er mee eens dat meer aandacht zou moeten worden gegeven aan de implementatie van de richtsnoeren voor het economische beleid. Daarnaast zou de best practices benadering verder moeten worden ontwikkeld. Volgens de Commissie, zou er volgend jaar vooral over de modernisering van network industries en de bevordering van Research en Development gesproken moeten worden. De Ecofin Raad concludeerde tot slot dat de besproken punten een goede basis vormen voor de verdere voorbereiding van de speciale top onder het Portugese Voorzitterschap.

Gemeenschappelijke strategie voor het Middellandse Zeegebied

De Ecofin Raad bereikte onder dit agendapunt overeenstemming over de basiselementen waaruit de Ecofinbijdrage aan de Gemeenschappelijke Strategie van de EU voor het Middellandse Zeegebied zou moeten bestaan. De Ecofin Raad verzocht het Economisch en Financieel Comité (EFC) verder te werken aan de Gemeenschappelijke Strategie op basis van de volgende uitgangspunten;

* aansluiting bij de doelstellingen van de Barcelona Verklaring, in het bijzonder het bevorderen van duurzame groei, het verbeteren van de levensstandaard en het stimuleren van samenwerking en regionale integratie;

* het creëren van een vrijhandelszone tussen de EU en de landen in het Middellandse Zeegebied;

* onderkenning dat de deelnemende landen een grote eigen verantwoordelijkheid hebben, met name op het gebied van het economische beleid;

* bereidheid van de EU eventuele overgangsmaatregelen van de Mediterrane landen te ondersteunen;

* aansluiting van EU hulp bij steun van andere internationale donoren.

Turkije

Tijdens de Ecofin Raad bleek veel steun te bestaan voor een mandaat van de Europese Investeringsbank voor Turkije van 600 miljoen euro voor drie jaar ten behoeve van de wederopbouw na de aardbeving. Wel gaf Minister Zalm aan dat deze uitbreiding van activiteiten van de EIB zou moeten worden gezien als een intensivering van het Middellandse Zee beleid van de EIB en dat daar derhalve bij de vaststelling van de regionale mandaten rekening mee moet worden gehouden. De Commissie zal op korte termijn een formeel voorstel indienen.

Griekenland

Onder het punt diversen werd gesproken over de mogelijkheid structuurfondsmiddelen aan te wenden voor financiering van de wederopbouwwerkzaamheden na de aardbeving in Athene. Naar eerste inzichten beloopt de schade ca. 4 miljard euro. Het Finse Voorzitterschap gaf aan dat de Ecofin Raad geen besluit over versoepeling van de criteria zou kunnen nemen. De Commissie deelde desgevraagd mee dat er gesprekken gaande zijn tussen de Commissie en de Griekse autoriteiten om te bezien in welke mate structuurfondsmiddelen voor de wederopbouw kunnen worden ingezet. De Commissie verwachtte op korte termijn tot een akkoord te komen. De president van de EIB meldde dat ook de EIB steun zal verlenen.

Lunch met landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA)

Tijdens de lunch van de Ecofin Raad vond de jaarlijkse ontmoeting met de EVA landen (IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland) plaats. Hierbij werd een gezamenlijk communiqué uitgegeven over de vereiste macro-economische stabiliteit na de introductie van de euro en over steun aan de westelijke Balkan na de Kosovo crisis (bijlage 3).

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie