Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag SER-raadsvergadering 15 oktober 1999

Datum nieuwsfeit: 15-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
SER

15 oktober 1999

Verslag raadsvergadering 15 oktober 1999

In de vergadering van vrijdag 15 oktober heeft de raad twee adviezen vastgesteld: Investeren in Verkeersveiligheid en het advies op hoofdlijnen inzake Uitvoeringsnota Klimaatbeleid, deel 1: Binnenlandse maatregelen. Daaraan voorafgaand stemde de raad in met een aantal bestuurlijke verordeningen en de begroting voor het jaar 2000. Tevens nam de raad afscheid van VNO-NCW-voorzitter drs. J.C. (Hans) Blankert.

Actualiteiten

In zijn laatste raadsvergadering maakte VNO-NCW-voorzitter Blankert, zoals zo vaak de afgelopen zeven jaar, gebruik van de mogelijkheid in te gaan op actuele sociaal-economische ontwikkelingen. Blankert liet zijn ergernis blijken over een recent persbericht van het CNV. Daarin werd gereageerd op eerdere uitlatingen van de VNO-NCW-voorzitter over het strenger toepassen van de regels voor gesubsidieerde arbeid voor langdurig werklozen. In het CNV-persbericht werd gesuggereerd dat Blankert Melkertbanen zou willen opheffen. Blankert had daar "ernstige bezwaren tegen" en vond het "beneden peil" dat hem denigrerend gedrag verweten werd ten op zichte van mensen met een Melkertbaan. CNV-voorzitter Terpstra liet daarop weten dat hij geen aanleiding zag tijdens de raadsvergadering op de opmerkingen van Blankert in te gaan.

Investeren in verkeersveiligheid

Als enige spreker over dit onderwerp meldde zich de heer J. Ruiter, tweede voorzitter van de Werkgeversvereniging voor het Bankbedrijf, die sprak namens de ondernemersorganisaties in de SER. In de woorden van Ruiter ging het bij dit advies om een "weerbarstige" materie, die niet eenvoudigweg vanuit een economische invalshoek benaderd kan worden. Een verkeersdeelnemer gedraagt zich namelijk niet helemaal als een echte homo economicus. "Niet alleen laat de individuele verkeersdeelnemer zich meer leiden door zijn inschatting van het risico zelf gewond te raken bij een ongeval dan door het risico zijn portemonnee te moeten trekken, tegen dat laatste risico kan hij zich bovendien verzekeren. Internalisering van de maatschappelijke kosten, dat wil zeggen: doorberekenen van kosten van verkeersonveiligheid aan weggebruikers, veroorzakers en baathebbers, leidt daarom niet tot een toename van de verkeersveiligheid en daarmee ook niet tot een afname van de hieraan verbonden kosten."
Ruiter onderschrijft dan ook de conclusies in het advies dat "door het doorberekenen van kosten aan de veroorzaker, zo dit al mogelijk is, de verkeersveiligheid niet wordt vergroot. Dit betekent niet, dat op dit gebied niets mogelijk is, maar wel dat hierbij de nodige terughoudendheid betracht moet worden." Voor het vergroten van de verkeersveiligheid verwacht Ruiter weinig van de "preventieve werking van de verzekeringpolis". Veel meer effect verwacht hij van de "gezamenlijke activiteiten van verzekeraars en beheerders van grote wagenparken, gericht op voorlichting en educatie van het personeel. Deze preventieprogrammas hebben geleid tot een afname van de schadegevallen bij de particulieren ondernemingen met wel dertig procent", aldus Ruiter.
De raad ging vervolgens unaniem akkoord met het advies Investeren in verkeersveiligheid.

Uitvoeringsnota klimaatbeleid

Namens de drie vakcentrales liet FNV-voorzitter De Waal weten dat de voorbereidingstijd voor het advies inzake de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid veel te kort was. Desondanks onderschrijven de vakcentrales het advies en met name de notie dat er gezocht moet worden naar maatregelen die een blijvend, structureel effect hebben. "Met het vooruitzicht dat op den duur véél verdergaande maatregelen nodig zijn om het broeikasprobleem terug te dringen, ligt het voor de hand dat je nu al zo scherp mogelijk inzet op maatregelen die structureel tot energiebesparing leiden. En op maatregelen die leiden tot een doorbraak van alternatieve, koolstofarme energiebronnen." De Waal onderschreef dan ook van harte het pleidooi in het advies voor een "Deltaplan voor duurzame energie".
De Waal maakte verder duidelijk dat de bijzondere positie van de energie-intensieve bedrijven, die een benchmark-convenant met de overheid hebben afgesloten over het zo efficiënt mogelijk omgaan met energie, er niet toe moet leiden dat deze bedrijven buiten schot blijven als het gaat om extra maatregelen tegen uitstoot van broeikasgassen. "Het is wel erg gemakkelijk om de industrie al op voorhand volledig buiten haken te plaatsen: het zou kunnen betekenen dat je, ter compensatie, onevenredig zware lasten moet opleggen aan anderen, bijvoorbeeld het midden- en kleinbedrijf of de consument."

LTO-voorzitter Doornbos
onderschreef namens de drie ondernemersorganisaties in de raad ook het advies. Het bedrijfsleven ondersteunt daarbij het streven naar een koolstofarme energiehuishouding. Omdat er volgens Doornbos wetenschappelijk nogal wat onzekerheden zijn in welke mate broeikasgassen problemen voor het klimaat veroorzaken, drong hij erop aan dat de overheid deze onzekerheden onderkent. Dat is "belangrijk voor maatschappelijke organisaties in verband met openheid van discussies en draagvlak voor maatregelen".
Doornbos wees onder andere op de spanning tussen enerzijds de wens van de overheid tot liberalisatie van de electriciteits- en gasmarkten en aan de andere kant het stimuleren van duurzame energie. Onder andere in de glastuinbouw zijn meerjarenafspraken gemaakt om efficiënter met energie om te gaan. "Door het afschaffen van het warmte/krachttarief, dalende electriciteitsprijzen en hoge vastrechttarieven, zal bijvoorbeeld de glastuinbouw niet aan haar doelstellingen kunnen voldoen. Dit wordt een groot probleem voor allerlei sectoren die afspraken met de overheid hebben gemaakt. De overheid zal een oplossing voor deze impasse moeten zoeken", aldus Doornbos. Met het afsluiten van het benchmark-convenant met de overheid over energie-efficiency stellen de energie-intensieve bedrijven zich volgens Doornbos kwetsbaar op. Maar de discussie over het klimaatbeleid moet zich niet eenzijdig richten op die bedrijven. Doornbos pleitte ervoor alle sectoren in de samenleving bij die discussie te betrekkken.
Net als De Waal onderschreef ook Doornbos het pleidooi in het advies voor een deltaplan voor duurzame energie.

In haar maiden speech in de raad, diende kroonlid mevrouw Cramer een amendement in ter aanvulling van het ontwerpadvies. Het door de raad overgenomen amendement pleitte voor een verbreding van de meerjarenafspraken met de energie-intensieve industrie door zo mogelijk in te zetten op nieuwe themas als energiezuinig productontwerp, duurzame bedrijventerreinen, duurzame energie en externe logistiek.

Ook met dit advies stemde de raad unaniem in.

Afscheid Blankert

Omdat Blankert begin november aftreedt als voorzitter van VNO-NCW, was deze vergadering de laatste waaraan hij deelnam als raadslid. SER-voorzitter Wijffels roemde de wijze waarop Blankert de afgelopen zeven jaar een hoofdrol speelde in de Nederlandse overlegeconomie. Blankert paste steeds de "politiek van de uitgstoken hand toe", maar hij voelde niets voor "rituele dansen". Met zijn pragmatische instelling koerste hij zo veel mogelijk af op afspraken die ook betekenis hebben in de praktijk. In dat sociaal-economische debat was Blankert "helder en vasthoudend". Hij vervulde volgens Wijffels een brugfunctie, vooral ook omdat hij van tijd tot tijd zijn ironische humor in de strijd wierp. Daarbij was voor hem de kernvraag: "kan ik deze afspraak voor mn rekening nemen en doet de wederpartij dat ook?" Vertrouwen en moed waren voor Blankert de sleutelwoorden. Wijffels wenste Blankert tot slot veel succes bij zijn nieuwe werk als voorzitter van NOC*NSF, dat voor een "regelneef" als Blankert een "lustoord"moet zijn. Als dank voor zijn raadswerk kreeg Blankert de traditionele glazen bol uitgereikt.

FNV-voorzitter De Waal
maakte duidelijkheid dat de vakbeweging veel te stellen had gehad met Blankert, zeker gezien de eigenaardige verhouding die de vakbeweging in Nederland volgens De Waal heeft met de werkgevers. Vooral de bereidheid om mee te gaan in een deal, prees De Waal bij de werkgevers. En dat is niet in de laatste plaats te danken aan de invloed van Blankert. Hij was "de perfecte voorman van VNO-NCW, een goede lobbyist, een sympathieke persoon, met zijn sweeping statements en oneliners". Ter afsluiting overhandigde De Waal Blankert een speelgoedslang als blijk van bereidheid bij de FNV om het "beest van de jaloezie te temmen" en als aanmoediging aan Blankert overeind te blijven in de slangenkuil van het NOC*NSF.

VNO-NCW-voorzitter Blankert
maakte in zijn dankwoord nog eens melding van zijn ambivalente houding tegenover de SER. Aan de ene kant de ambtelijke uitstraling, maar aan de andere kant veel deskundigheid en - tegenwoordig - snelle adviezen. Blankert gaf uiting aan zijn waardering voor de toename van de slagvaardigheid van de SER. In dat kader zag hij ook zijn eigen voorstel enige jaren geleden om het punt Actualiteiten aan de agenda toe te voegen. Desondanks vindt hij het nog steeds jammer dat te veel raadsleden hun discussiebijdrage in de vergadering van papier voorlezen. Hij beveelde de raad dan ook aan veel meer "spontaan"hun standpunt te geven.
Blankert vergat ook in zijn laatste SER-vergadering de ironie niet. Hij kondigde aan namens de zes miljoen actieve sporters in Nederland een zetel in de SER te gaan claimen.

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie