Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Speech Lodewijk de Waal voor Brabants Zeeuwse Werkgevers

Datum nieuwsfeit: 19-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Persbericht FNV

WERKEN MET PLEZIER

Speech Lodewijk de Waal, Breda, 19 oktober 1999. Brabants Zeeuwse Werkgevers Vereniging 19 oktober 1999

Geachte aanwezigen,

Wij leven momenteel in een land van overvloed.

We kunnen allemaal kopen wat we willen en willen allemaal kopen wat we kunnen.

We gaan twee keer per jaar op vakantie, nemen de kinderen mee naar het pretpark en kopen telecommunicatieapparatuur bij de vleet.

We hebben met z'n allen zoveel te besteden dat onze eigen consumptiedrift de grootste trekker van de economie is geworden.

Werknemers en werkgevers profiteren beiden van de hoogconjunctuur.

De werkgever ziet zijn afzetmarkt groeien en bloeien en kan de vraag haast niet bijbenen.

De werknemer verkeert in de luxepositie dat niet langer opgaat 'voor hem tien anderen' - nee, inmiddels geldt: voor elke werkgever tien anderen. En dus kan de werknemer anno 1999 kiezen uit extraatjes als meer vakantiedagen en betere pensioenregelingen. Het zal u misschien niet ontgaan zijn: er worden zelfs paarden en auto's ingezet in de strijd om personeel!

Wat een luxe, wat een weelde. Het kan niet op, de sky is the limit, we kunnen het ons permitteren en we hebben het verdiend. Toch?

Want zo is de Nederlander ook wel weer. Geen geluk zonder druk. Wie niet zaait, zal niet oogsten.

Het gaat hier al met al beter dan in menig ander Europees land. Maar geheel zonder kostprijs is dat niet.

Natuurlijk is ook de FNV gelukkig met de voorspoed. Het is prachtig, dat het allemaal zo goed gaat met ons.

We zijn blij met het dalende aantal werklozen, blij met het gegeven dat de huidige marktstructuur individuele CAO's, ook wel bekend als `CAO's à la carte', in zicht brengt.

Maar laat de ongebreidelde welvaart ons niet het zicht ontnemen op die mensen die het niet zo voelen, die hoogconjunctuur.

Want juist omdat het allemaal zo voorspoedig gaat zou je haast vergeten dat het met sommigen niet zo goed gaat.

Dat er mensen zijn die, ondanks de krapte op de arbeidsmarkt, nog steeds geen baan vinden.

Dat er mensen zijn, die elke dag met grote tegenzin naar hun werk gaan.

Tegenzin, omdat ze het daar niet naar hun zin hebben. Omdat ze de werkdruk niet aan kunnen, de combinatie werken en kinderen niet kunnen bolwerken of omdat ze gepest worden. Of omdat ze vast zitten op hun huidige werkplek, niet verder komen op carrièreladder.

Misschien hebben ze inderdaad wel een mobiele telefoon, een computer en een wasdroger. Maar wat zegt dat als je steeds weer met lood in je schoenen de voordeur uitstapt?

En wordt de economie er beter van als deze mensen vroegtijdig afhaken vanwege psychische klachten of burnout? Het antwoord laat zich raden.

Zelf heb ik veel plezier in m'n werk. Als u de krant heeft gelezen, weet u wat ik verdien en waarschijnlijk verdient u hier net zoiets, of meer. Maar ik zeg het u eerlijk: al had ik tien miljoen op de bank staan, ik deed nog steeds precies wat ik nu ook doe. Omdat ik lol heb in deze baan en niets liever zou willen. En ik hoop dat uw werk ook voor u het leukste is wat er bestaat. Ik hoop eigenlijk dat dit voor iederéén geldt. Maar ik weet dat dat niet zo is.

De FNV wil zich dan ook sterk maken voor werken met plezier. Daar heeft tenslotte niet alleen de individuele werknemer, maar ook de maatschappij in z'n geheel baat bij. Ook als investering op de lange termijn.

Iedereen wil werken met plezier. Of, zoals Johan Cruyff eens zei: "Ik houd van werken, maar dan wel van werken waar ik van houd."

Dat het voor werkgevers ook belangrijk is om gemotiveerde werknemers in dienst te hebben, behoeft geen betoog. Immers: hoe enthousiaster de werknemers, hoe groter de betrokkenheid. En hoe groter de betrokkenheid bij een organisatie, des te beter de resultaten.

En dat geldt niet alleen voor verplegend, onderwijzend of anderszins dienstverlenend personeel, maar ook (ik benadruk het maar even) voor lopende-bandmedewerkers, vrachtwagenschauffeurs en bouwvakkers.

Terug naar werken met plezier.

Voor werken met plezier moet worden voldaan aan een aantal basisvoorwaarden. Deze voorwaarden zijn essentieel en vanuit menselijk oogpunt stuk voor stuk eigenlijk heel vanzelfsprekend.

Maar in de werknemer-werkgeverrelatie is het nodig deze voorwaarden te benoemen en er afspraken over te maken. Het is nodig om deze voorwaarden zwart op wit te stellen.

Want in de dagelijkse praktijk zijn ze niet zo vanzelfsprekend.

Met één van deze basisvoorwaarden wil ik hier vandaag beginnen.

Ons land mag dan wel één van de meest welvarende en productieve landen ter wereld zijn, aan deze enorme productiecapaciteit hangt wel een prijskaartje. De prijs die er in Nederland voor betaald wordt, heet: structurele, hoge werkdruk.

Het ontbreken van structureel hoge werkdruk is één van de basisvoorwaarden voor prettig werken.

Maar waar vroeger alleen hoger kaderpersoneel of eenheden met productieafspraken te kampen hadden met werkdruk, heeft nu bijna elke beroepsgroep ermee te maken.

Wij willen daar iets aan doen.

Maar het probleem is dat eigenlijk nog niet echt duidelijk is waar die werkdruk nou precies vandaan komt. Bovendien valt het moeilijk te meten en dus ook moeilijk op te lossen.

Daarom begint de FNV met afspraken over onderzoek. Want als je weet waar werkdruk vandaan komt kun je gericht naar oplossingen zoeken en normen gaan hanteren.

Oplossingen zoals het bijstellen van productienormen, en het verbeteren van de kwaliteit van het management.

En tegelijkertijd zullen wij bij de CAO-onderhandelingen inzetten op concrete afspraken over de kwaliteit van de arbeid.

Want het mag niet zo zijn dat mensen, in welke positie ze ook zitten en welke functie ze ook vervullen, elke dag afgedraaid thuiskomen. Het mag niet zo zijn dat het weekend alleen maar besteed wordt aan bijkomen, rust vinden in je hoofd en opladen voor de volgende week.

En dat niet één of twee weken, maar maanden achter elkaar. Dat brengt niemand op, zeker op den duur niet. En daar lijdt iedereen onder. Niet alleen de werknemer, maar ook zijn naasten.

Want die krijgen het vaak op hun bord. Mama heeft geen energie om met de kinderen te spelen, papa heeft geen zin om te koken. Werkende kinderen zijn te moe om nog even bij hun oude vader langs te gaan.

De boog kan niet altijd gespannen staan en de werkgever, die zich ineens geconfronteerd ziet met grote tekorten aan personeel, lijdt hier uiteindelijk ook onder.

Het onder controle houden, het beperken van de werkdruk is belangrijk voor iedereen. Daarom is het één van de speerpunten van het CAO-beleid het aankomende jaar.

Maar alleen met het beperken van de werkdruk kom je er niet.

Want alleen de benodigde rust in je baan is niet voldoende. Je moet ook weten dat je ergens naartoe gaat.

Weten dat je nooit verder zult komen dan je huidige baan is voor sommige mensen een soort geruststelling: zij hoeven niet zo nodig en vinden hun werk prettig, wel zo vertrouwd.

Dat is natuurlijk prima. Dat moet kunnen.

Maar veel mensen hebben het wèl nodig ergens naartoe te kunnen werken. Promotie te maken, een doel hebben in hun loopbaan.

En dat moet óók kunnen.

En als je weet dat het kan, ben je gemotiveerder, doe je net even eerder dat stapje verder. Je doet het immers ergens voor.

Daarom moet iedereen de mogelijkheid hebben zich te ontwikkelen. Bij te scholen, optimaal gebruikmaken van zijn of haar capaciteiten.

De arbeidspopulatie biedt veel meer competenties en capaciteiten dan nu in feite benut worden.

Die onbenutte toevoegingen te voorschijn toveren; deze verborgen schatten te voorschijn halen, dat is het doel van een goed loopbaanbegeleidings- en scholingsbeleid. Dat geldt voor werkenden, maar ook voor werkzoekenden.

En voor bedrijven geldt natuurlijk: geen betere bedrijfsstrategie dan te investeren in het eigen personeel, zeker bij een krappe arbeidsmarkt.

De FNV ziet het als een belangrijke taak voor werkgevers èn werknemers om van de bedrijfsopleidingsplannen en individuele opleidingsplannen een goed passende puzzel te maken.

Een puzzel met stukjes bijscholingsmogelijkheden in de huidige functie, maar ook met doorgroeimogelijkheden omhoog of opzij, of zelfs naar een heel andere branche. En met stukjes bedrijfsplanning, met verbreding of juist versmalling van het product.

Gelukkig kennen de meeste CAO's ondertussen al een scholingsparagraaf.

Maar de reikwijdte van deze paragraaf is veelal nog teveel beperkt tot de functiegerichte bijscholing.

Werkgevers en werknemers zullen allebei verder moeten leren kijken dan dat ene straatje. Want Stijn die door zijn rug is gegaan kan misschien niet meer tillen, maar is na enige bijscholing misschien wel een nauwgezet dataverwerker. En Barbara die niet kon aarden in de postkamer vindt het misschien achter de receptie wel heel gezellig. Uiteraard gelden deze regels voor alle niveaus, tussen alle disciplines en binnen alle sectoren.

Wij als FNV gaan dit jaar inzetten op een verdere uitbreiding van scholingsrechten en -faciliteiten voor alle werknemers.

Op een verdere uitbreiding van verlofmogelijkheden voor scholing en werkzekerheid.

En op het recht voor werknemers om zich door externe deskundigen (ja, u voelt 'em al: ook door vertegenwoordigers van de vakbeweging!) te laten adviseren over loopbaanontwikkeling en de financiering daarvan.

Want als mensen de mogelijkheid krijgen hun talenten te benutten, hun capaciteiten te ontwikkelen en hun blikveld te verbreden, zullen zij met meer plezier zich elke dag weer naar hun werkplek begeven.

Een volgende voorwaarde voor het werken met plezier is een verbeterde balans tussen werk en privé.

Kennen wij niet allemaal de beelden van jakkerende mensen, op weg van huis naar het werk, in de file van het werk naar huis, of onderweg naar de supermarkt.

Horen wij niet vrienden en collega's klagen over hun drukke bestaan, veelheid aan activiteiten en overvolle baan.

Of we ondervinden aan den lijve dat het lastig is om werk en privé te combineren. We realiseren ons ineens dat het wel erg lang geleden is dat we iets aan sport hebben gedaan, of dat we dat boek al maanden geleden hadden willen lezen.

En het geplande bezoekje aan de bejaarde tante schiet er ook steeds bij in. Want we hebben zoveel te doen.

En ondertussen blijven we 'druk druk druk' en rennen, vliegen en hollen we om alles te organiseren. Want we willen het iedereen in de naaste omgeving naar de zin te maken maar ook onszelf niet te kort doen.

Enkele weken geleden lanceerde de FNV hiertoe haar plan voor de vierdaagse werkweek.

Om mensen meer tijd te geven om op adem te komen.

Om te zorgen dat die balans tussen werk en privé gerealiseerd wordt.

Om te zorgen dat Bernard Shaw, de Ierse schrijver, géén gelijk krijgt met zijn stelling:

'de enige manier om u niet ongelukkig te voelen is zo weinig vrije tijd te hebben, dat u geen gelegenheid krijgt u af te vragen, of u gelukkig of ongelukkig bent'.

Want uiteindelijk gaat het ons om het geluk. Dat staat aan de basis van alles.

En dat kan onder andere met een op maat toegesneden vierdaagse werkweek.

De FNV heeft de discussie over de vierdaagse werkweek al eerder aangezwengeld. Gedachte daarachter was het bevorderen van arbeidstijdverkorting.

Ook vanuit het bedrijfsleven is het begrip in eerdere instantie naar voren gekomen. Toen was de inzet: verlenging van de bedrijfstijd.

Bij veel bedrijfstakken wordt de 36-urige werkweek inmiddels ook al gevoerd.

Niet alleen bij ziekenhuizen, gemeenten en overheid, maar ook bijvoorbeeld bij de banken, de vleeswarenindustrie en de suikerverwerkende industrie is er de mogelijkheid om vier keer negen uur per week te werken.

De markt lijkt rijp voor `De vierdaagse'.

De werkgeversorganisaties zijn, gezien de reacties op onze voorstellen, nog niet allemaal zo ver.

Maar dankzij de krapte op de arbeidsmarkt durft de werknemer nu ook op dit gebied eisen te stellen, sectoren waar deeltijd voorheen taboe was niet uitgezonderd.

De FNV hoopt de vierdaagse werkweek dan ook in alle bedrijfstakken, waaronder de uwe!, bespreekbaar te maken.

Wij zijn echter niet uit op collectieve en eenduidige invoering.

Nee, op decentraal niveau zal moeten worden bekeken hoe dit kan worden ingevoerd.

En op decentraal niveau zal één en ander moeten worden uitonderhandeld.

Geheel in stijl met de `CAO's à la carte' die ik al eerder noemde vandaag.

Maar naast de vierdaagse werkweek zijn er nog een paar dingetjes die wij graag beter geregeld zouden willen zien.

Met de kinderopvang in Nederland is het bijvoorbeeld droevig gesteld. En omdat niet iedereen opa en oma ter beschikking heeft, is goede kinderopvang van essentieel belang voor de arbeidsmarktparticipatie van vooral vrouwen.

Nog steeds zijn zij het die thuisblijven als er geen goede kinderopvang is. En behalve dat we ons dat in de huidige situatie niet kunnen permitteren slaan we een hopeloos ouderwets figuur vergeleken met andere Europese landen.

Wij zullen ons dan ook hard maken voor totstandkoming van nieuwe en uitbreiding van bestaande kinderopvangregelingen.

Regelingen waarbij bijvoorbeeld niet alleen werkgever en werknemer bijdragen aan de kosten, maar waarbij ook het rijk een deel voor rekening neemt. Want nog te vaak gaat het inkomen van één van de ouders, meestal dat van de moeder, rechtstreeks naar de kinderopvang.

En regelingen die het alleenstaande ouders mogelijk moeten maken aan het werk te gaan. Want te vaak gebeurt het dat alleenstaande ouders, gevangen zitten, zoals de Engelsen het zeggen, 'between a rock and a hard stone'. Niet kunnen gaan werken omdat je kinderen dan nergens naartoe kunnen, en de opvang niet kunnen betalen omdat je inkomsten niet toereikend zijn.

Behalve kleine kinderen zijn er ook nog anderen in onze naaste omgeving die zorg nodig hebben, zoals een langdurig ziek groot kind, of een ernstig zieke partner.

Enkele weken geleden werd een lang gekoesterde wens van ons in vervulling gedaan: er kwam overeenstemming over een tiendaags zorgverlof. Voortaan krijgt iedere werknemer tien verlofdagen per jaar om voor zijn of haar behoeftige naaste te zorgen, tegen 70% van het salaris.

Natuurlijk deden wij een vreugdedansje toen wij dit nieuws hoorden. Maar hoewel wij deze maatregel nog steeds als een overwinning zien, realiseren wij ons inmiddels ook de beperktheid van die overwinning.

De blijdschap is gebleven, maar tegelijkertijd vragen wij ons af waarom bij de zorgverlofregeling is uitgegaan van het jaren vijftig modelgezin: vader, moeder, kinderen.

Heeft dan niemand zich afgevraagd hoe dat moet met niet-inwonende naasten? Heeft niemand zich bezig gehouden met de sociologische ontwikkelingen van de afgelopen, pak 'em beet, dertig jaar?

Het is mij werkelijk een raadsel dat terwijl de Nederlandse samenleving op zeer korte termijn voor 40% uit eenpersoonshuishoudens zal bestaan, de politiek haar zorgverlofregeling heeft gebaseerd op uit de oertijd stammende gezinsmodellen.

Want hoe zit het bijvoorbeeld met de LAT-relaties? Dat is toch echt een wettelijk erkende relatievorm. En wat dacht u van alleenstaanden, die de zorg van een naaste misschien nog wel het hardste nodig hebben? En wat doen we met ons moeder, die op een wachtlijst van een jaar staat voor de verzorgingsflat maar ondertussen allang niet meer voor zichzelf kan zorgen?

Wat ons betreft: verruiming van de zorgverlofregeling dus. En doe dan ook maar meteen een verruiming van het ouderschapsverlof, want dat kan ook een stuk beter.

Maar dan moet er wel iets gebeuren aan de positie van herintreders. Want als uittreden betekent dat je het verder wel kan shaken in je carrière, wordt het natuurlijk toch problematisch om dat ouderschapsverlof op te nemen. En terwijl je eigenlijk liever thuis zat bij die kleine, zit je met tegenzin op je werk. En dat is niet werken met plezier, dus.

Het is eigenlijk zo'n open deur, willen werken met plezier. Roep op je werk maar eens: "Vanaf vandaag wil ik werken met plezier!" Probeer het maar! Ze zullen je met opgetrokken wenkbrauwen aankijken. Je gaat toch ook niet roepen: "Vanaf vandaag wil ik elke dag eten!"

Niemand zegt zoiets, want dat is toch een uitgangspunt?

Hoe schokkend zijn dan bijvoorbeeld de antwoorden als mensen desgevraagd vertellen hoeveel plezier ze hebben op het werk. De resultaten van een onderzoek van FNV Bondgenoten (u heeft het in de kranten kunnen lezen), naar ongewenst gedrag, zeg maar psychoterreur, op het werk liegen er niet om.

Maar liefst 40% van de ondervraagden blijkt last te hebben van pesten op het werk, in meerdere of mindere mate.

En ik maar denken dat dergelijke omgangsvormen beperkt bleven tot het lagere schoolplein.

Maar nee, ook volwassen mensen bedienen zich van treurige praktijken als kleineren, schofferen, intimideren en intrigeren.

Natuurlijk hebben werknemers, als de volwassen mensen die ze zijn, de taak om dergelijke zaken niet alleen te signaleren, maar ook om ze te melden, de `daders' uit te schakelen (niet letterlijk natuurlijk!) en te voorkomen.

Maar het is natuurlijk geen onderwerp waar een werknemer graag met zijn baas over zal praten.

Om even in lagere schooljargon te blijven: niemand wil een klikspaan zijn.

Volgens de FNV is het dan ook vooral de taak van de werkgever om dit probleem aan te pakken.

De werkgever is immers diegene die de mogelijkheid tot wangedrag creëert. Hij moet volgens ons zijn verantwoordelijkheid dragen.

Het is aan de werkgever om ogen en oren wijd opengesperd te houden voor tekenen van misstanden, om verontrustende signalen tijdig op te vangen.

En om een klimaat te scheppen waarin openheid betracht kan worden. Waarin vertrouwen en welwillendheid voorop staan.

Er zijn vele manieren om dit te bereiken.

De FNV helpt werkgevers hierbij graag. Sterker nog: de FNV spoort werkgevers aan het probleem onder ogen te zien en aan te pakken.

Want hoewel volgens de Arbo-wet elk bedrijf verplicht is om een beleid te voeren ten aanzien van intimidatie, agressie en geweld, gebeurt dat niet afdoende.

Terwijl een duidelijk beleid wel degelijk effect heeft. Gestructureerd werkoverleg en een duidelijk bedrijfsbeleid ten aanzien van agressie, intimidatie en pesten blijken in hoge mate bij te dragen aan een goed werkklimaat.

Dit geldt eveneens voor het invoeren van een gedragscode, een klachtenprocedure en/of een vertrouwenspersoon.

Wat dat betreft zou het dus al heel goed zijn als personeelsleden en hun werkgever om de tafel zouden kunnen zitten om hierover afspraken te maken. Om spijkers met koppen te slaan.

Want dergelijk lafhartig lagereschoolgedrag moeten we op de werkvloer niet tolereren. Wat pesten betreft, op het schoolplein eigenlijk ook al niet.

U ziet, de FNV heeft een uitgebreide waslijst voor het komende jaar. En dan heb ik het met u nog niet eens gehad over verbetering van de rechtspositie van (kleine) deeltijders, het nog verder terugdringen van de werkloosheid, een gelijke beloning van mannen en vrouwen, stimuleren van leeftijdbewust personeelsbeleid, eerlijker belonen van jongeren. En ook nog niet over onze echt vaste looneis van 3 %.

Hoewel ik over dat laatste ook niet eens echt veel meer kan zeggen. De looneis is immers gerelateerd aan de inflatie en niet aan regeringsoverschotten of tekorten. Dat is al jaren zo en dat zal ook zo blijven.

En hoewel we nu met de wind in de zeilen varen, betekent dat niet dat we structurele loon- en andere afspraken maar even in de week moeten zetten. Juist niet.

Want als de zon schijnt, moet je het dak repareren.

Wij beseffen maar al te goed dat deze situatie er één van tijdelijke aard zal zijn.

En dat over een paar jaar, misschien eerder, misschien later, alles weer anders kan zijn.

En daarom wil de FNV structurele veranderingen. Daar zullen wij ons hard voor maken.

Niet alleen voor wat betreft harde looneisen Maar ook voor werk maken van werken met plezier. Zorgen dat mensen lol hebben in hun dagelijkse werkzaamheden. Juist nu we daar tijd voor hebben.

Want nog steeds brengen de meeste mensen het grootste deel van hun leven werkend door - op slapen na. Maar goed, dat is van nature al heel plezierig.

Het zou vanzelfsprekend moeten zijn: werken met plezier.

Vandaag heb ik u een aantal basisvoorwaarden geschetst voor werken met plezier. Verlagen van de werkdruk. Loopbaanperspectief creëren voor werknemers. Een goede balans vinden tussen werk en privé. Afspraken maken over de bedrijfscultuur. Allemaal zaken die volgens mij haalbaar zijn. En de werkomstandigheden voor iedereen verbeteren.

Laten we het gezamenlijk vanzelfsprekend maken. Voor iedereen.

Ik dank u voor uw aandacht.

Voor meer informatie:

FNV Voorlichting, 020 5816 550

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie