Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage PvdA notaoverleg kabinetsstandpunt arbeid en zorg

Datum nieuwsfeit: 25-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 25 oktober 1999

BIJDRAGE VAN JET BUSSEMAKER (PVDA) AAN HET NOTAOVERLEG OVER HET KABINETSSTANDPUNT ARBEID EN ZORG

1. Algemeen
Goed dat er nu een kabinetsstandpunt is.
Over sommige voorstellen zijn we blij (betaald zorgverlof). De regering heeft daar de impasse die was ontstaan tussen werkgevers en werknemers doorbroken. Over andere voorstellen zijn we minder enthousiast, In het bijzonder de arbeidsplicht voor alleenstaande bijstandsouders. Daarmee heeft de regering een nieuw probleem gecreëerd, maar nu met de Kamer. Ik kom op deze en andere punten meer in detail terug, eerst enkele algemene opmerkingen over de uitgangspunten van het beleid.


* Combinatiescenario

- Goed dat de regering nu schrijft dat het combinatiescenario niet als `norm' wordt opgelegd waar personen en gezinnen aan moeten voldoen. En dat regering een beleid wil voeren dat een grotere keuzevrijheid voor mannen en vrouwen creëert.
- Ook goed dat er nu meer aandacht in algemene zin is voor sociaal-culturele verschillen en diversiteit in de samenleving. Zie o.a. het SCP-rapport 'Diversiteit in participatie' en het advies van E-quality. Zie ook het onderzoek van Van Doorne-Huiskens over vrouwen aan de onderkant van de arbeidsmarkt dat er op wijst dat de arbeidsvoorwaarden voor hen verbetering behoeven om hen kansen te geven op de arbeidsmarkt te komen, en daar ook te blijven. De genoemde stukken bevatten belangrijke informatie die naar het idee van de PvdA echter nog te weinig doorklinkt in de nadere standpuntbepaling over arbeid en zorg. De uitwerking gaat nog te veel uit van de gedachte van het combinatiescenario, waarin twee partners met kinderen samenwonen, zoals blijkt uit de voorstellen voor betaald zorgverlof. In algemene zin zou de PvdA graag zien dat meer aandacht wordt besteed aan diversiteit in de samenleving.
- Diversiteit bestaat tussen groepen, maar ook in één mensenleven is er steeds meer sprake van diversiteit in behoeften. Onlangs heeft hierover in de Kamer een interessant presentatie plaatsgevonden, uitgaand van het levensloopperspectief.
- Flexibiliteit in regelingen. Is van belang voor werkgevers en werknemers. Zie bezoek Denemarken (in het bijzonder ouderschapsverlof dat voor minimaal 13 weken moet kunnen worden opgenomen). Voorstel voor splitsing van ouderschapsverlof in Nederland is daarom interessant, ook al is ouderschapsverlof hier nog vrij minimaal (13 weken!). Maar dat is niet het einde van de discussie over flexibiliteit - zie ook niet-gebruik van Finlo.
- Zorg en zorg: SozaWe en VWS (en OC&W), zie ook de Commissie Dagindeling.
- Om kort te gaan: ik mis een integrale toekomstvisie. Waar willen we over pakweg 10 jaar zijn met dit beleid? Naar mijn idee domineert nu teveel het perspectief van `krapte op de arbeidsmarkt' als doel om tot nieuwe voorzieningen te komen. Tegelijkertijd zien we dat vrouwen wel toestromen tot de arbeidsmarkt maar er ook weer snel uitstromen. Of het nu gaat om de ABW, de WW of de WAO, overal zitten meer vrouwen dan mannen. Hetgeen nu aan voorstellen voor ons ligt is nogal gefragmenteerd. Dat is deels omdat het om voorstellen voor wetgeving gaat, en op andere terreinen nog adviezen volgen (zoals een SER-advies over uitruil van bovenwettelijke vakantie- en adv-dagen). Ook ligt er een relatie met het belastingplan, b.v. als het gaat om verlofsparen. Om kort te gaan, wij willen de regering vragen de Kamer een middenlange termijn notitie toe te zenden waarin arbeid en zorg wordt geplaatst in het kader van diversiteit in behoeften, voldoende flexibiliteit voor werknemers en bedrijfsvoering, veranderende levensloop perspectieven de te verwachten ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

Ik kom tot meer concrete onderdelen van de voorstellen.

Betaald zorgverlof
Zoals gezegd is de PvdA-fractie blij met het kabinetsbesluit. Het Nederlandse poldermodel is een groot goed maar soms is het goed als het kabinet niet alles aan sociale partners overlaat, in het bijzonder als zij diametraal tegenover elkaar staan. Ondertussen zijn de werkgevers wel gaan bewegen: zij willen zorgverlof in cao's regelen en zien de wet - waar ze niet meer omheen kunnen - het liefst als een stok achter de deur. In de Kamer is de discussie over zorgverlof opgekomen omdat er in cao's niet veel geregeld is. Zo gezien lopen de werkgevers nog steeds een beetje achter de feiten aan. Is de staatssecretaris dit met mij eens? Of ziet zij wat in voorrangsregelingen of de mogelijkheid om afwijking bij CAO mogelijk te maken? Bij zorgverlof wordt 70% van het salaris doorbetaald. Dat is mooi want dit kan ook mannen stimuleren zorgverlof op te nemen aangezien de inkomensdaling niet al te groot is. De kosten van het zorgverlof worden in de voorstellen die nu voorliggen gedeeld door werknemers, werkgevers en de overheid. Dat sluit goed aan bij de visie van de PvdA. De regering heeft hier goed geluisterd naar de mening van de Kamer (motie Schimmel) en maatschappelijke organisaties. Dat neemt niet weg dat er nog wel enkele vragen open blijven. Dat betreft allereerst de kring van rechthebbenden. De regering beperkt het zorgverlof voor zorg tot thuiswonende familieleden (kinderen en partners). Daarmee wordt wel een erg traditionele invulling gegeven aan samenlevingsvormen. Alleenstaanden, lat-relaties b.v. komen niet in aanmerking voor zorgverlof. Dat is vreemd als we bedenken dat het aantal alleenstaanden in de toekomst sterk zal groeien. Voorspeld wordt dat in 2035 25% van de bevolking alleenstaand is. Het is ook problematisch vanuit het oogpunt van gelijke behandeling. Veel homoparen wonen niet samen: worden zij uitgesloten van zorgverlof? Het is tenslotte problematisch vanuit het perspectief van diversiteit en multiculturaliteit (zie het advies van E-quality): zorg voor familieleden die officieel elders wonen kan voor hen van groot belang zijn. Zie b.v. de informele netwerken die veel allochtonen met elkaar onderhouden. De fractie van de PvdA beseft heel goed dat de kring van rechthebbenden niet ongelimiteerd kan worden uitgebreid, maar de gekozen constructie is wel erg onbevredigend. Volgens mij snijdt de regering ook in eigen vlees: er is een wetsvoorstel in voorbereiding dat bepaalt dat gehuwden niet meer officieel samen hoeven te wonen. Wij zijn daar voor maar wat gaat dit betekenen voor zorgverlof? Volgens de gekozen constructie zouden zij geen recht op zorgverlof voor elkaar hebben. De wet financiering loopbaanonderbreking kent palliatief verlof dat in veel gevallen voor zorg voor ouders wordt gebruikt. Waarom wel palliatief verlof via de Finlo en geen zorgverlof voor ouders? Zo lijkt het regeringsbeleid inconsistent. Uit de nadere berekeningen die wij hebben gekregen, blijkt dat uitbreiding van verlof van thuiswonende kinderen en partners naar kinderen, partners en ouders 25 miljoen meer zou kosten. Nu is dat niet niks, maar ook weer niet zoveel dat het onoverkomelijk moet zijn. Ik zou ook graag zien dat uiteen wordt gezet wat de kosten zijn als alleenstaande ouders extra verlof zouden krijgen. Zij hebben immers geen partner die verlof kan opnemen. Dit is van belang voor alleenstaande ouders in de bijstand (ik kom daar later op terug) maar ook voor werkende alleenstaande ouders. En wat zijn de gevolgen als alleenstaanden zorgverlof voor een dierbare vriend zouden kunnen krijgen? Alleenstaanden zullen juist vaak behoefte hebben aan zorg van anderen omdat zij thuis niemand hebben die voor hen kan zorgen. Daar zit overigens nog wel een probleem. Zorgverlof in het kabinetsvoorstel wordt gedefinieerd in van rechten van de zorgverlener, niet in termen van de zorgontvanger. Bij alleenstaanden gaat het vooral om de positie van de zorgontvanger; immers, de alleenstaande zal behoefte hebben aan zorg als zorgontvanger. Daarom wil ik de regering vragen de kring van rechthebbenden te heroverwegen en verschillende opties nog eens uit te werken en de Kamer daarover te informeren. Niet alleen over de kosten maar ook over sociale effecten. Mijn fractie vermoedt dat een verbreding van de kring van rechthebbenden een forse impuls kan geven aan het investeren in de kwaliteit van de samenleving. En dat is toch een belangrijk uitgangspunt van dit kabinet. Nogmaals, wij gaan niet zomaar voorbij aan de kosten, maar het is van belang in de aanloop naar het wetgevingstraject alle mogelijkheden goed te kunnen doordenken. Ik kom bij de definitie van zwaarwegende bedrijfsbelangen op grond waarvan een verzoek door de werkgever kan worden geweigerd. Zou het niet logisch zijn om ook zwaarwegende belangen van de werknemer mee te wegen? Bijvoorbeeld bij een ongeluk of zeer dringend ziekenhuisbezoek? Werkgevers en werknemers laten beide weten dat er in dergelijke zeer ernstige gevallen in bijna alle gevallen een verzoek van de werknemer in de praktijk al wordt ingewilligd. De FNV stelt zelfs nadrukkelijk dat ze niet pleiten voor ongeclausuleerd verlof voor snotneuzen. Laten wij die lijn dus volgen bij de wetgeving door de zwaarwegendheid van ziekte af te kunnen wegen tegen zwaarwegende bedrijfsbelangen. Ik heb nog enkele vragen over de betaling. De generieke lastenverlichting voor werkgevers waar de regering voor heeft gekozen kan het probleem met zich meebrengen dat werkgevers in sectoren waar veel vrouwen werken duurder uit zullen zijn en dus minder snel vrouwen in dienst zullen nemen. Bekeken moet worden hoe dit vermeden kan worden. De regering stelt voor de kosten van werkgevers te compenseren via een generieke lastenverlichting door de overhevelingstoeslag (OT) te verlagen. In de aanvullende economische berekeningen worden zeer veel varianten uiteen gezet. Een ding is mij echter nog niet duidelijk. Wat is er tegen om de financiering via de AWF te regelen, door een collectieve heffing toe te passen die individueel wordt teruggesluisd als een verlofganger een aanvraag indient. De overheid kan een bijdrage in het AWF-fonds storten, en werkgevers en werknemers storten daar een premie in. De aanvraag voor de uitkering bij de uitvoeringsinstellingen kan aan de verlofgangers worden overgelaten. Die systematiek kennen we ook van de Finlo en lijkt mij voordelen te hebben boven de methode via de overhevelingstoeslag. Het belangrijkste is dat werkgevers gecompenseerd worden naar de mate waarin gebruik wordt gemaakt van zorgverlof, hetgeen tegen gaat dat werkgevers vrouwen als minder aantrekkelijke werknemers zien. Ook werkgevers met relatief veel werknemers die zorgverlof opnemen zouden dan naar evenredigheid gecompenseerd kunnen worden. Er wordt in de berekeningen van het kabinet vanuit gegaan dat verlofgangers 100% vervangen worden. De vraag is of die veronderstelling reëel is. Immers, bij kortdurend zorgverlof gaat het om onverwachte situaties die moeilijk van te voren in te schatten zijn. Het lijkt mij moeilijk voor bedrijven op zo korte termijn en voor enkele werkdagen tijdelijke vervangers te vinden. Wellicht is dat te verbeteren door aan arbeidspools e.d. te denken maar helemaal opgelost zal het nooit kunnen worden. Nu al blijkt dat verlof veelal wordt opgevangen door collega's, vooral bij kortdurend verlof (vgl. calamiteiten-verlof). Dat is op zich geen probleem, maar we moeten wel in de gaten houden dat collega's hierdoor niet onnodig belast worden. Kan de staatssecretaris daarop in gaan? De PvdA wil ook graag weten wat de kosten van het 10-daagse verlof zijn bij gedeeltelijke vervanging (50%) en geen vervanging. We moeten immers geen kosten toerekenen waar ze in de praktijk onwaarschijnlijk zijn. Ook over de betaling: die is nu 70% van het salaris. Dat zou aangevuld kunnen worden via cao-afspraken tot maximaal 100%. Vindt de regering het wenselijk en waarschijnlijk dat die aanvulling ook zal plaatsvinden? Zie de praktijk in geval van ziekte waar wordt doorbetaald tot 100%. Die doorbetaling kan het voor mannen aantrekkelijker maken zorgverlof op te nemen, maar heeft aan de andere kant wellicht een aanzuigende werking. Hoe ziet de regering dit? Tijdens de algemene politieke beschouwingen is een motie aangenomen om het betaald zorgverlof zo mogelijk nog vóór juli 2000 in te voeren. Wij hechten ook aan een zo snel mogelijke invoering maar vinden wel dat dat zorgvuldig moet gebeuren. Vandaar dat we graag een reactie willen op bovengenoemde punten.
Langer durend verlof
In aanvulling op het betaald zorgverlof komt er een geclausuleerd recht op onbetaald zorgverlof voor zieke kinderen, partners en ouders. Andere dierbaren worden vooralsnog uitgesloten. Dit verlof geldt wel weer voor ouders
- ook hier komt een inconsistentie om de hoek kijken. Gelukkig wordt de kring van de rechthebbenden bij de verkenning meegenomen. Uit onze opmerkingen moge duidelijk zijn in welke richting wij denken. De kabinetsnota zegt nog niets over de duur van dit verlof. Dat wordt later besloten. Maar kan de staatssecretaris al wel aangeven waar wij zo ongeveer aan moeten denken? Gaat het om een maand of om twee jaar? In de nota wordt dit verlof gekoppeld aan de Finlo. Dat is een goede zaak. Ik heb hier al eerder gepleit om deze wet productief te gebruiken voor verschillende verlofregelingen (ouderschapsverlof, zorgverlof en scholingsverlof). Daarmee vermijden we al te veel aparte verlofregelingen. Daarmee kan ook een tegemoetkoming worden gegeven in de inkomensachteruitgang tijdens de verlofperiode. De basisgedachte van de Finlo is goed, de uitwerking is een probleem. Uit recente gegevens van de staatssecretaris blijkt dat in de eerste helft van 1999 142 aanvragen zijn ingediend en 99 zijn toegewezen, m.n. voor palliatief verlof. De daarmee gemoeide kosten bedragen 102.000 gulden terwijl er voor 1999 oorspronkelijk 55 miljoen gulden begroot is (later 10,5 miljoen gulden)! Terwijl vele werknemers zeggen behoefte te hebben aan verlof, wordt de enige maatregel die we kennen dus nauwelijks gebruikt. Ik was daar al bang voor, vandaar dat ik in juni een motie heb ingediend om de wet snel te evalueren. Ik ben blij dat daar thans aan gewerkt wordt. De evaluatie zal ons rond de jaarwisseling bereiken, zegt de staatssecretaris. Ik vraag mij af of er wellicht toch al iets eind november naar de Kamer kan worden gestuurd zodat wij het kunnen gebruiken bij de begrotingsbehandeling. Bij de evaluatie worden het vereiste van vervanging en de minimumtermijn betrokken. Dat lijkt mij belangrijk want, zo hebben wij ook in Denemarken geleerd, een strakke limiet van minimumopname kan belemmerend werken voor werknemers. Dat geldt des te meer als het om zorg gaat omdat vaak niet is te voorzien hoe lang dit nodig is, en de inkomensvervanging laag is. Overigens, neemt de regering bij de evaluatie van de wet ook de wijze van beoordeling door de uvi's mee? Uit een artikel uit FNV-magazine blijkt dat de uitvoeringsorganisaties GAK, Cadans en USZO de voorwaarden verschillend uitleggen, m.n. met betrekking tot de vervanging. Zo bleek er onduidelijkheid over of de vervanger van een uitzendbureau moet of mag komen, of de vervanger nadat hij een verlofganger heeft vervangen weer iemand anders kan vervangen of daarna weer weg moet, welke werkzaamheden de vervanger kan verrichten. Uiteindelijk werden veel aanvragen afgewezen. FNV-magazine schrijft dat zij de vragen die ze uitvoeringsinstellingen heeft voorgelegd, ook aan het ministerie van SoZaWe heeft gesteld. Als het ministerie zou besluiten over de verzoeken, waren er zeer waarschijnlijk minder verzoeken afgewezen. Kortom: het maken van een wet is één ding - de uitvoering is een andere zaak. We hebben het hier al vaker gehad over de noodzaak van cultuurverandering. Die geldt voor werknemers en werkgevers in algemene zin, maar in het bijzonder voor uitvoeringsambtenaren van wetten. Ik hoop dat de staatssecretaris dit aspect bij de evaluatie van de Finlo betrekt. En wanneer kunnen we de evaluatie op het ouderschapsverlof verwachten die eveneens vervroegd is? Het zal niet verbazen dat mijn fractie hiervoor ook mogelijkheden ziet om gebruik te maken van de Finlo, zij het in aangepaste vorm. Ik geef alvast aan dat mijn fractie betaling tijdens ouderschapsverlof wenselijk acht, maar wij wachten eerst de evaluatie af.

Andere verlofregelingen
Ik kom bij enkele andere verlofvormen waarover ik kort kan zijn. Ik begrijp dat wij binnenkort de voorstellingen voor zwangerschaps-, bevallings- en adoptieverlof kunnen ontvangen. Wanneer is 'binnenkort'? Kan de staatssecretaris een nadere tijdsbepaling geven? In een recent overzicht van SoZaWe wordt het 1ste kwartaal 2000 genoemd. Het voorstel is in juli aan de Raad van State. Is er sprake van vertraging of betekent het 1ste kwartaal 2000 januari? Overigens zijn wij blij dat de regering onze motie uitvoert, die vraagt om een individueel en onoverdraagbaar adoptieverlof. Jammer is wel dat het maar drie weken voor elke ouder is. Iedereen met ervaring met adoptie weet hoeveel tijd hiermee gemoeid kan zijn (reizen) maar vooral ook gewenning van de kinderen hier. Daarom hadden we 4 weken voor elke ouder mooier gevonden. Wij zullen hier bij de behandeling van het wetsvoorstel om terug komen. Kraamverlof voor partners. De twee dagen betaald verlof voor een partner zijn nog steeds uiterst marginaal en zullen in de praktijk weinig veranderen. In het debat in juni heb ik geopperd dat daaraan toegevoegd zou kunnen worden, conform een advies van de STAR uit 1997 dat een werknemer het ongeclausuleerde recht heeft aanvullend een aantal dagen vakantie op te nemen. Dat moet dan dus in de wet gegarandeerd worden. Het kabinetsstandpunt zegt daar niets over. Wat vindt men van die optie? Verlofsparen: met vormgeven van deze maatregel wordt aan lang bestaande wens ingewilligd. Wij zijn tevreden dat nu voor 12 in plaats van slechts voor 6 maanden gespaard kan worden. De PvdA is ook tevreden dat tijdens de spaarperiode premieloon en werknemersverzekeringen ongewijzigd blijven. Dat is een verbetering ten opzichte van het eerdere voorstel. Wel zetten wij vraagtekens bij het uitsluiten van sparen voor prépensioen. Dat geldt in het bijzonder de argumentatie: het zou volgens de regering niet aansluiten bij het streven de arbeidsparticipatie van oudere werknemers te vergroten. Ik ben geneigd die redenering om te draaien: mogelijkheden voor prépensioen sparen, alsmede deeltijdarbeid en vergroten van mogelijkheden voor flexibele pensionering zouden het voor oudere werknemers wel eens aantrekkelijker kunnen maken lager op de arbeidsmarkt te participeren. Bovendien geldt de regeling voor sparen voor prépensioen maar maximaal van 12 maanden. Waarom daar dan zo moeilijk over doen? Ik constateer dat ook de STAR deze mogelijkheid niet wil uitsluiten. Afgelopen zaterdag stond er een interessant stuk in de Trouw over een project van de stichting Maatwerk. Oudere ambtenaren mogen met behoud van loon een paar dagen vrijwilligerswerk doen. De gemeente hoopt deze ambtenaren ervan te weerhouden met de VUT te gaan. Zo ging een stratenmaker twee dagen per week in een verzorgingshuis als vrijwilliger werken. Langdurig werklozen vervangen deze verlofgangers c.q. vrijwilligers. Een oplossing die echte win-win situatie creëert. Kortom, ik ben nog niet overtuigd van het kabinetsstandpunt en zou graag een nadere argumentatie krijgen. De argumentatie om 'tijd voor tijd sparen' binnen de verlofspaarregeling te houden, ondanks een unaniem STAR-advies, is mij nog niet helemaal duidelijk. Het lijkt er het kabinet toch vooral om te gaan grenzen te stellen aan de mate waarin belasting- en premieheffing vooruit geschoven mag worden. Maar alvorens te oordelen hoe erg dat nu is, zou ik graag over cijfers beschikken om hoeveel geld het hier zal gaan en welke negatieve gevolgen voor de schatkist daarmee verbonden zijn. Tot slot over dit onderwerp: voor betaald zorgverlof zijn vele berekeningen gemaakt. Voor de andere vormen van verlof ontbreken schattingen van aantal verlofgangers. Waarom is dat? Voor kraamverlof en adoptieverlof moet dat toch mogelijk zijn. Graag zouden wij die gegevens zien. Dat hoeft niet nu maar toch in ieder geval bij de wetsvoorstellen. Dan kunnen wij als Kamer ook goed inschatten wat mogelijk en redelijk is.

Arbeidsplicht alleenstaande ouders in de bijstand

- Verbaasd over kabinetsstandpunt. Zie adviezen over discussienota en overleg over de nota eind juni. Het leek toen zo duidelijk dat er maatschappelijk en politiek onvoldoende draagvlak was voor de keuze die de regering nu heeft gemaakt, dat het mijn fractie echt heeft verbaasd dat de regering dat standpunt heeft ingenomen. Temeer daar in de discussienota ook andere opties waren genoemd, zoals een partiële arbeidsplicht voor alleenstaande ouders met kinderen tot 12 jaar. De argumentatie voor dat voorstel in het kabinetsstandpunt is wel erg mager. Te mager naar ons idee. Er wordt in het geheel niet ingegaan op de huidige praktijk, op de aanwezigheid van voorzieningen als kinderopvang e.d. Belangrijk is nog dat de thematiek van arbeid en zorg nauwelijks wordt uitgewerkt. Nu het kabinet heeft besloten de arbeidsplicht voor alleenstaande ouders in het kader van het beleid rond arbeid en zorg te bespreken, knelt dat des te meer. De kwestie van arbeid en zorg speelt al sinds de introductie van de Algemene bijstandswet (ABW) in 1965. Het ontbreken van een duidelijk regie in beleid werd al in 1972 geuit door het PvdA-kamerlid Barendregt. Ik citeer: `Wij kunnen niet van alle wallen tegelijk eten, ook deze Kamer niet. Wij kunnen niet het stimuleren van betaalbare crèches achterwege laten, niets doen aan aangepaste opleidingsmogelijkheden voor vrouwen en tegelijk laks zijn ter zake van het maken van een goede uitkeringsregeling voor onvolledige gezinnen'. Dat was 1972. We zijn nu meer dan 25 jaar later, en nog steeds is de combinatie van arbeid en zorg voor deze groep niet goed geregeld. Natuurlijk is er in de tussentijd het nodige veranderd, veel ruimte voor ontheffing in de jaren 80, en met de invoering van de nABW in 1996 een vrijstelling voor ouders met kinderen tot 5 jaar en waarin ouders met oudere kinderen zich in principe volledig beschikbaar moesten stellen voor de arbeidsmarkt. De gemeenten moesten individueel toetsen of dat mogelijk is. In 1997 bleek tijdens rondetafel gesprekken in de Kamer met uitvoerders van de bijstand dat van die individuele toetsing door gemeenten weinig terecht kwam. In een debat met de Kamer gaf de toenmalige minister toe dat het eerder regel dan uitzondering zou zijn dat een bijstandsmoeder volledig beschikbaar was voor de arbeidsmarkt en dat passende kinderopvang een voorwaarde was voor het opleggen van die plicht. Bij de begrotingsbehandeling SoZaWe in 1999 heeft mijn collega Noorman opnieuw gevraagd naar de mate waarin daadwerkelijke rekening wordt gehouden met de zorgtaken van alleenstaande ouders in de bijstand en de volledige sollicitatieplicht die thans geldt voor ouders met kinderen vanaf 5 jaar. Onze argumenten waren toen:
* dat de overheid helderheid moet scheppen over de wijze waarop alleenstaande ouders zorgtaken en arbeid kunnen combineren, en dat als regel alleen deeltijdwerk mogelijk is voor deze groep;
* dat er teveel signalen zijn dat sommige gemeenten een zeer strikte opvatting hebben over de op te leggen verplichtingen; zoals banen van 32 uur en meer met straffe van het opzetten van een uitkering ondanks de te zware belasting en onvoldoende kinderopvang;
* dat er onvoldoende oog is voor het investeren in de toekomst op de arbeidsmarkt middels aanwezigheid van scholing op maat;
* dat financiële stimulansen ontbreken op de stap van bijstand naar betaalde arbeid te maken en economische zelfstandigheid te verwerven. De staatssecretaris verwees toen naar onderzoek dat gaande was. Dat onderzoek is ondertussen afgerond maar de regering heeft daar weinig mee gedaan, gezien het huidige kabinetsvoorstel. Het onderzoek van de universiteit Utrecht sterkt mijn fractie in haar opvattingen. Daaruit blijkt onder meer dat gemeentes de verantwoordelijkheid voor zorgtaken nog wel eens anders uitleggen, dat deeltijdarbeid voor deze groep eigenlijk de enige optie is, dat er gebrekkig inzicht is in de arbeidsmogelijkheden van alleenstaande ouders, en dat ook gemeenteambtenaren meer heil verwachten van een ondersteunings- en stimuleringsbeleid dan van harde pressie. Dergelijke inzichten ontbreken in het kabinetsstandpunt grotendeels. Wij zijn het wel nadrukkelijk eens met de regering dat de ABW bedoeld is als tijdelijke voorziening. Van degenen die in de bijstand zitten wordt verwacht mee te werken aan het zo snel mogelijk voorzien in eigen inkomen. Wij zijn het ook eens met het kabinet dat het in het belang van alleenstaande ouders is om de afstand tot de arbeidsmarkt zo klein mogelijk te houden. Nu zitten alleenstaande ouders vaak jaren achtereen in de bijstand en komen daar moeilijk weer uit. Daarom moet de ABW zodanig worden aangepast dat deelname aan het arbeidsproces wordt bevorderd door de combinatie van arbeid en zorg voor alleenstaande ouders beter mogelijk te maken. Hier verschillen wij met het kabinet. De PvdA is van mening dat de kabinetsvoorstellen onvoldoende rekening houden met de combinatie van arbeid en zorg. Bovendien begint met aan de verkeerde kant door plichten op te leggen waar ondersteuningsbeleid onvoldoende ontwikkeld is. Vandaar dat wij liever spreken over het creëren van kansen, over ondersteuning en stimulering om zo een gedeeltelijke beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt te vragen. De PvdA wil dat als richtsnoer geldt dat alleenstaande ouders met kinderen tot 16 jaar 24 uur per week beschikbaar zijn. Met 24 uur moet het mogelijk zijn op tijd thuis te zijn voor kinderen en daaraan voldoende aandacht te schenken. Het betekent 3 dagen werken en 4 dagen thuis kunnen zijn, of b.v. 4 dagen werken van 6 uur. Overigens moet dat allerminst uitsluiten dat ouders meer uren werken als ze dat willen. Maar dat in dat geval dan dus ook kinderopvang voor die uren gegarandeerd wordt. De PvdA wil dat die 24 uur als richtsnoer geldt tot de kinderen 16 jaar zijn, want ook kinderen van 12 tot 16 jaar hebben aandacht nodig. Om bij te praten als ze uit school komen, om geholpen te worden met huiswerk e.d. Thans is er nauwelijks opvang voor pubers van 12 tot 16 jaar. Deze groep kinderen behoort toch al tot de meest kwetsbaren, zoals uit de Armoedemonitor blijkt. Kortom, een partiële beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt moet gelden tot kinderen 16 jaar zijn. Wij denken dat dit overigens ook een meer haalbaar beleid is dan hetgeen de regering voorstelt. Nu blijkt al dat de helft van de groep ouders met kinderen boven de 5 jaar wordt vrijgesteld van de sollicitatieplicht. Een belangrijke reden is dat een full time baan voor hen niet haalbaar is. Vandaar dat met een deeltijd beschikbaarheid van 24 uur de kans dat een grotere groep uitstroomt zeer wel denkbaar is. Het kabinet schat in dat met een gedeeltelijk arbeidsplicht van 24 uur voor ouders met kinderen tot 12 jaar de arbeidsparticipatie met structureel 600 personen zal toenemen. Het zal 4 jaar duren voor die situatie is bereikt. Dat is toch bijzonder weinig - nog geen 2% van het aantal alleenstaande ouders! Het moet dus beter kunnen. Vandaar ons plan ostakels van de baan. Ik zou bijna zeggen: op voor het Plan! Voor de groep met kinderen tot 5 jaar sluit de PvdA op termijn zo'n partiële beschikbaarheid niet bij voorbaat uit. Maar er moet wel het nodige gebeuren voordat zo'n besluit kan worden genomen. Veel alleenstaande ouders zeggen wel te willen werken (meer dan de helft wil dat in ieder geval op termijn) maar de voorzieningen om dat te doen ontbreken vaak. Daarom vindt de PvdA dat voor alleenstaande ouders met kinderen jonger dan 5 jaar thans ruimte moet blijven bestaan voor het tijdelijk afzien van de sollicitatieplicht, maar dat wel het ondersteuningsbeleid dient te worden versterkt. Mijn fractie heeft daarover vorige week een eigen plan gepresenteerd, `Obstakels van de baan. Kansen voor alleenstaande ouders in de bijstand'. Ik zal dat hier niet allemaal in detail weergeven maar wel de belangrijkste punten aangeven.

Kortom: eerst de voorwaarden. Wij verzoeken de regering dan ook de Kamer op korte termijn voorstellen te doen toekomen waarin het ondersteuningsbeleid voor alleenstaande ouders in de bijstand wordt geformuleerd, met daarin in ieder geval de volgende aandachtspunten: bereikbare kinderopvang en buitenschoolse opvang voor alleenstaande ouders in de ABW; afgestemde scholingstrajecten voor alleenstaande ouders in de ABW; extra rechten op zorgverlof voor alleenstaande ouders; alternatieven om werken vanuit de bijstand meer lonend te maken en aldus economische zelfstandigheid te bevorderen. Overigens moet een en ander in relatie bekeken worden tot de positie van andere alleenstaande ouders met kinderen. Zo zou uitbreiding van zorgverlof ook voor hen kunnen gelden. Ook moet het in perspectief tot andere groepen met een uitkering worden gezien. Wij zijn overigens blij dat er nu regelingen komen voor kinderopvang voor wao-ers en ww-ers. Kinderopvang kan ook hen helpen bij reïntegratie. Desalniettemin is de positie van alleenstaande vrouwen in de bijstand een bijzondere doordat zij vaak al lang geen contact met de arbeidsmarkt hebben gehad en veelal door echtscheiding in de bijstand zijn gekomen.

Overige onderwerpen

* Wanneer komt het SER-advies uitruil van vakantiedagen?
* Pensioenpositie tijdens verlof. Wij zijn het met het kabinet eens dat vermeden moet worden dat mensen tijdens verlofperiodes niet gedekt zijn voor het risico van overlijden of arbeidsongeschiktheid. De primaire verantwoordelijkheid ligt inderdaad bij sociale partners, zo erkent ook het kabinet, maar zo nodig heeft de overheid een eigen verantwoordelijkheid.
* Wat betreft de positie van pleegouders en zelfstandigen kijken wij uit naar de beloofde onderzoeken. Wordt de mogelijkheid om de Finlo ook voor zelfstandigen te laten gelden ook meegenomen in de evaluatie van die wet?
* Arbeid en zorg gaat ook over de arbeidspositie van vrouwen. Wij komen daar bij een andere gelegenheid uitgebreid over te spreken, ook over de arbeidskansen en -voorwaarden van vrouwen met kleine deeltijdbanen en lage opleiding. Daar is nog veel aan te verbeteren. Ik beperk me hier tot een vraag over de positie van alfahulpen. Wij hebben daarover in mei een motie ingediend die vraagt om een integrale notitie waarin sociale zekerheid, pensioen en fiscale aspecten worden betrokken, en waarin voorstellen worden gedaan voor verbetering van de rechtspositie. Mijn fractie vindt dat de rechtspositie van alfahulpen goed geregeld moet worden. In verband met het belastingplan 2001 is de positie van alfahulpen actueel. Immers, hun situatie zal als gevolg van de belastingvoorstellen veranderen. Vandaar mijn vraag: wanneer kan de Kamer de toegezegde notitie verwachten? Wij zouden die graag spoedig ontvangen zodat zij betrokken kan worden bij de discussie over het belastingplan.
- Ik heb al een paar keer gevraagd naar de voortgang van diverse onderwerpen. Ik kan het ook in iets algemenere zin vragen. Kan de staatssecretaris ons een overzicht van het tijdpad sturen over het gehele wetgevingstraject. Woensdag vindt een planningsoverleg over SoZaWe plaats maar ik zeg hier alvast over Arbeid en Zorg dat wij graag een zo concreet mogelijk overzicht wensen. Daar kunnen wij dan ook uit opmaken welke onderwerpen (wellicht alle!) nog deze kabinetsperiode worden afgerond.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie