Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inbreng fractie PvdA begroting Economische Zaken

Datum nieuwsfeit: 25-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Inbreng van de fractie van de Partij van de Arbeid ten aanzien van de begroting Economische Zaken

Marjet van Zuijlen

25 oktober 1999

Gesproken woord telt!

Mdv!

De fractie van de Partij van de Arbeid heeft de bewindslieden van Economische Zaken het afgelopen jaar kritisch gevolgd. Twee vragen stonden daarbij centraal: stralen zij voldoende gezag uit en leggen zij voldoende verantwoording af. Gezag is een belangrijk woord met betrekking tot het ministerie van Economische Zaken. Het komt niet automatisch, maar moet worden verdiend. Het ministerie is zo sterk als de minister is. Minister Jorritsma heeft het niet makkelijk gehad. Zij moest hard werken om gezag op te bouwen. Dat is vervelend, omdat zo tijd verloren gaat. De PvdA wil na de langzame start graag een snelle acceleratie zien.

In dit kader is het jammer dat de bewindslieden voor zichzelf een beperkte, want slechts ondersteunende taakopdracht formuleren. Juist nu het economische getij gunstig is ligt er een kans voor EZ om waar dat nodig is te sturen in maatschappelijk wenselijke richting. De tijd van individuele bedrijvenondersteuning is voorbij. Juist over de grenzen van het ministerie heen ligt de verantwoordelijkheid van EZ, bij onder andere het onderwijs, de arbeidsmarkt en de ruimtelijke ordening. Deze nieuwe accenten lijken overigens niet te worden weerspiegeld in de personele bezetting van het ministerie. Nog steeds ligt de nadruk op Industrie&Diensten. Wanneer komt hierin verandering?

Naast ondersteuning verwacht de PvdA van de bewindslieden een pro-actieve houding. Wij kiezen voor kwaliteit van de groei en voor een kennisintensieve economie. Daarbij past geen laissez faire-houding.

Op verschillende terreinen is voor EZ wel degelijk een stevige economische hervormingsrol weggelegd: Het stimuleren van concurrentie daar waar de markt te veel door een beperkt aantal partijen wordt gedomineerd. Het stimuleren van ondernemerschap waar dat vanzelf niet van de grond komt. Het wegnemen van onnodige regelgeving. Het stimuleren van duurzame energie. Het stimuleren van innovatie. Het wegnemen van belemmeringen voor starters en het vergemakkelijken van herstarten. De afgelopen jaren heeft de PvdA de bewindslieden bovendien trachten uit te dagen hun verantwoordelijkheid voor het oplossen van de structurele arbeidsmarktproblemen en het verbeteren van de aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt te nemen. Werk genoeg dus.

Mdv!

Naast gezag staat voor de Partij van de Arbeid het afleggen van verantwoording centraal. De recente discussie over privatisering en marktwerking laat zien dat Economische Zaken onvoldoende duidelijk heeft kunnen maken wat de doelstellingen van het beleid zijn. Te vaak lijkt het alsof privatisering en marktwerking doelen op zich zijn. Het is daarom jammer dat de minister niet eerder de suggestie van de PvdA heeft overgenomen om bij elke MDW-operatie een consumententoets uit te voeren. Zo'n toets moet antwoord geven op de vraag wat privatisering en marktwerking in een bepaalde sector voor consumenten oplevert. Worden de prijzen lager? Wordt de keuzevrijheid groter? Verbeteren kwaliteit en service? Vermindert de administratieve lastendruk? Alleen als de antwoorden een volmondig 'ja' zijn, heeft een MDW-operatie zin. Met het antwoord dat elke MDW-operatie een consumentenoperatie is heeft de minister onrust niet weten weg te nemen. Het moet duidelijk worden dat de tegenstanders van MDW vaak juist de beschermers zijn van markten en bedrijven en niet de hoeders van de consument. Marktwerking is niets meer of minder dan concurrentie tussen verschillende partijen. En dat is goed voor de consument. Minister, communiceer dat!

Ondanks de complimenten zijn ze er ook bij de OESO niet gerust op. Het gaat om snelheid, transparantie en scherpte. Met name in de implementatiefase ontbreekt dat nogal eens. De onlangs verschenen rapportage over MDW I-projecten laat dit duidelijk zien. De vraag is welke rol EZ speelt.

Bijvoorbeeld ten aanzien van de genees-en hulpmiddelenmarkt. Dit is mede op aandringen van de PvdA een MDW-project geworden. Maar de werkgroep is nog niet tot concrete resultaten gekomen. Ondertussen flirt de minister van Volksgezondheid doodleuk met ideeën over prijsconcurrentie. Waar is EZ? Zal het advies van de MDW-werkgroep in lijn zijn met de opvattingen van de commissie-De Vries? Wanneer kunnen we dit verwachten? Zal de MDW-toets op het rapport-De Vries worden losgelaten? Een tweede voorbeeld is de erkenning en certificering van praktijkervaring en competenties Al twee jaar hamert de PvdA op dit thema. Verliest de minister dit debat van de gevestigde belangen in het onderwijs? De conferenties over empowerment en employability waar de PvdA vorig jaar om heeft gevraagd zijn er gekomen. Nu de concrete maatregelen nog. Wanneer kunnen we die verwachten?

Vorig jaar heeft de fractie van de PvdA zowel bij de EZ- als bij de VROM-begroting de toezegging gekregen dat de NMA kritisch zou kijken naar mogelijke vormen van machtsmisbruik door bouwconsortia op VINEX-lokaties. Bij voortduring heeft de PvdA hiernaar gevraagd, maar helderheid is niet gegeven. Hoe staat het met dit onderzoek? En wanneer kunnen wij de resultaten verwachten?

Het is merkwaardig dat bij de energiesector de minister juist terughoudend is met het inzetten van marktinstrumenten. Terwijl daar een wereld te winnen is. Energiebesparing, warmtekrachtkoppeling en duurzame energieopwekking worden duur naarmate de prijzen van conventionele stroom dalen. De overheid kan vergunningen voor productie aanscherpen door bijvoorbeeld eisen te stellen aan installaties of prijsprikkels in de markt zetten. De PvdA wil nog verder gaan: laten we de markt opleggen dat een bepaald percentage duurzame energie gebruikt moet worden. De bewijsstukken daarvan, groene stroomcertificaten, mogen worden verhandeld. Hier wil de PvdA de markt het werk laten doen. Dat is goed voor het milieu. Wanneer kunnen we op dit vlak iets van de minister verwachten? Op blijft ze zo naïef dat ze denkt dat het vrijwillig kan? Wel markt maar geen milieu is voor de PvdA niet aanvaardbaar.

Een onderdeel van de MDW-operatie is het project Markt en Overheid. Snelle omzetting van het rapport-Cohen in combinatie met de noties uit het SER-advies is gewenst. Lagere overheden zijn ondernemende clubs en daar is niet altijd wat mis mee. Het kan verstandig zijn om toenadering toe zoeken tot en samenwerking te zoeken met private partijen in PPS-constructies en private methoden te hanteren waardoor de publieke dienst efficiënter wordt en output gerichter. Naast wetgeving is toezicht nodig. Voor de hand ligt om de NMA deze rol op zich te laten nemen. Mede daarom is het belangrijk dat de NMA snel onafhankelijk wordt. Waarom duurt het zo lang voor het wetsvoorstel tot verzelfstandiging van de NMA naar de Kamer komt?

Toezichthouders zouden hun kennis en inzichten wat ons betreft actiever mogen gebruiken om consumenten voor te lichten en te beschermen. Nu zijn niet alle bedrijven even duidelijk over de uiteindelijke kosten van bijvoorbeeld zogenaamd gratis aanbiedingen. Voelt de minister iets voor een dergelijke rol voor toezichthouders?

Mdv!

Als we het hebben over de kwaliteit van de groei staat het begrip innovatie centraal. Bij innovatie denken we in eerste instantie vaak aan de sexy IT-industrie. Maar de meeste bedrijven maken geen computers, maar kaas. Het gaat om kennisintensivering en de integratie van ICT in processen. Daarom is het jammer dat EZ zo weinig genereus is met de haalbaarheidsfaciliteit, een eenvoudige en efficiënte regeling die innovatie bij allerlei MKB-ondernemingen stimuleert. Deze regeling is op. Bij de begrotingsbehandeling heeft de minister vorig jaar toegezegd dat de regeling voor iedereen voldoende ruimte zou bieden. Hoe is ze van plan inhoud te geven aan deze toezegging?

MKB-Nederland is bezig samen met de branche-organisaties de achterstand van met name de detailhandel en de ambachten op het terrein van ICT in te halen. Aanvullend onderzoek, voorlichting en pilotprojecten moeten daarvoor zorgen. Is een ondersteuning van EZ hierbij niet voor de hand liggend? Hoe wil de minister die vormgeven?

 

Bij innovatie denken we niet alleen vaak aan de IT, maar we hebben het ook meestal over producten en diensten. De discussie over investeringen in de ICT-infrastructuur heeft tot nu toe weinig opgeleverd. Het lijkt erop dat in dit debat een kentering aan het optreden is. Het Commissariaat voor de Media pleitte onlangs voor investeringen van de overheid in decoders en de Raad voor Verkeer en Waterstaat doet in een recent uitgebracht rapport de aanbeveling een grootscheeps experiment op te zetten. Wat zou de betrokkenheid van EZ bij een dergelijke 'kenniswijk' kunnen zijn? Wat is de reactie van de minister op de ideeën van het Commissariaat en de Raad?

Specifieke aandacht gaat de laatste tijd uit naar de kabel. De PvdA vindt het onbegrijpelijk dat ondanks de vele problemen het kabinet niet eerder met de branche om de tafel is gaan zitten om te praten over acceptabele pakketten en prijzen, over een snelle digitalisering, introductie van de decoder en een tijdspad waarin wordt aangegeven hoe en hoe snel individueel aanbod voor consumenten realiteit kan zijn. Daarbij zouden behalve de kabelexploitanten ook de programma-aanbieders, de consumentenbond en de VNG betrokken moeten zijn. Waarom is hiertoe niet al in een eerder stadium door EZ het initiatief genomen? Welke rol ziet EZ eigenlijk voor zichzelf? Volgens mij is hier sprake van te veel afstandelijkheid. Burgers en consumenten begrijpen het niet dat de overheid aan de kant blijft staan als ongevraagd en onaangekondigd het beeld op zwart gaat. Gezag uitstralen en verantwoording afleggen daarover gaat het ook bij de kabel.

De overheidsbemoeienis met de kabel is nodig zolang kabelexploitanten op het terrein van het programma-aanbod een monopoliepositie hebben. Dat is voorbij als concurrentie op en tussen infrastructuren een feit is. De PvdA-fractie vindt dat het kabinet het belang hiervan onvoldoende inziet.

De laissez faire-houding overheerst te veel. De digitalisering van de ether verloopt traag. Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat het winnende consortium ook daadwerkelijke de concurrentie met de kabel aan kan en zal gaan? Sturing is voor de PvdA belangrijker dan opbrengst voor de schatkist. Hoe denkt de minister daarover? Waarom staat de gelijke behandeling van distributieplatforms niet op de politieke agenda (beschikbaarheid regionale en lokale zenders op de satelliet/geschikt maken huizen voor satellietontvangst)? Waarom duurt het zo lang voordat het kabinet een reactie op het rapport over cross-ownership in de mediamarkt heeft geformuleerd? Een pro-actieve houding is ook hier nodig.

(Dat geldt ook op het terrein van het innovatieve aanbesteden. De ambities blijven laag. Waarom eigenlijk? Welke angst ligt hieraan ten grondslag? Waarom niet 10% van het ICT budget (500 miljoen) ingezet voor vernieuwende toepassingen? En wanneer komt meer helderheid over het vergroten van kansen van MKB-ondernemingen bij dergelijke aanbestedingen?)

In de memorie van toelichting van het niet-bestaande Ministerie voor Communicatie pleiten de bewindslieden voor het oprichten van een fonds voor gemeenschapsdiensten. Al bij diverse gelegenheden heeft de PvdA dit pleidooi ondersteund. (Het hoeft niet om veel geld te gaan. De bewindslieden trekken er veertig miljoen voor uit, maar met de helft zou het in eerste instantie volgens mijn fractie ook moeten kunnen.) Ik denk dat dit een goede manier kan zijn om aan een verantwoordelijkheid van het kabinet in het algemeen en van de minister van EZ in het bijzonder een gezicht te geven. Het gaat om het daadwerkelijk vormgeven van een publiek domein op internet. En passant wordt hiermee uitvoering gegeven aan een motie die vorig jaar maart is aangenomen over niet-commerciële diensten. (Bovendien sluit het aan bij projecten die de Europese Commissie en de NWO wil stimuleren om burgers bewuster de maken van de effecten van ICT.) Graag een helder antwoord van de minister.

Jonge IT-ondernemers vestigen zich graag in de stad. De PvdA vraagt zich al langer af of alles wordt gedaan om de stad een aantrekkelijke vestigingsplaats te maken.

Minister van Boxtel heeft ervoor gekozen geen wet op de kansenzones te maken, maar wat komt ervoor in de plaats? Worden alle instrumenten creatief genoeg ingezet? Wanneer worden versnelde afschrijvingen in bedrijfsverzamelgebouwen mogelijk gemaakt? Wanneer is de tijdelijke OZB-vrijstelling een feit? Twee jaar geleden kreeg de fractie van de PvdA hierover een toezeggingen. Vorig jaar bleek dat er niets mee was gebeurd. Toen is een motie aangenomen. Daar is weer niets mee gebeurd. Daar word ik verdrietig van. Ik wil dat de minister hier belooft dat wij voor het kerstreces helderheid krijgen in de vorm van een brief.

(Het is goed dat EZ het klimaat rondom technostarters wil verbeteren. Met name de relatief beperkte beschikbaarheid van risicokapitaal is een probleem. Volgend jaar komt de Europese Commissie met een richtlijn om investeren met risicokapitaal te vergemakkelijken. In hoeverre kan Nederland daarop vooruitlopen?)

Mdv! Tenslotte:

Het ministerie heeft een interessant rapport gepubliceerd over de economische mogelijkheden van Sub-Sahara Afrika. Het rapport bevat een goede inventarisatie van problemen en kansen. De conclusie dat hier een potentieel ligt voor het Nederlandse bedrijfsleven biedt vooral hoop voor de betrokken landen. Landen als Benin, Botswana, Gabon, Senegal en de Ivoorkust hebben een redelijk stabiele politieke basis en zijn bezig met economische hervormingen. Daarbij kunnen Nederlandse bedrijven en de overheid een rol spelen. EZ heeft ervaring in het ondersteunen van transitie-economieën in Oost- en Midden-Europa. Het gaat dan vooral om participatie van de overheid bij risicovolle investeringen. Dat werkt daar goed. En dat moet zo blijven. Maar gezien de uitkomsten van dit rapport en gezien de jarenlange onderuitputting op de post Economische hulp Oost-Europa (de afgelopen drie jaar gemiddeld zo'n 30 miljoen) vindt de PvdA dat deze steun verder uitgebreid zou moeten worden naar de in het rapport genoemde Afrikaanse landen. Graag een reactie hierop.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie