Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief LNV inzake verbod op gewasbeschermingsmiddelen

Datum nieuwsfeit: 27-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Voorzitter van de Vaste Commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
DL. 19995289
datum
27-10-1999

onderwerp
Afschrift brief Cebeco
(TRC 1999/3003) doorkiesnummer

bijlagen
1
Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u toekomen een afschrift van de brief aan CEBECO Agrochemie.

De staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

G.H. Faber CEBECO Agrochemie
t.a.v. dhr. J.A. van den Heuvel
Postbus 182
3000 AD Rotterdam
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
TRCDL/ 1999/4922
datum
10-1999

onderwerp
verbod op gewasbeschermingsmiddelen doorkiesnummer

bijlagen

Geachte heer Van den Heuvel,

Onlangs hebt u een brief gestuurd waarin u bezwaren uit over het voorgenomen besluit van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) om de toelating van een aantal gewasbeschermingsmiddelen in de agrarische sector te beëindigen. In uw brief geeft u aan dat Nederland hiermee vooruit loopt op andere EU-lidstaten. De betreffende middelen zijn volgens u onmisbaar voor de landbouw praktijk. Hierdoor zouden teelten verdwijnen in Nederland en zou de Nederlandse exportpositie ernstig onder druk komt te staan, met consequenties voor de werkgelegenheid.

up

datum
27-10-1999

kenmerk
DL. 19995289

bijlage

Het voorgenomen besluit van het CTB om gewasbeschermingsmiddelen te verbieden, vloeit voort uit afspraken die begin jaren '90 zijn gemaakt tussen de overheid, het landbouwbedrijfsleven en de industrie. Deze afspraken hadden onder meer betrekking op de sanering van milieukritische toepassingen van gewasbeschermingsmiddelen en de vermindering van de afhankelijkheid van deze middelen (Bestuursovereenkomst Uitvoering Meerjarenplan Gewasbescherming). Via de zogenoemde 'kanalisatie' is er toen voor gekozen om de sanering en regulering van milieukritische toepassingen gefaseerd uit te voeren. Met deze fasering werd tegemoetgekomen aan de wens van het bedrijfsleven om een overgangsfase te hebben voor de ontwikkeling en implementatie van alternatieven. De kanalisatie betekende ook voor de betreffende gewasbeschermingsmiddelen, dat gedurende 5 jaar minder strenge milieueisen zouden gelden.

Nederland heeft in 1995, vooruitlopend op de Europese beoordeling van bestaande werkzame stoffen voor plaatsing op de positieve lijst van de Gewasbeschermingsrichtlijn (Richtlijn 91/414), wettelijke milieucriteria voor het toelatingsbeleid vastgelegd om de milieubelasting van het gebruik van chemische middelen terug te dringen. Dit vanwege de waterrijke omstandigheden en het hoge gebruik van chemische middelen per oppervlakte-eenheid. Deze noodzaak is thans nog steeds aanwezig. Gezien deze specifieke omstandigheden ben ik van mening dat Nederland goede gronden heeft om wat betreft de milieubeoordeling van gewasbeschermingsmiddelen voorop te lopen in de EU. Behalve in Nederland vinden ook in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk op dit moment versnelde herbeoordelingen van bestaande gewasbeschermingsmiddelen aan de Europese normen en criteria plaats. Denemarken, Zweden en Finland hebben enkele jaren geleden reeds een saneringsoperatie van milieukritische toepassingen van gewasbeschermingsmiddelen doorgevoerd.

Hoewel er op dit moment een omvangrijke beoordeling van bestaande werkzame stoffen plaatsvindt in Brussel, blijft de concrete toelating van gewasbeschermingsmiddelen ook in de toekomst een nationale verantwoordelijkheid. Ook in een geharmoniseerd stelsel zullen er verschillen zijn in de toelatingen tussen de verschillende lidstaten in verband met uiteenlopende landbouwkundige, fytosanitaire en ecologische omstandigheden. Dit vloeit voort uit de Gewasbeschermingsrichtlijn.

Uit uw brief en uit signalen van het bedrijfsleven en individuele telers blijkt dat de gevolgen van de CTB-besluiten groot kunnen zijn voor de continuïteit van bepaalde bedrijven in de productiekolom en er sprake kan zijn van een aantal onmisbare toepassingen. Dit is voor de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en mij aanleiding geweest om de Commissie beoordeling onmisbaarheid chemische gewasbeschermingsmiddelen onder leiding van de heer
dr. L. Ginjaar in te stellen om de problematiek van onmisbare toepassingen in kaart te brengen. Op 10 september jl. heeft deze commissie haar advies uitgebracht. De Commissie heeft een procedure en beslissystematiek ontwikkeld voor de beoordeling van onmisbaarheid van de toepassing van een gewasbeschermingsmiddel. Naast de milieubeoordeling worden hierbij ook economische en gewasbeschermingstechnische aspecten betrokken. In verband met de implementatie van de nieuwe procedure en systematiek in de regelgeving, stelt de Commissie een overgangsregeling voor om te komen tot een oplossing voor de korte termijn problematiek.

Over de actuele problematiek van gewasbeschermingsmiddelen heeft op 15 september jl. overleg plaatsgevonden met de Vaste Commissie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van de Tweede Kamer en de Minister van VROM en mij. In dit overleg is afgesproken dat vier partijen te weten: LTO-Nederland, Agrodis, VEWIN en de Stichting Natuur en Milieu op korte termijn zullen werken aan het tot stand brengen van een lijst van 5 à 7 onmisbare kanalisatiestoffen. Indien de betreffende partijen overeenstemming bereiken zal dat resultaat worden overgenomen en zal een tijdelijke verlengingsregeling worden getroffen voor de betreffende stoffen. Mochten de partijen er onverhoopt niet in slagen een gezamenlijke lijst op te stellen, dan zullen de Minister van VROM en ik onze eigen verantwoordelijkheid nemen. De Tweede Kamer onderschreef deze aanpak.
Voor de aanpak voor de langere termijn, waaronder de verwerking van het advies van de Commissie Ginjaar, zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd nadat het Kabinet zich daarover een oordeel heeft gevormd.

Het beleid van het Meerjarenplan Gewasbescherming (1991) is gericht op het verminderen van de afhankelijkheid van chemische gewasbeschermingsmiddelen in de agrarische sector en de vermindering van de milieubelasting van deze middelen. Binnen de sector zijn de afgelopen jaren inspanningen gepleegd om de milieubelasting van gewasbeschermings-middelen terug te dringen, hetgeen een positieve ontwikkeling is. De door u geschetste problematiek van 'onmisbare' gewasbeschermingsmiddelen laat onverlet dat de komende jaren de noodzaak blijft bestaan voor het verminderen van de afhankelijkheid en de milieubelasting van deze middelen. Overigens maken de resultaten van voorloperbedrijven, proefstations en biologische bedrijven mij duidelijk dat nog niet alle mogelijkheden zijn benut om het gebruik van milieukritische middelen te voorkomen. Het beleid is niet primair gericht op het behoud van teelten onder alle omstandigheden, maar op het realiseren van schone en veilige productiewijzen. Voor een duurzame gewas-bescherming moet het voorkomen van ziekten en plagen, een preventieve aanpak, en het inzetten van alternatieve bestrijdingsmethoden centraal staan. Het beleid voor de komende jaren zal hierop gericht zijn. Hiermee kan een schone en veilige productiewijze worden gerealiseerd, passend bij de Nederlandse eisen en omstandigheden en de maatschappelijke randvoorwaarden die worden gesteld.

De staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

G.H. Faber


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie